Archief voor juli, 2011

Jonge wolven?

Posted in Het Gouden Kalf, Persweeën. with tags , , , , , , , on 30/07/2011 by Pär Ongeluck

In afwezigheid van de grote kanonnen van de plaatselijke Nieuwsbladjournalistiek, Vermoere en Vanhee, die waarschijnlijk van een welverdiende (?!?) vakantie genieten, mogen de kleine garnalen, Wouters en Vantomme, de wereld met hun scherpzinnige commentaren verblijden. Het is daarbij merkwaardig – ‘verbijsterend’ is een beter woord – vast te stellen hoezeer die jonge wolven het kritiekloos gezwets van hun ‘leermeesters’ sjabloneren.

Omdat het ondertussen alweer een week of vijf geleden was dat het Gouden Kalf nog een gratis promotiepagina in de krant kreeg, vond journaliste Evelien Vantomme het nodig om de betaalde protagonisten van het centrum van Kortrijk nog eens een forum aan te bieden. In de praktijk verloopt dat ietsje anders: de manager van het Gouden Kalf of de centrummanager belt de persjongens en -meisjes op om hen mee te delen dat hij iets te vertellen heeft dat hen wel zal interesseren en hen weinig of geen moeite kost. Vooral dat laatste is uiterst belangrijk. Vervolgens spoeden de krantenjongens en -meisjes zich, op het afgesproken tijdstip, in gestrekte draf naar de plaats van afspraak, alwaar ze ijverig noteren wat de managers uitkramen. Ten behoeve van de persjongens en -meisjes voorziet het management ook vaak in wat voorgedrukt promomateriaal, wat voor de journalist uiteraard een immense verlichting van zijn/haar werk inhoudt. Thuisgekomen volstaat het voor de scribent dan om hier en daar wat aanhalingstekens te plaatsen en het artikel is klaar voor publicatie. Kritiek- en inhoudsloos maar geen lezer die daar om maalt. Dat is in ieder geval de ‘werkwijze’ van de gevestigde waarden Vanhee of Vermoere. Maar blijkbaar ook die van newbie Vantomme. (zie http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=BR3DBHFR)

‘Nog voor het einde van de solden kunnen de Kortrijkse handelaars al terugblikken op een nog betere soldenperiode dan vorig jaar. Het winkelcentrum K deed maar liefst tien procent beter dan vorig jaar, en ook in de winkelstraten is er goed verkocht.’, schrijft Evelien. Waar zij die wetenschap vandaan heeft, vertelt ze er niet bij maar uit wat volgt, mogen we aannemen dat centrummanager Decramer haar bron is. Haar duim of grote teen is ook een mogelijkheid. In feite maakt het niet zoveel uit omdat voor die ’10 procent’ nergens door niemand bewijzen aangedragen worden. Het is blijkbaar voldoende dat Decramer of een andere nitwit met een ronkende titel wat onzin uitkraamt om geloofd te worden. Wat Decramer vertelt, is namelijk juist. Punt. Enfin, voor de journalisten toch. Geen haar op hun hoofd dat eraan denkt om Decramer eens te vragen waar hij die 10 procent vandaan heeft. Heeft hij de handelaars ondervraagd naar hun inkomsten van dit en vorig jaar? En wie heeft hij dan precies bij dat onderzoek betrokken? Betreft het 10 procent meer inkomsten of 10 procent meer verkopen? Of 10 procent meer bezoekers? Vragen die een journalist zou kunnen stellen maar nooit doet. Om de eenvoudige reden dat de Kortrijkse pennenlikker dat nooit doet. Vanhee niet, Vermoere niet en ook Vantomme niet. Het journaille van het Laatste Nieuws is overigens geen haar beter. Misschien heeft het iets met het drinkwater alhier te maken.

Het winkelcentrum K trok vorig jaar in de soldenperiode meer dan 500.000 bezoekers, maar eind vorige week werd dat aantal al overschreden en dus stevent het af op een record. ‘Wij verwachten dat we maar liefst 10procent beter gaan doen dan vorig jaar’, zegt Yvan Devlaminck van winkelcentrum K. ‘Het regenachtige weer was een belangrijke factor, maar wij merken ook dat ons winkelcentrum steeds bekender wordt en dat onze bezoekers steeds van verder komen. Zeker de Franstaligen beginnen nu ook de weg naar ons te vinden.’ schrijft Evelien. Hoe die 500.000 bezoekers geteld werden zegt teller van dienst, manager Devlaminck van het Gouden Kalf, niet. En, getrouw aan de consignes die ze kreeg van haar grote voorbeelden, Vermoere en Vanhee, vraagt Evelien het ook niet. Ondertussen trekt bedevaartsoord het Gouden Kalf, in het eerste bestaansjaar, volgens Devlaminck, trouwens al meer bezoekers dan de grot in Lourdes. Van een mirakel gesproken!

Daarna is het weer de beurt aan met gemeenschapsgeld betaalde positivo Decramer. Die vertelt zonder blikken of blozen: ‘De handelaars in het winkelcentrum hebben dus zeker niet te klagen, maar ook de handelaars uit de winkelstraten zijn in het algemeen tevreden. De solden zijn fantastisch gestart en daarna is het ook goed geweest. Op echt regenachtige dagen was er weliswaar een dip, maar toch zullen deze solden toch beter geweest zijn dan vorig jaar. In verschillende winkels zijn er wel wat zomersolden blijven liggen, maar dat wordt dan gecompenseerd door de vele winterartikels die al over de toogbank zijn gegaan.’  Normaal krijg je dan een reeks statistieken en tabellen waarvan je begint te duizelen, over je uitgeschud, maar in Kortrijk is zoiets niet nodig, weet Decramer. Kortrijkse ‘journalisten’ trekken toch nooit in twijfel wat je uitbazuint. Evelien laat hier ook dé kans liggen om de beweringen van Decramer met eigen onderzoeksresultaten te illustreren. Of tegen te spreken. Een ronduit stuitende houding die ze met de rest van het journalistieke heir van Kortrijk gemeen heeft.

Maarten Decramer besluit met: ‘Ook de handelaars in de winkelstraten merken dat ze steeds meer klanten krijgen uit andere regio’s en provincies. ‘In vijf jaar tijd is Kortrijk veel veranderd. Het is veel aantrekkelijker geworden. Daarom zijn initiatieven als ‘Petit Paris’ zo belangrijk. Op 14 juli zijn hier veel Franstaligen geweest. De handelaars voelen dat nu nog niet aan hun kassa, maar op lange termijn zullen ze dat wel merken. De mensen moeten hier eerst eens geweest zijn om te zien wat er hier allemaal is.’ Vrij vertaald betekent dat: “eigenlijk gaat het niet zo goed met het Gouden Kalf en al zeker niet met de impact van ervan op de wijde omgeving. In de onmiddellijke nabijheid van het winkelcentrum valt het nog redelijk mee, maar daarbuiten is het echt huilen met de pet op. Het probleem is vooral dat ze hun portefeuille niet opentrekken. We kunnen enkel bidden dat het in de toekomst anders wordt.” De vraag blijft overigens of die bezoekers die nu niet kopen ooit wel terugkomen. Wat ze in Kortrijk vinden, vinden ze namelijk net zo goed ergens anders. In het Gouden Kalf al zeker want daar bestaat 80% van de winkels uit ketens. Waarom zou je daar in godsnaam nog voor terugkomen?!? En wat hebben de handelaars aan de wetenschap dat het ‘op lange termijn beter wordt’ als hen nu al het water tot aan de lippen staat?!? Maar blijkbaar mag in de krant enkel de Blijde Boodschap worden verkondigd. En daar hebben we in Kortrijk de geknipte journalisten voor. Vanhee en Vermoere kunnen op beide oren slapen: hun opvolging is verzekerd.

Slechte raad!

Posted in Persweeën., Vlugschriften on 22/07/2011 by Pär Ongeluck

Gezien de aanhoudende hitte van de laatste weken volgens de laatste weerberichten nog wel een poosje kan aanhouden, vond Kris Vanhee, de barometer van Het Nieuwsblad, het nodig om de bevolking voor mogelijk schadelijke neveneffecten te waarschuwen. (zie: http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=BLKVA_20110711_005). Uiteraard schreef Kris dat artikel niet uit eigen beweging – zoiets zou een heus godswonder mogen genoemd worden – maar pikte hij één en ander van de website van de stad. Beide instanties – Vanhee en de redactie van de stedelijke website – roepen de bevolking op om, als men merkt dat er in de buurt mensen zijn die het, ingevolge de hitte, moeilijk krijgen, het Meldpunt van de stad Kortrijk, 1777, te bellen. Faxen of e-mailen mag ook. Het Meldpunt van de stad Kortrijk zal dan, samen met de oproeper, ‘gepaste maatregelen uitwerken’.

Dat Meldpunt van de stad Kortrijk is wel enkel te bereiken tussen 9 en 17 uur, van maandag tot vrijdag. Tijdens weekends, avonden, feestdagen en brugdagen dus niet. Je mag maar hopen dat het op die ogenblikken regent of sneeuwt en je niemand in moeilijkheden aantreft. Overigens is het ten allen tijde veel veiliger om in dergelijke gevallen, voor alle zekerheid, meteen maar een dokter of de dienst 100 te bellen. De omweg via 1777 maken is een totaal verkeerde boodschap en zou wel eens de fatale omweg kunnen zijn. Met dank aan de stad Kortrijk en Kris Vanhee. Misschien morgen – shit, nee, dan is het zaterdag! – eens bellen naar dat Meldpunt om hen mee te delen dat Vanhee en de redactie van de website van de stad Kortrijk overduidelijk een zonnesteek opgelopen hebben. Benieuwd wat de ‘gepaste maatregelen’ in dat geval zijn. Op blijvend non-actief stellen lijkt mij voor mensen die zo’n misdadige raad verspreiden toch aangewezen.

Traangas, gummiknuppels en smartphones.

Posted in De Schijnveiligheid, Kortrijkse zendelingen, Persweeën., writers blog with tags , , , , , on 22/07/2011 by Pär Ongeluck

Minister van Gadgets, Vincent Van Quickenborne, liet woensdagvoormiddag via Twitter weten ‘waarom iedere politieagent best een smartphone heeft’. Hij verwees daarbij naar een artikel in Het Nieuwsblad, editie Gent (zie http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=973D04AP). Waarschijnlijk liep Van Quickenborne dinsdagnacht, na de mosselen met friet in Gent, zwalpend door de straten, de hoofdcommissaris van Gent, Steven De Smet, op het lijf want Van Quickenborne bedankte in zijn boodschap nog DeFlik – dat is de nickname van de hoofdcommissaris van Gent op Twitter – voor de link naar het bericht. Van Quickenborne besloot zijn bericht op Twitter met de slagzin ‘minder bureaucratie, meer actie’.

Als politici hun ‘visie’ met krantenartikels larderen, vertelt dat in de eerste plaats heel veel over het bedenkelijke niveau waarop ze aan politiek doen, maar dit terzijde. Voor die lezers die het artikel niet gelezen hebben: ter gelegenheid van de Gentse Feesten zijn er op uitnodiging van de Gentse politie enkele Nederlandse politiemensen op bezoek. ‘Om van elkaar te leren’, heet het. In Nederland is sinds een paar weken, volgens één van die Hollandse flikken, iedere agent met een smartphone is uitgerust. Hij geeft de krantenjongen meteen ook een staaltje van zijn kunnen:

‘Als de eigenaar van een wagen met ingeslagen ruit moet gecheckt worden, belt de Gentse agente naar het bureau om in de computer te laten kijken. Terwijl ze wacht op een antwoord, haalt Dré (de Nederlandse flik nvdr) zijn BlackBerry boven, logt zich in het politiesysteem in en na enkele seconden verschijnen naam en adres op zijn schermpje. ‘In Nederland had ik er ook nog kunnen bijvertellen of de man verzekerd is, bekend is bij de politie en of hij nog geldboetes heeft uitstaan’, voegt Dré er laconiek aan toe. Zijn Belgische collega’s kijken ongelovig en verbluft toe.’

Voor de krantenjongen, de hoofdcommissaris van de politie van Gent en minister Van Quickenborne is dat voldoende om de smartphone meteen maar tot een uiterst belangrijk hulpmiddel te bombarderen. Minstens zo belangrijk als handboeien, gummiknuppels en traangas. Voor de ene is het een uitmuntend wapen in de strijd tegen de misdaad en voor de andere is het een wapen tegen de bureaucratisering van het politiewezen. Niets dan goeds over dit nieuwe speeltje. Van enige kritische benadering is dan geen sprake. Het tegendeel zou mij trouwens verwonderd hebben.

Zo ontgaat het de broodschrijver, hoofdcommissaris en minister dat een smartphone niets meer is dan een computertje waarmee je ook kunt telefoneren. Het verschil tussen België en Nederland in het voorbeeld beperkt zich trouwens tot niets meer dan een telefoontje: de Belgische flik moet naar de commandopost bellen om aan zijn gegevens te raken, terwijl de Nederlandse flik dat zelf kan doen. Dat levert de Nederlandse flik een heel klein beetje tijdswinst op. De vraag is echter of die paar seconden een wezenlijk verschil maken. Eerlijk gezegd, denk ik dat niet. Het grote verschil tussen Nederland en België ligt niet in het gebruik van smartphones maar in de toegang en koppeling van databanken. Ongewild illustreert de Nederlandse flik dat zelf in het artikel van de Gentse perskoelie als hij stelt dat hij in Nederland ook nog had kunnen vertellen of de man verzekerd is en of hij nog onbetaalde boetes heeft uitstaan. De Belgische flik moet voor een consultatie van die databanken inderdaad beroep doen op de centrale post, de Nederlandse flik doet het uit het vuistje. Een voordeel dat vooral veel groter lijkt dan het in werkelijkheid is. Geen wonder dat Van Quickenborne daar zo lyrisch over doet. Het voordeel voor de Nederlandse flikken is dat al die databanken in Nederland gekoppeld zijn, terwijl dat in België minder het geval is. Zolang dat niet het geval is, heb je eigenlijk geen flikker aan een smartphone. Een smartphone is maar zo goed en nuttig als de informatie waar die toegang tot heeft. Voor we in België het politiekorps met een smartphone uitrusten moeten de toegangen tot die databanken eerst worden gesynchroniseerd en dat is geen werkje dat op een stel en een sprong is gebeurd. Voor we smartphones invoeren zouden we dan ook beter investeren in beleidsmensen die een échte visie hebben en dat allemaal wél snappen. En in bekwame politiemensen. En in degelijke journalisten.

Het feit dat de Belgische politieagent de commandopost moet contacteren om gegevens op te vragen, heeft trouwens ook voordelen. Ten eerste zijn zo’n smartphones niet absoluut veilig. Wat bijvoorbeeld als zo’n smartphone in handen valt van iemand met minder goede bedoelingen? Malafide computerfreaks zouden op die manier het hele systeem kunnen ontregelen. Vaste computersystemen zijn en blijven nog altijd makkelijker te beschermen. Een ongecontroleerde toegang tot hoogbeveiligde databanken kan ook aanleiding geven tot misbruik door agenten die het niet zo nauw nemen met de privacy bvb. En informatie voor eigen gebruik opvragen. Tenslotte zijn agenten ook maar mensen. Informatie opvragen via een centrale kan dit een beetje ondervangen. Maar daar denken onze ‘journalist’, politiecommissaris en minister allemaal niet aan. Zij zien enkel de voordelen. Ook al zijn die niet zo bijzonder groot. Lang niet zo groot als zij wel schijnen te denken. Alhoewel ‘denken’ in dit geval wat veel gezegd is: hun denken duurt niet langer dan een tweet.

De Fontein der Eeuwige Jeugd.

Posted in Vlugschriften on 13/07/2011 by Pär Ongeluck

De Fontein der Eeuwige Jeugd is een legendarische waterbron. Wie zich er aan laaft zou weer een jeugdige uitstraling krijgen. Volgens sommigen bevindt die bron zich in Florida. Anderen beweren dat het helende water zich op de Bimini-eilanden situeert. Nog anderen houden het op de Bahama’s. En nog weer anderen zweren bij Ethiopië. Allemaal larie, weten we nu want wat blijkt: de Fontein der Eeuwige Jeugd moet zich ergens in Kortrijk bevinden. Dat heeft Kris Vanhee, onderzoeksjournalist van de gesubsidieerde pers, zopas ontdekt. Enig minpuntje aan het wondermiddel is dat het ook enig effect heeft op de logisch-mathematische intelligentie waardoor rekenen iets lastiger wordt.

Kris publiceerde het eerste deel van zijn bevindingen maandag 11 juli 2011 in de kwaliteitskrant ‘Het Nieuwsblad’ onder de titel ‘Paula Vandorpe werd 102 jaar’ (zie http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=BLKVA_20110710_001). Nadat hij het magische water eerst op zichzelf uittestte, serveerde Kris het oudje een glas van het wonderlijke goedje en wachtte af. Wie kan zijn verbazing beschrijven toen hij 2 dagen later bij Paula terugkwam en vaststelde dat zij nu plots maar 101 jaar meer oud was? Een verjongingskuur van een jaar op amper 2 dagen tijd! Waar Kris meteen ook in zijn krant over berichtte.  ‘Paula Vandorpe wordt 101 jaar’, schrijft hij vandaag. (zie http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=A73CLRV4). Ondertussen buigen wetenschappers van over de hele wereld zich over het probleem van het regresserende logisch-mathematische brein. Proefondervindelijk stelden ze bij Kris een terugval vast van dat soort intelligentie tot op het niveau van een zevenjarige. Vooralsnog lijkt die onomkeerbaar, maar gelukkig ondervindt Kris er geen hinder van bij de uitoefening van zijn beroepsbezigheden.

Paal en Perk! (4)

Posted in De Bijlage. on 09/07/2011 by Pär Ongeluck

Het kon natuurlijk niet uitblijven dat ook Freddy Verhoere, de gelauwerde columnist van ‘Het Riool’, zijn licht op de zaak van de mysterieuze drollen in het perkje op het Rooseveltplein zou laten schijnen. Hij plaatst de gebeurtenissen van de laatste weken in een breder kader en komt tot de verrassende conclusie dat met deze vreselijke aanslagen het ‘cordon sanitaire doorbroken’ werd:

Gemeenteraadslid Ann-Pascale Mammifère (CD&V), heeft het cordon sanitaire rond het Vlaams Belang (VB) de facto doorbroken door op hetzelfde ogenblik als Isabelle Verschete, de zitting van de gemeenteraad voor een sanitaire stop te verlaten . Mammifère stemde achteraf – net als onafhankelijke Erich Froh – voor het voorstel van Maarten Chenave van VB om Unizo advies te laten geven over projecten die steun willen krijgen van het fonds voor sociaal kapitaal. Dat fonds ondersteunt projecten binnen de sociale- en diensteneconomie. Mammifère’s CD&V-collega Patrick Folie onthield zich. De rest van de gemeenteraad stemde tegen.

Het is niet de eerste keer dat het cordon doorbroken wordt. Anderhalf jaar geleden gebeurde dat ook al eens. De fractieleider van de progressieve fractie Philippe Le Brave en Maarten Chenave (Vlaams Belang) praatten toen voor de zitting in de pissijnen van het stadhuis met elkaar en stemden nadien samen tegen in een dossier rond KVK (Kost Veel Kluiten). Le Brave vond toen niet dat hij het cordon doorbroken had, Chenave vond van wel.

Overigens is er van een echt cordon al lang geen sprake meer in Kortrijk. Raadsleden van diverse partijen gaan voor, tijdens en na de gemeenteraad wel degelijk met hun collega’s van het Vlaams Belang naar dezelfde toiletten en ook verschillende schepenen maken er al lang geen punt meer van om hen in het urinoir te woord te staan.

Uit doorgaans goed ingelichte bron vernemen wij ook dat er bij brede lagen van de bevolking al veel langer een sterke maatschappelijke onderstroom bestaat die zich ergert aan het nijpend gebrek aan openbare toiletten waar men zijn gevoeg kan doen en hoekjes en kantjes waar men zijn en haar vleselijke lusten kan botvieren. Aanslagen als die in het perkje van het Rooseveltplein dreigen dan ook snel navolging te krijgen.’(VFB)

Ondertussen heeft schepen Brul, uit voorzorg, alle bomen op de parking van sportcentrum De Lange Munte laten rooien. Volgens Brul waren er al veel langer klachten van verontruste omwonenden over ongewenste hondenuitlaters, die, al dan niet vergezeld van honden, de buurt onveilig maken. Groen! reageert verbolgen. Volgens haar eigen inlichtingendienst is er in de buurt helemaal geen sprake van een verhoogd onveiligheidsgevoel en was de kap dus onnodig. In vrijzinnige kringen, tenslotte, wijst men er op dat de uitwerpselen die men in het perkje op het Rooseveltplein vond, wel eens christelijke aflaten zouden kunnen zijn. Deken De Moor knijpt de billen dicht en de kaken op elkaar.

Wordt misschien nog vervolgd.

Paal en Perk! (3)

Posted in De Bijlage. on 09/07/2011 by Pär Ongeluck

Onder niet aflatende druk van de Raad voor de Journalistiek en enkele dreigtelefoontjes van de Gedachtepolitie werden alle personen in de stukken, getiteld ‘Paal en Perk!’, onherkenbaar gemaakt. Iedere gelijkenis met bestaande personen wordt daarmee ongewild en berust dan ook louter op toeval.

Platte demagogie.

Posted in Cijfers en Letters., writers blog with tags , , , , , , , on 06/07/2011 by Pär Ongeluck

Vorige week (of de week daarvoor) kreeg ik net als iedereen in Kortrijk – ongevraagd – een nieuwsbrief van de N-VA in de bus. Ik ben geen voorstander van dat soort opdringerigheid en gooi die ondingen normaal meteen in de papiermand, maar in het licht van de komende gemeenteraadsverkiezingen kon ik  moeilijk aan de verleiding weerstaan om – al is het maar diagonaal – die propaganda toch eens te lezen.

In de folder stond er een stukje over een onderwerp waar ik op deze blog zelf ook regelmatig over bericht: werkloosheid. Omwille van de duidelijkheid heb ik het bericht hieronder integraal weergegeven.

Kort Rijk: stadsvlucht en import armoede.

Frederik Vlaminck en OCMW-raadslid Ludo Halsberghe becijferden de bevolkingsgroei van de afgelopen vijf jaar. Zo blijkt dat 1.350 personen (netto) de stad verlieten. Naast deze stadsvlucht had je ook nog een denataliteit: men tekende 26 meer sterfgevallen dan geboortes op in Kortrijk. Anderzijds was er in dezelfde periode een instroom van 1607 niet-Belgen. Er werden 964 vreemdelingen overgeheveld van het wachtregister naar het vreemdelingenregister. Deze optelsom mondt uit in een bevolkingsaangroei van 1195 personen op vijf jaar tijd.

‘De economische heropleving is voelbaar in Kortrijk, zo blijkt dan weer uit de cijfers van de VDAB. De werkloosheidsgraad daalde op één jaar tijd van 6,5% naar 5,7%. Bij de jongeren nam de werkloosheid zelfs af van 13,5% naar 11,3% in 2010. Wel is er een verontrustend hoog aandeel van allochtonen in de werkloosheid: 31,9%. Dit is een recordcijfer voor de provincie West-Vlaanderen, waar het aandeel gemiddeld 13,7% bedraagt. Vergelijk met Oostende, met een werkloosheid van 11,8% en een jeugdwerkloosheid van 21,9%. Daar bedraagt het aandeel van de allochtonen ‘slechts’ 24,6%. Ondanks de economische heropleving blijven allochtonen langer in de werkloosheid hangen te Kortrijk. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Voor de N-VA zijn nieuwkomers welkom voor zover ze zich inburgeren en willen werken of studeren. De N-VA vreest dat de goed uitgebouwde sociale voorzieningen teveel als lokmiddel fungeren. Zo creëer je armoedetoerisme. Het kan niet de ambitie zijn van onze stad om armoede te importeren en om de sociale hangmat te worden van de hele provincie. Uitkeringstrekkers nemen de plaats in van stadsvluchters, die werkten en belastingen opleverden voor de stadskas. Alle glanzende brochures ten spijt, geeft dat alvast geen fraai beeld van deze stad.’

Over de juistheid van de bevolkingsaanwas wil ik het hier nu even niet hebben. Al naargelang de bron die men gebruikt krijgt men trouwens nogal eens uiteenlopende resultaten. Halsberghe en Vlaminck vermelden hun bronnen ook niet wat een zinvolle beoordeling en discussie helemaal onmogelijk maakt. Dat was misschien ook hun bedoeling. Daarom hou ik niet zo van dat soort gegoochel met cijfers; voor je het weet praat je naast elkaar in plaats van met elkaar. Bronnen niet vermelden wekt ook altijd de indruk dat men iets te verbergen heeft.

Werkloosheidsgraad.

In het gedeelte dat over werkloosheid gaat, zeggen Halsberghe en Vlaminck wél waar ze de mosterd vandaan haalden: de VDAB. Dat is doorgaans een betrouwbare bron. En bovendien door iedereen die de moeite wil doen vrij te consulteren. Halsberghe en Vlaminck schrijven dat ‘de economische heropleving voelbaar is in Kortrijk, zo blijkt dan weer uit de cijfers van de VDAB. De werkloosheidsgraad daalde op één jaar tijd van 6,5% naar 5,7%.’ Als men ‘Kortrijk’ schrijft, veronderstel ik dat men ‘de stad Kortrijk’ bedoelt. Bij Halsberghe en Vlaminck is dat blijkbaar niet zo. Zij schrijven ‘Kortrijk’ maar bedoelen, zonder te vermelden wat precies, iets anders. Na de niet-vermelding van hun bron in het eerste deel over de bevolkingsaangroei maken deze onduidelijkheden mij enkel achterdochtiger. En terecht, zo blijkt. Als Halsberghe en Vlaminck niet vermelden op welke periode hun cijfers betrekking hebben dan veronderstel ik dat ze de meest recente cijfers hanteren. Volgens de VDAB bedroeg  de werkloosheidsgraad in mei 2011, voor de stad Kortrijk, 6,73%.  Niet 5,7% zoals Halsberghe en Vlaminck schrijven. In mei 2010 was dat volgens de VDAB nog 7,76%, in plaats van de 6,5% die Halsberghe en Vlaminck verkondigen.

Ik heb hier in vroegere stukken al meermaals aangetoond dat de stad Kortrijk het, wat werkloosheid betreft, eigenlijk helemaal niet zo goed doet. De stad Kortrijk is vaak zelfs de slechtste leerling van de klas, die het gemiddelde van de streek naar beneden haalt. Dat is zeker een slecht resultaat als men in aanmerking neemt dat de politici van de stad Kortrijk hemel en aarde bewogen hebben om het Gouden Kalf naar hun stad te halen en daarbij vooral het argument ‘tewerkstelling’ in de weegschaal gooiden. De ‘onderzoekers’ van de N-VA zijn blijkbaar in hetzelfde bedje ziek als al die andere politici (maar ook vakbonden en zelfstandigenorganisaties): ze ontkennen de realiteit en stellen die graag rooskleuriger voor dan ze is. De N-VA schroomt zich in dit geval ook niet om onjuiste cijfers te verspreiden. In gewonemensentaal noemt men dat ‘liegen’….. Een uiterst laakbare, maar onder politici van allerlei pluimage, heel gangbare praktijk. De verspreiders van dergelijke leugens beroepen zich bij betrapping meestal op een ‘foutje’. Dat soort foutjes wordt echter niet zomaar gemaakt, maar gebeurt doelbewust. Als het hun enige ‘foutje’ was dan zou ik er overigens niet over vallen. Helaas staat ook de rest van de tekst bol van dergelijke ‘foutjes’, wat een kwaad opzet doet vermoeden.

Voor alle duidelijkheid: waarschijnlijk (ik ben het niet zeker!) zijn de cijfers die Halsberghe en Vlaminck in hun ‘studie’ geven de afgeronde cijfers van het arrondissement Kortrijk dd. eind januari 2011 en eind januari 2010. Toen bedroeg de werkloosheidsgraad in het arrondissement respectievelijk 5,72% (2011) en 6,48% (2010). De werkloosheidsgraad in de stad Kortrijk bedroeg op datzelfde ogenblik (januari) 7,47% (2011) en 8,66% (2010). De stad Kortrijk doet het daarmee zelfs slechter dan Vlaanderen en West-Vlaanderen. Maar dat willen Halsberghe en Vlaminck dus niet geweten hebben omdat zoiets niet in hun kromdenken past…. En dus schrijven zij dat ‘de heropleving van de economie in Kortrijk voelbaar is’. Op zich is dat geen echte leugen, ware het niet dat die economische heropleving in de rest van Vlaanderen toch een stuk voelbaarder was dan in Kortrijk…. Waarom Halsberghe en Vlaminck precies de cijfers van januari van het arrondissement Kortrijk genomen hebben, is mij een raadsel.

Jeugdwerkloosheid.

Ook in het vervolg van hun artikeltje bakken Halsberghe en Vlaminck het bruin. Zij slaan de argeloze lezer met cijfers om de oren dat het niet mooi meer is en wekken zo de indruk dat zij uiterst beslagen zijn in de materie en heel ernstig onderzoek hebben uitgevoerd. Niets is echter minder waar. Zo beweren Halsberghe en Vlaminck dat ‘de werkloosheid bij de jongeren zelfs afnam van 13,5% naar 11,3% in 2010’. Waar het olijke duo die cijfers vandaan heeft, vertelt het niet. In ieder geval niet van de VDAB. De eigen duim lijkt mij waarschijnlijker. Op 31 december 2010 waren er in de stad Kortrijk precies 469 werkzoekenden onder de 25 jaar. Eind 2009 waren dat er nog 623. In procenten uitgedrukt, daalde jongerenwerkloosheid in de stad Kortrijk van 20,98% in december 2009 naar 18,67% eind december 2010.

Selfmade-statistici Halsberghe en Vlaminck vergelijken in hun werkstuk de cijfers van Kortrijk met die van Oostende. Twee steden en streken die sociaal-economisch totaal niet te vergelijken zijn, maar daar trekken onze helden zich geen fluit van aan. Volgens hen kende Oostende in 2010 een jeugdwerkloosheid van 21,9%. Gezien hun eerdere cijfermanipulaties heb ik nog bijzonder weinig vertrouwen in de intellectuele oprechtheid van het duo en dus zocht ik de cijfers zelf op. En wat blijkt? Eind december 2009 bedroeg de jeugdwerkloosheid in de stad Oostende 19% en die steeg in december 2010 tot 19,4%. Geen 21,9%, zoals H&V de lezer voorliegen! Ik heb die 21,9% van Halsberghe en Vlaminck op negens  kunnen terugvinden in de statistieken van de stad of het arrondissement Oostende. De werkloosheidsgraad van 11,8% die H&V vermelden slaat waarschijnlijk op de werkloosheidsgraad van 11,78% in het arrondissement Oostende dd. 31/12/2010. Zoals gebruikelijk bij H&V heb je daar echter het raden naar.

Tabellen.

Voor de geïnteresseerde lezer geef ik hier alle correcte cijfers – die van de VDAB – in tabelvorm, met daaronder, waar mogelijk, de cijfers van het verwarde tweespan Halsberghe-Vlaminck (H&V). Omdat H&V zelf niet vermelden op welke periode hun cijfers voor Oostende betrekking hebben, ben ik maar van de veronderstelling uitgegaan dat zij op zijn minst toch dezelfde periode als die van Kortrijk hanteren. Net zoals zij onder ‘Kortrijk’ vermoedelijk het arrondissement Kortrijk begrijpen, ben ik aanvankelijk van de veronderstelling uitgegaan dat zij met ‘Oostende’ ook het arrondissement Oostende bedoelden. Vermoedelijk echter bedoelen ze deze keer wel de stad Oostende. Wat Halsberghe en Vlaminck hier tentoonspreiden is je reinste onzin. Zij vergelijken twee onvergelijkbare steden en gebruiken daar ook nog eens de cijfers van verschillende periodes van twee verschillende entiteiten voor. Veel fouter en zotter kan het niet worden, denk ik. H&V vergelijken in hun stukje appelen met citroenen om een uitspraak te doen over bananen. Zoiets. In ieder geval een volkomen waardeloze vergelijking.

De cijfers in de onderstaande tabel betreffen de werkloosheidsgraden van zowel de stad en  het arrondissement Kortrijk als die van de stad Oostende, het arrondissement Oostende, de provincie West-Vlaanderen en Vlaanderen voor 31/01/2009, 31/12/2009, 31/01/2010, 31/12/2010, 31/01/2011 en 30/06/2011. Zo kan de lezer zich, zonder enige manipulatie door Halsberghe of Vlaminck, zélf een idee van de situatie vormen. Zoals eerder al gesteld is een vergelijking tussen beide steden en streken weinig zinvol omwille van de totaal andere sociaal-economische realiteit. Maar omdat Halsberghe en Vlaminck mordicus die vergelijking willen maken, geef ik meteen maar de juiste cijfers.

Tabel 1: werkloosheidsgraad

WLH-graad 31/01/09 31/12/09 31/01/10 31/12/10 31/01/11 30/06/11
Stad Kortrijk 7,37% 8,86% 8,66% 7,40% 7,47% 6,77%
Arr. Kortrijk 5,57% 6,78% 6,48% 5,75% 5,72% 5,06%
H&V (N-VA) 6,5%   5,7%
Stad Oostende 10,88% 12,18% 12,11% 11,76% 12,28% 9,97%
H&V (N-VA) 11,8%
Arr. Oostende 8,38% 9,47% 9,27% 8,73% 9,04% 7,31%
provincie 5,53% 6,47% 6,28% 5,67% 5,73% 4,79%
Vlaanderen 6,48% 7,69% 7,38% 6,88% 6,92% 6,23%

Dezelfde tabel voor de jeugdwerkloosheid. Omdat Halsberghe en Vlaminck zelf beweren dat de jeugdwerkloosheid in 2010 in Kortrijk daalde van 13,5% naar 11,3% ben ik zo vrij geweest om die cijfers onder de data 31/12/2009 en 31/12/2010 te klasseren. Dat lijkt mij correct. Mogelijks bedoelden zij een andere referentiedatum, maar daar zijn ze helemaal niet duidelijk in. Wat wel duidelijk is, is dat hun cijfers nergens op slaan. Zelfs niet in de buurt van de realiteit komen. Die van Kortrijk niet en die van Oostende evenmin. Dit is je reinste volksverlakkerij.

Tabel 2: jeugdwerkloosheid

jeugd-WLH 31/01/09 31/12/09 31/01/10 31/12/10 31/01/11 30/06/11
Stad Kortrijk 20,4% 21,0% 21,0% 18,7% 19,9% 18,5%
Arr. Kortrijk 21,5% 22,5% 21,4% 20,8% 20,8% 20,3%
H&V (N-VA) 13,5% 11,3%
Stad Oostende 18,3% 19,0% 18,6% 19,4% 19,1% 17,4%
Arr. Oostende 19,6% 20,2% 19,7% 20,4% 19,8% 18,5%
H&V (N-VA) 21,9%
provincie 21,2% 22,5% 21,6% 21,4% 21,0% 19,9%
Vlaanderen 21,2% 22,1% 21,3% 20,5% 20,4% 18,7%

Allochtonen.

Als Halsberghe en Vlaminck er in hun beoordeling van de werkloosheidsgraad en de jeugdwerkloosheid al met hun pet naar gooiden, dan zijn ze wat de werkloosheid van allochtonen helemaal het spoor bijster. H&V schrijven: ‘Wel is er een verontrustend hoog aandeel van allochtonen in de werkloosheid: 31,9%. Dit is een recordcijfer voor de provincie West-Vlaanderen, waar het aandeel gemiddeld 13,7% bedraagt’. H&V vertellen weeral niet op welke periode en geografische entiteit die 31,9% slaan. Een heel vervelende gewoonte, die mij weer verplicht om het dan maar allemaal zelf op te zoeken. Volgens de cijfers die de VDAB voor  juni 2011 geeft is 33,3% van de werklozen in de stad Kortrijk van allochtone origine. In mei was dat 32,6%. In januari 33,1%. December 2010: 31,9%! Eindelijk gevonden! En niet dankzij Halsberghe en Vlaminck. Voor de hele provincie klopt het cijfer van Halsberghe en Vlaminck voor december 2010 ook: 13,7%. Ik vraag mij toch af waarom H&V in juni een artikel verspreiden waarin ze cijfers van december 2010 gebruiken terwijl er toch veel recentere beschikbaar zijn. Maar goed, uiteindelijk heb ik gevonden waar H&V over praten, dat is al iets: de allochtone werkloosheid in stad Kortrijk dd. 31/12/2010.

H&V vervolgen met: ‘Vergelijk met Oostende, met een werkloosheid van 11,8% en een jeugdwerkloosheid van 21,9%. Daar bedraagt het aandeel van de allochtonen ‘slechts’ 24,6%’. De juiste cijfers voor de stad Oostende dd. 31/12/2010 zijn: werkloosheidsgraad 11,76%, jeugdwerkloosheid 19,4% (niet 21,9% zoals H&V schrijven) en allochtone werkloosheid 24,6%. H&V geven hier voor één keer dus wel ongeveer correcte cijfers en ik betwist die ook niet. Wat zij daaruit menen te mogen concluderen is een ander paar mouwen. H&V schrijven: ‘Ondanks de economische heropleving blijven allochtonen langer in de werkloosheid hangen te Kortrijk’. Economische heropleving in Kortrijk?!? Zoals hoger al aangetoond is die economische heropleving in Kortrijk een smadelijke leugen. Zeker wat het effect op de werkloosheid betreft. Oostende en Kortrijk vergelijken is overigens ook onzin; die twee steden zijn totaal verschillend. Ik vermoed dat H&V er juist daarom Oostende uitgepikt hebben: het contrast kan binnen deze provincie niet groter zijn.

H&V gaan ook wel erg kort door de bocht als ze schrijven dat allochtonen in Kortrijk ‘langer in de werkloosheid blijven hangen’. Dat is zelfs pertinent onjuist. Een regelrechte leugen, die eens te meer bewijst dat je politici nooit mag vertrouwen als ze zogezegd met objectieve cijfers afkomen. Politici gebruiken cijfers namelijk enkel om hun gelijk te bewijzen, niet om een realiteit aan te tonen. Als je een idee wil krijgen over dat ‘in de werkloosheid blijven hangen’ moet je o.a. kijken naar de langdurige werkloosheid. H&V doen dat niet. Wellicht omdat ze weten dat de cijfers hun stelling tegenspreken. Voor de duidelijkheid de cijfers in tabelvorm. Om het een beetje overzichtelijk te houden geef ik de cijfers per half jaar.

Tabel 3: Belgen/allochtonen, absolute aantallen

30/6/9 31/12/9 30/6/10 31/12/10 30/6/11
Belgen 1977 2113 1812 1711 1547
allochtonen 742 856 821 800 772
totaal 2719 2969 2633 2511 2319

Tabel 4: Belgen/allochtonen, relatief

30/6/9 31/12/9 30/6/10 31/12/10 30/6/11
Belgen 72,7 71,2 68,8 68,1 66,7
allochtonen 27,3 28,8 31,2 31,9 33,3

Net als bij de Belgen neemt de werkloosheid bij de allochtonen af (bij de allochtonen in deze tabel wel slechts vanaf het begin van 2010). Van een ‘blijven hangen in de werkloosheid’ is in de absolute aantallen al geen sprake, zoals Halsberghe en Vlaminck beweren. Als je daar de inwijking van allochtonen aan koppelt – zoals Halsberghe en Vlaminck in het eerste deel van hun artikel schrijven –  zou het zelfs wel eens kunnen dat de werkloosheid bij de allochtonen relatief sterker afgenomen is dan die bij de Belgen…. Wat wel klopt is dat – zonder rekening te houden met de bevolkingstoename – de afname bij de allochtonen minder sterk is dan bij de Belgen. Vandaar de relatieve toename van het aantal allochtonen in de werkloosheidsstatistieken. Dat kan met allerlei zaken te maken hebben. O.a. met scholingsgraad. Of met brave, Vlaamse, werkgevers die geen allochtonen willen aanwerven, misschien?

De cijfers van de langdurige werkloosheid vervolledigen het verhaal. Opnieuw dezelfde indeling als hierboven.

Tabel 5: Belgen/allochtonen, absolute aantallen

WLH > 2 jaar 30/6/9 31/12/9 30/6/10 31/12/10 30/6/11
Belgen 474 522 493 525 503
allochtonen 128 159 166 185 207
totaal 602 681 659 710 710
Totale WLH 2719 2969 2633 2511 2319

Tabel 6: Belgen/allochtonen, relatief

WLH > 2 jaar 30/6/9 31/12/9 30/6/10 31/12/10 30/6/11
Belgen 78,73 76,65 74,81 73,94 70,84
allochtonen 21,27 23,35 25,19 26,04 29,16

Ook hier lijkt het erop dat het vooral Belgen zijn die in de langduriger werkloosheid terechtkomen. Waarschijnlijk heeft dit ook te maken met een demografische evolutie. Dat blijkt ook als men de cijfers van de langdurige werkloosheid afweegt tegenover de totale werkloosheid en bevestigt de stelling dat hoe langer men werkloos is, hoe groter de kans wordt dat men ook werkloos blijft. Dat geldt zowel voor Belgen als voor allochtonen. De allochtonen volgen gewoon dezelfde evolutie als de Belgen, maar hun aandeel neemt wel toe.

Tabel 7: Belgen/allochtonen, langdurig/totaal, in absolute aantallen

30/6/9 31/12/9 30/6/10 31/12/10 30/6/11
Belgen 474 522 493 525 503
allochtonen 128 159 166 185 207
Totale WLH 2719 2969 2633 2511 2319

Tabel 8: Belgen/allochtonen, langdurig/totaal, relatief

30/6/9 31/12/9 30/6/10 31/12/10 30/6/11
Belgen 17,43 17,58 18,72 20,90 21,69
allochtonen 4,7 5,35 6,3 7,36 8,92
Totaal 22,14 22,93 25,02 28,27 30,61

Langdurige werkloosheid komt verhoudingsgewijs een stuk meer voor bij Belgen dan bij allochtonen. Allochtonen zijn eerder kortere periodes werkloos. Dat blijkt als men de percentages van de langdurige werkloosheid tegenover die van de gewone werkloosheid plaatst. Bij de Belgen, die instaan voor 66,7% van het totaal aantal werklozen in de stad Kortrijk , is op dit ogenblik  32,51% van de werklozen langdurig werkloos. (zie tabel 5) Dat betekent dat bijna 1 op 3 van de werkloze Belgen, langdurig werkloos is. Hoewel de allochtonen op dit ogenblik 33,3% van de totale groep werklozen uitmaken, liggen de verhoudingen daar toch ietsje anders: daar is ‘slechts’ 26,81% van het totale aantal werkloze allochtonen langdurig werkloos. (zie tabel 6) Blijkbaar nestelen Belgen zich nog altijd makkelijker in het opvangnet van de werkloosheid dan allochtonen….. Volgens de ‘redenering’ van Halsberghe en Vlaminck zijn ook die niet langer welkom in Kortrijk….. Een gewaarschuwde Belg is er twee waard.

Tabel 9: langdurige WLH/totale WLH, Belgen

Belgen 30/6/9 31/12/9 30/6/10 31/12/10 30/6/11
> 2 jaar 474 522 493 525 503
Totale WLH 1977 2113 1812 1711 1547
percentage 23,97 24,70 27,20 30,68 32,51

Tabel 10: langdurige WLH/totale WLH, allochtonen

Allochtonen 30/6/9 31/12/9 30/6/10 31/12/10 30/6/11
> 2 jaar 128 159 166 185 207
Totale WLH 742 856 821 800 772
percentage 17,25 18,57 20,21 23,12 26,81

Ondertussen zal het de lezer ook wel duidelijk zijn dat Halsberghe en Vlaminck in hun nieuwsbrief klinkklare onzin verkopen.  Hun stelling dat Kortrijk met de allochtonen armoede importeert is een waanidee. Overigens gaat het – zij het trager dan elders en helemaal niet dankzij dat winkelcentrum – stilaan beter in Kortrijk. Iets dat zelfs Halsberghe en Vlaminck niet ontgaan is: ‘de economische heropleving is voelbaar in Kortrijk en dat blijkt uit de cijfers van de VDAB’, schrijven ze zelf…..

Als je armoede importeert ga je achteruit, niet vooruit, dacht ik…. Maar Kortrijk gaat vooruit. Dat is evenwel een gedachte die niet rijmt met het provinciale, xenofobe, enggeestige denkkader van Halsberghe en Vlaminck. En dus wenden ze alle middelen aan om toch maar te ‘bewijzen’ dat de allochtonen de schuld van alles zijn: de armoede-import en de achteruitgang van Kortrijk – die eigenlijk een vooruitgang is – moet en zal de schuld van de allochtonen zijn. Quod erat demonstrandum, zou de Grote Roerganger in zo’n geval zeggen. Veel ongerijmder kan je het niet meer maken.

Tot slot.

Halsberghe en Vlaeminck maken het in het laatste deel van hun tekstje nog bonter: ‘de N-VA vreest dat de goed uitgebouwde sociale voorzieningen teveel als lokmiddel fungeren. Zo creëer je armoedetoerisme. Het kan niet de ambitie zijn van onze stad om armoede te importeren en om de sociale hangmat te worden van de hele provincie. Uitkeringstrekkers nemen de plaats in van stadsvluchters, die werkten en belastingen opleverden voor de stadskas’.

Ik probeer het nog één keer: zoals de cijfers van de VDAB aantonen, zijn er nu, in totaal, MINDER werklozen – zowel Belgen als allochtonen – dan pakweg twee jaar geleden. Dat betekent dat er in Kortrijk nu MEER mensen met een inkomen uit arbeid zijn. En dus MINDER armoede. De stadsvluchters zijn dus vervangen door MEER werkenden en niet door meer uitkeringstrekkers, zoals Halsberghe en Vlaminck beweren. Zelfs het kleinste kind kan dat gegeven uit de statistieken distilleren en het is een feit dat Halsberghe en Vlaminck zou moeten verheugen. Helaas dringt het nog altijd niet tot hen door. De stad Kortrijk profiteert trouwens mee van die trend en ontvangt dus ook MEER inkomsten uit belastingen. Begint het al een beetje te dagen, Ludo? Frederik? Zo moeilijk is dat toch niet!?! Zelfs niet voor… Enfin.

Nog dit: gezien de aangroei van de bevolking volgens Ludo en Frederik uitsluitend te danken is aan de instroom van allochtonen, zou het wel eens kunnen dat…..  Maar nee, zo ver wil ik het nu ook weer niet drijven.

Wat mij in het ‘denken’ van Halsberghe en Vlaminck bijzonder stoort is dat zij uitgaan van het idee dat werkloosheid een vrije keuze is. Werkloosheid is voor de meeste mensen echter geen keuze maar iets dat hen overkomt. Tegen hun zin. Vreemd dat mensen als Halsberghe en Vlaminck, die je toch niet meteen als idioten kunt bestempelen, dat niet inzien. Of niet willen inzien. Wat eigenlijk veel erger is.

Eindigen zal ik maar doen zoals H&V dat deden: Alle ronkende grootspraak van Halsberghe en Vlaminck ten spijt, geeft het tekstje dat de beide heren via de nieuwsbrief van de N-VA verspreidden, alvast geen fraai beeld van wat die partij  in deze stad kan betekenen.’