Archive for the Het Gouden Kalf Category

Kortrijk: toeristisch centrum zonder toeristen.

Posted in Het Gouden Kalf, Vlugschriften, writers blog with tags , , , , , , , on 10/08/2015 by Pär Ongeluck

Vincent Van Quickenborne merkte – volkomen terecht, het dient gezegd – op 27 januari 2000 in de Senaat nog op dat in verband met de erkenning als toeristisch centrum ‘de administratie naast de wettelijke criteria blijkbaar ook economische criteria hanteert. Zo is er het voorbeeld van Aarlen en ook van de Meense wijk “De Barakken” waar op zondag de Fransen komen winkelen. De administratie geeft een te ruime interpretatie van het begrip toerisme, waarmee ze haar boekje te buiten gaat’ (1). Het weerhield hem er 14 jaar later toch niet van om – zonder het advies van de belanghebbende partijen af te wachten – Kortrijk als toeristisch centrum te laten of doen erkennen. In 2000 betoogde hij nog vol vuur dat de administratie een te ruime interpretatie geeft aan het begrip toerisme, zoveel jaar later heeft windvaan Van Quickenborne zijn kar volledig gekeerd en vindt hij de economische argumenten veel zwaarder wegend dan de toeristische. Het kan verkeren. Zeker als je Van Quickenborne heet.

Eén van de voorwaarden om erkend te worden als toeristisch centrum is dat de aanvrager moet kunnen aantonen aantonen aan dat er tijdens het hoogseizoen een stijging is in de inkomsten of omzet van de kleinhandelszaken tengevolge van de toestroom van toeristen. In dat verband is een artikeltje in Het Laatste Nieuws erg verhelderend (2). In HLN laat de shoppingmanager van het Gouden Kalf, Dominique Desmeytere, weten dat grote winkels openhouden op een zondag in de zwakste periode van het jaar, dat is onhaalbaar. Dat brengt niets op, want je moet personeel betalen. Er gaan ook niet veel kleinhandelszaken in de winkelstraten rond K openen. Dat was ook al zo op vorige koopzondagen.” Een andere voorvechter van de erkenning als toeristisch centrum, schepen Byttebier, hield zijn deuren ook al dicht: “Dat is moeilijk te organiseren in het verlof. Maar het kan eventueel wel goed zijn voor modezaken.” Als ik het allemaal goed begrijp dan zeggen de adepten van de erkenning van Kortrijk als toeristisch centrum eigenlijk: tijdens het hoogseizoen is er in Kortrijk een daling in de inkomsten of omzet van de kleinhandelszaken wegens een gebrek aan toeristen … Enige beginselvastheid en kennis van zaken kan je de heren alvast niet verwijten. Waarom zij de aanvraag tot erkenning als toeristisch centrum dan wel lanceerden, blijft een raadsel. Alhoewel …

De reactie van Unizo, een zelfverklaarde behartiger van de belangen van zelfstandigen, spreekt ook boekdelen. Voorzitter Luk Dupont blaat: “We moeten dringend samenzitten over die koopzondagen. Het moet beter voorbereid worden. Er is rond deze koopzondag niét gecommuniceerd, onbegrijpelijk. Er zal amper tien procent van de winkels open zijn, want veel handelaars zijn met verlof. Een koopzondag midden het verlof organiseren, doe je niet. Dit is slechte reclame voor onze stad.” Onze zelfstandigen zijn blijkbaar niet erg zelfstandig want de Unizogers verwachten dat overheid (in dit geval de stedelijke overheid) organiseert en communiceert – lees: vooral betaalt – rond de koopzondagen; zelfstandigen zitten gewoon te wachten tot de rijpe appels hen in de schoot vallen. Unizo snapt duidelijk niet dat de erkenning als toeristisch centrum inhoudt dat de kleinhandelszaken de mogelijkheid hebben om op zondag open te zijn. Het is geen verplichting. En de stad heeft van bij het begin duidelijk gesteld dat de eerste zondag van de maand tot koopzondag werd gebombardeerd. Als Unizo vindt dat er in augustus geen koopzondag moet georganiseerd worden dan had men dat ook van in het begin kunnen zeggen. Dan maakt het stadsbestuur eens een zeldzaam consequente keuze en wéér is het niet goed! Schepen Rudolphe Scherpereel heeft dan ook overschot van gelijk als hij stelt dat “er elke eerste zondag van de maand een koopzondag is en we proberen uitzonderingen te vermijden. Anders wordt het verwarrend. Het zal misschien niet de beste koopzondag zijn. Maar wie opent, kan wel een goeie omzet draaien.” Waarmee ik het bestaan van die koopzondagen en de erkenning als toeristisch centrum zeker niet toejuich. Integendeel.

(1) http://www.senate.be/www/?MIval=/consulteren/publicatie2&BLOKNR=26&COLL=H&LEG=2&NR=25&SUF=&VOLGNR=&LANG=fr

(2) http://www.hln.be/regio/nieuws-uit-kortrijk/koopzondag-zonder-winkels-a2409640/

 

Advertenties

Het vergiet van Kortrijk.

Posted in Cijfers en Letters., Het Gouden Kalf, Persweeën., Verkeer(d), Vlugschriften with tags , , , , , on 09/06/2015 by Pär Ongeluck

Al van bij de eerste spadesteek was het duidelijk dat het Gouden Kalf, het binnenstedelijk winkelcentrum van Kortrijk, niet bijzonder goed gefundeerd was. Figuurlijk en letterlijk. De grond waarop het winkelcentrum is gebouwd, is namelijk nogal drassig. Om niet te zeggen moerassig. Nu, bouwtechnisch hoeft dat geen drama te betekenen; daar vallen wel oplossingen voor te bedenken. Die oplossingen hebben natuurlijk een prijskaartje en daar wringt het schoentje wel eens. De goedkoopste oplossing is evenwel: gewoon negeren. En dat is hoogstwaarschijnlijk ook waar de bouwheren van K in Kortrijk voor hebben gekozen. Deze oplossing doet misschien niets af aan de stabiliteit van het gebouw, maar na verloop van tijd krijg je toch wel problemen met de waterhuishouding van het gebouw. Omdat een flink stuk van het gebouw zich eigenlijk ondergronds bevindt, doet het ook geen afbreuk aan de esthetische kwaliteiten van het bouwwerk. Als die er al zijn, natuurlijk. Het uiterlijk van de ondergrondse delen lijdt er wel onder; op de muren van de in- en uitritten van de parking van het Gouden Kalf is het resultaat van die ‘oplossing’ al duidelijk te zien. Amper vijf jaar na de opening! Peter Lanssens schreef er een week of twee geleden een artikel over (1).

Anders dan je zou denken is dat artikel niet interessant omwille van het insijpelen van water in het winkelcentrum en de cosmetische oplossingen die men daarvoor bedacht heeft. Het artikel is vooral interessant omwille van de (des)informatie die de journalistieke activist Lanssens – over dat journalistiek activisme later meer – via zijn artikel verspreidt.

Eén van de overbetaalde managers van het Gouden Kalf (Yvan Devlaminck) heeft Lanssens namelijk wijsgemaakt dat er ‘op een normale weekdag toch al snel een goeie 15.000 wagens de parking van het winkelcentrum binnenrijden’. Devlaminck weet deksels goed dat journalisten een grondige afkeer voor cijfers en zelfstandig nadenken hebben en een gezagsargument nooit ofte nimmer in twijfel trekken; een (Kortrijks) journalist gelooft altijd wat je hem vertelt. Tot je hem iets anders diets maakt.

Bekijken we die 15.000 wagens eens wat van dichterbij. Normaal rekent men voor de bezetting van een wagen op de snelweg op 1,8 personen per wagen. Ik vermoed dat het er voor een bezoek aan een winkelcentrum meer zijn, maar soit. 15.000 wagens ‘op een normale weekdag’ betekent – aan een bezetting van 1,8 per voertuig – al 27.000 bezoekers. Het winkelcentrum is op een jaar minstens 320 open. Als het allemaal ‘gewone weekdagen’ zouden zijn, dan kwamen er per jaar 8.640.000 bezoekers naar het Gouden Kalf. Alleen al met de auto!

Volgens een studie van de universiteit van Gent (2) komt echter maar ongeveer 60% van de bezoekers aan het winkelcentrum met de wagen. In totaal zouden er dus jaarlijks, volgens een simpele regel van drie, minstens 14.400.000 koopzuchtigen het winkelcentrum bezoeken! Enfin, als we Devlaminck en Lanssens mogen geloven, natuurlijk. Wat we beter niet doen, zoveel is wel duidelijk.

(1) http://www.hln.be/regio/nieuws-uit-kortrijk/water-sijpelt-in-parking-winkelcentrum-a2338312/

(2) http://www.cvs-congres.nl/cvspdfdocs_2013/cvs13_029.pdf

De Koopzondag was weer een gigantisch succes.

Posted in Het Gouden Kalf, Vlugschriften with tags , , , , , on 08/06/2015 by Pär Ongeluck

Tweede zondag van de maand en dat betekent in de toeristische trekpleister Kortrijk dat het koopzondag is. De randanimatie was top en ook het weer zat deze keer mee. In de Lange Steenstraat waren er niet minder dan vier (4!) winkels open en het binnenstedelijke winkelcentrum, het Gouden Kalf, hield de deuren dicht (1). Een echte succesformule, die Koopzondagen. Heeft er overigens nog iemand iets gehoord van de onderhandelingen met onder meer de vakbonden en Unizo die sociaal bemiddelaar Van Quickenborne zou voeren?

(1) http://www.nieuwsblad.be/cnt/blkva_01718757

 

Dit moeten ze me eens uitleggen.

Posted in De Waan van de Dag, Het Gouden Kalf, writers blog with tags , , , , on 14/02/2015 by Pär Ongeluck

Dat moeten ze me echt eens komen uitleggen, de heren van de Kortrijkse gemeenteraad en van K in Kortrijk. Ze mogen me echt eens komen uitleggen op welke manier K in Kortrijk op lange termijn een positief verhaal kan worden voor de straten, wijken, dorpen en steden rondom. Ik snap er geen snars meer van. Alle onderzoeken tonen vlijmscherp aan hoe het gesteld is met de lokale handel en de nood aan kernversterkende maatregelen. De familiale lokale handel heeft het moeilijk, de leegstand groeit en dit terwijl de winkelvloeroppervlakte in Vlaanderen met 12 % gestegen is.

En dacht u nu echt dat K in Kortrijk binnen 20 jaar in handen zal zijn van Vlaamse ondernemers? Denkt u dat echt? Denkt u echt dat er in K in Kortrijk Vlaamse lokale handelaars gevestigd zullen zijn? U weet heel goed dat K in Kortrijk een Arabisch of Aziatisch speeltje wordt, waar in het beste geval hoofdzakelijk buitenlandse winkelketens gevestigd zullen zijn. Binnen 20 jaar. Who cares?

De Kortrijkse gemeenteraad stelt ons zeer erg teleur door niet de moed te hebben in te zien dat ze een foute beslissing heeft genomen met het toekennen van een vergunning.

En de boer, hij ploegde voort.

Bovenstaande noodkreet had 10- 15 jaar geleden misschien door mij kunnen geschreven zijn. De aandachtige lezer weet echter dat ik nooit xenofobe uitspraken als ‘Arabisch of Aziatisch speeltje’ zou doen. Nee, het is een artikeltje dat vandaag verscheen op de blog van de plaatselijke marketinggoeroe Kurt Ostyn (1). Daarin trekt hij van leer tegen de vergunning door de Vlaamse regering van het ‘belevingscentrum’ Uplace. Ik verving in het artikel van Ostyn enkel ‘Uplace’ door ‘K in Kortrijk’. Om duidelijk te maken dat er eigenlijk geen verschil is. Ostyn ziet dat evenwel anders. Hij was en is, samen met het volledige stadsbestuur van Kortrijk (inclusief wat zich Groen durft te noemen), Unizo en de vakbonden voorstander van inplanting van winkelcentra in de binnenstad en tegenstander van winkelcentra aan de rand van onze steden. Het toverwoord hierbij is ‘kernversterkend’. Winkelcentra in de kern van onze steden zouden kernversterkend zijn. Liggen ze aan de rand dan zijn ze nefast voor de handel in de kern. Dat geloven althans Ostyn en soortgenoten. Ostyn en co weten wel dat de leegstand in onze steden toeneemt maar ze weigeren paradoxaal genoeg om te erkennen dat dit fenomeen eigenlijk veroorzaakt wordt door de toenemende ‘verketening’ van de detailhandel. Zij weigeren in te zien dat het in een sterk verstedelijkt gebied als Vlaanderen uiteindelijk geen lor verschil uitmaakt of een winkelcentrum nu binnen of buiten de kern van een of ander gehucht neergepoot wordt, en in handen is van Vlamingen, Arabieren of Aziaten. Winkelcentra als Uplace – maar ook K in Kortrijk – worden in wezen gekenmerkt door twee zaken: concentratie en schaalvergroting. Kapitaal, dus. Kapitaal heeft geen nationaliteit of plaats. Die wezenskenmerken maken winkelcentra ten opzichte van de klassieke kleine middenstander kosteneffectiever en dus ook concurrentiëler. Omdat die lokale zelfstandigen niet tegen de ketens kunnen optornen moeten ze uiteindelijk de baan ruimen. En zo krijg je leegstand. Creëer je eigenlijk leegstand. Kortrijk is daar een uitstekend, vooral triest, voorbeeld van. Het resultaat van die ‘kernversterkende’ aanwezigheid van K in Kortrijk is dat de leegstand in Kortrijk – alle goedbedoelde initiatieven van de stad Kortrijk (betaald door u en ik, dus) ten spijt – nog nooit zo groot is geweest. Nog altijd de hoogste in West-Vlaanderen ook. Maar dat willen marketingadviseurs als Ostyn en co niet zien. Ze zijn ziende blind. En dus mogen Kurt Ostyn, het stadsbestuur en de heren van K in Kortrijk mij eens komen uitleggen op welke manier K in Kortrijk ‘op lange termijn een positief verhaal kan worden voor de dorpen en steden rondom’. Die vraag naar uitleg is precies dezelfde als de vraag naar uitleg die Ostyn vraagt voor de goedkeuring van Uplace. Ostyn weet, net zo goed als ik, dat daar geen zinnige uitleg voor is. Waarom hij dan wel zo’n voorstander is van het Gouden Kalf is zo mogelijk nog een groter mysterie dan de goedkeuring van Uplace.

(1) http://www.marketingadviseurs.be/2015/02/u-place-dit-moeten-ze-me-eens-uitleggen/

Onderzoek bevestigt: Kortrijkse leegstand gevolg van immense leeghoofdigheid.

Posted in De Waan van de Dag, Het Gouden Kalf, Persweeën., writers blog with tags , , , , on 16/01/2015 by Pär Ongeluck

Onder de titel ‘Kortrijk sukkelt met grote leegstand winkelruimtes‘ publiceerde Freddy Vermoere in het Nieuwsblad een artikel over de commerciële leegstand in deze stad (1). Uiteraard verzamelde Vermoere die gegevens niet zelf. Dat zou een inspanning hebben gevergd. Nee, Vermoere haalde de mosterd bij ‘de vijf Vlaamse provincies en het agentschap Ondernemen’. Dat klinkt heel geloofwaardig, niet? Wie de cijfers echt wil bekijken, zal van een kale reis terugkomen als hij daar, op basis van de bron die Vermoere opgeeft, iets van probeert op te zoeken. Niet getreurd echter: zoals de lezers van deze blog gewoon zijn, krijgen ze hier gratis en voor niets – anders dan in hun krant waarvoor ze zo onnozel zijn te betalen – wel een werkbare link naar de informatiebron, zodat ze zelf een en ander kunnen checken (2).

Volgens Vermoere “springen de resultaten voor Kortrijk er wel heel erg uit in negatieve zin, zeker als je bedenkt dat winkelcentrum K er sinds de opening vijf jaar geleden moet voor zorgen dat Kortrijk opnieuw een commerciële magneet wordt”. Volgens het tabelletje dat Vermoere ter illustratie in de krant publiceerde, telde Kortrijk in 2008 al 186 leegstaande panden. In 2014 is dat opgelopen tot 268. Dat is een toename van 82 panden. In het Gouden Kalf zijn er 85 winkelpanden, even veel dus als er leegstand bij is gekomen …

Een krantenartikel zou in Kortrijk niet compleet zijn zonder het wederwoord van een gezagsdrager. In het geval van de leegstand in Kortrijk voert Vermoere de schepen van Economie Rudolphe Scherpereel (N-VA) ten tonele. Die weet ons te vertellen dat “K een zegen is voor de stad, maar de sterkte van K zorgde er de voorbije jaren tegelijkertijd voor dat er elders in de stad winkels leeg kwamen te staan. Het is niet altijd makkelijk voor handelaars om daar goed op in te spelen. Als stadsbestuur leggen we nu de focus op het kerngebied en voorzien daar allerlei stimulerende maatregelen. Zo lanceert onze stad onder de naam ‘Kortrijk Zaait’ een ambitieus project om de leegstand aan te pakken en tegelijkertijd jonge, startende ondernemers te ondersteunen. Onze aanpak werpt vruchten af: de leegstand is tussen 2013 en 2014 al met twaalf procent verminderd”.

‘Een zegen voor de stad’ noemt Scherpereel dat binnenstedelijke wangedrocht, het Gouden Kalf. Op basis waarvan hij tot die slotsom komt, is mij niet duidelijk. En Vermoere – van opleiding maatschappelijk assistent, maar zich ondertussen tot plaatselijk journalist verlaagd en in die pikorde opgeklommen tot regioverantwoordelijke – is er de man niet naar om der Rudolphe te vragen of hij dat even kan bewijzen of waarom hij dat zegt. Lokale journalisten stellen immers nooit iets in vraag. Of dat uit domheid, luiheid of kwade wil gebeurt, is niet duidelijk. Een combinatie van de drie lijkt mij de meest plausibele verklaring. Ten behoeve van Scherpereel en het schrijvende kruipdier Vermoere, enkele van die zegeningen van het Gouden Kalf:

– aantal commerciële panden van 2204 in 2008 naar 2226 in 2014. Een toename van 24 panden of 1,0%. Met de bouw van het Gouden Kalf kwamen er 85 winkels bij. In feite verdwenen er dus (85-24=) 61 winkelpanden in Kortrijk sinds de komst van het Gouden Kalf. Een succes, volgens Scherpereel …

– winkelvloeroppervlakte in Kortrijk in 2008: 175.561 m². In 2014: 194.565 m². Een toename van 19.004 m² of 10,8%.

– aantal leegstaande panden van 186 in 2008 naar 268 in 2014. Een toename van 82 eenheden of 44,1%. Scherpereel glundert.

– leegstand in winkelvloeroppervlakte van 14.057 m² in 2008 naar 21.217 m² in 2014. Een stijging met 50,9%. Scherpereel voert een vreugdedansje uit.

– in 2008 stond 8% van de winkeloppervlakte in Kortrijk leeg. In 2014 is dat opgelopen tot 10,9%. Scherpereel krijgt een delirium bij zo veel vooruitgang.

In de periode 2008-2014 werd het Kortrijkse winkellandschap flink uitgebreid. Vooral met leegstand. Scherpereel vindt dat dus een zegening … Voor de volledigheid nog vermelden dat Scherpereel wel gelijk heeft als hij stelt dat de leegstand in 2013 nog groter was. Toen waren er 305 leegstaande panden. Scherpereel schrijft die daling tussen 2013 en 2014 toe aan – hoe kan het anders – een initiatief van de stadscoalitie: “Kortrijk Zaait, een ambitieus project om de leegstand aan te pakken en tegelijkertijd jonge, startende ondernemers te ondersteunen. Onze aanpak werpt vruchten af: de leegstand is tussen 2013 en 2014 al met twaalf procent verminderd”. Natuurlijk stelt Vermoere zich daar geen vragen bij; een schepen heeft altijd gelijk ook al staat hij ongegeneerd te liegen of vertelt hij klinkklare nonsens. Het ergerlijkste en tegelijk meest triestige is misschien nog dat Vermoere alle noodzakelijke informatie voor zijn neus heeft liggen en er geen gebruik van maakt. Overigens laten die amoeben van WTV zich net zo goed door Scherpereel om de tuin leiden als Vermoere. En dan te bedenken dat zoiets o.a. met gemeenschapsgeld wordt overeind gehouden! Nog wat cijfers:

– in het centrum van Kortrijk waren er in 2014 in totaal 901 winkelpanden. In 2013 waren dat er nog 917. Een daling van het aantal winkelpanden met 16 eenheden.

– in het centrum van Kortrijk was er in 2014 in totaal 65.865 m² winkelvloeroppervlakte. In 2013 was er nog 66 516 m² winkelvloeroppervlakte. De winkeloppervlakte nam dus af met 651 m² of 0,97%.

– in het centrum van Kortrijk stond in 2014 niet minder dan 19,6% van de winkelvloeroppervlakte leeg. In 2013 was dat nog 18,0%. Een stijging van 1,6%!

Waar haalt Scherpereel dan die daling van 12 procent vandaan, zo vraagt u zich misschien af. Wel, schepen Scherpereel verwart de cijfers voor heel Kortrijk met de cijfers voor het centrum van Kortrijk. Of hij dat bewust of onbewust doet, maakt niet uit. De grens tussen grenzeloze domheid en ordinaire leugens is bij een politicus nooit erg scherp. ‘Kortrijk Zaait’, waar Scherpereel naar verwijst, richt zich op de leegstand in het centrum van de stad, maar heeft dus wel – als we Scherpereel moeten geloven – voor een daling van de leegstand in heel Kortrijk gezorgd. Scherpereel zegt er niet bij dat de leegstand in het centrum van Kortrijk, niettegenstaande een daling van de totale winkeloppervlakte, het laatste jaar zelfs toegenomen is. De actie ‘Kortrijk Zaait’ heeft dus helemaal niets uitgehaald. Heeft Scherpereel zelf gezegd! Ook al beseft hij dat waarschijnlijk niet en was het zeker niet zijn bedoeling. Nog wat cijfers waar Scherpereel en de zijnen eens moeten bij stilstaan:

– in Brugge, waar je geen ‘Brugge Zaait’ hebt, daalde de leegstand van 157 panden in 2008, over 168 in 2013 naar 152 in 2014. De totale winkelvloeroppervlakte bedroeg in 2008 in Brugge 305.231 m², in 2013 336.184 m² en in 2014 322.897 m². Een groei van 5,8%. De leegstand evolueerde van 4,1% in 2008 naar 4,2% in 2014. Bleef dus binnen heel aanvaardbare perken. In Sint-Niklaas – een stad die qua grootte en inwonersaantal vergelijkbaar is met Kortrijk – hadden ze in 2008 220.406 m² winkelruimte, in 2014 224.712 m². Een toename van 2%. De leegstand evolueerde in in Sint-Niklaas in die periode van 7,6% in 2008 naar 10,0% on 2014. Kortrijk realiseerde in diezelfde periode een groei van de winkelvloeroppervlakte van 10,8%. De leegstand in Kortrijk steeg van 8% in 2008 naar 10,8%. Misschien zijn Sint-Niklaas en Kortrijk gewoon ‘overbewinkeld’? Zou kunnen. Waarom doen we in Kortrijk dan niets anders dan altijd meer winkels bij maken? Over naar Scherpereel. Die weet op alles wel een leugen of een verkeerd antwoord te verzinnen.

– De tewerkstelling in de detailhandel. In Kortrijk werkten er in 2008 in de detailhandel 1760 mensen. In 2014 is dat gestegen tot 2088. Een stijging van 328. Dat zijn waarschijnlijk die aanvankelijk 1100 voltijdse equivalenten, later afgezwakt tot 800 arbeidsplaatsen, die de promotoren van het Gouden Kalf ons indertijd voorspiegelden. In de horeca daalde de tewerkstelling van 1020 naar 1017.

– Het aantal zelfstandigen in de detailhandel bedroeg in 2008 nog 1227. In 2014 was dat al afgekalfd tot 1188. Dat is 39 stuks minder. In de horeca steeg het aantal zelfstandigen van 614 tot 620.

– De totale tewerkstelling in de horeca en de detailhandel – zelfstandigen en werknemers samen – steeg van 4621 tot 4913. Een stijging van 292. Nog geen derde van het oorspronkelijke aantal dat men met de komst van het Gouden Kalf voorloog. Hierbij werd overigens nog geen rekening gehouden met de evolutie van de tewerkstelling (zowel van werknemers als van zelfstandigen) in de omliggende gemeenten. Best mogelijk dat het totale plaatje een ander beeld levert.

– Ook interessant om weten: de grootte van de winkels. In 2008 had je in Kortrijk nog 795 winkels met een oppervlakte van minder dan 100 m² en 163 met een oppervlakte van minder dan 200 m². In 2014 blijven daar respectievelijk nog 584 en 132 winkels van over. Een daling met 242 of 25,26%. In amper zes jaar. Het stadsbestuur van Kortrijk heeft duidelijk voor schaalvergroting gekozen. En dat is niet in het voordeel van de (kleine) zelfstandige …

– In 2008 telde Kortrijk 18,3% winkels die deel uitmaakten van een keten die 7 of meer winkels in Europa telt. In 2014 is dat aantal opgelopen tot 23,1%. De macht en invloed van die ketens wordt dus almaar groter. Dat is niet in het voordeel van de zelfstandigen of de werknemers. Het is wel de uitdrukkelijke keuze geweest van de vorige stadsbesturen en van deze stadscoalitie. Eigenlijk van alle partijen, zonder uitzondering. En van vakbonden en middenstandsorganisaties. Blijkbaar willen mensen bedrogen en belogen worden. Altijd weer. Gelukkig hebben we daar in Kortrijk de geschikte mensen voor. Zowel in de politiek als in de media.

(1) http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20150114_01474102

(2) http://www.detailhandelvlaanderen.be/sites/detailhandelvlaanderen.be/files/organisation/feitenfiches/feitenfiche_kortrijk_1.pdf

De cadeaubon is dood. Leve de cadeaubon!

Posted in Cijfers en Letters., Het Gouden Kalf, Persweeën., writers blog with tags , , on 17/12/2014 by Pär Ongeluck

Volgens zowel Het Laatste Nieuws (1) als het Nieuwsblad (2) wordt de Kortrijkse cadeaubon vervangen door een betaalkaart. Of, zoals dat men in hedendaags jargon noemt, een ‘gift card’. Dat kondigde het bestuur van de vzw Handelsdistrict Kortrijk gisteren aan, samen met de centrummanager. Oud nieuws eigenlijk want Kris Vanhee schreef een jaar geleden al in zijn krant dat dit zou gebeuren (3).

Volgens Dirk Vandenberghe, de auteur van het artikel dat vandaag in het Nieuwsblad verscheen, is het Handelsdistrict de ‘belangenvereniging van de handelaars in het stadscentrum’. Dat is niet helemaal correct. Het Handelsdistrict vertegenwoordigt slechts een deel van de handelaars in het stadscentrum; niet alle handelaars in het stadscentrum zijn aangesloten. Wat er in verband met dat Handelsdistrict in de reguliere pers ook nooit bij wordt verteld is dat het Handelsdistrict deels met belastingsgeld wordt gefinancierd. Met het geld van ALLE Kortrijkenaren, dus. Niet alleen met geld van de belanghebbende leden. Voor 2015 is een toelage van de Kortrijkse burger aan het BID (Business Improvement District, de roepnaam van het Handelsdistrict) van 205.000 euro voorzien. De derde bron van inkomsten van het Handelsdistrict zou het Gouden Kalf moeten zijn. Het is echter niet duidelijk of de overnemer van het winkelcentrum ook die verplichting mee heeft overgenomen. Een beetje meer transparantie op dat vlak zou zeker geen kwaad kunnen. Feit is wel dat het budget van het Handelsdistrict iets boven de 300.000 euro ligt. Dat moet ongeveer het bedrag zijn dat de Kortrijkse belastingbetaler betaalt, vermeerderd met de bijdragen van de Kortrijkse centrumhandelaars. Van de beloofde bijdrage van K in Kortrijk is geen spoor meer …

De Kortrijkse cadeaubon werd in 2010 ingevoerd. Volgens Nele Muylle, de centrummanager van Kortrijk, werden in vier jaar voor 3 miljoen euro van die cadeaubonnen verkocht. Journalisten nemen dat voor waar aan. Vragen niet hoeveel er per jaar van die bonnen aan de man werden gebracht, bijvoorbeeld. Vragen zeker niet hoeveel en waar die cadeaubonnen ondertussen werden verzilverd. Zij noteren enkel wat hen wordt voorgekauwd.

Volgens een persnota die de vroegere centrummanager Maarten Decramer op 5 december 2011 de wereld instuurde, waren er, één jaar na de lancering van de Kortrijkse cadeaubon, voor 645.000 euro aan cadeaubonnen aangekocht. Volgens Nele Muylle, de opvolgster van Decramer, kenden die ‘oude bonnen een terugval op vlak van gebruik”. Toch beweert zij dat er in de loop van die vier jaar voor 3 miljoen euro aan cadeaubonnen werden verkocht. Dat zou in jaar 2, 3 en 4 gemiddeld 785.000 euro per jaar betekenen. Dat is dus méér dan in het eerste jaar … Enige scepsis ten opzichte van de cijferdans van Nele lijkt mij niet ongepast.

Nog interessant om weten is dat die Kortrijkse cadeaubonnen – of ze nu van plastic zijn of van papier, maakt op zich niets uit – volgens diezelfde persnota van Decramer, voor 80% in het Gouden Kalf terechtkomen. Dat betekent dat er de voorbije jaren voor 2,4 miljoen euro naar de zaken in het winkelcentrum vloeide. En amper 600.000 euro – of een schamele 150.000 euro per jaar – naar de overgrote meerderheid van deelnemende handelaars daarbuiten. Eigenlijk is het nog minder want niet alle cadeaubons werden ingewisseld). De Kortrijkse cadeaubon is dan ook vooral een godsgeschenk voor de internationale ketens die het Gouden Kalf bevolken. Jammer genoeg was er weer in geen velden een journalist te bespeuren die daar eens wat vragen over stelde aan de bestuurders van het Handelsdistrict.

Volgens een studie die Deloitte in 2011 liet uitvoeren is de cadeaubon in België op zijn retour (4). Voornaamste oorzaken: de beperkte looptijd en de geringe inwisselbaarheid. Belgen geven de voorkeur aan cash onder de kerstboom (lees in dit verband ‘ook geen cadeau: de cadeaubon (1) en (2)’ op deze bladzijden). Veel van die cadeaubonnen blijven ook ongebruikt liggen. In 2010 schatte Deloitte het totaal aan ongebruikte cadeaubonnen op 70 miljoen euro. In 2011 was dat al opgelopen tot 140 miljoen euro. Die tendens wordt ook (ongewild) bevestigd door Maarten Decramer. Die stelde één jaar na de uitgifte van de eerste cadeaubon vast dat van die 650.000 euro uitgegeven cadeaubons er nog maar voor 432.000 ingewisseld was. Voor de verkopers van de cadeaubonnen is dat niet erg want zij hebben hun geld toch al binnen. Voor de consumenten is dat iets minder leuk want als zij zich niet haasten, zijn zij hun geld kwijt. Je zou dit een vorm van georganiseerde oplichting of diefstal kunnen noemen. Maar dat is uiteraard niet de zorg van de heren en dames van het Handelsdistrict. Het is ook helemaal niet duidelijk wat er gebeurt met het geld van die niet-geïncasseerde en vervallen cadeaubonnen. Op een kritische vraag van een journalist moeten wij in dit verband niet rekenen, vrees ik.

Niettegenstaande alle kritiek op het systeem van cadeaubonnen houdt het Handelsdistrict – uit conservatisme of dwaasheid, dat is niet duidelijk – krampachtig vast aan de Kortrijkse variant. Enkel de vorm veranderde. Een papieren bon werd een plastic kaartje. Hallelujah! Hoe innovatief! De modale consument heeft ondertussen een tweede of derde portefeuille nodig om al die badges, klanten- en betaalkaarten in op te bergen. Ring Shopping Noord heeft trouwens al 2 jaar dergelijke betaalkaarten in gebruik. Meer dan oude wijn in nieuwe zakken is die Kortrijkse cadeaubon dus niet. Daarnaast kunnen we enkel vaststellen dat de (lokale) pers niets meer is dan de kruiwagen van het beleid. Bedroevend.

(1) http://www.hln.be/regio/nieuws-uit-kortrijk/cadeaubon-werkt-als-betaalkaart-a2154731/

(2) http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20141216_01433226

(3) http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20131206_00875211

(4) http://weekend.knack.be/lifestyle/radar/cadeaubon-moet-onderdoen-voor-cash-geld/article-normal-491231.html

Ze leren het nooit.

Posted in Cijfers en Letters., Het Gouden Kalf, Persweeën., Vlugschriften with tags , , on 10/11/2014 by Pär Ongeluck
Journalisten en cijfers, het wordt nooit wat, vrees ik. Is het een aangeboren afwijking, pure luiheid of onversneden domheid? Ik zou het niet weten. Wellicht is het een ongelukkige combinatie van al deze factoren. In Het Laatste Nieuws van 7 november illustreert JME dat nog maar eens met zijn artikeltje over de werkloosheidsgraad in deze streek (1).

Heel verrassend: de cijfers in het tabelletje van JME kloppen. Dat is al een hele vooruitgang. Zelfs een heuse revolutie in het Kortrijkse journalistieke bedrijf, waar correct overschrijven of citeren niet meteen tot de basisvaardigheden behoort. Het is toch al iets. Maar ruim onvoldoende want van de rest van het artikel klopt bijna niets meer.

JME titelt: ‘Kortrijk en Spiere-Helkijn hebben hoogste werkloosheidsgraad’. Dat durft JME dus te schrijven terwijl de tabel voor zijn neus ligt! De hoogste werkloosheidsgraad vind je namelijk niet in Kortrijk (8,04%) en Spiere-Helkijn (8,24%) maar in Menen (9,11%) en Spiere-Helkijn. Kortrijk vervolledigt dit trieste podium met een derde plaats. 

Bij de uitleg over de werkloosheidsgraad gaat JME (weer) volledig de mist in. Volgens hem – of haar, dat is niet duidelijk – is de werkloosheidsgraad ‘het aantal mensen dat werkloos is in verhouding tot het aantal mensen dat wel werkt’. Dat is, helaas voor JME, niet de definitie die zijn bron (de VDAB) hanteert. Als JME een heel klein beetje moeite had gedaan – ik besef: voor journalisten een zware, zo niet onmogelijke opgave – dan had hij geweten dat de werkloosheidsgraad de verhouding is tussen het aantal niet werkende werkzoekenden tussen 18 en 65 jaar en de beroepsbevolking tussen 18 en 65 jaar. Dat is iets totaal anders, maar ik betwijfel of de journalist dat wel snapt.

Ik vraag mij ook af waarom men in het artikel de werkloosheidsgraad van oktober 2014 vergelijkt met de situatie in oktober 2008. Misschien omdat toen de wereldwijde financiële zeepbel uiteenspatte? Dat lijkt mij een plausibele uitleg. Waarschijnlijk weet de steller van het artikel echter niet eens waarom; hij schreef namelijk gewoon over wat de VDAB hem opstuurde. Nadenken doet te veel pijn, wellicht. Wat is trouwens de waarde van de vaststelling dat de werkloosheidsgraad overal in Vlaanderen overal gestegen is als je daar verder niets mee doet en geen bedenkingen bij maakt? Wat Kortrijk en omstreken betreft is het bijvoorbeeld veel interessanter om, in plaats van oktober 2008, een ander, historisch ijkpunt als maatstaf te nemen: de opening van het binnenstedelijk winkelcentrum in Kortrijk, het Gouden Kalf. Initiatiefnemers en hun politieke loopjongens (van ieder kleur!) beloofden aanvankelijk dat het Gouden Kalf voor meer dan 1100 bijkomende jobs zou zorgen. Vlak voor de opening was dat al gereduceerd tot 800 voltijdse en deeltijdse jobs, samen. Ik vermoed dat het er uiteindelijk zelfs geen 600 zijn. En, afgaande op de evolutie van de werkloosheid – in absolute cijfers en in werkloosheidsgraden – en de vergelijking met andere streken waar men de zegeningen van het Gouden Kalf niet mocht ervaren, mogen we zelfs besluiten dat het Gouden Kalf voor geen enkele bijkomende job heeft gezorgd. Maar dat durft natuurlijk geen enkele journalist te schrijven.

(1)  http://www.hln.be/regio/nieuws-uit-kortrijk/kortrijk-en-spiere-helkijn-hebben-hoogste-werkloosheidsgraad-a2114223/