Archief voor december, 2010

Ik wil de grootste zijn!

Posted in Cijfers en Letters., Het Gouden Kalf on 14/12/2010 by Pär Ongeluck

Dat is dus het niveau van de Kortrijkse journalistiek. Of wat voor journalistiek zou moeten doorgaan: een stedenspel waarbij de ene stad de andere op allerlei domeinen probeert af te troeven. De totale verkleutering, zeg maar.

Vandaag titelde Kris Vanhee, die, als het op infantiele spelletjes aankomt, zijn gelijke niet kent, dat ‘Kortrijk Roeselare voorbijsteekt als winkelstad’. De wisselbeker van ‘grootste winkelstad van Zuid-West-Vlaanderen’ staat de volgende twee jaar in Kortrijk en iedere Kortrijkenaar mag de eerstkomende twee jaar met het bijhorende erelintje pronken.

Vanhee komt tot die conclusie na bestudering van de resultaten van de passantentelling die Fastigon om de twee jaar in 23 winkelgebieden in Vlaanderen uitvoert. Fastigon is een vastgoedadviseur die zich richt op de detailhandelaar. Voor Kortrijk voert Fastigon die telling in de Lange Steenstraat uit. Op basis van de cijfers van de Lange Steenstraat komt Vanhee dus tot de conclusie dat Kortrijk elke week 80.000 bezoekers per week trekt. Daar maakt Vanhee al een eerste kapitale fout. Het zijn 80.000 passanten in de Lange Steenstraat, Kris! Geen 80.000 bezoekers aan Kortrijk. Is dat nu zo moeilijk om te snappen? Blijkbaar wel want Vanhee houdt heel zijn artikel vast aan zijn 80.000 bezoekers aan het winkelgebied in Kortrijk. Nu, als die 80.000 inderdaad 80.000 bezoekers aan het winkelgebied moeten voorstellen dan zou dat betekenen dat er op 1 jaar tijd – 52 maal 80.000 bezoekers is gelijk aan – 4.160.000 mensen het Kortrijkse winkelgebied zouden bezoeken. Hoe dat te rijmen valt met de 3.000.000 bezoekers die de manager van het Gouden Kalf eind augustus al telde, begrijp ik niet. Kris Vanhee wellicht wel. Op jaarbasis worden die drie miljoen bezoekers er zelfs zes miljoen. En dan hebben we er nog geen rekening mee gehouden dat de, voor een winkelcentrum traditioneel slechtste maanden van het jaar, juli en augustus, nog in die drie miljoen zitten! Houden we daar wel rekening mee dan moet het Gouden Kalf alleen al, in de fantasie van Desmyttere dan toch, gemakkelijk 7 miljoen bezoekers halen. Misschien zelfs 8 miljoen! Terwijl Fastigon er op jaarbasis slechts een goeie 4 miljoen telt. Iemand staat hier te liegen dat hij zwart ziet. En ik denk niet dat het Fastigon is. En ook Vanhee niet.

Sinds de opening van Het Gouden Kalf zijn er verschillende invalswegen naar het winkelgebied. Twee daarvan lopen rechtstreeks naar het Gouden Kalf. De derde invalsweg, de Lange Steenstraat, is voor die koopzuchtigen die nog niet te lui of te moe zijn om een eindje te voet door de stad te lopen. Die groep van passanten heeft Fastigon in oktober dus geteld. Best mogelijk dat de overgrote meerderheid van die passanten de Lange Steenstraat enkel als doorsteek naar het Gouden Kalf gebruikt, bijvoorbeeld. De cijfers van Fastigon moeten dan ook met een flinke korrel zout genomen worden. In feite zijn ze waardeloos om het aantal bezoekers aan het totale winkelgebied van Kortrijk zelfs maar bij benadering te schatten. Maar dat hoort men in Kortrijk niet graag. In Kortrijk wil men enkel Goed Nieuws horen. Horen wat voor een gigantisch succesverhaal dat winkelcentrum bijvoorbeeld is. Koen Byttebier (open VLD) is ook al euforisch en laat in Het Nieuwsblad noteren dat ‘de passage in het winkel- en wandelgebied in vier jaar tijd met 33 procent steeg’. Tja, zo moeilijk is dat niet als je weet dat het winkelwandelgebied ten behoeve van de bouw van het Gouden Kalf de afgelopen vier jaar in een oorlogszone was veranderd. Slechter kon het gewoon niet meer. Het is trouwens uiterst gevaarlijk om die telling in de Lange Steenstraat naar het hele winkelwandelgebied te extrapoleren. Byttebier is gewoon blij met een dooie mus en maakt in zijn delirium abstractie van de commerciële leegstand in de binnenstad. Byttebier blijft ook ziende blind voor de weinig rooskleurige werkloosheidscijfers en het bedroevend laag aantal werkaanbiedingen in Kortrijk.

Zoals we van Vanhee gewoon zijn stelt hij zich niet de minste vraag bij de cijfers van Fastigon. ALS het klopt dat er in oktober 80.000 passanten per week in de Lange Steenstraat waren dan moet je daarnaast ook eens het bevolkingscijfer plaatsen. Of, zoals Fastigon zelf ook doet, het aantal inwoners dat in een straal van een kwartier rijden van het meetpunt woont. De visvijver, zeg maar. Voor Kortrijk rekent men op een vijver van ongeveer 140.000 mensen. Voor Roeselare zijn dat er 80.000. Voor Oostende 80.000 en voor Brugge 120.000. Het winkelgebied van Kortrijk bereikt op die manier 80.000 op 140.000. Of slechts 57% van het mogelijke potentieel. Als je die 80.000 passanten tegenover het aantal inwoners van de Euregio plaatst (want volgens sommigen is Kortrijk dè attractiepool, de navel van die Euregio) wordt het helemaal belachelijk. Roeselare is overigens ook een stuk kleiner dan Kortrijk en haalt in verhouding dus meer bezoekers. Het getuigt ook van een wel heel bekrompen visie op de totaliteit om Kortrijk tegenover Roeselare uit te spelen. Tenslotte gaat het over enkele verschuivingen die het totaalbeeld weinig of niet veranderen. Waar het bij winkelgebieden tenslotte werkelijk om draait is niet het aantal passanten maar de omzet. Benieuwd of we daar ooit cijfers van te zien zullen krijgen.

Dat een politicus liever de rooskleurige kantjes van een beleid laat zien kan ik nog begrijpen. Dat een journalist iedere mogelijkheid om verstandige of kritische vragen te stellen telkens weer vakkundig (alhoewel….vakkundig….) de nek omwringt is onbegrijpelijk en een aanfluiting voor alle journalistieke waarden.

Advertenties

Het gaat goed.

Posted in Cijfers en Letters., Het Gouden Kalf, writers blog on 13/12/2010 by Pär Ongeluck

Dat zegt toch de VDAB. En wie ben ik om de VDAB tegen te spreken? De VDAB komt tot deze conclusie nadat ze de cijfers van het aantal werkaanbiedingen tot en met november van dit jaar binnen kreeg. Voor het hele Vlaamse land zo’n 20% meer dan in dezelfde periode vorig jaar, jubelt de VDAB. Inderdaad een mooi cijfer. En ik wil de VDAB zeker niet tegenspreken. Tot en met november 2010 had de VDAB dit jaar niet minder dan 242.762 werkaanbiedingen binnen gekregen. In november 2009 stond de teller stil op 202.145. Dit jaar dus 40.617 werkaanbiedingen meer dan in dezelfde periode in 2009. In november 2010 waren 195.770 niet-werkende werkzoekenden. In november 2009 waren dat er nog 204.442. Dit betekent een daling van 4,2%. De werkaanbiedingen die de VDAB binnenkrijgt gaan dus vooral naar niet-werklozen. En dat vind ik eigenlijk niet zo’n goed nieuws. Maar het is beter dan niks, dat is waar.

De VDAB verzamelt dezelfde cijfers ook per deelgebied waardoor het mogelijk is om het effect van een bepaalde gebeurtenis op het werkaanbod en de werkloosheid in een beperkte regio te meten. Op die manier is het ook mogelijk om te bepalen of het Gouden Kalf, het winkelcentrum in het centrum van de stad Kortrijk, voor bijkomende werkaanbiedingen en minder werkloosheid in Kortrijk heeft gezorgd. Eerst de werkaanbiedingen.

Tot en met november 2009 ontving de VDAB voor zorggebied Kortrijk 5.324 werkaanbiedingen. In Kortrijk zouden we in de loop van dit jaar, dankzij het Gouden Kalf, een explosie aan jobaanbiedingen moeten gekregen hebben. Wel, tot en met november 2010 waren het er precies 5.313. Dat zijn er zelfs 11 minder dan in dezelfde periode in 2009, toen er nog geen sprake was van een K-effect! Die Kortrijkse DALING steekt ook schril af tegenover de stijging die men algemeen in Vlaanderen vaststelt. Als de VDAB uit de gestegen werkaanbiedingen meent te kunnen besluiten dat het goed gaat met Vlaanderen, dan kunnen we niet anders dan concluderen dat het op basis van de werkaanbiedingen uitermate slecht gaat met Kortrijk. Het bevestigt ook eens te meer dat heel dat Kortrijkse Gouden Kalf een grote leugen, een zeepbel is. Zeker wat tewerkstelling en werkaanbiedingen betreft. En dat is ook logisch: de winkels in het winkelcentrum stellen wel mensen te werk maar dat gaat ten koste van de tewerkstelling op andere plaatsen in de stad. Het aantal winkels – en daaraan gekoppeld de tewerkstelling in die winkels – is nu eenmaal gelimiteerd. Een organisatie als Unizo zou eigenlijk heel precieze cijfers over de tewerkstelling bij haar leden moeten hebben maar die hebben ze jammer genoeg niet. Onbegrijpelijk maar waar. Overigens denk ik ook niet dat Unizo die cijfers WIL hebben. Unizo heeft zich namelijk ook verkocht aan dit ‘binnenstedelijk winkelproject’ en offerde daarmee meteen ook de belangen van de eigen leden op het altaar van het groot kapitaal. Iedere dissonant in dat verhaal – en de afbouw van de tewerkstelling als gevolg de opening van het Gouden Kalf is zo’n dissonant – wordt zorgvuldig toegedekt of genegeerd. In de plaats daarvan vraagt Unizo, in samenzang met de manager van het winkelcentrum, om ‘geduld te oefenen’. Unizo weet beter dan wie ook dat de tijd in het nadeel van die bedrijven speelt die het moeilijk hebben. Het geduld waar Unizo en de winkelmanager om vragen zal enkel aan het licht brengen dat nog meer ondernemers failliet gaan. En de tewerkstelling nog verder afgebouwd.

De Paal van Leleu en ander nieuws.

Posted in Persweeën., Vlugschriften on 11/12/2010 by Pär Ongeluck

Negen weken duurt het nu al dat die Paal van Leleu niet werkt en ik begin mij toch ernstig zorgen te maken. Als ik van Leleu was zou ik dat ook doen. Negen weken met een nutteloze paal zitten is niet niks. Eerst hadden de dokters hem gezegd dat het probleem binnen de vier weken zou zijn opgelost maar ook dokters kunnen er wel eens flink naast schieten. En het weer speelde Leleu ook wat parten, naar het schijnt. Zijn Paal liet zich met die vroege winterprik niet behandelen. Maar er blijft hoop op een spoedig herstel.

Het zesde zintuig zit bij de politie. Althans, als we de berichtgeving op de blog van Het Nieuwsblad mogen geloven. Volgens ene vkk ‘heeft de politie na het verspreiden van enkele foto’s van het slachtoffer, de moordenaars van het Marokkaans meisje dat halfweg november in Kortrijk met dertig hamerslagen werd omgebracht, in het Noorden van Frankrijk opgepakt’. Sterk!

De geur van koolstofmonoxide.

Posted in Persweeën., Vlugschriften with tags , , , on 11/12/2010 by Pär Ongeluck

Journalisten en cijfers, het is een slecht huwelijk. In een recent verleden kon je bijvoorbeeld nog lezen dat sanitair Deneckere de grootste kerstboom van het land zou zetten. Die was, afhankelijk van de bron, 23 of 30 meter hoog, 3 of 8 ton zwaar en werd met 12.960 of 17.000 lichtjes getooid. Gisteren, vrijdag, om 16u36, kon je op de website van KW (nee, niet die van amateur Kortrijkwatcher maar de website van de Krant van West-Vlaanderen, die op een professionele basis wordt gerund) nog lezen dat dertien leerlingen van het Kortrijkse VTI naar het ziekenhuis werden gebracht na gasgeur in de klas. Diezelfde dag plaatste ene sdg, vier minuten vroeger, een bericht op de lokale webpagina van Het Nieuwsblad over dezelfde gebeurtenis en schreef dat twaalf leerlingen in het ziekenhuis belandden na een CO-vergiftiging. Waar is die dertiende leerling gebleven? En de sterke gasgeur? Hier klopt iets niet! Volgens vkk, die dezelfde gebeurtenis vandaag nog eens op de website van Het Nieuwsblad beschrijft, waren de leerlingen (en de leerkracht) ook plots onwel geworden. Nog los van het feit dat er in de professionele pers – met ‘professioneel’ bedoel ik ‘betaald’ en doel ik geenszins op de kwaliteit van het afgeleverde werk – onduidelijkheid wordt gecreëerd over het aantal slachtoffers (bij de selectieprocedure voor journalist moeten de kandidaten niet verder dan tot tien kunnen tellen) is er nog een tweede storende fout in de berichtgeving rond deze, op zich toch wel eenvoudige, gebeurtenis. De ‘journalist’ van KW, jv, heeft het in zijn artikel over ‘een sterke gasgeur’. Zowel sdg als vkk houden het in Het Nieuwsblad op een CO-vergiftiging. Het Nieuwsblad heeft het nergens over een ‘gasgeur’ in het klaslokaal. En dat is vreemd. Of toch weer niet. Koolstofmonoxide (CO) is namelijk een geur- smaak en kleurloos gas. jv van KW is in dat geval een superprofessionele gaswaarnemer. Er wacht hem in die branche ongetwijfeld een veel lucratievere toekomst dan in de journalistiek.

Als ‘journalisten’ er niet eens in slagen om een eenvoudige gebeurtenis als deze correct weer te geven, wat moeten we dan nog geloven van hun berichtgeving over meer ingewikkelder problemen?

Kortrijk in vogelperspectief.

Posted in Kortrijkse zendelingen, Persweeën., writers blog on 10/12/2010 by Pär Ongeluck

Elke dag staan de kranten vol met berichten over inbraken, handtasdiefstallen, drughandel, mishandeling, moorden, branden en nog veel meer. Zelden of nooit lees je iets over misdrijven op milieu-, fiscaal- of arbeidsrechtelijk vlak. Door het gebrek aan berichtgeving hierover wekt de pers verkeerdelijk de indruk dat er op dat vlak eigenlijk geen misdrijven begaan worden. Niets is echter minder waar. Maar blijkbaar oordelen journalisten dat de publieke opinie over dit soort wangedrag niet moet worden ingelicht. Of misschien is het hen allemaal gewoon te ingewikkeld. Misdrijven tegen de openbare orde zijn wellicht ook niet zo populair bij de modale krantenlezer omdat het ‘slachtoffer’ geen fysiek persoon is. Het is ‘maar’ de staat die wordt bedrogen of bestolen. En de meeste mensen dragen DE staat niet zo’n warm hart toe omdat diezelfde staat ook wel eens aan in de portefeuille van de krantenlezer durft te zitten zonder daarvoor meteen iets tastbaars in ruil te geven. Neem nu die nachtelijke openingen die de winkelketens Saturn en Game Mania organiseerden naar aanleiding van de lancering van World of Warcraft. Je winkel ’s nachts openhouden is voor gewone handelszaken verboden door de wet op de sluitingstijden van november 2006. Iedere handelaar kent die wet. Voor werknemers is er een regeling getroffen in de Arbeidswet van maart 1971. Die Arbeidswet omschrijft nachtarbeid als arbeid verricht tussen 8 uur ’s avonds en 6 uur ’s morgens. Nachtarbeid is principieel verboden. (er zijn afwjkingen maar die zijn hier niet van toepassing) Het voordeel van deze duidelijke wetsbepalingen is juist dat die heel eenvoudig, rechtlijnig, voor iedereen te begrijpen en dus makkelijk toe te passen zijn. In de Arbeidswet zijn ook nog enkele bepalingen opgenomen over de minimumduur van prestaties (doorgaans 3 uur) en de verplichte rustpauzes tussen twee prestaties (11 uur) die in samenhang met het verbod op nachtarbeid moeten gelezen worden. Niettegenstaande al deze verbodsbepalingen waren Game Mania en Saturn in de nacht van zes op zeven december enkele uren geopend. Hoe kan dat? Daar is eigenlijk maar één goed antwoord op: de instanties die verantwoordelijk zijn om dit verbod te doen naleven doen hun werk niet. Misschien omdat de zogenaamde tijdsgeest veranderd is maar dat doet eigenlijk niet ter zake. Een wet blijft een wet en wie die aan zijn laars lapt riskeert voor de rechtbank te worden gesleept en eventueel een boete en/of gevangenisstraf te krijgen. De dienst die door de wetgever aangewezen is en hier zou kunnen ingrijpen is de administratie van het Toezicht op de Sociale Wetten. Maar daar leest men blijkbaar geen kranten. Of ze hebben geen zin. of ze zijn onderbemand. Of nog zoveel meer. In ieder geval doen ze niets, zoveel is wel zeker. Daarnaast zou ook de politie kunnen tussenkomen. Maar ook die gebaart van krommenaas. Of heeft het te druk met de ‘echte’ criminaliteit. De criminaliteit die interessant is voor de gazetten, dus. Blijkbaar vindt niemand zo’n misdrijf dus belangrijk; of toch niet belangrijk genoeg om er iets aan te doen. Hoe is dat mogelijk? Mijn goeie vriend Ben is een verwoed ornitoloog en heeft daar een theorie over. Hij is namelijk de mening toegedaan dat Kortrijk voornamelijk wordt bevolkt door twee vogelsoorten:

Struthio Camelus.

De Struthio Camelus ofte struisvogel is een uitheemse vogelsoort die sedert enkele decennia ook in onze contreien goed gedijt. Als voornaamste vertegenwoordigers van deze soort hebben we in Kortrijk Stefaan, de klerk van justitie en Lieven Lybeer, dienstdoend burgemeester.

Stefaan, de klerk van justitie, gaf bij zijn aantreden als mini-ster een ‘bevlogen’ uiteenzetting over ‘de perceptie van straffeloosheid’. Daarmee bedoelde hij dat de bevolking, de man in de straat, vooral een PERCEPTIE van straffeloosheid heeft maar dat er in de realiteit wel degelijk – onder zijn deskundige leiding, natuurlijk – wordt bestraft. Diezelfde mini-ster benoemde ooit iemand die zelf beklaagde is in de zaak Beaulieu tot plaatsvervangend rechter in handelszaken. Op die manier werd het dossier nog maar eens wat vertraagd. Hij wist dat niet, zei hij toen. En ook nu doet de mini-ster weer alsof zijn neus bloedt en laat hij maar betijen. Geef die man toch eens een zakdoek! En een beginnerscursus arbeidsrecht. Er is trouwens ook geen enkele politicus die de man tegenspreekt of hem op zijn verantwoordelijkheid in deze zaak wijst.

Ook dienstdoend burgemeester Lybeer heeft in deze meer dan een half pond boter op zijn hoofd. Als vertegenwoordiger van het ACW zou je denken dat de belangen van de werkende klasse de man nauw aan het hart liggen en hij toch enige voeling met arbeidsrecht heeft. Dat is dus niet zo, niettegenstaande dat vroeger zijn beroep was. Of dat is nu enkel nog zo als er stemmen moeten geronseld worden. Dat Lybeer van opleiding ook nog eens sociaal assistent is, stemt nog meer tot nadenken. Er is trouwens ook geen enkele vakbond die een klacht tegen dit soort nachtwerk indient. Vreemd. Verdacht, zelfs.

Windhanen.

In Kortrijk hebben we verder nog een minister van Economie, ene Vincent Van Quickenborne (‘Quickie’ voor de intimi van de geschreven pers). Die zou er o.a. moeten voor zorgen dat handelaars op een eerlijke manier met elkaar kunnen concurreren. Het is zonneklaar dat er in dit geval geen sprake meer is van eerlijke concurrentie: blijkbaar mogen sommige winkelketens, tegen alle reglementaire bepalingen in, veel meer dan anderen. Op 27 januari 2000 hield Van Quickenborne – in de Senaat – nog een vurig pleidooi tegen de erkenning van bepaalde dorpen als toeristisch centrum. Hij fulmineerde toen o.a. tegen het feit dat er op zondagen in de Barakken in Menen horden Fransen kwamen winkelen en tegen het feit dat een aantal warenhuizen in Zottegem, op zondagvoormiddag open bleken te zijn. (Dat hij zich toen onsterfelijk belachelijk maakte omdat er in beide gevallen een wettelijke basis voor bestond toont enkel aan hoe goed jurist Van Quickenborne wel op de hoogte is van de wettelijke regelingen) Nu hij een blauw hesje aangetrokken heeft, kan het plots echter allemaal: zondagopeningen, laatavondopeningen, nachtelijke openingen,…. Wat zal het volgende zijn? Kinderarbeid, misschien? Nu heb ik op zich niets tegen mensen die van gedacht veranderen. Zo lang daar een duidelijke, goed onderbouwde visie aan ten grondslag ligt, tenminste. In het geval Van Quickenborne is er echter geen sprake van enige onderbouwde visie. Van enige visie tout court, zelfs. De enige visie die hij heeft is die van het eigenbelang en het belang van het groot kapitaal. En daar moet alles en iedereen voor wijken. Zelfs het belang van de kleine zelfstandige. Vreemd genoeg liet ook Unizo – die zich graag opwerpt als de verdediger van de belangen van de zelfstandigen – geen enkel protest horen.

De lokale pers had in deze zaak als klokkenluider kunnen fungeren. Meer dan een verslag over het ‘event’ kregen we in de kranten echter niet te lezen. Geen enkele kritische bedenking terwijl die echt wel voor het oprapen lagen. Maar niets, nada, nougabollen. Een gemiste kans. De lokale perslui hadden met een kritische benadering zelfs de nationale pers kunnen halen – tenslotte waren die nachtelijke openingen geen exclusief Kortrijks fenomeen en was het ook niet de eerste keer dat dit gebeurde –  en een maatschappelijk debat over deze materie op gang kunnen openen. Maar ze vertikten het gewoon. Uit onwetendheid of pertinente onwil, dat is niet erg duidelijk. Ergens las ik dat de lokale persjongens hardnekkig het gerucht ontkennen dat ze bij kritische artikels aan zelfcensuur zouden doen. Wel, voor één keer ben ik bereid hen te geloven. Zij doen nooit aan zelfcensuur. Dat is ook niet nodig want ze zijn ze zijn niet eens tot enig kritisch denken in staat, zoals ze elke dag opnieuw weer in hun kranten bewijzen.

U breidt toch ook?

Posted in Persweeën., Woordenaars on 07/12/2010 by Pär Ongeluck

Volgens de kop van het artikel op de blog van Het Nieuwsblad van vandaag BREIDT de brouwerij een einde aan het succesverhaal van kroeg ’t Salonske…. (zie: http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=R133ADD5&postcode=8500 Brouwerij breidt einde aan succesverhaal ’t Salonske) Volgens mij had de schrijver van het artikel duidelijk iets te diep in het glas gekeken toen hij zijn artikel schreef….

De originele titel (met fout, dus) staat ook nog altijd te lezen op

http://webcache.googleusercontent.com/search?q=cache:P6N-79fuIzgJ:www.nieuws.be/nieuws/Brouwerij_breidt_einde_aan_succesverhaal_t_Salonske_cc41f862.aspx+brouwerij+breidt+einde+aan+succesverhaal&cd=4&hl=nl&ct=clnk&gl=be&client=firefox-a&source=www.google.be

Familieportret.

Posted in Cijfers en Letters., writers blog on 06/12/2010 by Pär Ongeluck

Marc Lemaitre zegt dat ik iets met cijfers heb. En hij heeft gelijk. Cijfers zijn ook een beetje verslavend. Het is bij mij zelfs zo erg dat ik mijn eigen leven voor een stuk becijfer. Neem nu mijn inkomen. Mijn inkomen bedroeg in 2007 precies 15.185 euro bruto. Op jaarbasis. Is dat veel? Weinig? Ik weet het niet. Mijn nichtje Gin Ongeluck, dat in Hasselt woont, bijvoorbeeld, verdiende in datzelfde jaar een pak meer: 16.572 euro. Maar mijn neef, Otto Ongeluck, die in Sint- Niklaas woont, moest het dat jaar met 15.051 euro stellen. Het gemiddelde inkomen in 2007 bedroeg in het hele Vlaamse land 15.563 euro. Dat is toch wel ietsje meer dan wat ik verdiende.

Van die 15.185 euro betaalde ik ook nog eens 701,93 euro aan de stad, in de vorm van aanvullende personenbelasting en opcentiemen op de onroerende voorheffing. Gin betaalde haar stad 586,13 euro en Otto de zijne 645,70 euro. Mijn netto inkomen bedroeg in 2007 dus geen 15.185 euro maar 14.483,07 euro. Dat van Gin 15.985,87 euro en dat van Otto14.405,3 euro. In realiteit was ons inkomen nog lager omdat er ook nog nationale, provinciale en gewestelijke belastingen moeten afgetrokken worden maar die zijn voor iedereen gelijk. (Alhoewel….die provinciale belastingen kunnen toch nog een verschil maken, maar daar heb ik nu even geen cijfers over en dus maak ik er ook maar abstractie van.) Dat ik uiteindelijk een pak minder verdien dan Gin heeft alles te maken met de aanvullende personenbelasting en de opcentiemen op de roerende voorheffing. In mijn stad bedragen die respectievelijk 7,9% en 1.750 opcentiemen. De gemiddelde Vlaming betaalde in 2007 gemiddeld 7,2% aanvullende personenbelasting aan zijn gemeente en 1308 opcentiemen. Dat scheelt een slok op een borrel. Voor de volledigheid ook nog de cijfers die gelden voor mijn nichtje Gin en mijn neefje Otto: Gin betaalde 7,0% aanvullende personenbelasting en 1150 opcentiemen, Otto , de sukkelaar moest zelfs 8,5% aanvullende personenbelasting en 1325 opcentiemen ophoesten. Ondertussen zijn sommige cijfers wel wat voorbijgestreefd. Zo zal Gin in 2010 wel 7,5% aanvullende personenbelasting en 1350 opcentiemen betalen. Niet zo leuk voor haar maar zij betaalt nog altijd minder dan mijn neef Otto en ikzelf. Terwijl ze toch een beduidend hoger inkomen heeft.

Nu vroeg ik mij af wat de stad zoal met mijn geld aanvangt. Wel, ze betoelagen er bijvoorbeeld de erediensten mee. In Kortrijk kregen die erediensten 20 euro per jaar van mij, stoelgeld en offerandes niet meegerekend. In de stad van Otto is dat ietsje minder: 8 euro. En Gin staat 15 euro per jaar van haar inkomen af om leegstaande kerken en dergelijke te verwarmen. De gemiddelde Vlaming betaalt 7 euro.

Waar betaal ik verder nog zoal voor? Ah, voor veiligheid! Ik stond in 2008 zo maar eventjes 162 euro af om de politie mee te financieren. En als de korpschef en de burgemeester hun zin krijgen en ter vrijwaring van uw en mijn veiligheid hoogtechnologische camera’s zullen plaatsen, wordt het nog een stukje meer. Otto hield het op 129 euro en Gin stortte zelfs maar 120 euro in het politiesteunfonds. De gemiddelde Vlaming besteedde nog minder: 115 euro. Beduidende verschillen die om wat toelichting schreeuwen. Mocht het u nog niet opgevallen zijn: Kortrijk is heel duidelijk een politiestad. Maar brengen al die investeringen in veiligheid wel op? Is Kortrijk een veiliger stad dan andere steden?

Veiligheid valt uiteen in 2 stukken: enerzijds criminaliteit en anderzijds verkeersveiligheid.

In 2008 noteerde men in Kortrijk per 1000 inwoners 46,3 diefstallen en afpersingen, 11 misdrijven tegen de lichamelijke integriteit en 12,9 misdrijven tegen eigendom. In de stad van Otto zijn de cijfers respectievelijk 36,8, 11,3 en 12,8. Bij Gin had je in 2008 per duizend inwoners 56,3 gevallen van diefstal en afpersing, 9,7 misdrijven tegen de lichamelijke integriteit en 13,3 misdrijven tegen eigendom. Al deze cijfers liggen een pak hoger dan de gemiddelde misdaadcijfers in Vlaanderen. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het verstedelijkte milieu. Daarom is het misschien beter om te vergelijken met de misdaadcijfers in andere, vergelijkbare, steden. Als we alle criminele feiten optellen komen we voor Kortrijk op 70,2 misdaden per 1000 inwoners, voor Sint-Niklaas op 60,9 en voor Hasselt op 79,3. Het gemiddelde voor de regionale steden bedraagt 63,4 misdrijven per 1000 inwoners. Die regionale steden zijn volgens de Dexia-indeling, naast Kortrijk, Turnhout, Roeselare, Sint-Niklaas, Vilvoorde, Mechelen, Genk en Aalst. Om de één of andere duistere reden deelt Dexia de stad Hasselt in bij de grote en regionale steden. Hasselt heeft nochtans minder inwoners dan Kortrijk. Maar dit terzijde. Feit is wel dat Kortrijk niet de meest onveilige stad is maar ook niet de meest veilige. Toch investeert de stad Kortrijk een pak meer in politie dan andere steden. Blijkbaar zonder veel resultaat. Integendeel, zelfs. Investeren in politie resulteert in ieder geval niet automatisch in een verlaagde criminaliteit. Dit heeft misschien veel te maken met een andere – mogelijks verkeerde – inzet van manschappen en middelen.

De politie staat ook in voor de verkeersveiligheid. In Kortrijk gebeurden er in 2008 maar liefst 533 verkeersongevallen. Dat is er eentje meer dan in 2000. In Sint-Niklaas gebeurden er in 2000 nog 674 verkeersongevallen maar men slaagde er daar wel in om dat in 2008 tot 471 terug te brengen. In Hasselt zaten ze in 2000 met 530 op het niveau van Kortrijk maar in 2008 werd dat gereduceerd tot 495 verkeersongevallen. De cijfers voor verkeersongevallen waarbij fietsers betrokken waren vertellen een gelijkaardig verhaal. In 2000 waren er in Kortrijk 109 fietsers bij een verkeersongeval betrokken. Volgens de cijfers van 2005 waren dat er zelfs 117. In Sint-Niklaas telde men in 2000 nog 175 verkeersongevallen met fietsers. In 2005 was dat bijna gehalveerd tot 89. In Hasselt tenslotte, stelde men een daling vast van het aantal verkeersongevallen waarbij fietsers betrokken waren van 94 in 2000 tot 83 in 2005. Deze cijfers laten weinig aan de verbeelding over.

Niettegenstaande we in Kortrijk een pak meer in politie investeren is Kortrijk zeker geen veiliger stad. Niet op het vlak van criminaliteit en zeker niet op het vlak van verkeersveiligheid. Dat stemt toch tot nadenken over de manier waarop de middelen worden ingezet. En misschien ook tot enige bezinning over de verkeersinfrastructuur in deze stad en de manier waarop we met verkeer omgaan.

Alle cijfers die hier aangehaald werden – en nog veel meer – staan te lezen in de profielschetsen van de steden Kortrijk, Sint-Niklaas en Hasselt.