Archief voor maart, 2014

KVK degradeert.

Posted in Brood en spelen with tags , , , , , on 28/03/2014 by Pär Ongeluck

Op de gemeenteraad van juli 2013 stelde het stadsbestuur trots de nieuwe overeenkomst tussen stad Kortrijk en CVBA Kortrijk Voetbalt voor. Zoals bij overeenkomsten met  CVBA Kortrijk Voetbalt gebruikelijk is, kwam het er op neer dat de ene partij – de stad; u en ik, dus – weer eens een pak geld richting CVBA Kortrijk Voetbalt schoof en in ruil daarvoor deed CVBA Kortrijk Voetbalt dan wat vage beloften, waar het zich hooguit enkele maanden aan houdt. Bij de voorstelling van die overeenkomsten stellen beide partijen het wel altijd voor alsof  het een historisch feit betreft, waarbij beide partijen als winnaars uit de bus komen. Niets is minder waar, natuurlijk. Uiteindelijk blijkt er altijd een winnaar te zijn en een verliezer. In het geval van de overeenkomsten tussen stad Kortrijk en CVBA Kortrijk Voetbalt is de winnaar altijd geheid deze laatste. En de verliezer de eerste. U en ik. Dat was bij die overeenkomst van juli vorig jaar niet anders. Zo was schepen van sociale zaken, Philippe De Coene (SP.a) niet weinig fier over de ‘sociale engagementen’ die de stad in de overeenkomst had weten vast te leggen. Ik heb dat nooit begrepen want in feite stond er weinig of niets concreets in die overeenkomst; De Coene was blij met een dooie mus. Niet ongewoon in politieke middens, waar de perceptie altijd boven de realiteit staat.

Ondertussen staan we 9 maanden verder en wat blijkt? CVBA Kortrijk Voetbalt schrapt vanaf volgend seizoen de provinciale jeugdwerking; 80 jeugdspelers moeten ergens anders gaan spelen (1). CVBA Kortrijk Voetbalt is daarmee niet aan zijn proefstuk toe want enkele jaren geleden deed het net hetzelfde met de gewestelijke jeugdwerking. Toen ging het over 200 tot 300 spelers. De bedragen die ondertussen in de bodemloze put die CVBA Kortrijk Voetbalt is, werden gedumpt, zijn er in de loop der jaren overigens niet minder op geworden. Integendeel, zelfs. ‘Wat met de sociale functie van de club, een vroegere eis van de stad Kortrijk?’, zo vraag Frank Luts zich in Het Nieuwsblad heel terecht af. ‘We hebben een contract met de club maar we zijn niet beslissende partij’, antwoordt Schepen van Sport An Vandersteene (N-VA). Tja,….waarom je dan eigenlijk nog overeenkomsten met CVBA Kortrijk Voetbalt (over ‘sociale engagementen’) afsluit, is mij niet geheel duidelijk als er zich blijkbaar toch maar één partij door gebonden voelt. Het wordt al helemaal onbegrijpelijk als je weet dat de professionele spelers van dat clubje gemiddeld meer verdienen dan de eerste minister van dit land. Blijkbaar is voetbal in deze stad echter een taboe; en daar mag nooit aan geraakt worden. Dankzij de onkunde en de onwil van politici van het slag Vandersteene – maar ook alle anderen – moeten u en ik daar dan maar voor opdraaien. Levenslang.

(1) http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=dmf20140327_01043568

 

’t Is te laat de put gedempt!

Posted in Het Gouden Kalf with tags , , , , , on 27/03/2014 by Pär Ongeluck

Eerst heb ik een algemene vraag. Welke criteria worden gehanteerd bij het erkennen van een toeristisch centrum? Hoe zal de regering deze criteria in de toekomst toepassen? Het is belangrijk erop te wijzen dat belangrijke toeristische plaatsen, zoals Antwerpen, Mechelen, Lier, Leuven, Kortrijk en Oudenaarde, die in de gerenommeerde Michelingids drie, twee of één ster krijgen, niet als toeristisch centrum zijn erkend. Is dat omdat deze gemeentebesturen geen aanvraag hebben ingediend of omdat men hun aanvraag niet heeft ingewilligd?” ……”Blijkbaar hanteert de administratie naast de wettelijke criteria ook economische criteria. Zo is er het voorbeeld van Aarlen en ook van de Meense wijk “De Barakken” waar op zondag de Fransen komen winkelen. De administratie geeft een te ruime interpretatie van het begrip toerisme, waarmee ze haar boekje te buiten gaat.” 

Aan het woord was Vincent Van Quickenborne, op 27 januari 2000, in de senaat (1). Enkele jaren later stemde hij ongegeneerd voor de inplanting van het Gouden Kalf, een grootschalig winkelcentrum in het hart van Kortrijk. Wat door enkelingen werd voorspeld, gebeurde ook: de commerciële leegstand in het centrum van Kortrijk nam, in weerwil van stijgende bezoekersaantallen, hand over hand toe. Zowel het vorige als het  huidige stadsbestuur besefte dat er iets moest gebeuren en uiteindelijk zocht de huidige coalitie van liberalen, zij die zich socialisten wanen en N-VA’ers zijn toevlucht in de erkenning van Kortrijk als toeristisch centrum. Niet dat daar een draagvlak voor bestond want de twee direct betrokken partijen – zelfstandigen en werknemers – waren geen voorstander van die aanvraag tot erkenning. Maar in Kortrijk Spreekt telt zoiets niet; als puntje bij paaltje komt, beslist de politieke overheid, over de hoofden van de betrokkenen heen. En nu stappen de vakbonden naar de Raad van State om die erkenning als toeristisch centrum ongedaan te maken (2). Geheel kansloos zijn ze niet want er is een precedent en het dossier van de stad Kortrijk is nu ook weer niet zo ijzersterk.

Toch enkele bemerkingen bij die démarche van de vakbonden. Waar waren de vakbonden toen er werd beslist om het Gouden Kalf in de binnenstad van Kortrijk in te planten? Zij stemden voor! Zowel de ‘socialistische’ als de liberale als de christelijke vakbond! Zijn ze in die kringen dan werkelijk zo achterlijk dat ze niet eens beseffen dat, als je winkelketens binnenhaalt, dat uiteindelijk voor afbraak van de tewerkstelling zorgt?!? Weten ze in die vakbonden dan niet dat, als je de positie van de kleine zelfstandige verzwakt, dit ook in een enorme druk op de lonen en de tewerkstelling resulteert en er een steeds grotere flexibiliteit zal geëist worden? Overigens waren de zelfstandigenorganisaties oorspronkelijk ook voorstander van de komst van het Gouden Kalf. Blijkbaar beseften ze daar ook niet dat ze hiermee hun eigen doodsvonnis tekenden. Ook voor die kleine zelfstandigen zijn er grenzen aan de flexibiliteit. Maar ze kunnen niet anders meer dan mee in de dans springen. Een mens vraagt zich af: wat zitten ze op al die studiediensten eigenlijk godganse dagen te doen?!? derde partij die zich in de debatten roert: de CD&V. Die partij bakt het wel heel erg bruin. Zij zorgde er immers bijna op haar eentje voor dat het Gouden Kalf in Kortrijk kon worden ingeplant. Voormalig schepen van economie, Jean de Bethune (CD&V), wilde in 2012 overigens al koopzondagen invoeren. Omdat dit niet wettelijk was – maandelijkse koopzondagen kunnen enkel in het systeem van de erkenning als toeristisch centrum en om god weet wat voor reden – luiheid en onbekwaamheid zijn de meest plausibele – had het vorige stadsbestuur die niet aangevraagd – kwam daar uiteindelijk niets van in huis. Het is duidelijk dat de CD&V toen voorstander was. En nu dus tegen. Hoe ongeloofwaardig kan je eigenlijk worden? De CD&V’ers zijn blijkbaar al even grote kontdraaiers als Van Quickenborne en zijn vazallen.

(1) http://www.senate.be/www/webdriver?MItabObj=pdf&MIcolObj=pdf&MInamObj=pdfid&MItypeObj=application/pdf&MIvalObj=33575141 p.46 en volgende

(2) http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20140323_01037022

De NMBS en de Retard.

Posted in Persweeën., Verkeer(d), Vlugschriften with tags , , , on 19/03/2014 by Pär Ongeluck

Wie regelmatig een krant of tijdschrift leest en de andere media wat in de gaten houdt, weet het wel: (plaatselijke) journalisten worden gekenmerkt door een ontstellend gebrek aan kritisch vermogen en combineren dat ook nog eens met een overdosis luiheid; bronnen op hun deugdelijkheid controleren – de eerste en belangrijkste les voor de aspirant-journalist – blijft een pijnpunt waar geen Dafalgan tegen opgewassen blijkt. Ter illustratie een artikel uit Het Nieuwsblad van 18 maart 2014.

“Er komt extra treinverbinding van Kortrijk naar Brussel” titelt Koen Theun (1). ‘Vanaf eind dit jaar vertrekken vanuit Kortrijk niet één maar twee treinen per uur naar Brussel. De bestaande verbinding via Zottegem blijft, maar een tweede verbinding zal Kortrijk ook via Harelbeke, Waregem en Gent met Brussel verbinden’, zo weet onze  broodschrijver.Wie regelmatig eens een beroep doet op de diensten van de NMBS, weet dat de journalist hier klinkklare onzin verkoopt. Waarschijnlijk haalde hij zijn inspiratie op een met sloten drank overgoten persconferentie van de NMBS ofwel kreeg hij een kant en klare persmededeling van diezelfde NMBS in zijn mailbox toegestuurd. In ieder geval deed de man geen enkele inspanning om na te gaan of zijn beweringen wel kloppen. Erg moeilijk was het nochtans niet. Zelfs voor een journalist uitvoerbaar. Het volstond om de dienstregeling van de treinen tussen Kortrijk en Brussel op de website van diezelfde NMBS eens op te snorren om vast te stellen dat de informatie die hij via zijn krant verspreidt, onvolledig en onjuist is. Hierbij kun je je ook de vraag kunt stellen wat die (regionale) hoofdredacteuren van de gesubsidieerde pers eigenlijk voor de kost doen. Artikels op de juistheid van hun inhoud beoordelen, behoort duidelijk niet tot hun takenpakket. Voor de goede orde:

– wie in Kortrijk tussen 6 en 7 uur ’s morgens de trein richting Brussel wenst te nemen, heeft nu niet één – zoals de kladschrijver beweert – , niet twee,  niet drie maar zeven mogelijkheden. Niet allemaal even interessant, maar soit. In twee van die zeven gevallen moet hij (of zij) overstappen in Gent. Twee van die zeven treinen rijden over Oudenaarde. De ene is een boemel die tussen Kortrijk en Zottegem in ieder godvergeten gat stopt en daarna in één ruk verder rijdt naar Brussel. De andere is een trein die enkel stopt in Oudenaarde, Zottegem en Denderleeuw. Daarnaast is er ook nog een trein die niemand die van Kortrijk naar Brussel (of Antwerpen) wil, ooit neemt: de IR 3106 van 6u53 die u, volgens de duistere logica van de NMBS, van Kortrijk naar Antwerpen brengt maar daarvoor wel een omweg doorheen Wallonië maakt. Van de zeven treinen die tussen zes en zeven uur van Kortrijk naar Brussel sporen, rijden er vier over Gent. In twee van die gevallen moet je overstappen. Samengevat: 6 realistische mogelijkheden om van Kortrijk naar Brussel te reizen, waarvan 4 die over Gent rijden en in twee van die gevallen moet je in Gent ook overstappen.

– tussen 7 en 8 uur rijden er vanuit Kortrijk 6 treinen naar Brussel; 4 rijden over Gent en bij 2 van die 4 moet je een overstap (in Gent) maken. Uiteraard houdt de NMBS ook tussen 7 en 8 uur rekening met de drommen reizigers die door Wallonië over Brussel naar Antwerpen willen.

– tussen 8 en 9 uur resten er de reiziger nog 5 mogelijkheden om vanuit Kortrijk naar Brussel te vertrekken; één trein rijdt over Oudenaarde en twee treinen rijden over Gent. In beide gevallen moet hij overstappen in Gent. Het spreekt vanzelf dat de NMBS tussen 8 en 9 de horden reizigers die het Zuiden van het land willen verkennen, niet vergeten is; daarom legt de NMBS tussen 8 en 9 zelfs 2 treinen in die dat mooie maar lange traject volgen; in 1 geval moet je zelfs overstappen in Moeskroen. Ik wil er overigens ook nog op wijzen dat geen enkele treinen die tussen acht en 9 in Kortrijk vertrekt voor 9 uur in Brussel aankomt. Voor journalisten zijn deze treinen misschien een optie maar niet zo voor de meeste werkende pendelaars.

In plaats van persberichtjes klakkeloos over te schrijven, had de journalist ook eens de nieuwe naast de huidige NMBS-dienstregeling kunnen leggen. Misschien was daar zelfs een boeiend en informatief artikel uit voortgevloeid. Maar dat zou natuurlijk een inspanning vergen. En inspanningen leveren, daar hebben journalisten nou juist meer dan een broertje aan dood.

(1) http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=dmf20140317_01029552

Parkeerhaven Kortrijk.

Posted in Verkeer(d) with tags , , , , , , on 16/03/2014 by Pär Ongeluck

Op de laatste gemeenteraad was er  enige heibel rond de beslissing van het schepencollege om in Kortrijk 200 bijkomende parkeerplaatsen voor kortparkeerders te creëren. Iets wat schepen van stilstand, Marc Lemaitre – zeer tot ongenoegen van Bart Caron van Groen – overigens ten stelligste ontkent; volgens hem gaat het immers niet om bijkomende parkeerplaatsen maar om de omvorming van laad-en loszones in…, tja, in wat eigenlijk? In shop&go-zones! Marc Lemaitre weigert het in ieder geval parkeerplaatsen te noemen. Want Kortrijk wil zo graag een groene stad zijn en Kortrijk is toch een stad met een vooruitstrevend mobiliteitsbeleid? ‘Parkeren’ is in zo’n stad een besmette term. En dus schrapt Marc Lemaitre die term, struisvogelgewijs, maar uit zijn woordenschat en is er geen sprake meer van bijkomende parkeerplaatsen. Of toch?

Volgens de verkeerswet van 1975 zijn er maar twee mogelijkheden: parkeren of stilstaan. Op sommige plaatsen mag je niet parkeren maar wel stilstaan. Voor ons gemak heeft de wetgever de zones waar je mag parkeren bedacht met een rechthoekig blauw bord met een witte P, type E9 en aanverwanten. Waar je niet mag parkeren, maar soms wel mag stilstaan, wordt aangeduid door de ronde verkeersborden type E1, E3, E5, E7 of E11, eventueel aangevuld met andere borden die het tijdstip of het type voertuig of nog iets anders verduidelijken. Die borden kom je normaal aan de laad- en loszones tegen. Enfin, voorlopig dan toch nog want binnenkort vervangt Marc Lemaitre die door rechthoekige, blauwe parkeerborden van het type E9. Precies zoals hij in de zogenoemde shop&go-zone in de Doorniksestraat deed. Waarmee hij meteen ook toegaf dat het wel degelijk parkeerplaatsen zijn. Ook al krijgt Marc dat woord niet uit zijn strot gewrongen.

‘Shop&go’ is, net als ‘kortparkeren’ of ‘langparkeren’, een onbestaand begrip in de verkeerswetgeving, die enkel ‘parkeren’ en ‘stilstaan’ kent. ‘Stilstaan’ is voor de wetgever de tijd die nodig is voor het laden en lossen van zaken of het in- en uitstappen van personen. Heb je daar meer tijd voor nodig dan wordt het ‘parkeren’. Ook vanuit die optiek worden die bijkomende shop&go-zones dus gewoon parkeerplaatsen. Wat Marc Lemaitre ook mag beweren.

Op de gemeenteraad haalde Bart Caron aan dat de creatie van die 200 bijkomende parkeerplaatsen het zoekverkeer in het stadscentrum aanzwengelt, en dus meteen ook voor meer vervuiling zorgt. Dat bleek uit een kleinschalig onderzoek dat Spirit in 2007 op de Grote Markt van Kortrijk uitvoerde, aldus Caron. SP.a-schaduwschepen Axel Weydts achtte toen zijn moment gekomen om, met veel omhaal van vooral nietszeggende woorden, de bewering van Caron te logenstraffen en poneerde schaamteloos dat er sinds de invoering van de shop&go-zone in de Doorniksestraat juist minder zoekverkeer is omdat de parkeerzoekenden nu wel plaats vinden waar dat voorheen niet het geval was. Zoals wel vaker gebeurt, kletste Weydts uit zijn nek. Hoe heeft hij dan vastgesteld dat er minder zoekverkeer is in de Doorniksestraat? Heeft hij geteld hoe vaak eenzelfde wagen in de Doorniksestraat passeerde, op zoek naar een parkeerplaats? Of op welke andere, objectief meetbare gegevens baseerde hij zijn conclusie? Een beetje jammer dat Caron niet de tegenwoordigheid van geest had om Weydts die vragen voor de voeten te gooien. Ik heb zaterdagmiddag trouwens zelf de proef op de som genomen en ben op zoek gegaan naar een parkeerplaats in de Doorniksestraat. Na drie rondjes doorheen het stadscentrum ben ik terug naar huis gereden; ik heb gezocht maar niet gevonden. ‘Zoekverkeer’ is overigens niet het grootste probleem met dat shop&go maar ‘verkeer’ tout court. En met de invoering van shop&go-zones creëert men juist onnodig verkeer. Uiteindelijk is de vraag of men voor die kleine boodschappen wel de wagen nodig heeft en niet veel beter zijn toevlucht zoekt in andere vervoersmiddelen. Shop&go is, volgens de bedenkers zelf, bedoeld voor kleine boodschappen (een krant,  een brood, een pakje sigaretten en dergelijke meer) en gebeurt ‘en passant’. Aankopen die net zo goed ergens anders kunnen gedaan worden of waarvoor men niet eens een wagen nodig heeft, zeg maar. Met de invoering en uitbreiding van de shop&go-zones stimuleert het stadsbestuur juist het onoordeelkundig gebruik van de auto. Op het ogenblik dat de luchtkwaliteit de slechtste is van de de laatste 800.000 jaar en men in Parijs het beurtelings rijden opnieuw invoert, regeert in de innovatieve stad Kortrijk de kortzichtigheid.

Tot slot is het nog helemaal niet zo zeker dat het Kortrijkse ‘shop&go’ juridisch wel klopt. In wezen zijn shop&go-zones parkeerplaatsen met een beperkte parkeerduur. En moet men dus de blauwe parkeerschijf gebruiken; simpel, duidelijk en goedkoop. De wetgever heeft geen andere mogelijkheid voorzien. Dus ook niet de mogelijkheid van de ‘innovatieve’, elektronische sensoren die men in Kortrijk met shop&go introduceerde. Wie in die shop&go-zone een parkeerboete aangesmeerd krijgt wegens overschrijding van de maximumduur van een half uur, heeft dan ook niets te verliezen als hij die voor de rechtbank aanvecht; die sensoren hebben geen enkele bewijskracht. De Kortrijkse sensoren zijn niets anders dan een duur speeltje voor grote kinderen. Geen wonder dus dat het zo enthousiast wordt verdedigd door dit kleuterstadsbestuur.

Van Quickenborne buiten!

Posted in Persweeën., Vlugschriften with tags , , , on 14/03/2014 by Pär Ongeluck

De kritiek die op café en op sommige obscure blogs op die lamstralen van de lokale pers wordt gespuid, is – zeker wat Kortrijk betreft – op zijn minst overdreven, om niet te zeggen, volkomen misplaatst. De Kortrijkse perskoelies zijn doorgaans namelijk heel goed geïnformeerd en blinken zelfs uit in scherpzinnigheid. Een recent voorbeeld ter staving.

Nadat eerder al kritisch redacteur Axel Vandenheede van het Kortrijks Handelsblad zich in ‘Ondanks de goede bedoelingen was de eerste gemeenteraad ‘on the move’ in Kortrijk een gemiste kans’ (1) had laten ontvallen dat burgemeester Van Quickenborne zich tijdens de laatste gemeenteraad, volkomen tegen zijn natuur in, ongewoon stil en afwezig gedroeg, lichtte nu ook Dirk Vandenberghe, de immer alerte topjournalist van de kwaliteitskrant ‘Het Nieuwsblad’, een tipje van de sluier rond de oorzaken van ’s mans stilzwijgen. In een uiterst diepgaand ‘Multinational gezocht om feesten te sponsoren’ (2) merkt Vandenberghe kritisch op dat ‘in het jaaractieplan en het budget voor 2014, dat maandag door de gemeenteraad werd goedgekeurd, nog geen sponsorbedragen van privépartners staan. De meerderheid, en dan vooral CD&V, uitte hierop felle kritiek.’ Geen wonder dat burgemeester Van Quickenborne even stil werd bij die nieuwbakken meerderheid!

(1) http://kw.knack.be/west-vlaanderen/nieuws/algemeen/politiek/gemiste-kans/opinie-4000557517739.htm

(2) http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20140313_01023362

Ai, Marieke, Marieke!

Posted in De Waan van de Dag, writers blog with tags , , , , , on 02/03/2014 by Pär Ongeluck

Oude zetbaas De Clerck stuurt niet alleen Felix, zijn jongste broedsel, de politieke wei in. Ook zijn oudste dochter is bij de volgende verkiezingen kandidaat. Voor het Europees parlement dan nog wel. En net als haar jongere broertje heeft ook Marie een weblog (1).

‘Ik ben Marie dus ik blog’, schrijft ze. De logica daarvan ontgaat mij maar dat heb ik wel meer met schrijfsels van politici. Op dat vlak zijn de De Clercks ook erfelijk belast: inhoudelijke duidelijkheid en taalvaardigheid werden hen ten huize De Clerck niet met de paplepel ingegoten. Een ander probleem met politici is ook dat je hen enkel ziet of hoort als er verkiezingen in zicht zijn. Plots voelen ze dan een onweerstaanbare drang om de wereld, via een blog, deelgenoot te maken van hun, meestal bijzonder schrale ideeën en/of besognes. Een aandrang die na de verkiezingen gelukkig heel snel verwatert, want echt aangenaam leesvoer produceren de meeste politici niet. De blog van Marie De Clerck vormt daar geen spijtige uitzondering op.

“Ga je met mij in dialoog over Europa?”, zo vraagt Marie zich in een van haar meest recente stukjes af (2). Om die dialoog wat op weg te helpen, geeft Marie alvast enkele voorzetten, waarvan ze hoopt dat ze ‘matchen’ met het partijprogramma. ‘Stroken’ had ook gekund, maar dat klinkt natuurlijk niet zo hip als dat onnodige Engels. ‘Verstaanbaarheid’ is nu eenmaal niet de eerste zorg van politici. Al zeker niet van een De Clerck.

Waarom zouden we Marie naar het Europees parlement moeten stemmen, volgens Marie? Wat wil Marie daar gaan verwezenlijken?

Ten eerste, aldus Marie, wil zij een Europa waarbij de grenzen verdwijnen als het over criminaliteit gaat.’ Duidelijk niet gehinderd door enige kennis van zaken, gaat ze ook meteen de plat populistische toer op met een uiterst simplistische benadering van de (grens)criminaliteit: ‘Aan de inwoners van grensregio’s moet ik dit niet meer uitleggen. Want er is niets zo absurd als een dief die niet kan opgepakt of veroordeeld worden omdat hij vlucht van het ene naar het andere land en de politie niet al haar bevoegdheden heeft op andermans grondgebied.’ De oplossing van Marie is onthutsend simpel maar mist iedere voeling met de realiteit. Gezien het nest waaruit zij komt, mag dat niet verwonderen. Haar oplossing is: ‘Europa moet dit oplossen door soepelere regels op dat vlak. De soevereiniteit van de lidstaten, onschendbaarheid van het grondgebied, enzoverder, maken simpele Marie allemaal geen lor uit. Zo eenvoudig als Marie het allemaal voorstelt, is het echt niet. In al haar simpelheid is Marie dus een volkomen onkritisch voorstander van een soort Verenigde Staten van Europa. Met een federale politie die voor het hele Europese grondgebied bevoegd is en enkel nog wat restbevoegdheden voor plaatselijke (landelijke) politiekorpsen. Is Marie wel zeker dat zij kandidaat is voor de CD&V?

Mochten de uitspraken van Marie i.v.m. (grensoverschrijdende) criminaliteit u al storen omwille van het hallucinante simplisme en populisme, dan mag u absoluut niet verder lezen. Want Marie heeft ook een mening over het vrij verkeer van goederen, diensten en vooral personen. Marie wil namelijk een Europa dat openstaat voor alle Europese burgers, ook om te werken, maar zonder de misbruiken.’ Dat is toch schoon, nee? Marie verklaart zich nader en gaat weer de populistische toer op: ‘De verhalen over Poolse arbeiders die in België ingezet worden om noeste arbeid te verrichten, zijn legio. Op zich niets mis mee, integendeel. Maar dan moeten de Poolse arbeiders wel ingeschreven zijn in het Belgische systeem. Als dat niet zo is, en ze komen hier tijdelijk, om dan hun plichten te vervullen in hun thuisland, dan is er iets mis.’ Marie maakt hier in de eerste plaats duidelijk dat zij zich wel aan de Europese vetpotten wil laven maar niets, maar dan ook werkelijk niets van de toepasselijke regelgeving en arbeidsmigratie kent. Daar duidelijk ook geen enkele inspanning voor wil doen; anders had ze toch een genuanceerder stukje over dit onderwerp geschreven. Wat moeten wij ons overigens voorstellen bij die ‘plichten in hun thuisland  vervullen’?!?

Marie komt pas goed op dreef in haar derde verkiezingsslogan: ‘Een Europa dat nog meer inzet op design-gedreven innovatie bij KMO’s.‘ Marie schrijft: ‘Er is in Europa een algemeen politiek akkoord dat, om concurrentievermogen, succes en welzijn te bewerkstelligen, alle vormen van innovatie moeten worden ondersteund. Design wordt steeds meer erkend als een sleuteldiscipline en -activiteit om ideeën naar de markt te brengen en die om te zetten in gebruiksvriendelijke en aantrekkelijke producten en diensten. Bij design denkt men vaak alleen aan het esthetische van een product, maar het concept houdt veel meer in. Het Europese concurrentievermogen zou immers toenemen als design systematischer zou worden gebruikt als een instrument voor marktgestuurde innovatie, waarbij de gebruiker centraal staat in alle economische sectoren en als aanvulling op O&O (‘onderzoek & ontwikkeling’). Uit analyses van de bijdrage van design blijkt dat bedrijven die strategisch investeren in design rendabeler zijn en sneller groeien.  

Design levert een reeks methoden, instrumenten en technieken die kunnen worden gebruikt in verschillende fasen van innovatieprocessen om de waarde van nieuwe producten en diensten te vergroten. Design dat gebruikers centraal stelt en dat wordt toegepast op diensten, systemen en organisaties, stimuleert innovatieve bedrijfsmodellen, organisatorische innovatie en andere vormen van niet-technologische innovatie. Deze methoden kunnen ook nuttig zijn bij het oplossen van complexe en systematische problemen, bijvoorbeeld bij het herstructureren van overheidsdiensten en bij strategische besluitvormingsprocedures’.

Wie dacht dat deze inhoudsloze woordenbrij uit de koker van Marie De Clerck komt, moet ik ontgoochelen. Of, vanuit een ander standpunt, verblijden. Marie kopieerde bovenstaande, bijzonder hoogdravende en zeer slecht geschreven tekst namelijk schaamteloos en zonder enige bronvermelding uit een werkdocument van de Europese Commissie (3). Misschien dat je het gedrag van Marie, in juridische zin, niet echt plagiaat mag noemen, getuigen van (intellectuele) eerlijkheid doet het ook niet. Maar kan je eigenlijk wel iets anders verwachten van een De Clerck? Overigens is het bijzonder vreemd dat iemand die de mond zo vol heeft over ‘design’ zo weinig zorg besteedt aan haar taal. Want uiteindelijk is taal niets anders dan het design van de gedachte. 

Marie eindigt haar verkiezingspropagandastukje met ‘Europa op je bord brengen‘ en schrijft: ‘Dus doen zoals ik nu doe. Spreken over Europa. Concrete voorbeelden van realisaties naar voren brengen. Tonen waar de Europese parlementsleden het verschil kunnen maken. In het Europese parlement is er echte democratie. Dus door je stem te geven aan een kandidaat, en dan liefst eentje van de grootste EVP-fractie (en dus in Vlaanderen aan een CD&V-kandidaat), maak je echt het verschil. Er volgt nog veel, veel meer. Heb je ondertussen suggesties, laat het mij zeker weten.’ Nou, veel verschil zal Marie nooit maken. Tenzij je schaamteloos plagiëren en oeverloos, zonder enige kennis van zaken, leuteren als positieve bijdragen ziet, natuurlijk. Dan moet je Marie De Clerck zeker in de praatbarak van het Europees parlement in stemmen. Maar eigenlijk zou Marie beter zwijgen.

(1) http://www.mariedeclerck.be/

(2) http://www.mariedeclerck.be/ga-je-met-mij-in-dialoog-over-europa/

(3) http://ec.europa.eu/enterprise/policies/innovation/files/design/design-swd-2013-380_nl.pdf pagina 4