Archief voor juni, 2010

Niet mooi, wel meedogenloos.

Posted in Het Gouden Kalf, writers blog on 27/06/2010 by Pär Ongeluck

Over smaak valt niet te twisten, zegt men. Ik kan dus zonder problemen stellen dat ik het Gouden Kalf lelijk vind. Meer dan een aangeklede paardenstal is het in mijn ogen niet. Sommigen vinden deze Disney-architectuur mooi, maar ik dus niet. Dat is mijn goed recht, meen ik. Verder wil ik daar nu geen woorden aan verspillen. Misschien later. Waar ik mij zorgen over maak is het leugenachtige verhaal dat rond dit winkelcentrum wordt opgehangen. Over het aantal bezoekers bijvoorbeeld. Tot nu toe is men nog geen enkele keer met objectieve, controleerbare cijfers op de proppen gekomen. Gissingen en nattevingerwerk meer dan voldoende maar exacte cijfers? Ho, maar! Niemand ook van die zogezegde vierde macht – de pers – die het aandurft om die dingen zelfs maar in vraag te stellen. Maar eigenlijk maak ik mij over die bezoekersaantallen weinig zorgen. Het is niets meer dan een zielige leugen die, mettertijd, zichzelf wel zal ontkrachten en waar het Gouden Kalf zelf het eerste slachtoffer van zal worden. Waar ik mij meer zorgen over maak is de tewerkstelling die zogezegd door dit nieuwe winkelcentrum zou gegenereerd worden. Ik heb in deze bladzijden al eerder geschreven dat, op het vlak van jobcreatie, eind februari als ijkpunt voor het Gouden Kalf moet genomen worden. Ter herinnering nog eens de werkloosheidscijfers zoals die door VDAB werden verzameld.

Eind februari waren er in het arrondissement Kortrijk 8522 werkzoekenden. De werkloosheidsgraad bedroeg toen 6,44%. Om een idee te krijgen van hoe Kortrijk zich verhoudt tot de rest van de provincie is het zinvol om ook de cijfers van de andere arrondissementen eens te bekijken.

februari Kortrijk Roeselare Tielt Ieper Diksmuide Veurne Oostende Brugge
absoluut 8522 3444 1749 2950 1079 1773 5977 7557
graad 6,44 5,00 4,01 5,97 4,61 7,39 9,14 5,85

Eerste vaststelling: het nijvere Kortrijk doet het niet zo schitterend als men altijd wil doen geloven. Enkel in de kustarrondissementen Oostende en Veurne gaat het nog slechter dan in Kortrijk. Om een beetje een correct beeld te krijgen, de bovenstaande tabel aangevuld met de werkloosheidscijfers van begin januari en augustus van de voorgaande jaren.

Kortrijk Roeselare Tielt Ieper Diksmuide Veurne Oostende Brugge
01/2007 7560 3056 1589 2668 1047 1826 5409 7180
08/2007 8311 3449 1867 2912 1113 1514 4937 7121
01/2008 6715 2713 1390 2377 921 1564 4907 6247
08/2008 7683 3237 1670 2802 1043 1447 4719 6625
01/2009 7119 2849 1501 2536 983 1646 5079 6403
08/2009 9436 3980 2087 3271 1265 1650 5759 7556
01/2010 8886 3615 1814 3016 1176 1995 6104 7806
02/2010 8522 3444 1749 2950 1079 1865 5977 7557
05/2010 7697 3031 1514 2614 963 1505 5382 6565
verschil +137 -25 -75 -54 -84 -321 -27 -615
% +1,81 -0,81 -4,71 -2,02 -8,02 -17,57 -0,49 -8,56

Over de jaren heen doet het arrondissement Kortrijk het dus zeker niet goed. Kortrijk is zelfs het enige arrondissement waar sinds eind 2006 de werkloosheid nog gestegen is. In alle andere arrondissementen daalde de werkloosheid.

Om een idee te krijgen van het effect van het Gouden Kalf op de werkloosheid – en dus ook een idee van eventuele BIJKOMENDE arbeidsplaatsen – vergelijken we de cijfers van mei met die van februari. In tabelvorm ziet dat er zo uit:

Kortrijk Roeselare Tielt Ieper Diksmuide Veurne Oostende Brugge
02/2010 8522 3444 1749 2950 1079 1865 5977 7557
05/2010 7697 3031 1514 2614 963 1505 5382 6565
verschil -825 -431 -235 -336 -116 -360 -595 -992
% -9,68 -12,51 -13,43 -11,38 -10,75 -19,30 -9,95 -13,12

Sedert de opening van het Gouden Kalf zijn er 825 werklozen minder in het arrondissement Kortrijk. Dat is zo ongeveer wat de initiatiefnemers beloofden aan BIJKOMENDE arbeidsplaatsen. ALS het Gouden Kalf de beloften waarmaakt dan zou dat zeker merkbaar moeten zijn in de werkloosheidscijfers. Daarom is het interessant te vergelijken met arrondissementen waar geen winkelcentrum werd geopend. Dat zijn alle andere arrondissementen in de provincie. Geen B in Brugge, geen O in Oostende, geen V in Veurne, enzoverder, dus. Merkwaardig genoeg is de daling van de werkloosheid relatief gezien echter het laagst van allemaal in het arrondissement Kortrijk! Dit laat vermoeden dat er helemaal geen sprake is van een Gouden Kalf-effect op de tewerkstelling. Als men wat doordenkt is dat ook logisch. De markt voor goederen die in het Gouden Kalf verkocht worden is beperkt en vrij constant (ongeveer 10% van de bestedingen). Het winkelaanbod op één plaats verhogen – en dus ook de tewerkstelling – leidt dan ook automatisch tot een vermindering van het aanbod – en de tewerkstelling – op een andere plaats. De initiatiefnemers van het Gouden Kalf hebben dat waarschijnlijk altijd geweten. Toch slaagden ze erin zowat alle betrokken groepen van het belang van hun project te overtuigen… De vakbonden werden gepaaid met de ‘meer dan duizend voltijdse equivalenten’ en de middenstanders verblind met het nooit of nergens bewezen ‘hefboomeffect’. Dat zegt veel over die drukkingsgroepen. Ik kan mij echter moeilijk voorstellen dat ze dat alles NIET wisten in vakbonden en middenstandsorganisaties, wat het hele verhaal een ronduit cynische ondertoon geeft…..

Advertenties

Bloggerdebloggerdeblog.

Posted in Persweeën., writers blog on 24/06/2010 by Pär Ongeluck

Op de blog van Het Nieuwsblad van vandaag (24/06/2010) staat een interessant artikel. Dat gebeurt niet zo veel maar als als het zo is dan vermelden we dat ook. Het artikel dat ik bedoel gaat deze keer niet over Kortrijk maar over Waregem. In essentie zelfs niet over Waregem maar over een maatschappelijk fenomeen: bloggen. Niet zomaar een blog maar een blog die de plaatselijke (politieke) actualiteit belicht. Meer in het bijzonder de Waregemse blog van Leo Vangaever (http://leovangaever.wordpress.com/). (De link op de blog van Het Nieuwsblad is niet helemaal juist, o wonder!) Blijkbaar is er in Waregemse politieke kringen enige consternatie ontstaan naar aanleiding van een artikel op die blog van Leo over het hoe en waarom van de verhuis van Sofie Staelraeve (OpenVLD) van Kuurne naar Waregem. Dat zorgde in die middens voor nogal wat opschudding. Politici hebben nu eenmaal niet graag pottenkijkers als Leo en kunnen doorgaans moeilijk met kritiek om. Dat is in Waregem niet anders dan in Kortrijk. Waarom is dat artikel over die Waregemse blogger nu zo interessant?

Dit artikel is vooral boeiend omdat de journalist van Het Nieuwsblad hiermee toch al het bestaan van blogs erkent. Hij doet wel nog heel geringschattend over die blog van Leo Vangaever – Vermoere schrijft dat die “tot dan toe amper bekendheid genoot in Waregem”. Egotripper Vermoere bedoelt dat HIJ die blog van Leo niet kende en veralgemeent zijn eigen beperkt zicht op de realiteit al te makkelijk tot heel Waregem – maar het is toch een erkenning. De vraag die bij Vermoere niet opkomt is evenwel: waarom bestaan blogs zoals die van Leo Vangaever eigenlijk? Het antwoord op die vraag is voor de hand liggend eenvoudig: op een bepaald ogenblik komt de burger tot de onthutsende vaststelling dat de pers, die zichzelf graag als waakhond van de democratie ziet, helemaal haar werk niet doet. De pers, die wordt verondersteld te onderzoeken, te informeren en te duiden schiet op ieder terrein schromelijk tekort. Zowel op het vlak van snelheid als inhoudelijk. Dat gaat van de keuze van de onderwerpen (die nooit worden uitgediept) over ‘vergeten’ om belangrijke feiten te vermelden tot moedwillig de realiteit verdraaien. De lokale pers bericht daarentegen buiten proportie veel over handtasdiefstallen, ongevallen met blikschade, overlijdens van woonachtigen, briljanten bruiloften en andere faits divers. Als er al eens over de plaatselijke politiek wordt geschreven dan gebeurt dat steevast in de trant van ‘de burgemeester zegt dit’ of de ‘schepen meent dat’. Kritische vragen worden NOOIT gesteld. Als geïnteresseerde burger met een mening (die misschien afwijkt van die van de burgemeester of schepen) had je vroeger weinig andere mogelijkheden om je ongenoegen te ventileren dan via lezersbrieven.  Die werden echter lang niet altijd gepubliceerd. Een mogelijkheid was zelf een eigen krant uitgeven maar dat was voor de meeste mensen te duur. Met de komst van internet ontstonden er voor die burgers echter ook nieuwe mogelijkheden. Zo werd het mogelijk om een eigen digitale ‘krant’ uit te geven: de weblog of blog. De reguliere pers is daar om begrijpelijke redenen niet zo blij mee. Die bloggers spelen soms sneller op de bal dan de journalisten en snoepen hen zo ‘primeurs’ af. Bovendien zijn die burgerblogs ook altijd veel grondiger en kritischer dan de lokale pers, die voor de nieuwsgaring met handen en voeten gebonden is aan plaatselijke politici en de directieven (lees: beperkingen) van de eigen hoofdredactie. Dat ‘steekt’ bij de reguliere pers. Vooral die bloggers die onder een schuilnaam opereren, zoals Leo Vangaever, vormen een doorn in het oog van journalisten van het genre Vermoere en politici. In Waregem gaat het zelfs zo ver dat de ene politicus de andere beschuldigt van achter Leo Vangaever schuil te gaan! Maar waarom heeft men het toch zo moeilijk met die schuilnaambloggers? Vermoere heeft het al ‘laf’ genoemd. En een ‘gebrek aan moed’. De vraag is echter wat een naam zou veranderen. Voor het discours van de blogger eigenlijk niets. Voor sommige lezers blijkbaar alles. Voor de blogger die onder een schuilnaam schrijft heeft dat pseudoniem in ieder geval het niet te schatten voordeel dat hij geen energie moet stoppen in het afweren van slagen onder de gordel en persoonlijke aanvallen die lieden als Vermoere en anderen hem maar wat graag zouden toedienen. Op die manier kan hij zich volledig concentreren op het inhoudelijke en vermijdt hij discussies die niets met de zaak te maken hebben. Wegens gebrek aan een duidelijke ‘vijand’ moet de discussie wel op inhoudelijk vlak gebeuren en dat ligt heel erg moeilijk bij sommige mensen. Vanuit dat standpunt krijgt de roep naar het kennen van de echte identiteit van de blogger die achter het pseudoniem schuilgaat zelfs iets ongezond pervers. Eigenlijk wil dat soort mensen uiteindelijk niets liever dan de blogger uitschakelen. Tot hun grote frustratie verhindert die schuilnaam hen dat, wat hen razend maakt en ervoor zorgt dat ze – uit onmacht – met minder fraaie adjectieven in de richting van de blogger gooien. De houding die pers en politici in Waregem tegenover Leo Vangaever aannemen versterkt mij enkel in mijn overtuiging dat het veiliger is om mijn schuilnaam aan te houden.

Openbaarheid van bestuur.

Posted in Vlugschriften on 22/06/2010 by Pär Ongeluck

‘Hier vind je wekelijks de agenda van de komende zitting van het college van burgemeester en schepenen. De recentste agenda is pas vanaf vrijdagnamiddag vóór de zitting op woensdag beschikbaar.’

Zo staat het toch op de website van de stad Kortrijk te lezen. Vandaag, dinsdag 22 juni 2010, staat er in ieder geval nog altijd geen agenda, ja, zelfs geen datum van het college van burgemeester en schepenen op de webstek. Een vergetelheidje? Of is er misschien geen CBS deze week?

Persweeën.

Posted in Brood en spelen, Persweeën., writers blog on 21/06/2010 by Pär Ongeluck
Ik heb mij op deze blog al vaak mateloos geërgerd aan de kwaliteit – of juist het gebrek eraan – van de lokale pers. De pers heeft, grof gesteld, drie opdrachten: informeren, onderzoeken en duiden. Dit vergt een zekere mate van onafhankelijkheid van de journalist. Naast een onafhankelijkheid van denken ook een grote mate van zelfwerkzaamheid en een kritische houding ten opzichte van de bronnen die men gebruikt. Op dat vlak scoort de lokale pers meer dan ondermaats. Ter illustratie nog twee voorbeelden van artikeltjes die vorige week in Het Nieuwsblad verschenen. Toevallig zijn het twee artikeltjes van Freddy Vermoere  maar dat doet er eigenlijk niet zoveel toe. Die twee artikels zijn gewoon exemplarisch voor het geheel van de lokale pers.

VOETBALCOMMENTAAR.

Freddy Vermoere is regioreporter voor Het Nieuwsblad en staat in de pikorde dus nog een schop hoger geklasseerd dan de doordeweekse reporter-loopjongens genre Kris Vanhee en consoorten. Vermoere schrijft tegenwoordig op onregelmatige tijdstippen ook een opiniestuk waarin hij een poging doet om het dagelijkse nieuws wat te overstijgen. Vorige week had hij het in zijn commentaarstuk bvb. over de verkiezingsuitslagen. En gisteren pleegde hij dan een zoveelste artikel over de perikelen tussen het stadsbestuur en CVBA Kortrijk Voetbalt. Het stukje is getiteld ‘Oorlog en Vrede’, naar de roman van Leo Tolstoj. Voor een goed begrip: afgezien van de titel is er verder inhoudelijk, vormelijk en literair, geen enkel verband. Maar dat zal de lezer niet verbazen. Volgens Vermoere ‘begon het allemaal met de beslissing van het hoofdbestuur van KVK om het jeugdbestuur op de keien te zetten. Daarna veegde schepen van Sport Stefaan Bral – om die reden – het hoofdbestuur de mantel uit. KVK-voorzitter Joseph Allijns pikte dat niet en dreigde op zijn beurt met juridische stappen tegen schepen Bral. En in een voorlopig laatste episode dreigt het jeugdbestuur met een rechtszaak tegen KVK.’ Tot zover de uiteenzetting van de feiten volgens Vermoere. Wie dacht van in een ‘commentaarstuk’  bij dit feitenrelaas enig commentaar of een analyse te vinden is bij Vermoere aan het verkeerde adres want ‘tijd voor uitgebreide analyses zijn (sic!) er niet meer. Dat beseft ook de Kortrijkse burgemeester Lieven Lybeer die het dossier naar zich toe trok en een ultieme onderhandelingsronde is gestart met voorzitter Allijns. Hij staat wel voor een bijzonder moeilijke opdracht: KVK weer binnen de lijntjes laten kleuren. Eigenlijk moet hij voor het onmogelijke zorgen en jeugd- en hoofdbestuur weer rond de tafel krijgen. Slaagt hij daar niet in, dan zal dit gevaarlijke conflict blijven smeulen en kan dit de toekomst van KVK torpederen. En het laatste wat de stad Kortrijk wel wil, is ‘zijn’ voetbalclub weer zien degraderen.’ Tja… ik dacht dat zo’n commentaarstuk juist de geëigende plaats was om eens dieper op de zaken in te gaan en een uitgebreide analyse te maken. Niet, dus. Waarom het stuk dan ‘commentaarstuk’ heet is mij een compleet raadsel.

Vermoere werpt in zijn ‘commentaarstuk’ wel een aantal vragen op maar geeft nergens antwoorden. In een café-filosofische bui vraagt hij zich af: ‘Wat is er eigenlijk aan de hand? Zijn het de groeipijnen van een prille eersteklasser? Hebben de schitterende sportieve resultaten van het afgelopen seizoen het hoofdbestuur overmoedig gemaakt tegenover het jeugdbestuur? Of heeft het toch in hoofdzaak te maken met Jean-Marc Degrijse, de hoofdaandeelhouder van KVK van wie iedereen zegt dat hij en hij alleen de lakens uitdeelt in de club.’

In een commentaarstuk zou je verwachten dat de schrijver zich eerder fundamentele vragen stelt als: moet een stadsbestuur een commerciële onderneming als CVBA Kortrijk Voetbalt wel subsidiëren? Waarom koppelt het stadsbestuur subsidies aan de jeugd van KVK niet volledig los van subsidies aan CVBA Kortrijk Voetbalt? Of ook: zijn contracten tussen twee partijen waarbij prestaties tegenover derden geëist worden niet op voorhand gedoemd om te mislukken? Zitten klunzen die zo’n idiote contracten afsluiten eigenlijk wel op hun plaats gezien hun klaarblijkelijk onvermogen om deftige, uitvoerbare afspraken te maken? Waarom wordt het bestaande contract tussen CVBA Kortrijk Voetbalt en het stadsbestuur niet gewoon uitgevoerd? Is dit gestuntel en gesjoemel niet typerend voor zowel dit gemeentebestuur als voor CVBA Kortrijk Voetbalt? Dàt zijn de vragen die in een commentaarstuk thuishoren. De feiten van de laatste weken vormen een meer dan afdoende antwoord op al deze vragen. Alleen weigert men in de krant de juiste vragen te stellen en de voor de hand liggende antwoorden te geven.

NIEUWSBLADCENSUUR.

Het tweede artikel dat hier ter illustratie dient, schreef Vermoere vorige week vrijdag en gaat over de schrijnende situatie van Mevrouw Thijs die zich omwille van gezondheidsproblemen gedwongen ziet haar huis te verkopen. Omdat het een sociale woning betreft kan dat echter niet zomaar. Mevrouw Thijs moet de huisvestingsmaatschappij 57.000 euro betalen als ze haar huis wil verkopen. Vermoere – die, net als Lybeer, van opleiding sociaal assistent is. Misschien zelfs in hetzelfde jaar zat – Vermoere, dus, voelt zich op dat ogenblik geroepen om deze ‘wantoestand’ aan te klagen. Dat is zijn goed recht, natuurlijk. Alleen laat hij in zijn artikel na om de volledige toedracht van de feiten te schetsen. Het verhaal dat hij ophangt is erg eenzijdig gekleurd: enkel de opinie van de ‘gedupeerde’ komt aan bod. Omdat het verhaal van mevrouw Thijs mij wel intrigeerde – die 57.000 euro ‘boete’ lijkt mij ook niet niks – zocht ik zelf één en ander op en stuurde mijn reactie door. Die werd aanvankelijk ook gepubliceerd maar enkele uren later alweer verwijderd. Voor de volledigheid publiceer ik hier nog eens mijn reactie, zoals die op de blog van Het Nieuwsblad op 19 juni verscheen:

‘Als ik het goed begrepen heb werd de woning in 2006 door mevrouw Thijs gekocht voor 172.909 euro en wil zij die nu verkopen voor ongeveer 200.000 euro. In de veronderstelling dat dit juist is dan zou zij bij die verkoop ongeveer 30.000 euro winst boeken. Daar zijn sociale woningen echter niet voor gebouwd. Het is de bedoeling van sociale huisvestingsmaatschappijen om minder gefortuneerden de kans te geven een woning te verwerven. Daarom wordt de aankoopprijs van een sociale woning – door de investering van de overheid – kunstmatig laag gehouden. Zo bedroeg de werkelijke waarde van die woning op het ogenblik van de aankoop misschien wel 220.000 euro of meer. Eén van de voorwaarden voor de verwerving van een woning aan zo’n verlaagde prijs is wel dat men de sociale woning 20 jaar persoonlijk blijft bewonen. Die voorwaarde dient juist om speculatie te voorkomen. Als men de woning toch vroeger verlaat, dan betaalt men die “niet afgeschreven overheidsinvestering” terug aan de sociale huisvestingsmaatschappij. De sociale huisvestingsmaatschappij heeft ook een recht van voorkoop. Wat en hoeveel er moet terugbetaald worden staat allemaal duidelijk omschreven in het koopcontract dat in 2006 werd afgesloten. De huisvestingsmaatschappij handelt in dit geval dus volkomen wettelijk. In het geval van mevrouw Thijs zou die “niet afgeschreven overheidsinvestering” – in het artikel noemt de journalist het een boete –  57.000 euro bedragen. Als de woning verkocht wordt voor 200.000 euro dan krijgt zij geen 200.000 euro maar 143.000 euro omdat zij meteen al 57.000 euro aan de sociale huisvestingsmaatschappij moet afgeven. Dat is uiteraard minder dan de 172.909 euro die zij in 2006 betaalde. Om precies te zijn 29.909 euro minder. Wat in dit hele verhaal echter wordt vergeten is dat men ook vijf jaar in dat huis gewoond heeft en dat het niet de bedoeling is dat men winst maakt op de woning die men onder bepaalde voorwaarden aan een verlaagde prijs heeft kunnen verwerven. De markt van sociale woningen is nu eenmaal niet dezelfde als de particuliere woningmarkt. Die 29.909 euro die mevrouw Thijs bij de verkoop verliest wordt door de huisvestingsmaatschappij een beetje gezien als de huur van vijf jaar. Dat is ongeveer 500 euro per maand. Ik weet niet waar je een dergelijke woning voor 500 euro kunt huren.

Indien men wegens dwingende omstandigheden de woning echter niet langer kan bewonen, kan de huisvestingsmaatschappij uitzonderlijk toch een afwijking toestaan op de terugbetaling van die niet-afgeschreven overheidsinvestering. Dat kan gaan van een vermindering tot een kwijtschelding. Ik vermoed dat mevrouw Thijs zich wel in een dergelijke situatie bevindt. Als de plaatselijke huisvestingsmaatschappij het been stijf houdt kan zij zich altijd nog tot de VMSW – de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen – wenden. Die huist in de Koloniënstraat 40 te 1000 Brussel. Bij de cel Onroerende Transancties van de VMSW kan ze bij Marc Bernaert terecht op het nummer 02 505 42 87 voor vragen in verband met voorkooprecht.’

Waarom mijn reactie werd verwijderd begrijp ik nog altijd niet. Was mijn reactie ‘beledigend’? Ik dacht van niet. Was mijn reactie ‘ongepast’? Ook hier meen ik ontkennend op te kunnen antwoorden. (Eigenlijk zijn die adjectieven meer van toepassing op het artikel zelf dan op mijn reactie, maar soit.) Waarom censureert – want een ander woord is er niet – Het Nieuwsblad mijn reactie dan wel? Omdat op basis van mijn reactie overduidelijk blijkt dat de journalist maar half werk verrichtte? Omdat door mijn reactie pijnlijk duidelijk wordt dat de journalist voor de zoveelste keer naliet zijn bronnen te checken? Hij verzuimde bvb. om uit te zoeken hoe het nu precies in elkaar steekt met die zogezegde ‘boete’. Hij kadert het hele verhaal ook niet in de bredere, maatschappelijke context. Ook al eindigt hij zijn stukje wel met ‘bij de sociale huisvestingsmaatschappij wil directeur Dries Cuvelier amper iets kwijt over het dossier. ‘Nee, ik ga me hier niet over uitspreken. Ik kan alleen maar zeggen dat we handelen naar de wet.’ Dit is vanwege de journalist wel een erg makkelijke manier om zich er vanaf te maken. Vermoere had ook zelf op onderzoek kunnen trekken om te weten hoe de vork nu precies aan de  steel zat met die 57.000 euro, maar dat deed hij niet. Dat is slechte journalistiek en hij bewijst er de betrokkenen zeker ook geen dienst mee. Integendeel, zelfs. Dit kan ik met de beste wil van de wereld dan ook geen ernstige journalistiek noemen. Meer zelfs: de journalist schreef een artikel ter meerdere eer en glorie van zichzelf – zie toch eens hoe sociaal bewogen ik ben! – waarbij hij de ellende van mensen schaamteloos uitbuit. Bovendien rammelt zijn artikel ook nog eens langs alle kanten van de onvolledigheid en onjuistheden.

De journalist slaagt ook in dit artikel weer niet in zijn informatieve opdracht, verwaarloosde zijn onderzoeksopdracht en faalde overduidelijk in zijn duidingsopdracht. Een ferme buis over de hele lijn, dus. En dan zwijg ik nog over het weinig democratisch gehalte van de krant waarbij reacties zonder enige motivering worden gecensureerd of zelfs verwijderd. De pers op zijn smalst.

Commentaarstemmen.

Posted in Kortrijkse zendelingen, Persweeën., writers blog on 18/06/2010 by Pär Ongeluck

In navolging van Hugo Camps, Liesbeth Van Impe, Luc Van der Kelen en andere Yves Desmets hebben we nu ook een plaatselijk columnist: Freddy Vermoere. Sedert enige tijd verzorgt hij een regionaal commentaarstuk waarin hij een ‘kritisch’ licht over het politieke reilen en zeilen van Kortrijk en omstreken laat schijnen. Uiteraard vormden de verkiezingen van vorige zondag voor hem een uitgelezen gelegenheid om nog eens in de pen te klimmen. Onder de titel ‘Ons kent ons’ verzamelde Vermoere wat reacties van plaatselijke politici op de verkiezingsuitslag van zondag. Waar die titel voor staat is bij de aanvang niet meteen duidelijk. Dat komt pas op het einde.

Volgens regionaal columnist Vermoere viel het zondagavond, in de WTV-studio’s, op dat Stefaan De Clerck openlijk avances richting N-VA maakte. Wat mij echter vooral verwonderde was de AFWEZIGHEID van De Clerck op het hoofdkwartier van de CD&V in Brussel. De andere CD&V-excellenties waren daar wèl. Blijkbaar wilde hij vooral niet met de andere losers worden geassocieerd en verkoos hij daarom de veiligwarme gloed van de schijnwerpers van de regionale televisie boven de scherpe, donkere schaduwen die de camera’s van de nationale pers afwerpen. Het toont ook aan hoe provinciaals deze klerk van justitie wel is. Echt grote politici herken je best in de nederlaag. De klerk van justitie heeft nog niet eens door dat hij een nederlaag lijdt en wauwelt dat ‘CD&V, samen met N-VA, een belangrijke grondstroom vertegenwoordigt in Vlaanderen’. Tja… Dat hij de avond van de verkiezingen zelf al zijn broek tot op de enkels laat zakken om zich door de N-VA te laten naaien is ook zo typerend voor De Clerck. Dat openlijk tongdraaien met de overwinnaar van de dag valt onder de noemer ‘politieke prostitutie’ en is tactisch een zoveelste blunder. Een blunder die hem, samen met zijn schitterende afwezigheid op het het hoofdkwartier van de partij, zeker niet in dank wordt afgenomen.

‘Of De Clerck minister kan blijven, is evenwel een vraag die nu nog niet te beantwoorden is, ook al was zijn persoonlijke score vrij goed met bijna 44.000 voorkeurstemmen.’, vraagt Vermoere zich af. Alsof het aantal voorkeurstemmen daar iets mee te maken heeft! Het is trouwens maar zeer de vraag of de passage van De Clerck als minister zo’n succes was dat het een vervolg verantwoordt. 43946 voorkeurstemmen is nu ook niet zo verschrikkelijk goed als je weet dat diezelfde man in 2007 nog 54968 en in 2003 zelfs 98671 kiezers wist te verleiden. In dat perspectief heeft De Clerck meer dan genoeg redenen om zich vragen te stellen over zijn politieke toekomst. De resultaten in het eigen kanton zijn al even sprekend: in 2003 haalde De Clerck in het kanton Kortrijk nog 15378 voorkeurstemmen, in 2007 was dat al gezakt tot 11110 en zondag bereikte hij een voorlopig dieptepunt met 8194 voorkeurstemmen. Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 haalde De Clerck in ‘zijn’ Kortrijk alleen al nog 8634 stemmen. Nu zijn er in heel het kanton Kortrijk nog maar 8194 mensen overtuigd van ’s mans kunnen. Het lijkt er dan ook sterk op dat hij aan zijn zwanenzang bezig is. Zijn ministerportefeuille heeft zijn populariteit in ieder geval ook geen goed gedaan en het zou voor de CD&V wel eens politieke zelfmoord kunnen zijn om De Clerck opnieuw aan een ministerpostje te helpen. ALS CD&V tot regeringsdeelname wordt uitgenodigd, uiteraard. Een zitje in de gemeenteraad van een provinciestadje is waarschijnlijk nog het hoogst haalbare voor deze parvenu op zijn retour. Misschien kan hij maar beter de eer aan zichzelf houden en op zichzelf toepassen waar hij vanaf die talloze verkiezingsaffiches toe opriep: verder vernieuwen.

Vermoere eindigt zijn commentaarstuk – dat enkel in de Zuid-West-Vlaamse editie verschijnt, niet in de editie Roeselare-Izegem! – met een sneer in de richting van N-VA. Hij neemt het de N-VA bijna kwalijk dat er op de Kamerlijst van de N-VA pas op de negende plaats een streekgenoot (lees: Kortrijkenaar) te vinden was. En eerste opvolger was dan ook nog eens een Izegemnaar! Het lef, zeg!  Het is Vermoere blijkbaar ontgaan dat N-VA in Kortrijk geen echt stemmenkanon heeft dat met De Clerck en Van Quickenborne kan concurreren en dat Izegemnaar Bert Maertens als eerste opvolger toch behoorlijk wat stemmen binnenhaalde. In het kanton Kortrijk zelfs slechts 100 stemmen minder dan de kandidaat van Kortrijk zelf. Bert Maertens als eerste opvolger was vanuit electoraal standpunt dan ook een uitstekende keuze. ‘Ons kent ons, het is ook N-VA niet geheel onbekend’, besluit Vermoere kleinzerig. Waarmee hij vooral aantoont dat hij er geen bal van heeft begrepen.

Ook de éminence grise van de Kortrijkse politieke verslaggevers, de onvolprezen Kris Vanhee, doet, in een ander artikel, een duit in het zakje. Voor hem zijn die verkiezingen nog altijd een strijd tussen regio’s en stadstaten. Het Noorden van de Provincie dat in een bloedstollend steekspel de ridder uit het Zuiden van zijn paard heeft getild of iets in die aard. Volgens Vanhee hield ‘CD&V goed stand in de provincie en maakt dat de kansen op een ministerschap voor Stefaan De Clerck groter.’ Dat zal dan vooral wishful thinking zijn. Zijn stemmenaantal verantwoordt dit nu eenmaal niet. Als De Clerck al minister van justitie wordt dan zal het zijn omdat niemand anders die portefeuille wilde; er valt toch geen eer mee te halen met dat departement. Je moet ook stekeblind zijn om niet te zien dat je verkiezing na verkiezing stemmen verliest. De Clerck is niet blind en toch ziet hij van deze uitslag uitsluitend de zonnige kant: ik ben de primus in het kanton Kortrijk. Hallelujah! De Clerck is ook de plezantste thuis. Verwacht van Vanhee (of eender welke plaatselijke journalist) niet dat hij De Clerck eens met de naakte waarheid confronteert. Vanhee kent de cijfers niet eens en zelfs als hij ze kende dan zweeg hij en deed het uit pure kruiperigheid in zijn broek.

Over het lot van opvolger Roel Deseyn weet De Clerck het volgende te vertellen: ‘Roel Deseyn moet als eerste opvolger wachten tot één van de verkozenen zijn ambt doorschuift. Als een partijgenoot in West-Vlaanderen minister wordt, is hij er dus bij.’ Als dit een letterlijke weergave is van wat De Clerck gezegd heeft – ik neem aan van wel want tenslotte plaatste Vanhee het tussen aanhalingstekens – dan moet er dringend iemand De Clerck de structuur van dit land gaan uitleggen. Er is namelijk nog nooit een partijgenoot IN West-Vlaanderen minister geworden. West-Vlaanderen heeft geen ministers. Er kan hoogstens eens iemand UIT West-Vlaanderen minister worden. Hoogstwaarschijnlijk zal dat niet nog eens iemand zijn die zo onzorgvuldig met taal omspringt als vaagtaalspreker De Clerck. Wie het verschil niet kent tussen ‘in’ en ‘uit’ verdient het trouwens niet om minister te worden. Vreemd genoeg is deze man zelfs geschoold in het lezen en toepassen van kleine lettertjes. Wat natuurlijk ook wel één en ander zegt over het bedroevende niveau van ons onderwijs. Maar misschien citeerde Vanhee de minister wel verkeerd. Ook dat is heel plausibel. In dat geval moet diezelfde iemand Vanhee maar eens de staatsstructuur uit de doeken doen. Of, als het een loutere taalfout betreft, moet de hoofdredacteur van de krant Vanhee toch eens wat taaltips geven. Of nee, geef hem maar meteen de hele schrijfcursus.

Het is nog maar eens pijnlijk duidelijk geworden dat er aan De Clerck ook geen groot politiek strateeg is verloren gegaan. Zijn ‘analyse’ van de politieke situatie luidt, volgens een ijverig noterende Vanhee:  ‘Als je ziet hoe N-VA nu de steun vraagt van de Vlaamse partijen, dan hadden CD&V en Open VLD misschien beter samen de stekker uit de regering getrokken. Terwijl wij schade leden, werd het bedje voor N-VA gespreid. De hamvraag blijft: wat wilde Open VLD eigenlijk bereiken? Ik vermoed dat ze uit de regering wilden stappen en met een jonge groep wilden doorgaan. Ze veroorzaakten wel een neveneffect dat nationalistisch kleurt’. Kortzichtigheid kent blijkbaar geen grenzen. N-VA is NIET zo sterk geworden omdat OpenVLD een paar maand geleden de stekker uit de regering heeft getrokken. N-VA is zo groot geworden omwille van het geklungel, de besluiteloosheid, het gebrek aan daadkracht en politieke moed van de voltallige regering, jaren aan een stuk. De opdonder zou voor de CD&V even groot geweest zijn als ze samen met de OpenVLD was opgestapt. Of misschien zelfs nog groter want CD&V was de partij die beweerde dat het maar 5 minuten politieke moed vergde om uit de communautaire impasse te raken. En zich vervolgens keer op keer weer in datzelfde dossier vastreed. Opgeven kon omwille van die uitspraak van Leterme gewoon niet. En dus moesten ze wel doorgaan. Graag of niet. CD&V had zichzelf veroordeeld tot blijven zitten en afwachten tot er iemand anders opgaf. Samen met de OpenVLD opstappen had de CD&V dan ook nog nog veel meer het label ‘lafaards’ opgeleverd. Maar dat kan of wil De Clerck niet inzien. Intriest, alles welbeschouwd.

Pol, toch!

Posted in Persweeën., Vlugschriften on 16/06/2010 by Pär Ongeluck

Volgens Pol Deltour, secretaris van de Vlaamse Vereniging voor Journalisten moeten journalisten hun bronnen NOG beter checken. Dat zei hij naar aanleiding van de vaststelling dat Woestijnvis er een jaar lang in slaagde de Vlaamse media voor de gek te houden met nep-onderzoeken. Pol, toch! De meeste journalisten checken hun bronnen NOOIT! Dat het een jaar duurde voor het aan het licht kwam is bijzonder schrijnend en zegt vooral heel veel over de (on)geloofwaardigheid van de pers.

Exit Wim Vanseveren.

Posted in Vlugschriften with tags , , , on 16/06/2010 by Pär Ongeluck

De zelfstandige, deeltijdse cultuurintendant van de stad Kortrijk, Wim Vanseveren, heeft ons na nog geen zes maanden en 50.000 euro alweer verlaten; de man die er, onder meer, over waken moest dat de stadsdiensten in behoorlijk Nederlands met de burger communiceren, heeft de handdoek in de ring geworpen. Volgens goed ingelichte bronnen wegens ‘onbegonnen werk’. De inkt van zijn ontslagbrief is nog niet droog of het is weeral prijs op de website van de stad Kortrijk. Alsof de duivel hemzelve ermee gemoeid is betreft het dan nog een artikeltje over cultuur. Over CK* met name.

Vanaf woensdag 23 juni stelt CK* een week lang over de middag tafels en stoelen uit op het Schouwburgplein. Onder het mom van Broodje CK* kan je er je broodje, pastabox of wokmaaltijd komen opeten, met een zomers streepje muziek tegen de achtergrond en de nagelnieuwe brochure in de hand. Bovendien kunnen geïnteresseerden in kleine groepjes aanschuiven aan tafel voor een geanimeerde presentatie van het nieuwe seizoensaanbod door één van de programmatoren. Stel zelf een groepje van minimum vijf (vrienden, collega’s, …) samen, reserveer je programmator en kom tussen woensdag 23 en woensdag 30 juni het nieuwe programma al eens uitgebreid proeven.

CK* stelt dus stoelen en stoelen uit op het Schouwburgplein. Nu is het werkwoord ‘uitstellen’ in de zin van ‘naar een later tijdstip verschuiven ‘ mij niet geheel onbekend – het wordt in politieke kringen heel dikwijls gebruikt – maar de combinatie met tafels en stoelen was mij tot nu toe volkomen vreemd. Misschien is het een cultuurfilosofische kronkel die mij boven het petje gaat. De daaropvolgende zin is zo mogelijk nog slechter dan de eerste: ‘onder het mom van Broodje CK* kan je er je broodje, pastabox of wokmaaltijd komen opeten…’ Wie met frieten, pitta, boterhammen, braadworsten enzoverder, afkomt wordt kordaat de deur gewezen, zo heb ik begrepen. Ik vraag mij trouwens af of die pastaboxen wel zo verteerbaar zijn. Die pasta misschien nog wel maar die boxen…. Ik raad het mijn kinderen ten stelligste af! Bejaarden, zwangere vrouwen en anderen ook. En is het niet juist omgekeerd: onder het mom van ‘eten moeten we toch’ over de middag een beetje cultuur meegraaien? Dat lijkt mij realistischer. Over de rest van de tekst wil ik het al niet meer hebben. Zou de steller van dat artikel overigens zelf wel verstaan wat hij daar allemaal brabbelt? Ik durf het te betwijfelen. Valt het dan niet te begrijpen, ja, zelfs toe te juichen, dat een beetje cultuurintendant in een dergelijk zwaar geval van onverbeterlijkheid de eer aan zichzelf houdt en opstapt? Ja, toch? Het ga je goed, Wim! Je was een fijn cultuurintendant!