Archief voor Weydts

Vluchten kan niet meer.

Posted in De Bijlage., De Waan van de Dag, Vlugschriften, writers blog with tags , , , , , on 01/02/2016 by Pär Ongeluck

In een vertwijfelde poging om zijn partij naar een nieuw moreel en electoraal dieptepunt te katapulteren en het eventueel nog resterend greintje geloofwaardigheid helemaal naar de filistijnen te helpen, verklaarde SP.a-voorzitter Crombez gisteren in de Zevende Dag dat hij zich achter het voorstel van de Nederlandse PvdA’er Samsom schaart om boot- en andere vluchtelingen terug naar Turkije sturen en hen daar te parkeren, in afwachting van de afwikkeling van hun asielprocedure. Dat voorstel viel ook in Kortrijk niet in dovemansoren.

Op het schepencollege van deze voormiddag bracht Axel Weydts – in een vorig leven nog onofficieel medewerker op het kabinet van Crombez – het onderwerp ter sprake. Weydts stelt voor om, teneinde de onophoudelijke stroom vluchtelingen richting Kortrijk het hoofd te bieden, de migranten voorlopig op te vangen in niet-aangrenzende gebieden als daar zijn Roeselare en Waregem. Voorts wil hij over de grens met Frankrijk nog tentenkampen oprichten in Kales en Groot-Sinten, waar de vluchtelingen in afwachting van hun erkenning c.q. deportatie in alle gemoedsrust en veiligheid de afwikkeling van hun dossier kunnen afwachten.

Ondervoorzitter van de plaatselijke SP.a en hondstrouw partijsoldaat Sam Weydts laat zich evenmin onbetuigd en kiest als vanouds blindelings de kant van de Grote Voorzitter:

Waarom zou het rechts zijn om vluchtelingen terug te sturen als ze daarbij beter beschermd worden? Eindelijk een vz met lef !

Misschien is het geen slecht idee om Sammeke zonder papieren naar Turkije te sturen en van daaruit asiel in België te laten aanvragen.

Kortrijk, Texas.

Posted in De Waan van de Dag, writers blog with tags , , , , , on 07/12/2015 by Pär Ongeluck

Kortrijk wordt niet voor niets het Texas of de Far West van Vlaanderen genoemd. Ter illustratie het recente, schandalige politieoptreden tegenover kinderen en het cynisme waarmee zowel de commissaris als de burgemeester dat optreden vergoelijken, of het oorverdovende en daarom ook bijzonder laffe en verontrustende stilzwijgen waarin de stadscoalitiepartners zich hullen in verband met diezelfde zaak. De 150.00 euro die de stad Kortrijk vangt om radicalisering te bestrijden, krijgt zo meteen wel een concrete, heel nuttige invulling: de (her)opvoeding van wat flikken en de voltallige stadscoalitie. Nieuw is dat soort gedrag evenwel niet. De wetteloosheid viert hier bij wijze van spreken al eeuwen hoogtij en de democratische rechtsstaat ligt op apegapen: gasboetes – een heel discutabele erfenis van de vorige coalitie – die met al te veel graagte door het huidige stadsbestuur nog verder werden uitgebreid; Parko, het autonoom gemeentebedrijf dat jarenlang niet eens een wettelijke basis had om de adressen van de eigenaars van voertuigen op te vragen maar zich, met medeweten van het stadsbestuur, niet te beroerd voelde om, desnoods via de rechtbank, uw geld te innen; bewakingscamera’s die geplaatst werden zonder voorafgaandelijke aangifte bij de privacycommissie; de shop&go sensoren die geen enkele juridische basis hebben, en zo zouden we nog een poosje kunnen doorgaan.

Twee andere inbreuken op de privacywetgeving, waar de oppositie en uiteraard ook de pers achteloos aan voorbijgingen:

Op de nieuwste betaalparking – Parking Haven – introduceerde schepen van immobiliteit Weydts camera’s met nummerplaatherkenning. Hiermee zouden de houders van een abonnement de parking zonder problemen vlotter kunnen in- en uitrijden. Weydts noemt het een experiment dat hij later ook wil uitbreiden naar de andere betaalparkings. Je kunt je de vraag stellen of het wel nodig is om in tijden van besparingen in ongetwijfeld dure speelgoedjes te investeren. Parko en Weydts vinden van wel. Het is mij niet duidelijk waar de eventuele winst zit, maar dat zal waarschijnlijk wel aan mij liggen. Veel fundamenteler is de vraag of zo’n camera’s met nummerplaatherkenning wel op die manier mogen gebruikt worden. Parko heeft de camera’s in ieder geval niet bij de Privacycommissie gemeld en beschikt dus ook niet over een toelating om ze te gebruiken. Weydts en consoorten vinden dat niet nodig, voelen zich boven de wet verheven. Het is overigens niet de eerste keer dat de stad Kortrijk op dat vlak blundert. Integendeel! Het lijkt wel deel uit e maken van het Kortrijks bestuurs-DNA. Met al die juristen die de stadsdiensten en het stadsbestuur bevolken, kan je moeilijk van dwaasheid spreken. Het moet dus wel slechte wil zijn. Een andere mogelijkheid is er niet.

In de stadskrant van vorige maand viel dan weer volgend berichtje te lezen: ‘Sinds kort brengt De Streekkrant een wekelijks verslag uit van de geboorten, huwelijken en overlijdens in Kortrijk. Dat gebeurt op basis van gegevens die het stadsbestuur verstrekt. Het is echter wel zo dat iedereen de publicatie van gegevens over zichzelf kan verhinderen door een seintje te geven aan het stadsbestuur’. In feite is die heel eenvoudig en duidelijk: de privacy is in beginsel heilig en enkel in welbepaalde, bij wet omschreven gevallen, kan daarvan worden afgeweken. Artikel 6 van het Koninklijk besluit betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingenregister van 16 juli 1992 laat in dit verband niets aan de verbeelding over: geen enkele lijst van personen ingeschreven in de registers mag aan derden worden verstrekt. Omwille van de goede verstandhouding met de pers – vriendjespolitiek, dus; een andere naam is hier niet voor – draaien Van Quickenborne en zijn trawanten de zaken totaal ten onrechte om en vegen zij de vloer aan met de wet op de privacy: als je niet wil dat je naam in De Streekkrant verschijnt, kan je daar bij het stadsbestuur tegen protesteren. Van Quickenborne en co gedragen zich steeds meer als de verlicht despoot die hen voorafging. ‘Macht corrumpeert’, schreef Lord Acton in 1887. Zijn vaststelling heeft nog niets aan waarde ingeboet.

Vlaamse kneuterigheid en Berufsverbot in Kortrijk.

Posted in De Waan van de Dag, Vlugschriften with tags , , , , , on 04/11/2015 by Pär Ongeluck

Van Quickenborne is al van alles geweest, maar de laatste keer dat we zijn doopceel lichtten, noemde hij zichzelf ‘liberaal’. In die hoedanigheid werd hij zelfs minister van pensioenen. Voordien was hij ook al staatssecretaris van administratieve vereenvoudiging. Omdat administratie voor veel bedrijven niets meer dan overlast is, moet die tot een minimum beperkt worden, luidt zijn mantra. We moeten streven naar het minimum minimorum, zoals dat heet in de Vlaamsminnende middens, die Van Quickenborne in een donkerbruin verleden nog aan de borst laafden. In het kader van die administratieve versimpeling komt er in Kortrijk een nieuw taxireglement dat meer voorwaarden aan zowel bedrijven als chauffeurs oplegt. Dat taxireglement werd in juni 2014 al eens aangekondigd (1) en de bedoeling is dat het vanaf 1 januari 2016 van kracht wordt. Een week of twee geleden stond dat toch zo in de kranten Het Nieuwsblad (2) en Het Laatste Nieuws (3) te lezen. In 2014 maakte ik al enkele opmerkingen bij dat nieuwe politiereglement voor taxi’s (4). Enkele dieptepunten:

Om in Kortrijk een vergunning te krijgen moeten taxichauffeurs slagen voor een door de stad georganiseerd taalexamen. Nee, ze moeten niet bewijzen dat ze andere talen dan het Nederlands machtig zijn, wel dat ze voldoende kennis van het Nederlands hebben. Of dat wettelijk is, durf ik te betwijfelen. Het stadsbestuur mag bijkomende eisen stellen aan taxibedrijven en -chauffeurs maar het is niet aan het stadsbestuur om te beslissen over de talenkennis van de werknemer, maar aan de werkgever. Als de werkgever vindt dat het niet nodig is dat een werknemer Nederlands spreekt dan is dat zijn zaak. Niet die van het stadsbestuur. Niet verwonderd zijn dus als de provinciegouverneur het Kortrijkse stadsbestuur straks dat vlak terugfluit. Het stadsbestuur mengt zich met dat taalexamen op een ontoelaatbare wijze in de relatie werkgever-werknemer. Het typeert voor alles wel de Vlaamse kneuterigheid van dit stadsbestuur, legaal of niet. De taxichauffeur is de enige werknemer in Kortrijk die een taalexamen, georganiseerd door de stad, moet afleggen. Van een Uberchauffeur, gezinshelpster, poetsvrouw, vuilnisophaler, tuinman, apotheker of verkoopster verwacht men dat allemaal niet. Waarom dan wel van een taxichauffeur? Omdat hij de eerste persoon is waarmee hij in Kortrijk in aanraking komt en aldus een soort visitekaartje voor de stad vormt? Larie! Voor veel mensen is een verkoper/verkoopster, kelner/kelnerin het eerste menselijk contact in koopstad Kortrijk. Zullen die in de toekomst dan ook eerst een taalexamen moeten afleggen voor ze een arbeidscontract mogen ondertekenen? Het Nederlands van de Kortrijkse gezagsdragers is trouwens ook verre van onberispelijk; toch mogen zij hun functie blijven uitoefenen.

De taxichauffeurs moeten ook – weeral via een examen van het stadsbestuur – bewijzen dat ze de toeristische trekpleisters van Kortrijk kennen. Alle drie! Kijk, van een taxichauffeur verwacht ik dat hij of zij mij van A naar B brengt. Geleuter over toeristische bezienswaardigheden hoef ik niet. Ik heb liever dat de chauffeur mij met rust laat en zijn aandacht op de weg houdt. Je maakt voor een toeristische rondrit door de stad ook geen gebruik van een taxi. Nee, wie een taxi neemt, kent vooraf zijn bestemming. In Kortrijk is dat een hotel, een restaurant, een ziekenhuis, een winkel, een café, een beurs of ergens een privéwoning. Wat baat het dan dat de taxichauffeur je ongevraagd toeristische informatie door de strot ramt? Er zijn trouwens veel betere manieren om in een taxi Kortrijk als toeristische trekpleister te promoten dan via de mond van de chauffeur. Vreemd dat de digitale wizzkids van het stadsbestuur daar nog niet aan hebben gedacht en taxibedrijven op die manier ook stimuleren. Dat gedoe met taal- en andere examens levert de taxichauffeur trouwens niets op want de stad levert geen enkele tegenprestatie. In feite is het niets anders dan taxichauffeurtje pesten. Dat is een negatieve – lees: repressieve – benadering, die dit (maar ook vorig) stadsbestuur ten voeten uit tekent. Van een NVA’er verwacht je zoiets nog een beetje, dat een SPa’er zich tot dergelijke praktijken leent, is veelbetekenend. Beangstigend vooral.

Volgens Delphine Hanssens, exploitant van Taxi Leiedal, worden er aan de taxichauffeurs ook vestimentaire eisen gesteld: ‘De stad vraagt nette voertuigen en een net voorkomen van de bestuurder. Ook dit is mijn stokpaardje (2).’ Of het stadsbestuur deze eisen werkelijk zo heeft geformuleerd is niet geheel duidelijk. Het staat wel in de krant. Wat op zich natuurlijk geen enkele garantie biedt. Ik hoop enkel dat de personen op de krantenfoto niet als voorbeeld worden genomen. De man links op de foto heeft namelijk erg veel weg van een potloodventer en het heerschap rechts heeft bij de keuze van zijn kleding die ochtend duidelijk geen rekening gehouden met een fors uitdijend middenrif. Enfin, het zijn toch niet bepaald figuren die Kortrijk op een positieve manier uitdragen of waar de klant van een taxi zich meteen op zijn gemak bij voelt.

Vraag is wat de volgende stap wordt? Een nieuwe pasjeswet? Schild en vriend? Een gele driehoek op de linkermouw? Met dit stadsbestuur kan het alle richtingen uit. Uitgenomen de goeie.

(1) http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20140619_01147681

(2) http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20151015_01921333

(3) http://www.hln.be/regio/nieuws-uit-kortrijk/stad-voert-een-uniform-taxilicht-in-voor-alle-chauffeurs-a249189

(4) https://perongeluck.wordpress.com/2014/07/15/links-rechts-links-rechts-links-rechts-rechts-rechts/

Van fietsstraten en regelneven.

Posted in Persweeën., Verkeer(d), Vlugschriften with tags , , , on 31/10/2015 by Pär Ongeluck

Amper een maand na de inrichting van de Budastraat als fietsstraat is het al duidelijk dat het initiatief niets meer is dan een schaamlapje voor het falend fietsbeleid van dit en vroegere stadsbesturen. Het is ook illustratief voor het totaal gebrek aan visie op mobiliteit in de stad, zoals ik al aangaf in ‘De fietsende Buda’ (1).

Via Het Laatste Nieuws liet het groene gemeenteraadslid, Matti Vandemaele, weten dat drie op de vier automobilisten de fietsers in de Budastraat voorbijsteken (2). Zijn partij – blijkbaar is de personencultus Groen ook niet vreemd meer – stelde dat maandagmorgen tussen 7.30 en 8.30 uur vast. Voorbijsteken in een fietsstraat is verboden want fietsers hebben er voorrang, zo weet Matti. Over hoe veel of weinig gevallen het gaat is niet duidelijk. Matti vermeldt het niet en de slaafse scribent (LPS) vraagt het hem niet. Drie op vier klinkt ook veel dramatischer dan 17 op 23. Drie op vier is massaal veel. Ook als het totaal aantal vaststellingen eerder gering is, klinkt drie op vier als huiveringwekkend veel. En dat is precies de angstboodschap die groene Matti via de bereidwillige journalist wil overbrengen. Op zijn minst bedenkelijk.

Groene Matti zou echter groene Matti niet zijn als hij ook niet meteen oplossingen suggereerde: de fietsstraat blijft dode letter omdat de meeste mensen er zich niet bewust van zijn. De stad moet beter informeren, terwijl de politie overtreders moet waarschuwen en bestraffenWaarop schepen van mobiliteit, Axel Weydts, meteen, als door een wesp gestoken, reageert met: het is geen dode letter. Ik hoor nu al dat het fietsgebruik toeneemt in de Budastraat en de snelheid van verkeer afneemt. De politie houdt in de mate van het mogelijke een oogje in het zeil. Ik geef toe dat te veel mensen van het bestaan de fietsstraat in de Budastraat niets afweten. We informeren daarom in de stadskrant van november. Naast de kwestie maar dat zijn we van Weydts wel gewoon. Weydts vertelt de schrijvende reporter niet hoe hij heeft vastgesteld dat er nu meer fietsers in de Budastraat zijn dan een maand geleden, hoe veel meer dat er zijn, hoe en wanneer die tellingen gebeuren of welke de oorspronkelijke snelheid van de auto’s in de Budastraat was en hoeveel die nu bedraagt. Eigenlijk zegt Weydts niets, verkoopt hij lucht. En de journalist vraagt niets. Toch puurt de gazettenman er een artikel voor zijn krant uit. De perfecte illustratie van de modus vivendi tussen de plaatselijke politiek en journalistiek: als jij geen lastige vragen stelt, zorg ik voor kopij en dus brood op de plank.

Matti Vandemaele deed een vaststelling – het concept fietsstraat wordt in Kortrijk door de automobilisten niet gerespecteerd – en Axel Weydts negeert die vaststelling volkomen, ja, ontkent zelfs de realiteit. Geen van beide heerschappen lijkt in staat te zijn om de enig mogelijke conclusie te trekken: het concept Budastraat-fietsstraat deugt niet. Als je (als beleidsverantwoordelijke) vaststelt dat een maatregel niet wordt opgevolgd – in dit geval dus de inrichting van de Budastraat als fietsstraat – moet je de ballen aan je lijf hebben om die maatregel fundamenteel in vraag te stellen. Het ontbreekt Weydts duidelijk aan die ballen want hij ontkent de vaststellingen van Vandemaele gewoon. Weydts is ziende blind, vlucht voor de realiteit. Rabiaat fietsfetisjist Vandemaele van zijn kant is door zijn krampachtig vastklampen aan het concept fietsstraat ook niet in staat om in te zien dat de Budastraat, in de huidige mobiliteitsvisie, gewoon niet geschikt is. Ook Vandemaele is blind voor de realiteit.

Vandemaele en Weydts hebben nog wel meer gemeen dan je op het eerste zicht zou denken. Alhoewel, nee, dat is niet helemaal juist: zelfs op het eerste zicht hebben ze wel een en ander gemeen. In hun oplossingen verwijzen ze bvb. allebei naar ‘beter informeren’. Weydts ging er bij de opening van de Budastraat als fietsstraat prat op dat alles perfect aangekondigd was met borden en schilderingen op de straat. Voor de ordehandhaving verwacht hij dan weer alle heil van de politie ‘die een oogje in het zeil houdt’. Vandemaele is explicieter in zijn voorstellen: hij vindt niet alleen dat er meer en beter moet geïnformeerd worden, hij verwacht ook alle heil van een repressief optreden van de politie: waarschuwen en beboeten. In feite willen ze allebei hetzelfde: informeren en repressie. Dat laatste – die voorliefde van twee, min of meer democratisch verkozenen, voor repressief optreden om een bepaald gedrag af te dwingen – maakt duidelijk hoe zij met macht omgaan en is vanuit democratisch oogpunt ronduit beangstigend. Geen van beiden wil of kan inzien dat het werkelijke probleem is dat de Budastraat als fietsstraat in beginsel al totaal ongeschikt is. Ik heb dat in ‘De fietsende Buda’ al eens uiteengezet maar ten behoeve van Weydts, Vandemaele en de luie lezer vat ik het hier nog eens samen:

  • een fietsstraat kan enkel in een gebied waar de verblijfsfunctie dominant is. In de Budastraat is die verblijfsfunctie helemaal niet dominant, is een fietsstraat dus per definitie onmogelijk en zelfs ongewenst. Toch bombardeert de stad Kortrijk de Budastraat tot fietsstraat…. Omdat Kortrijk in de gedroomde leefwereld van onze politici nu eenmaal fietsstad moet zijn.
  • Uit de verkeerscirculatie (of het verkeerscirculatieplan) moet blijken dat doorgaand autoverkeer (zonder herkomst/bestemming in de straat) maximaal wordt geweerd. Het is NOOIT de bedoeling van dit stadsbestuur geweest om doorgaand autoverkeer in de Budastraat te weren.
  • bij een fietsstraat is het de bedoeling dat er enkel plaatselijk vrachtverkeer circuleert. De Budastraat is in de huidige verkeerssituatie niets meer dan een uitvalsweg of een doorgangsroute. Ook voor vrachtverkeer.

Voor wie denkt dat ik het bovenstaande uit mijn duim zuig, verwijs ik naar de site van Mobiel Vlaanderen (3)

(1) https://perongeluck.wordpress.com/2015/07/29/de-fietsende-buda/

(2) http://www.hln.be/regio/nieuws-uit-kortrijk/drie-op-vier-automobilisten-steken-fietsers-voorbij-a2505118/

(3) http://www.mobielvlaanderen.be/pdf/vademecum/hfdst3.pdf

Ordinaire dwaasheid of flagrante leugen?

Posted in Cijfers en Letters., De Waan van de Dag, Persweeën., Verkeer(d), Vlugschriften with tags , , , on 02/10/2015 by Pär Ongeluck

Volgens een bericht in Het Laatste Nieuws van gisteren zou het ‘Kortrijkse stadsbestuur willen duidelijk maken dat drinken en rijden niet samengaan’ (1). Daarom plaatste het stadsbestuur een alcoholtester aan de ingang van de parking Schouwburg. Volgens schepen van Immobiliteit Axel Weydts, die ook voorzitter is van het parkeerbedrijf Kortrijk (Parko), zal ‘de alcoholtester chauffeurs wel degelijk sensibiliseren. “Ik reken op het gezond verstand. Jongeren moeten niet proberen om de alcoholtester te beschadigen, want er is camerabewaking”, zo voegt hij er nog aan toe. Een beetje een vreemde en vooral heel beschuldigende uitspraak aan het adres van jongeren, die je niet meteen zou verwachten van iemand die zelf nog maar net de pampers ontgroeid is, maar goed. Met een beetje goeie wil willen we hem die uitspraak nog als ‘jeugdige onbezonnenheid’ aanmerken. Voor een goed begrip is het ook goed om weten dat het niet de stad Kortrijk die de bewuste alcoholtester heeft betaald maar het Fonds Emilie Leus.

“In ons land speelt alcohol volgens cijfers van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid elk jaar nog altijd een rol in ruim 4.000 ongevallen”, oreert Weydts. “Daarbij vallen telkens meer dan 1.000 doden en zwaargewonden.” Uiteraard schrijft de ‘journalist’ van Het Laatste Nieuws dat netjes op en stelt hij zich hierbij geen vragen. Het domste gezagsargument is al voldoende om het kritisch vermogen van de (lokale) journalist – zo dat al aanwezig is – volledig uit te schakelen; geen haar op zijn hoofd dat eraan denkt om zijn bronnen te checken. In dit geval volstond het om de cijfers van het BIVV eens op te zoeken. De journalist zou dan gemerkt hebben dat Weydts eigenlijk uit zijn nek staat te kletsen. In 2014 waren er volgens de bron waar Weydts naar verwijst op onze wegen in totaal 615 dodelijke slachtoffers (2). Geen 1000, zoals Weydts beweert. De laatste keer dat er in totaal meer dan 1000 dodelijke slachtoffers op onze wegen vielen, was in 2005. Niet alle dodelijke slachtoffers zijn echter het gevolg van rijden onder invloed van alcohol. Volgens een ander onderzoek van het BIVV blijkt namelijk dat er in 2009 – recentere cijfers zijn er blijkbaar niet – binnen de 30 dagen na het ongeval 44 doden te betreuren vielen bij ongevallen waarbij minstens één bestuurder onder invloed was (3). Dat zijn er inderdaad nog altijd 44 te veel maar dit cijfer wijkt toch wel heel erg af van wat Weydts ons probeert wijs te maken. Wat Weydts doet is pure stemmingmakerij. Voor de volledigheid er wel nog aan toevoegen dat het BIVV het aantal slachtoffers bij ongevallen waarbij er alcohol gemoeid was, toch wel op 240 schat.

Waar haalde Weydts dan wel zijn informatie vandaan, zo vraagt de verstandige lezer – die lezer dus die geen politicus of krant vertrouwt- zich misschien af. Wel, helemaal zeker ben ik het niet maar ik vermoed dat hij zijn uitspraken deed op basis van een tekst op Alcohol.be (4). Daar staat letterlijk het volgende te lezen: ‘Rijden onder invloed van alcohol blijft één van de voornaamste veiligheidsproblemen in het verkeer. In België alleen al speelt alcohol elk jaar een rol in meer dan 4000 letselongevallen, waarbij meer dan 1.000 doden en zwaargewonden en nagenoeg 6000 slachtoffers vallen.’ Lijkt verrekte goed op wat Weydts zegt, niet? Alcohol.be is een (heel lovenswaardig) initiatief van CAD Limburg en CAW De Kempen. In 2014 gebeurden er in België 41651 letselongevallen. Daarbij vielen 54011 slachtoffers (doden, zwaar- en lichtgewonden samen).

Nog een goeie raad voor politici en journalisten: check altijd uw bronnen en geef correcte cijfers. Kom je al een heel stuk minder onnozel over.

(1) http://www.hln.be/regio/nieuws-uit-kortrijk/gratis-alcoholtester-in-parkeergarage-a2474331/

(2) http://www.bivv.be/frontend/files/userfiles/files/Barometer/Barometer-Jaar-2014-NL.pdf pagina 15

(3) http://www.bivv.be/frontend/files/userfiles/files/stat-analyse-verkeersongevallen-2009.pdf pagina 172

(4) http://www.alcoholhulp.be/probleemgebruik-verkeer

Zone 30: een vals gevoel van veiligheid.

Posted in De Schijnveiligheid, De Waan van de Dag, Persweeën., Verkeer(d), Vlugschriften, writers blog with tags , , , , , on 01/09/2015 by Pär Ongeluck

Het is een jaarlijks terugkerend fenomeen: omdat het electoraal interessant is, verschuift de focus van het politieke leven bij het begin van het schooljaar heel even naar de verkeersveiligheid. Dat is in Kortrijk niet anders. En dus trommelden burgemeester van Quickenborne en zijn hulpje, schepen van Immobiliteit, Axel Weydts, gisteren de pers bijeen om hun beleid in de verf te zetten (1) en (2). Om zichzelf een aura van degelijkheid aan te meten, stofferen beide heerschappen hun acties ook graag met cijfermateriaal. Voor een kritische benadering van de geserveerde cijfers door een van de journalisten hoeven ze niet te vrezen. Het is genoegzaam bekend dat de pers in Kortrijk zich nooit vragen stelt bij cijfers die door de plaatselijke autoriteiten worden opgedist. Of dat uit pure gemakzucht, onkunde of kwaadwilligheid gebeurt, is niet duidelijk. Overigens zijn de artikels in beide kranten vooral overschrijfwerk van de persnota die de politiezone Vlas zelf verspreidde (3).

Van Quickenborne en Weydts vertrekken van de vaststelling dat Kortrijk op het gebied van verkeersveiligheid de meest onveilige stad van Vlaanderen is. Dat is een waarheid als een koe en was tien jaar geleden zo en is nu niet anders. Er is wel enige verbetering merkbaar, maar dat geldt voor alle centrumsteden, Genk uitgezonderd. Het is trouwens een trend die zich in heel Vlaanderen doorzet.

Daarna maken Van Quickenborne en Weydts een sprong naar snelheidscontroles in de zone 30. Want dat is wat zij (meer) willen doen om de verkeersveiligheid te bevorderen: meer controleren op snelheid. Meer sensibiliseren ook. Weydts maakt zich sterk dat slechts 10% van de chauffeurs zich in een zone 30 aan de snelheidslimiet houdt. Dat heeft hij uit een studie van het BIVV. Weydts illustreert zijn stelling met een controle die de politie vorige week in de Blekerstraat en de Rijselstraat uitvoerde. In de Blekerstraat reden 91 van de 158 gecontroleerde voertuigen te snel, in de Rijselstraat 37 van de 352 wagens. Volgens de journalist van Het Laatste Nieuws ‘staaft dat de reactie van Weydts’ want die ’91 ofwel 70%’ en ’37 of 10,5%’ reed te snel. Misschien moet er aan die journalisten (en Weydts) eens een masterclass procentberekening worden gegeven want 91 van 158 is iets meer dan 57%. Geen 70% en al zeker geen 90%, zoals Weydts beweert.

Om te bewijzen dat ze van het interpreteren van statistische gegevens helemaal geen kaas hebben gegeten, meent het simplistisch verbond Weydts-Van Quickenborne dan een oorzakelijk verband te kunnen vaststellen tussen snelheidscontroles en veiligheid. Dat is je reinste, populistische onzin! Politieke prietpraat van het laagste allooi. Ik wil niet betwisten dat er een verband is tussen snelheid en ongevallen, begrijp mij niet verkeerd. Maar de veiligheid verhogen door meer snelheidscontroles uit te voeren is klinkklare onzin, een schoolvoorbeeld van onzindelijk denken. Het enige wat je door meer snelheidscontroles bereikt, is dat je de indruk wekt dat je iets aan het probleem wil doen. Maar misschien is het onze heren politici ook enkel daar om te doen: de indruk wekken van actie te ondernemen. Dat is veel makkelijker en goedkoper dan werkelijk iets doen. Het is schoneschijnpolitiek. Ter illustratie enkele cijfers:

In 2011 werden er in Kortrijk 11034 vaststellingen van overdreven snelheid gedaan (bron: politiezone Vlas). In datzelfde jaar gebeurden er in Kortrijk 1296 ongevallen. In 2014 werden 19128 snelheidsduivels betrapt; toch gebeurden er nog 1098 ongevallen. Omdat Weydts en Van Quickenborne het echter vooral hebben over snelheidscontroles en veiligheid in de zone 30, nog even de cijfers voor de grootste zone 30 in deze stad, het centrum van Kortrijk. In 2011 werden amper 9 automobilisten geflitst in het centrum van de stad. In 2011 noteerden we daar 256 ongevallen. In 2014 werden er tussen januari en juni 40 rijders geklist op overdreven snelheid en gebeurden er … 257 ongevallen. Niettegenstaande een forse toename van het aantal controles op overdreven snelheid in de zone 30 daalde het aantal ongevallen in het centrum van Kortrijk dus niet. Dit laat vermoeden dat de ongevallen in het centrum van Kortrijk waarschijnlijk niet in hoofdzaak te wijten zijn aan overdreven snelheid, maar andere oorzaken kennen. Oorzaken die misschien infrastructureel zijn. Oplossingen daarvoor zoeken (en vinden) is dan ook veel moeilijker, duurder, ingrijpender en vooral minder simplistisch dan het opdrijven van het aantal snelheidscontroles. Maar daar was het Van Quickenborne en Weydts ook niet om te doen, zoveel is nu voor iedereen wel duidelijk. Uitgenomen voor de persjongens, uiteraard.

Van alle maatregelen die de stadscoalitie had kunnen nemen om de verkeersveiligheid te verhogen, kiest ze er niet alleen de makkelijkste maar ook de meest repressieve uit: controle. De preventie beperkt zich tot wat lauwe sensibilisering, aankondigingsborden en brieven. Van structurele maatregelen zoals herinrichting van de rijweg waardoor men automatisch snelheid gaat minderen, veilige fietspaden en verkeersremmers is geen sprake. Dat is tekenend voor het onmachtige beleid van deze stadscoalitie, die het accent op repressie legt. Omdat Kortrijk Spreekt, wellicht.

(1) http://www.hln.be/regio/nieuws-uit-kortrijk/geen-excuses-meer-in-zone-30-a2441063/

(2) http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20150831_01842382

(3) http://www.pzvlas.be/fileadmin/MEDIA/website/documenten/nieuwsberichten/20150831_-_persnota_campagne_zone_30.pdf

Kortrijk fietst omwegen.

Posted in De Waan van de Dag, Verkeer(d), writers blog with tags , , on 28/08/2015 by Pär Ongeluck

Om te bewijzen dat ‘Kortrijk fietst’ echt niet meer dan een holle slogan is, en hij helemaal niet begrijpt wat een ‘fietsstad’ echt inhoudt, zwierde Axel Weydts, schepen van Immobiliteit, vandaag volgende tweet het zwerk in:

Aangename & veilige fietsroute Centrum <> Hoog Kortrijk. Weinig bekend. Grotendeels vrijliggend.

Permalink voor ingesloten afbeelding

Weydts geeft hiermee zijn alternatief voor de route die u en ik normaal van de Grote Markt 53 tot aan de President Kennedylaan 212 zouden volgen: over de Doorniksesteenweg en voorbij de Expo, naar rechts de President Kennedylaan in. Toegegeven, de route die Weydts voorstelt, is een stukje aangenamer fietsen dan de route die wij volgen maar ook 700 meter langer: 4700 meter in plaats van onze 4000 meter. Dat scheelt 17,5%. Een eerste, niet onbelangrijk verschil. Zeker voor iemand die de fiets gebruikt om er zijn nuttige verplaatsingen mee te doen. Voor dat soort fietsers is iedere meter van belang. Weydts snapt dat duidelijk niet. De kortste route met de wagen is trouwens 4400 meter lang (1). Weydts wil dus dat fietsers een veel langere weg afleggen dan automobilisten en geeft daarmee een verkeerd signaal. In een fietsstad is de fietsroute altijd hoogstens even lang (maar bij voorkeur korter) dan de route die de automobilist aflegt. De kortste route is in een fietsstad ook de meest veilige. In Kortrijk stuurt Weydts je met je fiets over een veel langere (en misschien iets veiliger) route … Kortrijk is dan ook geen fietsstad, wat Weydts daar ook mag over beweren.

Ook met de keuze van het traject – Grote Markt 53, President Kennedylaan 212 – toont Weydts aan dat hij er geen bal van snapt, dat hij volkomen wereldvreemd is. Hij koos een fictief traject van een beginpunt waar niemand vertrekt – afgezien dan misschien een schepen die alle tijd heeft – naar een eindpunt waar niemand moet zijn. Ok, in de buurt heb je wel AZ Groeninge maar ik zie weinig patiënten daar met de fiets naartoe rijden. Bezoekers komen ook meestal met de wagen omdat ze met meerderen zijn. Verpleegkundigen en ander personeel moeten er wel zijn en zouden – in theorie dan toch – iets aan het voorstel van Weydts kunnen hebben. Alleen vertrekken die dan weer niet op de Grote Markt 53, zoals Weydts. Bovendien moeten zij daar soms op minder aangename uren zijn wat het alternatief van Weydts misschien minder aantrekkelijk maakt. Voor de mensen die op het Kennedypark tewerkgesteld zijn, geldt: zij komen niet van de Grote Markt in Kortrijk. Weydts zou er overigens goed aan doen om eens uit te vlooien waar al die mensen die in het ziekenhuis en op het Kennedypark werken zoal vandaan komen, voor hij allerhande dwaze ingrepen in de mobiliteit op Hoog Kortrijk uitvoert.

De meeste fietsers die op Hoog Kortrijk moeten zijn, zijn ook geen werkenden, bezoekers, shoppers of vrijetijdsfietsers uit het centrum van Kortrijk maar studenten. Die moeten helemaal niet zijn waar Weydts hen naartoe stuurt. Voor hen is de kortste route naar de universiteit of de hogescholen op ’t Hoge meestal over de Doorniksesteenweg. Dat dit meteen ook de onveiligste – alhoewel: hoeveel ongevallen met fietsers gebeuren er op dit traject? – en minst aangename route is, nemen zij er voor lief bij. Het typeert deze Kortrijk fietstcoalitie wel dat zij niet investeert in een hogere veiligheid op dit traject. Echt verwonderen doet dat echter niet.

(1) in principe zou die route met de wagen even lang of kort moeten zijn als onze fietsroute maar gezien het vertrekpunt dat Weydts koos – Grote Markt 53 – behoort de route over de Doorniksesteenweg met de wagen niet tot de mogelijkheden. Vanaf de Grote Markt 53 kan je immers de Doorniksestraat niet in wegens eenrichtingsverkeer. Daarom moet je via de Condédreef rijden en is de route ook iets langer dan de meest gebruikte fietsroute.