Het binnenstedelijk winkelproject het Gouden Kalf bestaat deze maand twee jaar. En dat zullen we geweten hebben. Freddy Vermoere besteedde er in ieder geval al een artikel aan (zie: http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=Q33MSERM). Volgens de manager van het winkelcentrum, de obsessief-compulsieve beroepsleugenaar Desmeytere, telde men in het Gouden Kalf op twee jaar tijd al elf miljoen bezoekers. Dat zijn er 5,5 miljoen per jaar. Dat aantal is zelfs nog stijgende, volgens de dikbetaalde manager zelf. Uiteraard tekenen plaatselijke journalisten zoiets graag op. Dat is makkelijk verdiende kopij waarbij geen enkel beroep wordt gedaan op hun toch al volkomen afwezige vermogen tot denken. Iets in vraag stellen gaat hun petje ver te boven. Die bezoekersaantallen van Desmeytere moeten overigens met een flinke schep zout genomen worden. Hij doet zijn naam alle eer aan en gooit er in dat verband nogal vaak met zijn klak naar. Geeft ook nooit inzage in de manier waarop die tellingen gebeuren. In februari vorig jaar verklaarde de tandem Trui Tydgat-Dominique Desmeytere nog dat het koopcentrum in 2010 niet minder dan 5,5 miljoen bezoekers had gekregen. Dat fenomenale aantal werd dus in goed 10 maanden bereikt. Of gemiddeld 550.000 per maand. Eind februari 2012 stapte volgens Desmeytere de elf miljoenste bezoeker het Gouden Kalf binnen. Die tweede 5,5 miljoen kwamen er dus op 14 maanden. Of gemiddeld 392.857 bezoekers per maand…. Toch meent Desmeytere te weten dat de ‘bezoekersaantallen nog stijgende zijn’. Of Desmeytere staat te liegen dat hij zwart ziet en zuigt de cijfers zomaar uit zijn duim, of hij heeft niet het minste benul van elementaire rekenkunde. En natuurlijk was er weer geen journalist in de buurt die Desmeytere op zijn ‘foutje’ wees.
Niet gehinderd door enig kritisch vermogen van de lokale persjongen draaft Desmeytere verder door en ‘stipt aan dat het aantal Franstalige bezoekers is opgelopen tot 20 procent van het totaal. Ter vergelijking: winkelcentrum Auchan moet het doen met 12 procent Vlamingen.’ Waar haalt Desmeytere die cijfers? Het antwoord is duidelijk: net als bij het aantal bezoekers aan het Gouden Kalf zuigt Desmeytere de cijfers uit zijn duim. Volgens andere, veel minder verdachte, bronnen heeft het retailpark in Ronq jaarlijks zo’n 7 miljoen bezoekers. 15 tot 20 procent daarvan zijn Vlamingen. Dat zijn er 1 tot 1,4 miljoen (zie: http://www.focus-wtv.be/nieuws/algemeen/auchan-bestaat-vijftig-jaar-en-breidt-uit/article-1194928447858.htm en http://www.retaildetail.be/fr/en-images/itemlist/tag/shopping%20center). Auchan is overigens een totaal ander soort winkelcentrum dan het Kortrijkse Gouden Kalf van Desmeytere. Het is een retailpark met een hypermarkt, waar voeding ook een prominente rol speelt. Gemakshalve ‘vergeet’ Desmeytere nog te vermelden dat het wingebied van Auchan in Ronq vooral uit Franstaligen bestaat. In die omstandigheden toch nog zoveel Vlamingen weten te verleiden is een hele prestatie. Een veel sterkere prestatie dan die 20% Franstaligen die naar het Gouden Kalf komt.
Volgens Desmeytere zou ‘het stadscentrum van Kortrijk het zonder een koopcentrum als K zelfs dreigen dood te bloeden of het minstens moeilijk krijgen’. Voor een niet-Kortrijkenaar doet hij op het gebied van eigenwaan en aanmatigende grootspraak meer dan uitstekend. Hij lijkt de bijslaap van Stefaan De Clerck wel! Dat Desmeytere zijn stelling met geen enkel hard argument weet te illustreren is een feit dat, uiteraard, aan de aandacht van de journalist ontsnapt. Eén van de wezenskenmerken van de Kortrijkse journalist, trouwens: NIET zien, NIET horen, NIET weten, NIET denken. Er gaan zelfs stemmen op om de Kortrijkse journalisten bij de flora in plaats van de fauna in te delen. In een uiterste inspanning om toch maar een schijn van kritisch vermogen te wekken, merkt journalist Vermoere wijsgerig nog op dat ‘niet alle bezoekers ook iets kopen’, om meteen daarna weer in leeghoofdige luiheid te vervallen met: ‘maar het blijft wel een mooi cijfer’. Want daar draait het in Kortrijk tenslotte altijd om: schone schijn. Cijfers zijn niet mooi of lelijk. Cijfers zijn gewoon wat ze zijn: cijfers. Punt.
‘Kijk maar hoeveel andere steden met leegstand worstelen. In Kortrijk valt dit nog enigszins mee’, liegt Desmeytere verder. Kortrijk is, volgens een studie die Locatus in opdracht van het WES uitvoerde, de enige West-Vlaamse stad waar de commerciële leegstand toenam. Dat noemt Desmeytere dus ‘nogal meevallen’. En ‘journalist’ Vermoere noteert dat zonder dralen en zonder nadenken.
Omwille van dat totaal gebrek aan transparantie en geloofwaardigheid van Desmeytere lijkt het mij niet onverstandig om ook eens met andere shoppingcentra te vergelijken. Met het Wijnegem Shopping Center, bijvoorbeeld. Dat is 54.000 m² groot; het Gouden Kalf 34.000 m². Het bezoekerspotentieel van het Antwerpse koopcentrum vormt ook een veelvoud van dat van Kortrijk. Het Wijnegem Shopping Centrum heeft 5000 gratis parkeerplaatsen; dat van Kortrijk telt er 1100 betalende. In Wijnegem zijn er 240 winkels; in Kortrijk nog geen 100. Het Wijnegemse winkelcentrum is dus makkelijk dubbel zo groot en belangrijk als het Kortrijkse. En toch trekt het Wijnegem Shopping Center op jaarbasis amper 1 miljoen bezoekers meer dan het Gouden Kalf?!? Kijk, ik wil best begrijpen dat je als manager ter meerdere eer en glorie van jezelf de waarheid wat geweld aandoet en de cijfers wat opsmukt, maar Desmeytere en consoorten maken er – hierin zoals gewoonlijk bijgestaan door een volkomen onbekwame en impotente pers – echt wel een karikatuur van. Het wordt zo stilaan gênant pijnlijk en je moet al zwaar idioot zijn – of Kortrijks journalist, natuurlijk – om nog in de sprookjes van die man te geloven.