Archief voor oktober, 2010

Niet alleen God ziet U!

Posted in Persweeën., writers blog on 31/10/2010 by Pär Ongeluck
De laatste weken is er in de kranten nogal wat inkt gevloeid over de camera’s die de stad Kortrijk zou willen plaatsen. Nadat het onderwerp eerder al in het Laatste Nieuws aan bod kwam wist Kris Vanhee, politie-intimus en misdaadjournalist buiten categorie, ons op 25 oktober, op de webstek van Het Nieuwsblad, te melden dat er volgens een telling van de politie 248 zichtbare camera’s in Kortrijk, Lendelede en Kuurne hangen. Veel van die camera’s zouden volgens de politie illegaal zijn. (Vanhee noteert dit ijverig en stelt geen vragen). Dat alles had Vanhee van de korpschef van de Kortrijkse politie, Stefaan Eeckout. De politie gaat de eigenaars nu een brief schrijven en hen vragen om de wettelijke regels na te leven.

Op 29 oktober vond ook Freddy Vermoere dat hij met zijn artikel ‘Meer geweld in stad door Oost-Europeaneneen duit in het zakje moest doen om het debat te vertroebelen. In zijn artikel liet hij alweer korpschef Eeckhout – duidelijk een huis-tuin-en-keuken-criminoloog – verklaren dat er een objectief causaal verband bestaat tussen beide vaststellingen: meer Oost-Europeanen doet de vraag naar camera’s stijgen. Vermoere van zijn kant meent te weten dat de vraag naar meer bewakingscamera’s op het openbaar domein bij de bevolking alsmaar toeneemt. Hij voerde daartoe namelijk een diepgravend onderzoek uit bij enkele uitbaters van drankgelegenheden en een shopmanager, die hij dan maar meteen tot spreekbuis van de bevolking bombardeert….

Wat mij in de berichtgeving rond dit onderwerp vooral stoort is de onthutsende onwetendheid – het kan ook domheid zijn – van de verschillende actoren. De uitspraken van zowel burgemeester Lybeer als korpschef Eeckhout in deze zaak getuigen vooral van een gebrek aan elementaire dossierkennis. Voeg daar nog een Kortrijkse pers bij die niet in staat is om boven het peil van de ordinaire roddel uit te stijgen – laat staan een kritische vraag  te stellen – en je weet dat dit hele dossier (en de berichtgeving) een uur tegen de wind in stinkt.

Criminaliteit.

Wie over veiligheid en camera’s in Kortrijk wil praten kan niet omheen de ‘criminaliteitsbeeldanalyse 2009′ die door de politiezone Vlas werd gemaakt. Een werkstukje dat – inhoudstafel en prentjes inbegrepen – zo’n 141 bladzijden beslaat en voor iedereen vrij te consulteren is (http://www.pzvlas.be/CRIMINALITEIT.68.0.html. Helemaal onderaan kan je het volledige rapport downloaden). Beleidsmakers, politiehoofden en journalisten vinden dit, gezien hun uitspraken van de laatste weken, duidelijk overbodige lectuur. Zo verklaarde de korpschef, Stefaan Eeckhout, doodleuk dat het aantal misdrijven in totaliteit wel lichtjes afgenomen is maar het geweld gevoelig gestegen. De statistieken in zijn criminaliteitsbeeldanalyse vertellen toch iets anders. In de hele politiezone daalde het aantal geregistreerde feiten van 8865 in 2005 naar 8296 in 2009. De daling situeert zich echter in de periode tot en met 2008. Toen werden er ‘amper’ 7770 feiten geregistreerd. In 2009 kende de politiezone Vlas dus een stijging. Wat Kortrijk zelf betreft stellen we een gelijkaardige evolutie vast: een daling ten opzichte van 2005 maar een stijging ten opzichte van 2008. De criminaliteitsgraad in zowel de politiezone als in Kortrijk verloopt volgens eenzelfde stramien: daling tot in 2008 en dan terug een lichte stijging. Journalisten met enige achtergrondkennis of beroepsfierheid hadden dit allemaal kunnen weten – en misschien doen ze dat ook – maar ze geven er toch de voorkeur aan Stefaan Eeckhout niet tegen te spreken. Tenslotte zijn ze voor hun nieuwgaring (en dus ook inkomen) voor een groot stuk van de welwillende medewerking van zijn diensten afhankelijk. Die begrijpelijke maar uiterst laakbare houding van de pers heeft verstrekkende gevolgen, maar daarover later meer.

Geweld.

Korpschef Eeckhout meent te weten dat het geweld in deze stad gevoelig gestegen is. Hij baseert zich daarvoor niet op cijfers en, ja, de journalist vraagt er ook niet naar of doet niet de minste moeite om die uitspraak van Eeckhout te illustreren of tegen te spreken. De Kortrijkse journalist noteert enkel. Waarheid of leugen interesseert hem niet. En de woorden van een gezaghebbend persoon worden nooit in twijfel getrokken. Ten behoeve van korpschef Eeckhout en de journalisten heb ik de feitelijke gegevens dan maar zelf uit de criminaliteitsbeeldanalyse van de politie gelicht. Het zal Eeckhout en het journaille van Kortrijk misschien verbazen maar uit die analyse blijkt dat er in de politiezone Vlas in 2005 zo’n 1274 misdrijven tegen de persoon en het gezin werden gepleegd. Dat waren er 96 méér dan in 2009…. Wat de stad Kortrijk betreft DAALDE dat aantal feiten ook van 1127 in 2005 tot 1011 in 2009.

De misdrijven tegen de lichamelijke integriteit daarentegen stegen in de politiezone Vlas van 789 in 2005 naar 840 in 2009. Ten opzichte van 2008 was er echter een daling. In 2008 werden er nog 885 dergelijke feiten geregistreerd. Bekijken we enkel de cijfers van Kortrijk dan zien we dat er 707 feiten geregistreerd werden in 2005 en 736 in 2009. Ook hier weer de opmerking dat er in 2008 meer dergelijke misdrijven gesignaleerd werden dan in 2009. In 2008 waren het er namelijk nog 766. Het kan allemaal nog preciezer. Zo vermeldt het rapport de opzettelijke slagen en verwondingen buiten de familie afzonderlijk. In de politiezone Vlas waren dat in 2005 zo’n 445 geregistreerde feiten en in 2009 steeg aantal dit naar 471. In 2008 echter waren het er nog meer: 508.  Wat Kortrijk betreft: in 2005 stelde de politie 404 gevallen vast, in 2008 gebeurde dat 452 keer en in 2009 nog 405 keer. Dat is dus die ‘gevoelige stijging van het geweld’ waar Eeckhout het over heeft….

Maar misschien bedoelde Eeckhout wel ‘diefstallen met geweld’. Ook daar geeft het politierapport duidelijke cijfers over. In 2005 registreerde de politie in Kortrijk 3497 gevallen van diefstal en afpersing; in 2009 waren dat er 3463. De gewelddadige misdrijven tegen eigendom waren in 2005 goed voor 913 registraties en in 2009 voor 910. En zo zou ik nog wel enkele bladzijden kunnen doorgaan met het citeren uit dat politierapport. Feit is dat de criminaliteit de laatste jaren min of meer stabiel blijft of op langere termijn zelfs gedaald is. Er zijn wel wat verschuivingen (zoals beduidend meer fietsendiefstallen) maar echt spectaculaire veranderingen zijn er niet de laatste jaren niet.

De enige conclusie die je uit dit alles dan ook met zekerheid kan trekken is dat Eeckhout de rapporten van zijn eigen dienst gewoon niet leest. Dat iemand op zijn positie zoveel onzin uitkraamt zegt meteen ook heel veel over de benoemingspolitiek die men bij de aanwerving van mensen op sleutelposities voert. En de pers…ach, ja, de pers noteert enkel. Vragen stellen of zelf opzoeken is teveel moeite gevraagd. Dat is geen nieuws. De aanpak van dit onderwerp is daar een zoveelste getuige van.

Eeckhout en Vermoere zouden overigens beter wat oppassen met hele bevolkingsgroepen te beschuldigen. ‘Meer geweld in stad door Oost-Europeanen’ is ronduit xenofoob. Er zijn er die al voor minder een klacht van het centrum voor racismebestrijding aan hun been gekregen hebben.

Onveiligheidsgevoel.

Uit het vorige blijkt al dat de roep naar meer camera’s in ieder geval niet ingegeven is door een toegenomen criminaliteit, zoals Eeckhout en de verzamelde pers ons willen doen geloven. De ‘criminaliteitsbeeldanalyse’ geeft een vrij goed beeld van de feitelijke toestand maar vertelt nog niets over het subjectieve gevoel van (on)veiligheid dat de burgers hebben. Maar, geen nood, ook daar heeft de politie een uitgebreid rapport over (zie http://www.pzvlas.be/Veiligheidsmonitor.212.0.html, helemaal onderaan kan je de ‘veiligheidsmonitor’ downloaden). In de ‘criminaliteitsbeeldanalyse’ had men het o.a. al over de zogenaamde ‘crime-index’ (bladzijde 20 voor de lezers die het snel willen terugvinden). De ‘crime-index’ is een iet of wat ruwe poging om het aanvoelen van criminaliteit in 1 cijfer te vatten. Hierbij verveelvoudigt men het aantal autodiefstallen met 40, telt daarbij het aantal inbraken x 40 op en voegt er ook nog eens het aantal misdrijven tegen de lichamelijke integriteit x 20 aan toe. Vervolgens deelt men de hele handel door het aantal inwoners om de uitkomst met 1000 te vermenigvuldigen. Het resultaat van deze berekening noemt men de crime-index. In 2005 stond die index voor de politiezone Vlas op 471; in 2006 op 513; in 2007op 483; in 2008 op 493 om in 2009 verder te zakken naar 461. Het cijfer voor Kortrijk is gelijklopend en evolueerde van 497 in 2005 naar 509 in 2009. De crime-index mag dan wat verouderd zijn, het blijft toch een eerste aanduiding voor het relatieve veiligheidsgevoel van de burger: dat gevoel was ongeveer hetzelfde in 2009 als in 2005.

De politie heeft ook een meer uitgebreid rapport over het veiligheidsgevoel van de burger: de veiligheidsmonitor. Jammer genoeg wordt dit rapport maar om de twee jaar opgesteld en dateren de laatste cijfers van 2008. De veiligheidsmonitor is niets anders dan een bevraging bij de bevolking waarbij men peilt naar het subjectieve veiligheidsgevoel bij de burger. Het zal Eeckhout en de journalisten misschien verbazen maar op het vlak van inbraken, fietsendiefstallen, diefstallen uit auto’s en autodiefstallen scoort Kortrijk, qua veiligheidsgevoel, telkens beter dan andere regionale steden. Dat geldt trouwens voor ALLE items die in de veiligheidsmonitor aan bod komen: verkeersoverlast, geweld, bedreiging, rommel op straat, bekladden van muren, lastig vallen op straat, drugsoverlast, geluidsoverlast, hangjongeren en ga zo maar door. Kortrijkenaren voelen zich in vergelijking met andere stedelingen eigenlijk best veilig in hun stad. Het is ook interessant te vernemen hoe het onveiligheidsgevoel in de loop van de tijd evolueert. Volgens de ‘Veiligheidsmonitor’ gaat het met Kortrijk in ieder geval de goeie kant op. Op de vraag ‘gebeurt het dat u zich onveilig voelt?’ antwoordde in 2000 nog 10,8% van de ondervraagden ‘altijd’ of ‘vaak’. In 2008 was dat percentage gezakt naar 8,2%.

Eeckhout zou zich trouwens best wat meer zorgen maken over het imago en functioneren van zijn dienst. Uit zijn eigen ‘veiligheidsmonitor’ blijkt namelijk dat de globale tevredenheid n.a.v. ander politiecontact (men bedoelt hier ander politiecontact dan politiecontact n.a.v. slachtofferschap nvdr) op het laagste peil sinds 2000 staat. Dat is trouwens een typisch Kortrijks fenomeen. Op het vlak van ‘houding en gedrag’ en ‘resultaat politietussenkomst’ scoort de Kortrijkse politie ronduit slecht. Ook niet meteen een vaststelling die erg bevorderlijk is voor het veiligheidsgevoel….

Het lijkt er dus op dat het subjectieve onveiligheidsgevoel vooral in de hoofden van de korpschef en de journalisten woedt. Dat is een bijzonder gevaarlijke situatie: een korpschef die de feiten naast zich neerlegt en aan waanbeelden lijdt en daarenboven ook nog eens een pers die ieder feitje tot ongehoorde proporties opblaast en daarmee een algemeen gevoel van angst en onveiligheid creëert. In dergelijk klimaat van terreur is de roep naar meer camera’s bijna normaal te noemen. En dat is precies waar Eeckhout en Lybeer naartoe willen, daarbij al dan niet bewust bijgestaan door de plaatselijke pers.

Camera’s.

Volgens een telling die chef Eeckhout liet uitvoeren hangen er in de politiezone Vlas 248 bewakingscamera’s. De shopmanager van het Gouden Kalf beweert dat er bij hem alleen al 180 hangen. De manschappen van Eeckhout hebben er in de rest van het grondgebied Kortrijk, Kuurne en Lendelede dus eigenlijk maar 68 meer gevonden. Of ze hebben die van het shoppingcenter niet eens geteld. Hoe dan ook: 248, dat is verdacht weinig. Maar journalisten in Kortrijk stellen zich daar nooit vragen bij. Eeckhout gaat verder met: ‘onder die 248 zit ook een aantal nepcamera’s, maar toch. En er zijn ook onzichtbare camera’s. Bij veel van die zichtbare camera’s is er een probleem van privacy. Ze zijn niet conform de wet. We gaan ze nu niet verbieden. We gaan de eigenaars een brief schrijven waarbij we vragen zich in regel te stellen. Een aantal van die camerabeelden heeft ons al geholpen bij het ontmaskeren van daders.’ Wat zegt Eeckhout hier eigenlijk?!? Dat er zich bij veel van die camera’s een probleem van privacy stelt. Wat bedoelt hij daarmee? De journalist had het kunnen vragen, maar dat deed hij (weer) niet. Eeckhout voegt er nog aan toe dat veel van die camera’s ‘niet conform de wet zijn’ maar dat hij ze ook ‘niet gaat verbieden’. Eeckhout kiest er dus willens en wetens voor om een onwettelijke toestand te laten bestaan! Van politiemensen zijn we anders gewoon. In de plaats van de overtreders te verbaliseren gaat de politie ‘de eigenaars nu een brief schrijven waarbij er gevraagd wordt om zich in regel te stellen‘. Een ontroerend gebaar! Maar wat betekent dat ‘in regel stellen’ nu in de praktijk eigenlijk? Wie moet wat waar en wanneer aangeven, bijvoorbeeld? Dat had nu eens een vraag kunnen geweest zijn waarmee de journalist zijn lezers een dienst had kunnen bewijzen. Helaas stelde de journalist die vraag niet. Voor wie iet of wat vertrouwd is met de Kortrijkse journalistiek zal dat wel geen verwondering wekken, maar toch.

Eeckhout oreert verder: ‘Een aantal van die camerabeelden heeft ons al geholpen bij het ontmaskeren van daders.’ Normaal verwacht je dan dat de journalist even ophoudt met noteren en belangstellend vraagt hoeveel zaken er dankzij die legale en illegale camera’s al opgelost zijn, maar nee. De journalist vraagt zoiets niet. Hij vraagt evenmin of er dan juridisch geen problemen rijzen als die beelden van een illegale camera komen., wat toch best mogelijk is. Een procedurefoutje dat grote gevolgen kan hebben, me dunkt. Vreemd trouwens dat Eeckhout – van wie we toch mogen aannemen dat hij toch noties heeft van gerechtelijke procedures – zelf die bedenking niet eens maakt. Een beetje advocaat maakt zo brandhout van de vaststellingen van Eeckhout, zoveel is zeker. Het zou bijzonder interessant zijn om te weten in hoeveel gevallen de politie op basis van beelden van legaal en illegaal geplaatste camera’s misdrijven heeft opgelost. In de criminaliteitsbeeldanalyse en de veiligheidsmonitor wordt er in ieder geval nergens melding van camera’s gemaakt en vreemd genoeg houdt Eeckhout in dat verband ook de tanden op elkaar. Hiermee speelt hij – ongewild – de tegenstanders van het plaatsen van camera’s een bijzonder krachtig argument in handen. Het is overigens maar zeer de vraag of camera’s wel zo efficiënt zijn in het bestrijden van misdaad. De meningen daarover zijn erg verdeeld.

De voorstanders van cameratoezicht zijn niet erg duidelijk in wat voor misdrijven ze op die manier willen oplossen of voorkomen. Iedereen denkt altijd aan geweldplegingen, verkrachtingen, inbraken, moorden, diefstallen en alle andere misdrijven die elke dag weer zo breed in de media uitgesmeerd worden, maar er zijn ook andere misdrijven. Misdrijven die zelden of nooit in de krant komen. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan fiscale en sociale misdrijven. Het lijkt mij perfect mogelijk om aan de hand van camerabeelden te bepalen wie wanneer en hoe lang in een bepaald café gaat werken, of het aantal klanten te tellen, het sluitingsuur te bepalen, enzoverder, en op basis daarvan uit te maken of de caféhouder zijn personeel wel heeft aangegeven of zijn inkomsten braafjes bij de fiscus heeft gemeld…. Ik denk dat de Spreutelsen van deze wereld op dat ogenblik plots fervente tegenstanders van camera’s worden en dit gebruik als een ongeoorloofde inbreuk op hun privacy zullen aanvechten.

Enkele vragen die beleidsmakers, maar ook politiemensen en journalisten, zich bij het plaatsen van camera’s zouden moeten stellen zijn: wat willen we ermee bereiken? Willen we misdrijven vaststellen of willen we die juist voorkomen? En welke misdrijven zijn dat dan? Willen we het veiligheidsgevoel bij de burger verhogen? Zijn camera’s wel het beste middel om het beoogde doel te bereiken? Zijn er alternatieve oplossingen? Welke prijs zijn we bereid te betalen? Is die prijs in verhouding met het verlies aan privacy? Enzoverder. In ieder geval vragen genoeg voor een uiterst geanimeerd debat in één van de komende gemeenteraden. Benieuwd hoeveel raadsleden een gemotiveerd en onderbouwd standpunt – er is nogal wat literatuur over dit onderwerp – zullen innemen. Ook bijzonder benieuwd naar het gemotiveerd advies dat de korpschef in deze aangelegenheid moet indienen.

Tenenkrullende kromtaal.

Posted in Persweeën., Vlugschriften, Woordenaars on 27/10/2010 by Pär Ongeluck

Op de website van de stad Kortrijk – volgens Wikipedia ligt deze stad in het Nederlands sprekend gedeelte van België op 50° 49′ 41″ noorderbreedte en 3° 15′ 54″ oosterlengte – staat tot op vandaag nog altijd de volgende taalkundige kwakkel te lezen: ‘Wat kan ik uitlenen in de bibliotheek?’ (wie mij niet gelooft surft maar naar http://www.kortrijk.be/bibliotheek/watkanikuitlenen). Als je even verder leest merk je dat het vanzelfsprekend niet gaat om UITlenen maar om (ONT)lenen. Wie schrijft dat soort ondingen eigenlijk? De redactie van de website van cultuurstad Kortrijk neemt hiermee in ieder geval een flinke optie op de titel van ‘kromtaal van het jaar’, in de categorie ‘Overheid’!

In de categorie ‘Pers’ doet Kris Vanhee, geaccrediteerd verslaggever en politiehulpje eerste klas, dan weer een gooi naar de weektitel met zijn artikel over de man die in een bar in Kortrijk werd neergestoken. Volgens Vanhee ‘werd de bar tot zaterdagavond in beslag genomen om een sporenonderzoek uit te voeren.’ Naar verluidt had de taalraadsman van Het Nieuwsblad maandag een dag vrijaf.

Ondertussen werd de tekst op de website van de stad Kortrijk aangepast. Nu staat er: ‘wat kan ik ontlenen in de bibliotheek?’ Nog niet perfect – ‘wat kan ik in de bibliotheek ontlenen?’ zou nog beter zijn – maar toch een flinke stap vooruit.

Knudde van Cnudde.

Posted in Kortrijkse zendelingen, Persweeën., Vlugschriften with tags , , , , on 26/10/2010 by Pär Ongeluck

Het ‘Safe Party Zone’-label waarmee stad Kortrijk jonge amokmakers een halt wil toeroepen ligt op apegapen. De Privacycommissie – officieel de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer – liet de stad Kortrijk weten dat dergelijk systeem – het aanleggen van een zwarte lijst waarbij persoonlijke gegevens worden verzameld – niet kan omdat daar geen wettelijk kader voor is.

Volgens een artikel van de hand van Freddy Vermoere, dat zaterdag op de website van Het Nieuwsblad verscheen, was ‘schepen Cnudde even van zijn melk toen hij te horen kreeg wat de Privacycommissie aan journalisten had verteld. (Wat heeft de CBPL dan werkelijk aan journalisten verteld?!? nvdr) Maar, zo voegt Cnudde er strijdlustig aan toe: ‘Ik ben alleszins niet van plan om het Safe Party Zone-label af te blazen.Volgens Vermoere liet hij ook nog verstaan dat hij nu snel contact zou opnemen met de commissie voor verder overleg.

Voor alle duidelijkheid: de Privacycommissie heeft zich niet uitgesproken over het nut of de zin van het Safe Party Zone-label maar wel over de wettelijke grond van het hele systeem. En die is er nu eenmaal niet. Uit het artikel van Vermoere en de reactie van Cnudde blijkt dat Cnudde die nuance niet begrepen heeft. De reacties op het artikel van verschillende lezers tonen trouwens duidelijk aan dat Cnudde niet de enige is die niet begrepen heeft wat de Privacycommissie bedoelt.

Om de verwarring zo mogelijk nog wat groter te maken vervolgt Vermoere zijn artikel met:

Schorsing aanvechten

‘Dat is ook het beste wat de stad nu kan doen’, zegt minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V), die als Kortrijkzaan de kwestie met meer dan gewone aandacht volgt.

‘Met adviezen van de Privacycommissie moet je hoedanook rekening houden.’

Huh?!? Schorsing aanvechten?!? Heeft De Clerck dat gezegd!?! Ik hoop het niet. Anders maakt hij zich als jurist en als mini-ster weer maar eens onsterfelijk belachelijk. De Clerck zegt  juist dat je moet rekening houden met adviezen van de Privacycommissie! Niet dat het advies van de CBPL moet aangevochten worden. Integendeel. Concreet betekent dat: wachten met de invoering van dat Safe Party Zone-systeem tot er een wettelijke basis voor is. Nu, De Clerck had – als eminent jurist èn mini-ster van justitie – stad Kortrijk wel vooraf kunnen (en moeten, eigenlijk) inlichten dat het Safe Party Zone-systeem geen wettelijke basis heeft. Dat hij dat (bewust of onbewust) niet gedaan (of verzuimd) heeft zegt veel over zijn betrokkenheid bij de materie en bij ‘zijn’ stad. De Clerck is overigens niet de enige jurist in de gemeenteraad die stad Kortrijk op het niet-wettelijke karakter van die zwarte lijst had kunnen wijzen. En wat doen het legertje juristen dat in dienst van de gemeente en de politie werkt eigenlijk godganse dagen?!?

Vermoere beëindigt zijn artikel met: ‘normaal kunnen amokmakers tot een jaar geweerd worden van fuiven, maar voorlopig kunnen ze een schorsing aanvechten voor de rechtbank, met een zeer grote kans op succes.’ 

Vermoere laat voor alle zekerheid in het midden welke rechtbank hij bedoelt. Waarschijnlijk bedoelt hij de politierechtbank of de rechtbank van eerste aanleg. Die zal zichzelf – voorlopig dan toch – evenwel onbevoegd moeten verklaren wegens het ontbreken van een wettelijk kader. Voor de geïnteresseerden: het gaat hier om een onwettige bestuurshandeling. De aangewezen instantie hiervoor is de Raad van State.

Eigenlijk is dit artikel vooral exemplarisch voor het onthutsend lage niveau waarop er in Kortrijk aan politiek wordt gedaan en hoe hierover in de pers wordt bericht. Knudde!

Het K-effect.

Posted in Het Gouden Kalf, writers blog on 25/10/2010 by Pär Ongeluck

Het is alweer een poosje geleden dat hier (of in de reguliere pers) nog eens iets verschenen is over werk(loosheid). Benny Wouters, kon begin augustus zijn pret niet op toen hij in Het Nieuwsblad schreef dat ‘enkel in de regio Kortrijk-Roeselare de werkloosheid gedaald was’. Hij vergeleek toen de cijfers van eind juli 2010 met die van eind juli 2009. Het dient gezegd: Benny kwijt zich veel beter van zijn taak dan Vanhee als het over cijfers gaat. De cijfers van Wouters zijn tenminste juist. En anders dan bij Vanhee gebruikelijk is weet Wouters zelfs waar de klepel hangt. Wouters gaf ook aan dat die gunstige cijfers vooral aan de regio Tielt te danken zijn, waar nogal wat metaalbedrijven gevestigd zijn. Als het goed is zeggen wij het ook. Alleen jammer dat het zo zelden voorvalt dat er in de krant iets staat dat ook juist is. Soit. Hoog tijd voor een update van de cijfers. Met een overzicht van de werkloosheidscijfers in de periode eind februari tot eind september van dit jaar. Eind februari omdat je zo een juist beeld krijgt van de situatie zoals die was net voor de opening van het Gouden Kalf. Daarom is het ook een goed ijkpunt om een eventueel blijvend effect vast te stellen. Eind september en vele miljoenen bezoekers later – althans, volgens de berichtgeving die de verantwoordelijken van het Gouden Kalf zelf verspreiden – moet dat toch een vrij scherp beeld geven van de (eventuele) weerslag die het winkelcentrum op de werkloosheid in deze streek heeft. Maar eerst de naakte cijfers:

arrondissement feb/10 jun/10 jul/10 aug/10 sep/10 verschil feb/sep %
BRUGGE 7557 6498 7680 7744 7160 -397 -5,25
DIKSMUIDE 1079 985 1253 1219 1065 -14 -1,29
IEPER 2950 2731 3376 3357 2938 -12 -0,40
KORTRIJK 8522 7851 9341 9304 8364 -158 -1,85
OOSTENDE 5977 5305 5896 5946 5640 -337 -5,63
ROESELARE 3444 3170 3983 3913 3433 -11 -0,31
TIELT 1749 1556 1999 2038 1760 11 0,62
VEURNE 1865 1493 1627 1677 1672 -193 -10,34

Wat meteen opvalt: de werkloosheid is ten opzichte van februari overal gedaald. Dat is een verheugende vaststelling. Economen schrijven dit toe aan een voorzichtig herstel van het vertrouwen na de bankencrisis. Een tweede opvallende vaststelling: de toeristische regio’s doen het opvallend goed. Brugge -5,25%, Oostende – 5,63% en Veurne zelfs -10,34%. In de gebieden die minder van toerisme afhankelijk zijn is het herstel veel voorzichtiger. In het arrondissement Kortrijk is de werkloosheid met 1,85% afgenomen (of 158 eenheden). Spectaculair is dat zeker niet maar het is toch iets. Kortrijk is dan ook niet echt een toeristische topper. Dat het Gouden Kalf een grote rol zou gespeeld hebben in de dalende werkloosheidscijfers is weinig waarschijnlijk. In verschillende andere arrondissementen – die het genot van een winkelcentrum (nog) niet mogen smaken – doet men het zelfs beter dan in Kortrijk. De 800 banen – oorspronkelijk meer dan 1000 voltijdse equivalenten – die de bevolking door de promotoren van het Gouden Kalf werden voorgehouden, blijken uiteindelijk niets anders dan een platvloerse leugen. Wat ook uit bovenstaande cijfers blijkt. De jobcreatie is overigens niet het enige waarover de promotoren liegen…. Jammer dat wat zichzelf de ‘echte’ pers noemt daar geen aandacht aan durft te besteden. Of dat niet wil. Of allebei. Maar dit terzijde. Een blik op de evolutie van de werkloosheid in de verschillende beroepsgroepen maakt het nog duidelijker. Opnieuw neem ik eind februari  2010 als ijkpunt en vergelijk ik met de cijfers van september 2010. Voor en na, dus.

BEROEP feb/10 jun/10 jul/10 aug/10 sep/10 verschil
Landbouwer, visser 178 162 186 188 182 4
Groevearbeider 3 2 2 3 3 0
Werknemer verkeer 372 317 360 364 321 -51
Textielarbeider 273 251 265 238 229 -44
Confectiearbeider 119 120 124 121 112 -7
Lederbewerker 2 1 1 2 2 0
Metaalproduktiearbeider 0 0 0 0 1 1
Precisiemecanicien 8 9 13 13 12 4
Metaalbewerker 327 287 370 367 298 -29
Elektricien 70 68 93 91 77 7
Houtbewerker 150 128 184 159 123 -27
Schilder, behanger 102 90 117 116 99 -3
Bouwarbeider 374 336 384 349 300 -74
Drukkerijarbeider 56 59 76 61 61 5
Glas- en cementarbeider 10 8 6 3 4 -6
Arbeider voeding 40 39 58 49 48 8
Arbeider scheikunde 1 1 1 1 2 1
Andere ambachten 21 19 22 21 21 0
Inpakker 299 247 281 278 253 -46
Machinist, kraanbestuurder 19 24 26 21 17 -2
Havenarbeider, magazijnier 413 344 400 392 365 -48
Handlanger algemeen 1473 1434 1512 1505 1435 -38
Bewaker 47 41 53 50 50 3
Hotel- en keukenpersoneel 375 331 379 390 354 -21
Huisbewaarder en schoonmaker 425 429 459 447 411 -14
Andere in de diensten 203 193 244 246 214 11
TOTAAL ARBEIDERS 5360 4940 5616 5475 4994 -366
Architect, meetkundige 20 12 25 26 23 3
Ingenieur 31 31 49 52 44 13
Natuur-,scheikundige 1 1 3 2 3 2
Bioloog 7 0 4 4 6 -1
Medicus 8 7 9 11 8 0
Paramedicus, verzorging 393 374 479 471 416 23
Leerkracht 3e/4e graad secundair 8 6 10 11 9 1
Leerkracht 1e/2e graad secundair 42 69 150 180 90 48
Leerkracht basisonderwijs 28 42 132 162 73 45
Andere onderwijs 33 38 54 49 45 12
Rechtsgeleerde 6 4 12 14 14 8
Kunstenaar en mediapersoneel 90 74 117 119 109 19
Tekenaar 31 29 32 29 27 -4
Technicus 108 86 114 103 90 -18
Boekhouder 18 21 37 40 36 18
Maatschappelijk assistent 27 25 34 39 38 11
Bibliothecaris, archivaris 19 18 19 19 17 -2
Economist, adv. bedrijfsbeheer 11 15 27 30 30 19
Opvoeder 121 122 144 152 136 15
Informaticus 84 91 91 92 91 7
Andere hogere bedienden 117 90 129 134 119 2
Kader openbare besturen 6 9 13 15 13 7
Kader privé-sector 139 105 142 144 143 4
Secretaresse, dactylografe 153 151 172 182 187 34
Andere bureaubedienden 918 818 955 927 852 -66
Vertegenwoordiger 138 137 141 143 142 4
Verkoper 605 536 631 679 609 4
TOTAAL BEDIENDEN 3162 2911 3725 3829 3370 208
ALGEMEEN TOTAAL 8522 7851 9341 9304 8364 -158

De daling van de werkloosheid in het arrondissement Kortrijk is uitsluitend gerealiseerd bij de arbeiders. Zeker niet bij die beroepen die in het Gouden Kalf gegeerd zijn. Of ziet men veel bouwvakkers, magazijniers en handlangers in het winkelcentrum werken? De werkloosheid bij de verkopers is sinds de opening van het Gouden Kalf zelfs nog toegenomen! Wat nu ook weer niet zo verwonderlijk is: de winkels in het Gouden Kalf zijn er stuk voor stuk op gericht kosteneffectiever te werken en werven dus voor de realisatie van een hogere omzet minder personeel aan dan vergelijkbare zelfstandige zaken. Uiteindelijk zou het mij zelfs niet verwonderen dat het winkelcentrum banen oppeuzelt in plaats van er te scheppen. Het is de logica zelve. Een logica die de promotoren van het Gouden Kalf zelf ook wel kennen maar angstvallig verzwijgen. Als zij dat niet deden zou hen dat wel eens een pak duiten en in sommige gevallen ook stemmen kunnen kosten. Deze heren hebben er alle belang bij dat de bevolking van Kortrijk in het sprookje van het Gouden Kalf blijft geloven. En daar worden kosten noch moeite voor gespaard.

Het Zevende Werk. (Tobit 1,17)

Posted in Persweeën., Vlugschriften, writers blog with tags , , , , , on 21/10/2010 by Pär Ongeluck

Lieven Lybeer is een christen mens die de kardinale en theologale deugden, zowel in zijn persoonlijk als in zijn openbaar leven, met meer dan gewone hartstocht nastreeft. Ook de lichamelijke werken van barmhartigheid zijn hem niet geheel onbekend. Hoewel hij het met dat zevende en meest recente werk toch iets moeilijker heeft. Dat bleek vandaag nog uit een bericht in Het Nieuwsblad. Volgens burgemeester Lybeer zijn er op de nieuwe Kortrijkse begraafplaats – en ik citeer letterlijk uit het artikel van Kris Vanhee – ‘teveel mensen die daar een ceremonie voor overledenen uit randgemeenten organiseren. Dat zal enkel nog kunnen voor Kotrijkzanen die hier begraven worden. Plechtigheden voor overledenen die niet in Kortrijk woonden of begraven worden, kunnen niet meer.’

“De doden begraven (het zevende lichamelijke werk van barmhartigheid), jawel, maar alleen van ingezetenen van Kortrijk”, zo denkt Lybeer daarover. Maar wat bedoelt hij precies met ‘teveel mensen enzoverder’? Waarom stelt de journalist die voor de hand liggende vraag niet? Hoeveel ceremonies worden er op dit ogenblik op die plaats georganiseerd? Kan de burgemeester daar harde cijfers over geven? Hoe vaak gaat het over overledenen uit de randgemeenten en hoe dikwijls betreft het Kortrijkse aflijvigen? Hoeveel keer worden er plechtigheden gehouden voor mensen die op een andere plaats begraven worden? Nog een vraag die spontaan bij de journalist had kunnen en moeten opwellen is: bedoelt de burgemeester hier enkel de diensten die gehouden worden naar aanleiding van begrafenissen of gaat het ook over diensten die in de toekomst zullen gehouden worden naar aanleiding van crematies?

Om dit bericht beter te begrijpen is wat achtergrondinformatie onontbeerlijk. (Normaal is dat de opdracht van de journalist maar in Kortrijk houdt men er op dat vlak een totaal andere journalistieke visie op na.).

Als het enkel over begrafenisdiensten gaat is het van groot belang om te weten over hoeveel begrafenissen het in werkelijkheid gaat. Zijn dat er dagelijks 5? 10? 26? En vormt dat eigenlijk een probleem? Ik kan het mij moeilijk inbeelden maar zolang de burgemeester daar geen cijfers over geeft blijft het gissen. Ik ben er overigens van overtuigd dat het om een te verwaarlozen aantal begrafenissen annex ceremonies van niet-Kortrijkenaren gaat. Burgers uit omliggende gemeenten worden namelijk meestal in hun eigen gemeente begraven. Met een dienst in de eigen gemeente. De beslissing van Lybeer om diensten voor ‘allochtone overledenen’ in de ceremonieruimte van de begraafplaats te verbieden lijkt mij dan ook een beslissing die (bijna) nergens over gaat. De logische vraag die hieruit volgt is dan ook: waarom verbiedt Lybeer deze diensten als het uiteindelijk toch maar om een perifeer verschijnsel gaat?

Misschien viseert de burgemeester echter ook die diensten die in de toekomst naar aanleiding van crematies zullen worden gehouden. In dat geval gaat het over veel meer.  Zoals de meeste lezers ongetwijfeld weten heeft burgemeester Lieven Lybeer talloze mandaten. Zo is hij o.a. ook voorzitter van Psilon, de intergemeentelijke vereniging voor crematoriumbeheer van Zuid-West-Vlaanderen. Die intercommunale bouwt op dit ogenblik een crematorium op de terreinen van de begraafplaats van Hoog-Kortrijk. Tegen de bouw van dit crematorium is nogal wat protest gerezen. Vooral onder omwonenden, hierin gesteund door Groen! Sommige buurtbewoners zijn vooral beducht voor ontoelaatbaar hoge concentraties fijn stof, veroorzaakt door de lijkverbrandingen en de niet-aflatende stroom van voertuigen – volgens de actiegroep ‘Samen Sterk’ dan toch – die doorheen de omliggende straten zal denderen. ‘Samen Sterk’ heeft daarover zelfs procedures tot bij de Raad van State ingeleid. Al dat protest komt de populariteit van de burgemeester uiteraard niet ten goede en daar is onze loco-burgemeester uiterst gevoelig voor. De gemeenteraadsverkiezingen van 2012 zijn ook niet zo veraf meer…. Op dat ogenblik zal de opening van het crematorium bij iedereen nog vers in het geheugen liggen en zullen de buurtbewoners aan den lijve ondervinden wat de werkelijke impact is. Dat zou de burgemeester wel eens stemmen kunnen kosten….. Om verder onheil te voorkomen leek het L.L. (Lieven Lybeer) dan ook ten zeerste aangewezen om een gebaar van goeie wil te stellen; de protesterende buurtbewoners een uitgestoken hand te reiken. Dat heeft hij nu dus gedaan met zijn beslissing om plechtigheden voor overledenen die niet in Kortrijk woonden (of er begraven worden) te verbieden. L.L. mag dan wel dienstdoend burgemeester van Kortrijk zijn en voorzitter van de intercommunale Psilon maar kan en mag hij dergelijke beslissing wel nemen? Heeft hij die beslissing autonoom, als burgemeester van Kortrijk of als voorzitter van Psilon, genomen? Of deed hij dat in samenspraak met de andere 21 aangesloten gemeenten? Dit laatste lijkt mij erg onwaarschijnlijk. Praktisch komt het er immers op neer dat er van Lybeer ter gelegenheid van een crematie van een niet-ingezetene geen dienst meer zou mogen gehouden worden in de ruimte die daar op de begraafplaats voor voorzien is. De nabestaanden van de Poperingse aspirant-gecremeerde zullen dus bijvoorbeeld eerst (of nadien) in Poperinge een dienst moeten houden, daarna het lijk naar de Kortrijkse ovens vervoeren om het er te laten verassen, waarna de hele handel terug naar Poperinge moet. Een beetje omslachtig allemaal. En al zeker niet in de geest van een intercommunale. Ik kan mij niet voorstellen dat de andere aangesloten leden van Psilon dit zomaar zouden slikken. De beslissing van Lybeer gebeurde trouwens ook niet na overleg met de gemeenteraad of het schepencollege van Kortrijk wat laat vermoeden dat Lybeer in feite in eigen naam sprak. Wordt waarschijnlijk vervolgd.

Vanseveren bevalt.

Posted in Persweeën., writers blog on 21/10/2010 by Pär Ongeluck

Sinds begin dit jaar is Wim Vanseveren cultuurintendant van deze stad. Wat een cultuurintendant precies doet is mij nog altijd niet duidelijk en Van Severen doet ook geen enkele poging om daar opheldering over te geven. Cultuur hult zich blijkbaar graag in een sluier van mysterie. In deze onzekere (politieke) tijden hoedt iedereen zich er ook angstvallig voor definitieve uitspraken te doen die een hypotheek op de toekomst zouden kunnen leggen. Een houding die ondertussen ook helemaal naar de culturele sector is uitgezwermd. Vanseveren vormt hier geen uitzondering op en dacht dat het – na zich 9 maanden in een oorverdovend stilzwijgen gehuld te hebben – zo stilaan tijd werd om zijn broodheren met een ‘tussentijds rapport’ te verblijden. Een tussentijds rapport dat de belastingbetaler ondertussen toch al zo’n slordige 75.000 euro kost. Kris Vanhee, die het aan zijn status van cultuurpaus zowat verplicht is, berichtte er in Het Nieuwsblad van 6 oktober over. Dit betekent concreet dat hij de perstekst, die hem bereidwillig door Vanseveren ter beschikking gesteld was, grosso modo overschreef. Maar dat doet nu even niet ter zake. Het voordeel van dat overschrijfwerk is wel dat de lezer zich op die manier zelf een idee kan vormen van wat de intendant werkelijk gezegd heeft. Voor de titel van ‘zijn’ werkstuk citeerde Vanhee een uitspraak van de intendant: “Heldere keuzes voor meer zichtbaarheid.” Daarmee is meteen ook de toon van de rest van het artikel gezet. En bijgevolg ook meteen van de uiteenzetting die Vanseveren op 4 oktober aan de verzamelde Raadscommissie van de Kortrijkse gemeenteraad gaf. Op het eerste zicht valt er op die uitspraak dan ook niets af te dingen. Het klinkt in ieder geval goed. Maar wat betekent het? Welke zijn die ‘heldere keuzes’ eigenlijk? En wat wordt er ‘zichtbaar’ mee gemaakt? Allemaal erg vaag, erg cryptisch, erg hoogdravend, erg ‘cultureel’, erg nietszeggend ook, maar alles welbeschouwd geen slechte opener . De luisteraar/lezer blijft na deze mislukte boutade  immers met vragen zitten waarvan hij hoopt dat ze in de rest van de uiteenzetting/het artikel een antwoord zullen krijgen. En dus blijft hij geboeid verder luisteren/lezen. Of doet hij toch een poging. Missie geslaagd, tot dusver.

Naar eigen zeggen heeft Vanseveren de eerste negen maanden van zijn opdracht aan een ‘lange-termijnstrategie voor cultuur in Kortrijk’ gewerkt. En nu is hij dus van een tussentijds rapport bevallen. Dat tussentijds rapport is eigenlijk een prematuurtje dat blijkbaar nog heel wat verzorging behoeft waardoor de echte geboorte, de definitieve versie, pas begin volgend jaar het levenslicht zal zien. Het ereloon voor deze ‘bevalling’ is ondertussen al opgelopen tot 75.000 euro. Tegen dat het ‘kind’ echt levensvatbaar is zal het een slordige 100.000 euro gekost hebben. Voor die prijs mag het wel iets zijn, zou je denken. Laat ons dus eerst even bekijken wat dit ‘tussentijds rapport’ voor moois in huis heeft. Maar laten we de Meester hemzelve aan het woord:

‘Hij (Vanseveren nvdr) pleit voor heldere keuzes, samenwerking en grotere efficiëntie om cultureel Kortrijk meer zichtbaarheid te geven. Tegen het eind van het jaar moet een visietekst klaar zijn. Via 28 ‘werven’ (van wisselende grootte en belang) zal een actieplan uitgevoerd worden, met het oog op optimalisatie van de bestaande werking in het algemeen en de directie cultuur in het bijzonder. Daarbij is aandacht voor netwerking en inschakeling in de stadsdynamiek.’

‘Heldere keuzes’, ‘efficiëntie’, ‘werven’, ‘optimalisatie’, ‘netwerking’, ‘visietekst’, ‘actieplan’ en ‘dynamiek’ zijn termen die zo uit een managementscursus voor beginners zijn geplukt. Het zijn niets meer dan hoogdravende modewoorden die vooral moeten verhullen dat je eigenlijk nog geen klap klaar hebt.  Je krijgt er wel, zonder ook maar één zinnig woord te zeggen, zowat elk publiek mee plat. ‘Heldere keuzes’, ja, dat wel, maar zeker geen ‘helder taalgebruik’. ‘Een helder taalgebruik’ behoort in Kortrijk duidelijk niet tot de basisvereisten voor cultuurintendanten.Integendeel, zo lijkt het.

Eerst optimalisatie, dan innovatie

De intendant noemt dit ‘fase 1’ van zijn opdracht. Daarbij houdt hij eerst de bestaande werking tegen het licht, met het oog op verbetering of rationalisatie. Pas later zal bekeken worden welke totaal nieuwe initiatieven eventueel nodig zijn. Inmiddels krijgen de twee erkende musea (Vlas en Broel) een duidelijker profiel en zal ‘1302’ voluit uitgespeeld worden als bezoekerscentrum waarin historisch Kortrijk aan bod komt. Het Vlasmuseum blijft vertrekken van zijn sterke basiscollectie maar is na achtentwintig jaar aan grondige vernieuwing toe. Prachtig gelegen aan de totaal vernieuwde Leie, moet het museum de poort worden van een ruimere regionale beleving, waarin Kortrijk centraal ligt. Het Broelmuseum wordt het museum van creatie in Kortrijk op het vlak van beeldende en toegepaste kunst, van 1600 tot nu. Hoe dan ook geldt voor alle drie de instellingen de duidelijke keuze dat ze consequent een verband zullen leggen met vandaag.

De tussentitel van dit stukje is een beetje verwarrend. ‘Eerst optimalisatie, dan innovatie’, zijn voor de aandachtige lezer namelijk twee duidelijk onderscheiden fases van mogelijks één proces. De intendant noemt dit ‘fase 1’ van zijn opdracht. Ook ‘elementaire kennis van rekenen’ stond blijkbaar niet in de aanwervingsvoorwaarden voor cultuurintendanten…. Eigenlijk zou je denken dat de cultuurintendant zich eerst even vergewist van de situatie ter plaatse (‘inventarisatie’ voor de cultureel geobsedeerden onder de lezers) vooraleer hij overgaat naar ‘optimalisatie’ en ‘innovatie’. Wat het ‘plan Vanseveren’ nu concreet voor optimalisaties en innovaties inhoudt komen we echter niet te weten. Verder dan wat vrijblijvend gedaas over een ‘ruimere regionale beleving’ komt hij niet. Dit is overduidelijk kladwerk: geen concrete cijfers, geen concrete plannen, geen kostprijzen, geen ramingen,….niets. Maar de verzamelde gemeenteraad van de stad Kortrijk en de pers slikken het wel….

De Budafabriek wordt uitgebouwd tot het eerste economisch-artistiek project van Vlaanderen. Door veel meer en sterke partners van meet af aan te betrekken, wordt het ‘kunsteneiland’ gedynamiseerd. De grote, polyvalente exporuimte in de Budafabriek mag beschouwd worden als een voorlopig ‘sluitstuk’ van de rijke culturele infrastructuur van de stad.

Ook hier de opmerking dat er eigenlijk concreet nog niets vaststaat. Wie worden bijvoorbeeld die ‘meer en sterke partners’ van de Budafabriek (ondertussen omgedoopt tot ‘Budafabric’) waar Vanseveren het over heeft? Wat bedoelt hij precies met ‘dynamiseren’? Hoe denkt hij dat voor elkaar te krijgen? En hoeveel gaat dit allemaal kosten/opbrengen? Helaas geen journalist (of gemeenteraadslid) die de vraag durft te stellen….

De nieuwe bibliotheek maakt deel uit van het ruimere project over de Stationsomgeving. De bib bereidt zich in zijn werking en organisatie vandaag al voor op een grondig nieuw concept. Ook muziekcentrum Track is daar bij betrokken, want momenteel denkt men aan een integratie van ondermeer muziek in het innovatieve plan dat in ontwikkeling is.

De onduidelijkheid blijft hoogtij vieren: geen concrete plannen, geen cijfers. Alleen wat oeverloos geëmmer over integratie en innovatie.

Kortrijk beschikt over een zeer uitgebreid cultureel patrimonium dat aan uitzonderlijk gunstige voorwaarden ter beschikking staat , met een rijk verenigingsleven als gevolg. Dat mag gelden als een vorm van ‘niet-financiële subsidie’ die zichtbaarder gemaakt moet worden. Er komt ook een bundeling van dit patrimonium, zodat de burger via één loket lokalen kan boeken. Efficiëntere exploitatie, met minder personeelskosten, maar behoud van de huidige service, moet een ander gevolg zijn. Op langere termijn moet een masterplan inzake infrastructuur schouwburg en schouwburgplein een impuls geven.

‘Kortrijk beschikt over een zeer uitgebreid cultureel patrimonium dat aan uitzonderlijk gunstige voorwaarden ter beschikking staat’, is een uitspraak waarmee je in de eerste plaats de cultuurpausen van deze stad stroop aan de baard smeert. Dat is vanuit de positie van cultuurintendant geen slechte zet, natuurlijk maar of Kortrijk nu werkelijk zo’n uitgebreid cultureel patrimonium heeft valt te betwijfelen. Of vergt toch wat overtuigender argumenten dan de gratuite mening van een cultuurintendant. En heeft Kortrijk dan zo’n rijk verenigingsleven? En is dat rijke verenigingsleven wel het gevolg – zoals Vanseveren schijnt te denken – van dat ‘zeer uitgebreide cultureel patrimonium dat aan uitzonderlijk gunstige voorwaarden ter beschikking staat’? Me dunkt dat Vanseveren nogal veel van zijn eigen waanbeelden voor waar verkoopt. Of hij heeft een niet te stuiten behoefte om zijn broodheren naar de mond te praten. In de Kortrijkse gemeenteraad of in de Kortrijkse pers is er in ieder geval niemand die zich hierbij vragen stelt….

Voor evenementen staat een strategisch kalendermanagement op de agenda, waardoor hoogtepunten zoals Sinksen nog prominenter uitgespeeld worden.

Een ‘strategisch kalendermanagement’, verdorie! Waar blijft hij het halen?!? (die managementscursus misschien?) Of bedoelt hij gewoon dat men er in de toekomst wil voor zorgen dat er meer geld en middelen zullen besteed worden aan de grotere evenementen? En dat kleinere evenementen bijgevolg op minder steun mogen rekenen of naar minder interessante data zullen moeten uitwijken? Ik had het graag geweten, maar niemand die het de intendant durft te vragen…… Is dat diezelfde Vanseveren die het over ‘helderheid’ heeft? Het is bijna niet te geloven.

Bundeling van de krachten

Rode draad doorheen het rapport zijn termen als synergie, samenwerking (ook regionaal), efficiëntie en effectiviteit. Er komen minder verschillende beheersvormen in de culturele sector, maar de nodige autonomie én inspraak van gebruikers blijven gegarandeerd.
Ook komt er grotere samenwerking tussen cultuur enerzijds en toerisme, economie en handel anderzijds. Binnen de erfgoedsector worden alle stedelijke actoren samengebracht om te bepalen wat verzameld, bewaard, bestudeerd en ontsloten wordt.
Tot slot zijn er ook een aantal interne trajecten binnen de directie cultuur, met het oog op het optimaliseren van de interne werking. Financiën, personeel, ICT, interne en externe communicatie staan daarbij centraal.

Rode draad doorheen heel het betoog van de cultuurintendant is m.i. vooral ‘onduidelijkheid’. Wat zijn bijvoorbeeld die verschillende beheersvormen waar hij het over heeft? Welke gevolgen heeft dat voor de betrokken organisaties? Financieel? Op het vlak van infrastructuur? Hoe wordt de inspraak van de gebruikers gegarandeerd? Wat bedoelt de intendant concreet met samenwerking tussen cultuur enerzijds en toerisme, economie en handel anderzijds? En die interne trajecten binnen de directie cultuur met het oog op het optimaliseren van de interne werking? Bedoelt hij dat er een grote kuis in de dienst cultuur op til is? Of bedoelt hij nog iets anders? Joost (en Vanseveren) mag het weten.

Veel wijzer ben ik van het tussentijds rapport van de cultuurintendant in ieder geval niet geworden. En ik vermoed dat ik niet de enige ben. Wat ik wel met zekerheid weet is dat 75.000 euro verdomd veel geld is voor zo’n vod. Waarbij meteen de vraag rijst of we in Kortrijk ‘überhaupt’ wel zo’n cultuurintendant nodig hadden. Wat mij betreft een retorische vraag.

Niet onbelangrijke noot: deze tekst is gebaseerd op het artikel van Kris Vanhee, zoals het op de website van Het Nieuwsblad verscheen. Als er onjuistheden of onvolkomenheden in staan dan is dat daaraan te wijten. Enkele lezers lieten mij trouwens weten dat Vanhee niet op de voorstelling van het tussentijds rapport van Vanseveren aanwezig was en zelfs niet over de tekst ervan beschikt…… Het eerste verwondert mij niet en bij het tweede vraag ik mij toch af op basis waarvan Vanhee dan zijn artikel geschreven heeft…..