Archief voor februari, 2009

Verkeerd geparkeerd (1).

Posted in Verkeer(d) with tags , , , , , , , on 12/02/2009 by Pär Ongeluck

Op 3 februari reageerde ik in de ‘nieuwsrubriek’ van de website van de stad Kortrijk op een bericht van Geert Verbeke uit Kortrijk. Sinds de invoering van de blauwe zone aan de achterkant van het station ziet hij zich namelijk gedwongen om in Harelbeke op te stappen. Nergens in de buurt van het station vindt hij nog een vrije parkeerplaats. Een pijnpunt dat mij ook niet vreemd is. Ik merkte toen op dat het stadsbestuur noch de NMBS bereid is om zelfs maar over een oplossing voor zijn probleem na te denken.

Groot was mijn verbazing toen ik op 9 februari een reactie van de Communicatiedeskundige van de Directie Mobiliteit en Infrastructuur van de stad Kortrijk in mijn mailbox kreeg. Een reactie die ook op de website van de stad te lezen valt, maar die ik voor het comfort van de lezer hieronder nogmaals publiceer.

Beste,

U reageerde via de site van de stad Kortrijk op het nieuwsbericht rond de opening de tweede stationshal. Wij publiceerden hierop onderstaand antwoord:
Het station van Kortrijk is een van de weinige stations in de Vlaamse centrumsteden die nog op korte wandelafstand van het stadscentrum liggen. Dat is enerzijds een belangrijke troef, anderzijds ligt het station daardoor wel in een dichtbevolkte woonomgeving. In de stationsomgeving is er een grote parkeerdruk omdat zowel bewoners, kortparkeerders als langparkeerders er een plaats zoeken.
De invoering van de blauwe zone aan de achterkant van het station is er gekomen op de (terechte) vraag van de bewoners die te kampen hadden met een grote parkeeroverlast. Aangezien het als stad belangrijk is om het wonen in de stad aantrekkelijk te maken, wil men binnen en rond de binnenstadsring de parkeerruimte reserveren voor bewoners en kortparkeerders.
De terechte vraag is waar de langparkeerders dan terecht kunnen. In de eerste plaats is het de bedoeling om treinpendelaars zoveel mogelijk te stimuleren om met het openbaar vervoer of met de fiets naar het station te laten komen, bijvoorbeeld door op te stappen in een van de stations in de omgeving van Kortrijk. Het spreekt vanzelf dat dit niet voor iedereen een oplossing is. In de toekomst zal er n.a.v. de herinrichting van de stationsomgeving op het Conservatoriumplein een ondergrondse parkeergarage komen waar treinpendelaars hun wagen kwijt kunnen. In afwachting daarvan kunnen treinpendelaars terecht op het Conservatoriumplein of op de gratis parking Appel.
Met vriendelijke groeten,
Isabel Cossement
Communicatiedeskundige
Directie Mobiliteit en Infrastructuur
Stad Kortrijk – Grote Markt 54 – 8500 Kortrijk
Tel. 056 27 83 65
E-mail isabel.cossement@kortrijk.be

Eerst en vooral wil ik de communicatiedeskundige bedanken voor de moeite die zij zich getroost te antwoorden. Maar eerlijk gezegd had ik liever een reactie van een zogenaamde mobiliteitsdeskundige gekregen. Omdat het tenslotte toch over verkeer gaat. Dacht ik. Daar denkt de stad Kortrijk evenwel anders over en men duwt mij een communicatiedeskundige door de strot.

Communicatiedeskundige?


Een communicatiedeskundige is, kort samengevat, een man of vrouw die moet verhinderen dat beleidsverantwoordelijken al te grote stommiteiten debiteren. Iets wat in Kortrijk zeker geen overbodige luxe is. Normaal houden die communicatiedeskundigen zich niet zozeer bezig met de inhoud van de boodschap maar eerder met de vorm. Communicatiedeskundigen zijn een soort verpakkingsgoeroes. Zij dragen er zorg voor dat er rond een jobstijding een mooie strik gelegd wordt. In Kortrijk heeft men deze communicatiedeskundige om onbegrijpelijke reden aan de Directie Mobiliteit en Infrastructuur toegevoegd. De communicatiedeskundige van Kortrijk is ook nog eens verkeersdeskundige. Cumuls beperken zich niet tot inhalige politici. Of heeft iedere Directie in Kortrijk zo’n communicatiedeskundige in huis?

Ik heb het ook nogal moeilijk met de toevoeging ‘deskundige’. Te zelfingenomen, naar mijn smaak. Communicatieverantwoordelijke, ja, dat kan ik aanvaarden. Wellicht dienden er bij indiensttreding bepaalde diploma’s voorgelegd worden waaruit moest blijken dat de sollicitant enige kennis omtrent communicatie verworven had. Zoals iedereen weet is een diploma echter geen waterdichte garantie voor deskundigheid. Deskundigheid spreekt voor zichzelf en wordt hopelijk door anderen ook bevestigd. Misschien ook dat men in stad Kortrijk nog altijd niet doorheeft dat een functie (communicatieverantwoordelijke) en een graad (communicatiedeskundige) twee verschillende zaken zijn.

Wandelafstand

Maar ter zake nu. Wat vertelt de communicatiedeskundige van de Directie Mobiliteit en Infrastructuur nu écht in haar schrijven? En klopt het ook wat zij beweert?

Kortrijk is een van de weinige Vlaamse centrumsteden die – dixit Isabel, de communicatiedeskundige – een station heeft dat ‘op korte wandelafstand van het stadscentrum’ ligt. Wandelafstanden zijn doorgaans kort, dus dat ‘korte’ hoefde er niet bij, maar soit. Ik ben geen communicatiedeskundige. Isabel wel. Isabel moet trouwens dringend eens een reisje buiten de stadswallen ondernemen. Verandering van lucht en zo. Doet een mens soms deugd.

Ik heb die centrumsteden allemaal al eens bezocht. Voor het gemak van de lezer, dit zijn ze alle dertien, in alfabetische volgorde: Aalst, Antwerpen, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Sint-Niklaas, Turnhout en Roeselare. Ik kan Isabel hierbij van harte de reisplanner van de NMBS aanbevelen om uit te vlooien hoe ze deze exotische oorden kan bereiken. De bewering dat Kortrijk een bijzondere positie inneemt is evenwel onjuist. Een pertinente leugen zelfs. In de meeste steden ligt het station – net zoals in Kortrijk – aan de rand van het oude stadscentrum. Op wandelafstand ervan, jawel. Dat is ook heel makkelijk te begrijpen als je nagaat wanneer het spoorwegnet in ons land is aangelegd. Zelfs voor een communicatiedeskundige uit Kortrijk.

Blauwe zone

 Vervolgens merkt de communicatiedeskundige op dat ‘de blauwe zone aan de achterkant van het station er gekomen is op de (terechte) vraag van de bewoners die te kampen hebben met een grote parkeeroverlast’.

Misschien moet de communicatiedeskundige het getroffen gebied eens bezoeken. En tellen hoeveel woningen in dat overlastgebied een garage hebben en hoeveel niet. Zij zal dan merken dat tal van de ‘arbeiderswoningen’ in die straten een garage hebben. ‘Parkeeroverlast’ betekent in feite niets anders dan dat die arme sloebers uit de verpauperde Bloemistenstraat, Beverlaai, Hoveniersstraat, Monseigneur De Haernelaan, Karmelietenlaan en andere Sint-Sebastiaanslanen het vooral vervelend vinden dat ze hun wagen altijd de garage moeten inrijden. Zij parkeren hun voertuig overdag namelijk liever op straat. Rijden die pas ’s avonds de garagepoort binnen. Iedereen moet toch kunnen zien wat voor mooie auto ze hebben?!? Als pendelaars, met hun aftandse voertuigen, overdag die plaatsen innemen, tja, dan gaat dat veel moeilijker. Let wel, ik heb niks tegen bewonersparkeren. Ik heb wel iets tegen de manier waarop in Kortrijk bewonersparkeerkaarten afgeleverd worden. In Kortrijk worden namelijk parkeerkaarten afgeleverd aan bewoners die een garage hebben. Deze stad gaat zelfs nog verder in het pamperen van de residenten van de blauwe zone: de getormenteerde bewoners kunnen, op eenvoudig verzoek, voor een prikje, een tweede parkeerkaart voor de takke-Tack-parking bekomen! Om hun tweede wagen te showen, wellicht. Je zou bijna bidden dat ze van jouw straat ook een blauwe zone maken!

De blauwe zone achter het station is de enige blauwe zone in heel Kortrijk waar het toegelaten is om 4 uur te parkeren. De mobiliteitsdeskundige omschrijft dit gemakshalve als ‘kortparkeren’. In de rest van Kortrijk is de maximumduur van het kortparkeren vastgelegd op 2 uur. Van waar deze discriminatie, als ik zo vrij mag zijn? Valt het niet op dat dit soort ‘kortparkeren’ precies op maat gesneden is van bewoners die over de middag naar huis komen om te eten en ondertussen de parkeerschijf een draai te geven? Ook perfect voor de belastingambtenaren die in die buurt werken, trouwens. Helaas niet voor de pendelaars.

Mevrouw de communicatiedeskundige moet zich verder ook eens goed bezinnen over wie nu eigenlijk parkeeroverlast veroorzaakt. Een pendelaar die zijn auto in de buurt van het station achterlaat, hoedt er zich voor niet netjes te parkeren, weet je. De kans is immers groot dat hij in voorkomend geval zijn auto ’s avonds in Bellegem, Stasegem of nog ergens anders mag gaan zoeken. De pendelaar parkeert zijn auto ’s morgens en die blijft daar normaal tot ’s avonds staan. Iemand die gewoon eventjes in het getroffen gebied op bezoek komt – de zogenaamde kortparkeerder – is veel sneller geneigd om zijn voertuig op een niet daartoe bestemde plaats te parkeren. Hij blijft toch maar even, zo redeneert hij. De voorkeur geven aan kortparkeerders vormt bovendien een heuse trekpleister voor bestuurders op zoek naar een vrijkomend parkeerplekje. Kortparkeren genereert gewoonweg méér verkeer, mevrouw de communicatiedeskundige van de Directie Mobiliteit en Infrastructuur. Dat is bijzonder interessant voor pomphouders, het dient gezegd, maar voor de rest resulteert het enkel in nog meer vervuiling, verkeersagressie en ongevallen.

Aantrekkelijk wonen

 De communicatiedeskundige gaat verder op haar elan met:“aangezien het als stad belangrijk is om het wonen in de stad aantrekkelijk te maken wil men binnen en rond de binnenstadsring de parkeerruimte reserveren voor bewoners en kortparkeerders.”

Als ik de communicatiedeskundige goed begrijp dan betekent meer verkeer – zoals hoger aangetoond resulteert kortparkeren in drukker verkeer – aantrekkelijk wonen. Dat is een gegeven dat mij tot nu toe onbekend was en waarvan de logica mij ook ontgaat. Om diezelfde reden heeft men waarschijnlijk ook een winkelcentrum pal in het midden van de oude stadskern neergepoot; de eindeloze verkeersstroom die hiervan het gevolg is, zal de bewoners doen zwijmelen van geluk!

Stimuli

In de volgende paragraaf maakt de communicatiedeskundige helemaal duidelijk waar de stad Kortrijk met de pendelaars naartoe wil. Daarin oreert ze namelijk dat het ‘in de eerste plaats de bedoeling is om treinpendelaars zoveel mogelijk te stimuleren om met het openbaar vervoer of met de fiets naar het station te laten komen, bijvoorbeeld door op te stappen in een van de stations in de omgeving van Kortrijk.’

Jawel! Eerst bewierookt men de opening van de nieuwe inkomhal aan de achterzijde van het station om in dezelfde adem de treinpendelaars te stimuleren in een andere gemeente op te stappen! Of de bus te nemen! Of met de fiets te komen! In ieder geval niet met de auto. Want in Kortrijk zijn enkel op- en afrijdende auto’s welkom. En als de pendelaar dan noodgedwongen toch met de auto moet komen dat hij zijn voertuig dan maar in een andere gemeente pleurt!

Ik daag Isabel uit om haar eigen ‘stimuli’ eens een maand aan den lijve te ondervinden. Heeft Isabel ooit het rittenschema en de uurregelingen van de Lijn bekeken? Weet Isabel hoe laat de treinen vertrekken? Is Isabel vertrouwd met de aankomst- en vertrektijden van de treinen en de bussen van de Lijn en hoe die eventueel op elkaar (niet) aansluiten? Weet Isabel eigenlijk wel hoe lang een pendelaar, zelfs zonder alle parkeerellende, onderweg is? Is Isabel zich ervan bewust dat de pendelaar, die niet in Kortrijk moet opstappen maar in een ander station, dat al lang doet? Ik vermoed dat het antwoord op al deze vragen een bedremmeld ‘nee’ is.

De communicatiedeskundige verwart in haar betoog ook ‘stimuleren’ met ‘ontraden’ of, zeg maar ‘pendelaartje pesten’. Want daar komt het tenslotte op neer. ‘Stimuleren’ betekent volgens Van Dale – toch een autoriteit ofte deskundige op het vlak van taal – ‘prikkelen, aansporen, de werkzaamheid van iets bevorderen’. Ik ben geen communicatiedeskundige maar meen toch te weten dat stimuleren een positieve actie is. Wil Isabel mij dan eens concreet uitleggen op welke manier de stad Kortrijk mensen – pendelaars zijn ook mensen mocht haar dat ontgaan zijn – aanspoort om het openbaar vervoer te gebruiken? Of om de fiets van stal te halen? Misschien bedoelt ze dat pendelaars gebruik moeten maken van de parking op de XPO? Dat zou kunnen. Die parking ligt op 3,5 km van het station. Daar heb je dan om de 20 minuten een bus. Om zeker te zijn dat de bus die je naar het station brengt je ook op tijd aan het station aflevert, neem je best een zekere marge in acht. En dus zorg je ervoor dat je minstens een half uur voor je trein vertrekt aan de bushalte van de XPO staat. ’s Avonds proeft de pendelaar dan het geluk dat hij de rit in omgekeerde richting mag maken. Alles samen is de kans schoon dat hij per dag makkelijk nog een uur langer onderweg is. De uiterst repressieve houding die het stadsbestuur, samen met de NMBS, ten aanzien van de pendelaar aanneemt noemt Isabel – deskundig verwoord – dus stimuleren……

Toekomstmuzak

Voor de toekomst belooft de communicatiedeskundige echter beterschap. Dan kunnen de pendelaars hun wagen in een ondergrondse parkeergarage op het Conservatoriumplein kwijt.

Gemakshalve vergeet Isabel dat deze parkeergarage de eerste jaren nog geen realiteit is.

Gemakshalve vergeet Isabel dat die parkeergarage voor de modale pendelaar niet betaalbaar zal zijn.

Gemakshalve vergeet Isabel dat die toekomstige parkeergarage zich ook al in het oude stadsgedeelte bevindt en nog meer verkeer naar de binnenstad zal zuigen. Akkoord, dat maakt het er, volgens de onnavolgbare ijzeren logica van de communicatiedeskundige, voor de bewoners alleen maar aangenamer op, maar toch…..

Epiloog

Voor mij is het nu wel heel erg duidelijk dat de parkeeroverlast en de verkeersdrukte veroorzaakt worden door een beleid dat een ontstellend gebrek aan inzicht en visie etaleert. Een visie die inderdaad best wel een (heel leger) communicatiedeskundige(n) vereist om verkocht te krijgen.


Advertenties

Uitschuiver

Posted in Persweeën. on 10/02/2009 by Pär Ongeluck

Weer een uitschuiver van formaat in Het Nieuwsblad van 10/02/2009. En ‘uitschuiver’ mag hier gerust letterlijk genomen worden. Want wat lezen we:

25 activiteiten op 4 kilometer lange traject

KORTRIJK – Adventure Day, dat is de naam die het handelscomité bedacht voor de resem activiteiten waarmee het wil uitpakken op zondag 15 maart van 14 tot 20 uur in de Oudenaardsesteenweg en de Zwevegemsestraat.

Het opzet is om de handelszaken in die vier kilometer lange toegangsweg van het afrittencomplex van de autosnelweg naar de rotonde ter hoogte van café Fernand in de Zwevegemsestraat extra in de kijker te zetten.

Er zijn allerlei spelactiviteiten gaande van een wandelzoektocht over een etalagewedstrijd, een hindernissenparcours tot trampolinespringen verspreid over de hele lengte van het traject. Er zijn in totaal 25 activiteiten. (vfb)

Nou, moe! 4 kilometer! Ik heb diezelfde route al eens eerder afgestapt en toen kwam ik tot een schamele 1700 meter voor het traject vanaf de afrit van de R8 tot aan de rotonde. Eind oktober was dat, als ik mij niet vergis. Een goeie drie maand later is de lengte van die invalsweg zomaar eventjes met 2300 meter toegenomen! Of voor de lezers die het liever procentsgewijs uitgedrukt zien: 135 % erbij! Diegenen die in de Oudenaardsesteenweg of de Zwevegemstraat belegd hebben kunnen zich in de handen wrijven. Een rendement van 135 % krijg je niet elke dag. Geëxtrapoleerd is dat zelfs een slordige 500 % op jaarbasis! Vergeet Fortis! Vergeet Dexia!

Lettersoep.

Posted in Het Gouden Kalf with tags , , , on 04/02/2009 by Pär Ongeluck

Iedereen kent het omega-uurwerk. En de kappa sportkleding. Twee Griekse letters die het wereldwijd tot icoon geschopt hebben. Uit het Latijnse alfabet komt enkel de ‘Z’ een beetje in de buurt. ‘Z‘ is een merk van kinderkleding dat in het begin van de jaren negentig enige bekendheid verwierf via wielersponsoring. Greg Lemond en zo. Ik weet niet of het merk nu nog bestaat. De wielerploeg in ieder geval niet.

In de loop van de geschiedenis zijn er wel meer pogingen geweest om een enkele letter tot symbool te verheffen maar dat bleek altijd op een mislukking uit te draaien. Toch blijft men het – niet gehinderd door enig historisch inzicht en tegen beter weten in – steeds opnieuw proberen. Een kort overzicht.

In 1847 verzocht ene Joost Sparnaay de gemeente Aarlanderveen om de gekroonde L en de gekroonde M op zijn pijpen te mogen zetten. Dit werd door het gemeentebestuur afgewezen. Waarschijnlijk omdat de gekroonde M al van in de zestiende eeuw in Gouda werd gebruikt en dit tot enige verwarring en oneerlijke concurrentie had kunnen leiden.

Over de letter W kunnen we een gelijkaardig verhaal optekenen. De gekroonde W heeft, naast een Hollandse, zelfs een internationale carrière gemaakt want werd ook op pijpen gezet in steden als Kopenhagen, Westerwald en, ja, Kortrijk! Joseph Malfait deed dat alhier in 1826.

We weten ondertussen allemaal hoe het die pijpenmakers en hun gekroonde letters vergaan is.

In 1962 werd in Michigan de eerste Kmart geopend. Kmart is vernoemd naar de oprichter Sebastian S. Kresge. SS Kresge, dus. Kresge was ook behoorlijk megalomaan en narcistisch. Dit moest uiteindelijk wel verkeerd aflopen.

In datzelfde jaar (1962) werd de eerste Bondfilm uitgebracht. Met naast James Bond Quartermaster Major Boothroyd, alias Q. Q is de uitvinder die Bond van allerhande levensreddende gadgets voorziet. Met een beetje goeie wil kan je stellen dat James Bond zonder Q al lang dood en begraven was. Toch heeft Q het nooit verder dan een bijrolletje gebracht. Q is niets meer dan een lakei van Bond en M (sir Miles Messervy). Dramatisch gezien zelfs onbelangrijker dan de secretaresse van M, miss Moneypenny. Q is eigenlijk onbeduidend, een schertsfiguur. Een voetnoot in de geschiedenis. Enige gelijkenis met nog levende personen is volkomen toevallig. Hoewel.

De laatste tijd lijkt het dat er een vernieuwde interesse is voor eenletterige symbolen. Zo is er de shirtsponsor van het Engelse Arsenal, O2. Geen single ‘O‘ maar O in combinatie met een cijfer. Een pracht van een letter overigens, die O. Bij O worden de lippen getuit, de ene keer in verwondering, de andere keer vol verwachting. O heeft volmaakte rondingen, is fris en jeugdig, een beetje ondeugend, een verademing. Eigenlijk is O de perfecte letter. Het begin van alles. Ik geef toe: ik ben een beetje verliefd op O. Vergelijk O eens met Q. Dat staartje, die vieze appendix van Q, is visueel ronduit storend, een miskleun. Iets wat ook Obama opgevallen is. Ah, als er een letter het verdient om een icoon te worden dan is het O wel!

De ‘M‘ van Mac Donalds is een zoveelste poging om een enkele letter blijvend aan een merk te koppelen. Het zal de aandachtige waarnemer waarschijnlijk wel al opgevallen zijn dat die gestileerde M tot nu toe nooit afzonderlijk van de volledige benaming geserveerd wordt. De ‘M‘ blijft vooralsnog – ook visueel – verbonden aan het woordbeeld ‘Mac Donalds’.

3M is een beetje hetzelfde verhaal als O2: de M wordt in combinatie met een cijfer gebruikt en haalt daar ook zijn betekenis uit. Zonder 3 geen 3M en zonder 2 geen O2. Zo simpel is dat.

Dichter bij huis hebben we dan de A van Aantwaarpen. Omwille van de grenzeloze arrogantie van de Antwerpenaren bij voorbaat al gedoemd om het niet verder dan de stadsgrenzen te schoppen, maar het blijft wel een heel verdienstelijke poging. De Antwerpse ‘A‘ is zelfs gepatenteerd!

En zo komen we dan bij Kortrijk aan. Kortrijk – zelfverklaarde stad van creatie, innovatie en design – heeft iets met letters. In chronologische volgorde:

– Q, alias van Vincent van Quickenborne, tegenwoordig minister van Economie en administratieve vereenvoudiging.

K in Kortrijk voor het Gouden Kalf, een nog onvoltooid winkelproject in hartje Kortrijk. Heel creatief en innovatief!

– de bibLLLiotheek. Dat staat voor de Lieven Lybeer Library ofte Librairie Lieven Lybeer. Een Nederlandstalig equivalent is er helaas niet. Maar hoed af voor iemand die erin slaagt een bibliotheek naar hemzelf te noemen. Anderzijds ook een gemiste kans om de K van Kortrijk een groter elan te geven. BibliotheeK had namelijk ook gekund en zou een nieuw element geweest zijn in de pogingen om Kortijk weer op de Kaart te plaatsen, zoals men dat pleegt te noemen.

Alles samen wat te veel letters voor 1 stadje, vind ik.

K in Kortrijk, kortweg Kink, bekt niet goed. Zeker als je het volledig moet uitspreken. Afgekort klinkt het beter. Maar als je  ‘KinK‘ even gaat googlen kom je ook wel eens ergens terecht waar je misschien niet wilde zijn. Op een blog over bdsm en seksualiteit, bijvoorbeeld (http://tickledkink.wordpress.com/ ). Qua taal en stijl, het dient gezegd,  een blog waar plaatselijke journalisten, bij wijze van spreken, een ferme punt aan kunnen zuigen. Of het de bedoeling van de bedenkers van K in Kortrijk was om met dit soort toestanden geassocieerd te worden, durf ik echter te betwijfelen.

Zo kort bij de grens moet je er rekening mee houden dat de naam van je project ook voor anderstaligen betekenisvol moet zijn. K à K (spreek uit ‘kaka’) roept bij  hen waarschijnlijk geen beelden van shoppingparadijzen op en ook in de taal van Molière klinkt het als een vunzige bedoening. Niet het statement waar men de grote massa  zal mee weten te verleiden, in ieder geval.

Waar slaat die K overigens op? Kamasutra? Kredietcrisis? Kafka? Kopen? Dat zou kunnen.  Maar als je 5 tot 6 miljoen kopers wil lokken moet je ook de potentiële klanten van over de taal- en landsgrens aanspreken. En daar is K een zo goed als dode letter. Als je de hele handel vertaalt krijg je iets onuitspreekbaars als K à C. Want ‘Kortrijk’ is in het Frans ‘Courtrai’. En dan sturen ze je verdorie naar Kortrijk! Erg verwarrend allemaal. Waar staat die K voor een franstalige trouwens voor? Kermesse? Keuf? Kitsch? Kleptomane? Een mooi allegaartje, dat wel, maar geen publiekstrekker!

Tenslotte is de letter K in het Nederlands ook al een ietwat aangebrande letter. Robert Long wees ons er  meer dan 30 jaar geleden op:

De letter “K” die staat voor kerk
De letter “K” die staat voor kroeg
De letter “K” die staat voor kut en kapitaal
En al die zaken houden onderling verband
Dat zegt genoeg
Ze zijn als ’t ware een familie allemaal

Tja…… Dat men juist ‘K in Kortrijk’ als icoon van de wederopstanding van Kortrijk gekozen heeft is in het licht van het bovenstaande veelbetekenend en een heel slecht voorteken.

Actueel

Posted in Persweeën. on 03/02/2009 by Pär Ongeluck

Dit viel te lezen op ‘Kortrijk Blogt’, op 3 februari. Spellingfouten incluis.

Homor van de bovenste plank in de Stadsschouwburg
3 februari , 2009, 8:12 am
Ingedeeld onder: recreatie, uitgaan
Zin in een portie goeie humor? Dan kan je komende zaterdag in de Stadsschouwburg gaan genieten van de finale van Humorologie. Om 20.15 uur kan je er aanstormende talenten gaan ontdekken. Het Humorologieconcours is het oudste van Vlaanderen en beperkt zich niet tot één vorm van humor. Je ziet er alle soorten de revue passeren: van circus over visuele en muzikale humor tot louter stand-up. Bovendien is er als extraatje de productie Rhythm & Beast door Le Bo Trio voorzien.

Inderdaad ‘homor’ van de bovenste plank!  De finale vond al op 31 januari in de Kortrijkse Stadsschouwburg plaats. Wie komende zaterdag naar de Stadsschouwburg trekt zal voor een gesloten deur staan en groen lachen.

De prijs voor grappigste blog werd door de jury – met excuses voor de laattijdigheid – postuum nog aan ‘Kortrijk blogt’ toegekend.

nvdr: later op de avond heeft  men het bericht alweer van ‘Kortrijk blogt’ verwijderd……

www.vlasmuseum.be

Posted in Persweeën. with tags , , on 01/02/2009 by Pär Ongeluck

Op 31 januari blokletterde Het Nieuwsblad dat Hollanders vlasmuseum.be van Kortrijk afgesnoept hebben. Ocharme. Bij verdere lezing van het verhaal blijkt evenwel dat Kortrijk de domeinnaam http://www.vlasmuseum.be nog niet geregistreerd had. Tja, wie eerst komt, eerst maalt. Zo gaat dat in het leven. Je zou de zaken ook kunnen omdraaien en stellen dat het ‘grote’ Kortrijk door de nijvere Nederlanders (noem een Zeeuws-Vlaming nooit een Hollander!) uit Koewacht in snelheid werd gepakt. Koewacht is een grensgemeente, die gedeeltelijk op Nederlands (als deelgemeente van Terneuzen) en voor de rest op Belgisch (als gehucht van Moerbeke en Stekene) grondgebied ligt. Een gat van 2700 inwoners. Gezien het grensoverschrijdende karakter van het dorp mag het dus niet verwonderen dat men beide domeinnamen registreerde, zowel http://www.vlasmuseum.nl als http://www.vlasmuseum.be.

De bescheiden Koewachters hebben blijkbaar al veel langer dan de Kortrijkzanen door wat internationalisering in de praktijk betekent. In Kortrijk hebben ze daar een impotent en geldverslindend Eurodistrict, Lille-Kortrijk-Tournai, voor nodig. In Koewacht doen ze het gewoon. Hup, Koewacht, hup!