Archief voor november, 2009

Rapport van uw verkozenen en de perceptie van democratie.

Posted in writers blog with tags , , , , , on 30/11/2009 by Pär Ongeluck

Morgen verschijnt in Het Nieuwsblad het ‘rapport van uw burgemeester’. Het Nieuwsblad en het niveau van de journalisten van Kortrijk kennende kan je zo al voorspellen welke richting het zal uitgaan. Veel meer dan een populariteitsmeting wordt dit niet. Een populariteitsmeting die dan nog eens bijzonder onwetenschappelijk zal uitgevoerd zijn want gebaseerd op de subjectieve waarnemingen van plaatselijke journalisten. Daarom hier, in avant-première, een andere, al even subjectieve, kijk op hoe communicatief en democratisch de democratisch verkozen vertegenwoordigers des volks in Kortrijk met hun kiezers omgaan.

Om de zes jaar worden er gemeenteraadsverkiezingen gehouden, dat is genoegzaam bekend. Democratie staat of valt met de intensiteit waarmee men als beleidsvoerder met de bevolking communiceert. In de periode voor de verkiezingen stelt zich op dat vlak geen enkel probleem en sloven de kandidaten van de diverse partijen zich uit om de stem van de burger te winnen. Eens de verkiezingen voorbij stelt zich echter de vraag op welke manier politici nog met de inwoners van de stad blijven communiceren. Deze vraag valt ruwweg uiteen in twee delen: de communicatie met de eigen achterban en die met de kiezer in het algemeen.

Eerste algemene vaststelling: eens de verkiezingen voorbij vervallen de meeste politici in een soort winterslaap en raakt iedere vorm van communicatie met de kiezer zoek. Dat is een heel ondemocratische reflex. Naar mijn bescheiden mening is het niet omdat je van de kiezer een mandaat voor zes jaar gekregen hebt dat je plots geen verantwoording meer verschuldigd bent. Eens echter hun mandaat vast en de postjes verdeeld vinden de meeste verkozenen – er zijn gelukkige uitzonderingen maar daarover verder meer – het plots niet meer nodig om zich nog voor hun daden te verantwoorden of in dialoog met de kiezer te treden. Erg democratisch en communicatief is dat niet van onze raadsleden…..

Hoe houden politici tijdens hun mandaat nu contact met de eigen kiezers? Dat is eenvoudig: in eerste instantie door hun dienstbetoon. Als je in de meerderheid zit is dat erg simpel. Een zitje als schepen bvb. creëert ongekende mogelijkheden om ‘iets voor de kiezer te betekenen’. Het dienstbetoon is dan ook het bindmiddel bij uitstek om kiezers ook voor een volgende legislatuur aan zich te verplichten. In dat opzicht ben ik er zeker van dat dienstdoend burgemeester Lybeer het er in het ‘onderzoek’ van Het Nieuwsblad heel goed van afbrengt. Hij is namelijk de kampioen van het dienstbetoon. Dienstbetoon beperkt zich overigens niet tot de leden van de meerderheid. Ook oppositieleden lusten er wel pap van. Voor hen ligt het misschien iets moeilijker om de talrijke, persoonlijke verzuchtingen van hun kiezers in te lossen maar onmogelijk is het niet. Veel dienstbetoon heeft namelijk te maken met wegwijs maken in de doolhof van de administratie. Ook een oppositielid kan daar uitstekende diensten bewijzen.

Het contact met de totaliteit van de bevolking is een ander paar mouwen. Om met de bevolking te communiceren identificeert de zetelende meerderheid zich met de stad en maakt gebruik van de kanalen die het daar ter beschikking heeft: de website van de stad en de stadskrant. Beide kanalen zijn niets meer dan een uitstalraam en een verheerlijking van het eigen beleid. Typerend voor deze manier van ‘communiceren’ door de meerderheid is dat het een eenzijdige communicatie is: van de overheid naar de burger. Niet omgekeerd. De website wil wel de indruk wekken dat de bezoeker zijn eigen mening mag geven maar vergis je niet: al te scherpe kritiek op het beleid wordt al snel verwijderd. Dat heb ik zelf al mogen ondervinden. Bovendien plaatst men uitsluitend ‘veilige’ onderwerpen op de website of in de stadskrant waardoor kritische opmerkingen plaatsen sowieso bemoeilijkt wordt. Website en stadskrant zijn dan ook niets meer dan schijndemocratische middelen. Alle communicatiedeskundigen ten spijt. Echte participatie van de burger wordt er zeker niet mee beoogd en er is evenmin plaats voorzien voor de mening van de minderheid. Het enige wat er misschien wel mee bereikt wordt is een (beperkte) doorstroming van informatie. Misschien is dat ook het enige doel. Democratisch kan je deze middelen – door de manier waarop ze gebruikt worden – in ieder geval niet noemen.

Omdat de oppositie geen toegang heeft of krijgt tot de publieke kanalen die de meerderheid zich heeft toegeëigend moet ze wel andere wegen bewandelen om haar standpunten duidelijk te maken. Eén van die middelen is de verspreiding van een eigen krantje. Als voorbeeld kan hier het blaadje van het Vlaams Belang vernoemd worden. Pijnpunt bij deze vorm van communicatie is dat het – net als de stadskrant en de website van de stad – een eenzijdig kanaal is.

Een ander communicatiemiddel dat door raadsleden kan aangewend worden is het wereldwijde web. Met een plekje op het web kun je je eigen standpunten uiteenzetten en desgevallend ook in dialoog treden met  de bezoekers van je webstek. Omwille van de mogelijke tweezijdigheid is dit dus een heel goed middel om contact met de bevolking te onderhouden. Op dit vlak vallen in Kortrijk enkele interessante vaststellingen te doen.

Eerste vaststelling: verschillende raadsleden weten van het bestaan van het wereldwijde web af. Dat is toch al bemoedigend. Zo hebben meerderheidsleden Roel Deseyn, Carl Decaluwé, Stefaan De Clerck, Vincent van Quickenborne en dienstdoend burgemeester Lieven Lybeer allemaal een eigen plekje op het wereldwijde web. Van oppositiezijde zijn dat Philippe De Coene, Bart Caron, Jan Dhaene en Marc Lemaitre. Opvallend: niemand van het dagelijks bestuur van Kortrijk heeft een eigen website. Geen van de andere gemeenteraadsleden dan de reeds genoemden vindt het blijkbaar nodig om zijn of haar standpunten openbaar ter discussie te stellen. Wellicht omdat men in de waan verkeert dat men een mandaat van de kiezer voor zes jaar heeft. Of misschien om de eenvoudige reden dat men niets te vertellen heeft.

Het loont zeer de moeite om die webplekjes eens van iets dichterbij te bekijken.

Zo vermeldt de website van Lieven Lybeer al maandenlang dat er ‘momenteel aan zijn site gewerkt wordt’. Maanden! Voor verdere informatie verwijst hij naar de website van de stad Kortrijk. Met andere woorden: Lieven Lybeer stelt zich gelijk aan de stad Kortrijk. Of ook:  hij identificeert de stad Kortrijk met zichzelf. Wat omwille van de inwisselbaarheid van de termen in een vergelijking eigenlijk hetzelfde is. Voor alle duidelijkheid: Lieven Lybeer IS de stad Kortrijk niet! Hij vertegenwoordigt enkel een deel van de kiezers van die stad.

Over de andere meerderheidsleden die een website hebben, kan ik erg kort zijn: Kortrijk is het verste van hun zorgen of interesses want ze schrijven er geen gebenedijd woord over. Toevallig zijn het allemaal raadsleden die ook op een hoger niveau verkozen zijn. Nu, ja, toevallig zal dat wel niet zijn, denk ik. Ik kan enkel vaststellen dat ze aan Kortrijk geen woorden vuilmaken op hun website. Zij hebben waarschijnlijk andere, meer verheven besognes. Hierbij rijst meteen ook de vraag naar de cumulregeling; gezien hun bijzonder lage interesse voor de stad waar ze verkozen zijn en hun bijzonder lage activiteitsgraad binnen de gemeenteraad (geen vragen, tussenkomsten, veelvuldige afwezigheden, e.d.m) zouden zij hun plaats beter afstaan aan mensen die wel geïnteresseerd zijn. Dat zij niet opstappen getuigt van een diep gewortelde minachting voor hun kiezers.

Wat de oppositie betreft is het op het vlak van communicatie met de burger in het algemeen toch iets beter gesteld. Philippe De Coene en Jan Dhaene onderhouden hun blog al geruime tijd niet meer maar Bart Caron en Marc Lemaitre doen aardig hun best. Bart Caron lijkt, als enige van de raadsleden die ook op een hoger niveau verkozen is, in ieder geval nog niet vergeten te zijn dat hij in Kortrijk woont en schrijft op zijn blog regelmatig een stukje over de plaatselijke politiek. De blog van Marc Lemaitre tenslotte is effenaf een toonbeeld van hoe je via het internet met burgers kan communiceren. Hoed af daarvoor.

Samengevat: vanuit democratisch en communicatief oogpunt scoren de meeste gemeenteraadsleden, inclusief de waarnemend en de titelvoerend burgemeester van Kortrijk, bijzonder slecht. Enige lichtpuntjes op dat vlak zijn, niet toevallig, oppositieleden Bart Caron en Marc Lemaitre. Een 2 op 41 is echter een bijzonder bedroevend resultaat en een heel dikke buis voor het democratisch gehalte van de gemeenteraad van Kortrijk.

Advertenties

Brug der schande. (2)

Posted in Persweeën., Vlugschriften on 30/11/2009 by Pär Ongeluck

Zondagmorgen viel een man van de Ronde van Vlaanderenbrug. Nou, ja, viel…. Gezien de omstandigheden is dat niet zo verwonderlijk. Hij liep namelijk over de reling van de brug en viel er dan vanaf. Nogal wiedes dat hij daarbij zware verwondingen opliep.

Op de blog van Het Nieuwsblad schrijft sterreporter Kris Vanhee daarover dat ‘de brug daarbij haar reputatie weer eer aandoet’. Hij verwijst daarbij naar vroegere incidenten: de val van Tom Boonen tijdens de Ronde van Vlaanderen, de amputatie van een stukje van de poten van Prince William en het feit dat eerder al een jongeman zelfmoord pleegde door van de brug te springen. Door de manier waarop Vanhee de zaken op een rijtje plaatst kan je niet anders dan besluiten dat het allemaal de schuld van de verdoemde brug is. Wat natuurlijk klinkklare onzin is. Vanhee legt verbanden waar er geen verbanden te leggen zijn. Waarschijnlijk moet dit doorgaan voor kritische journalistiek.

Om Vanhee even te persifleren: met dergelijke berichtgeving doet de journalist zijn reputatie van onbekwaamheid weer alle eer aan. Maar dat is natuurlijk geen nieuws.

Borat is geen Kazak.

Posted in Kortrijkse zendelingen, Persweeën., Vlugschriften with tags , , , , on 27/11/2009 by Pär Ongeluck

Dat je bij politici graag op een goed blaadje staat kan je plaatselijke journalisten niet echt kwalijk nemen. Je moet ergens kopij voor je artikels halen en een goeie relatie met politici kan daarbij helpen. Dat je na verloop van tijd op een meer vriendschappelijke wijze met hen omgaat is ook heel begrijpelijk en menselijk. Dat je hen echter in een krantenartikel bij hun roepnaam noemt vind ik een brug te ver. Toch presteert journalist Freddy Vermoere dat in Het Nieuwsblad. ‘Quickie blijft in Kortrijk’, titelt hij. Over de nieuwswaarde van dit feit (of het gebrek eraan) wil ik het nu even niet hebben. Freddy Vermoere laat in zijn artikel uitschijnen dat half Kortrijk al maanden wakker ligt van de vraag of Vincent Van Quickenborne nu naar Waregem verhuist of niet. Niet dus. Voor mijn part verhuist de mens naar de achterbuurten van Timboektoe of trekt hij zich terug in een gers in de steppe rond Ulaanbaatar. Ik bedoel maar: wat Vincent Van Quickenborne in zijn persoonlijk leven uitvreet interesseert mij geen reet. Wat hij als publiek figuur en politicus doet – nationaal en plaatselijk – des te meer. Ik was er mij zelfs niet eens van bewust dat er speculaties over een eventuele verhuis van Van Quickenborne naar Waregem waren! Freddy Vermoere dus wel. En dus pleegt hij in onvervalste Kris-hoeveel-lager-kan-ik-als-journalist-nog-zinken-Vanhee-stijl een waardeloos artikel over een non-event: Quickie blijft in Kortrijk.

Dat ‘Quickie’ in de titel stoort mij. Een krant hoort de lezers in de eerste plaats te informeren. En informatie serveer je best zo koel mogelijk, ontdaan van alle franjes. Het betrokken sujet noem je dan niet ‘Quickie’ maar Vincent Van Quickenborne. Het ‘Quickie’ in de titel laat uitschijnen dat de journalist op wel heel vertrouwelijke voet met zijn onderwerp staat. Te vertrouwelijk om nog objectief te kunnen zijn, in ieder geval. En zeker ongepast op een publiek forum als een krant. Verder in de tekst noemt hij Vincent Van Quickenborne ook nog eens ‘minister Q’. Waarmee hij zijn amicale relatie met de minister nog eens bevestigt en ieder vermoeden van objectiviteit van tafel veegt. ‘Quickie’ en ‘Q’ zijn journalistiek onverantwoorde termen. Tenzij misschien in een column. Daar mag het eventueel wel omdat columns per definitie persoonlijke bedenkingen van de schrijver zijn. Voor zover ik weet is Freddy Vermoere evenwel nog altijd geen columnist van Het Nieuwsblad. En zo te lezen zal hij dat ook nooit worden.

Dat Vincent Van Quickenborne bij wijze van spreken graag de populaire Stef uithangt is weer een andere zaak. Het betekent ook niet dat je hem als journalist in zijn personencultus moet bevestigen of tegemoet komen. Integendeel, zelfs. Als journalist probeer je op zijn minst om een schijn van professionele ernst op te houden. Freddy Vermoere doet in zijn artikel niet eens die moeite meer. Voor hem is Vincent Van Quickenborne gewoon ‘Quickie’ of ‘Q’. Van het soort oude schoolkameraad of toogvriend. Niet eens raadslid of minister Van Quickenborne. Ook al koestert populistische Vincent Van Quickenborne zijn imago van vlotte jongen nog zo zeer, voor de journalist en de krantenlezer is hij Vincent Van Quickenborne. Eventueel met vermelding van zijn functie als minister of raadslid.

Vincent Van Quickenborne is trouwens de enige politicus die in Het Nieuwsblad zo ongepast familiair bejegend wordt. Ik heb Kris Vanhee of Freddy Vermoere nog nooit een artikel weten schrijven waarin dienstdoend burgemeester Lybeer als ‘Borat’ opgevoerd wordt, bijvoorbeeld. Of als ‘Snorko’ of ‘Zappa’. Of Stefaan De Clerck als ‘Steffen’, ‘klerkie’ of nog iets anders. Waarom noemt men Vincent Van Quickenborne dan wel ‘Quickie’ of ‘Q’?!? Daar is geen enkele reden toe. Het is zelfs uiterst ongepast en onbeleefd. Het niveau van de slechtere schoolkrant onwaardig.

Geroosterde hond.

Posted in Persweeën., Vlugschriften with tags , , , , , on 27/11/2009 by Pär Ongeluck

De laatste tijd voert de blog van Het Nieuwsblad een ware hetze tegen de bruggen van Kortrijk. Zelfs als de brug er op zich niks mee te maken heeft wordt er toch een link gelegd. Zie maar het artikel van Freddy Vermoere over de doortocht van de Ronde van Vlaanderen over de brug met dezelfde naam. De feiten dateren van twee jaar terug maar bij Het Nieuwsblad willen ze het blijkbaar toch nog eens in de verf zetten. Diezelfde brug vormde geen maand geleden het bloederige toneel voor de hartverscheurende geschiedenis van het hondje Prince William dat met zijn nagels in een rooster van de brug bleef vastzitten. Nadien verloor het beest zelfs een stukje van zijn poten! Sterreporter Kris Vanhee berichtte daar heel uitvoerig over in zijn ophefmakende dog-interest-reportage getiteld ‘Prince William is deel van zijn pootjes kwijt’. Maar er is nog meer, zo blijkt nu. Volgens een onderzoek van Het Nieuwsblad is de Ronde van Vlaanderenbrug dé schrik van honden. Daar heeft men bij het Nieuwsblad zelfs de staalharde bewijzen van. Of toch één bewijs. Enfin, een bewijs….een getuigenis, om precies te zijn. Nee, geen getuigenis van een hond – uit besparingsoverwegingen mag men bij Het Nieuwsblad geen tolken ‘Honds-Nederlands/Nederlands-Honds’ meer inschakelen – maar van het baasje van een hond. Die hond zou, volgens het getuigenis van zijn baasje, onder geen beding nog over de Ronde van Vlaanderenbrug willen stappen. Als dàt geen wereldschokkend nieuws is! Meteen onderwerpt de journalist ook de Noordbrug aan een kritisch onderzoek. Geen half werk bij de onderzoeksjournalisten van Het Nieuwsblad! Op die Noordbrug liggen namelijk ook van die vermaledijde roosters. En ook nu weer wordt die arme Peter De Meyer, ingenieur van Waterwegen en Zeekanaal opgevoerd. Alsof die man niks beters te doen heeft dan uitleg te verschaffen aan het plaatselijk journaille van Kortrijk! Peter De Meyer gaat zelfs in zoverre in het verhaal mee dat hij verklaart dat hij “verveeld zit met het tweede incident in amper een maand tijd” en ”als we de komende weken overstelpt worden met klachten, moeten we dit verder onderzoeken”. Een tweede ‘incident’, Peter…. ach, het is gewoon een hond met hoogte- en/of watervrees. Dat heeft op zich niks met die brug te maken. Niet de brug is het probleem maar de hond. Punt. We gaan toch geen bruggen afbreken omdat enkele honden er niet over durven?!? Of wel?

Kortrijk toeristisch centrum? (1)

Posted in Het Gouden Kalf, writers blog with tags , , , on 26/11/2009 by Pär Ongeluck

Nu de opening van het Gouden Kalf steeds dichterbij komt doet de plaatselijke middenstand er alles aan om klanten naar Kortrijk te lokken. Eerste marketingwet is dat je je van de anderen moet weten te onderscheiden. Winkels doen dat individueel met de inrichting van hun etalage, kortingen, promoties en dergelijke meer. Soms neemt men ook collectieve initiatieven. In Kortrijk-centrum worden die gezamenlijke intitiatieven geconcerteerd door het Handelsdistrict ofte BID (Business Improvement District. Een Engelstalige benaming om het ding meer uitstraling moet geven, wellicht). Een voorbeeld zijn de zogenaamde nocturnes waarbij winkels ’s avonds langer open blijven. Of de 4 koopzondagen die in december-januari georganiseerd worden. Beide initiatieven worden ook door tal van randanimaties ondersteund om toch maar zoveel mogelijk koopzuchtigen te verleiden. Typerend hierbij is dat het ‘anders’ zijn vooral tot uiting komt in de ‘andere’ openingsuren. De nocturnes met de latere openingsuren en de koopzondagen met openingen op dagen dat men traditioneel gesloten is. Het Handelsdistrict heeft dat trouwens als één van zijn operationele doelstellingen aangestipt: experimenteren met speciale openingsuren (avond, zondag). Sleutelwoorden hierbij zijn ‘bereikbaarheid’ en ‘flexibiliteit’.

Het ziet er naar uit dat met de opening van het Gouden Kalf de druk om zich van anderen te onderscheiden nog veel groter zal worden. En dus zal het Handelsdistrict wellicht ook een toevlucht zoeken in nog meer ‘alternatieve’ openingsuren. Meer bereikbaarheid en flexibiliteit, dus. Die zijn echter wettelijk beperkt en dus zullen er nieuwe wegen moeten bewandeld worden. Een mogelijkheid die wettelijk veel meer zondagopeningen (een 40-tal) mogelijk maakt is de erkenning als toeristisch centrum. Ik verwacht dan ook dat de stad Kortrijk binnen de vijf jaar – misschien zelfs nog tijdens deze legislatuur – een aanvraag tot erkenning indient. Wat mogelijk is in Menen, Tongeren, Maasmechelen-Village, Dadizele, Banneux en tig andere gemeenten moet ook mogelijk zijn voor Kortrijk, zullen ze op het stadhuis redeneren. Bovendien zal de druk van de exploitanten van het Gouden Kalf – Duitsers of anderen, dat maakt in wezen niet uit – en van de grote ketens die in het Gouden Kalf gevestigd zijn zo sterk opgevoerd worden dat je wel heel stevig in je schoenen moet staan om die te weerstaan. Met alle respect, maar zo’n stevige karakters heeft Kortrijk echt niet in zijn rangen. Meelopers en vormeloze ja-knikkers daarentegen meer dan genoeg. Zoals destijds de gemeenteraad, over de grenzen van meerderheid en oppositie heen, in beate aanbidding knielde voor het Gouden Kalf zal men ook nu weer met veel plezier aan deze vraag voldoen. Het mag zelfs een heus wonder heten dat de vraag tot erkenning nog niet is gesteld. Maar misschien is dat niets anders een tactisch manoeuvre vermomd als vergetelheid en wacht men gewoon tot het Gouden Kalf een poosje open is om de aanvraagprocedure te starten. Met twee ministers in deze stad en een beetje city-marketing moet het een fluitje van een cent zijn om die erkenning vast te krijgen. En eens die erkenning vast staat de deur naar nog meer zondagopeningen wijdopen. Kijk maar naar wat er gebeurt in Maasmechelen-Village. Netzomin als in Maasmechelen zullen de loopjongens van de dienst Toezicht op de Sociale Wetten in Kortrijk ook maar één vinger uitsteken om wat dan ook te verhinderen.

Zo’n erkenning als toeristisch centrum heeft trouwens niks dan voordelen.

“Het is innovatief en goed voor het imago van de stad Kortrijk”, wauwelt de klerk van justitie onverstaanbaar.

“Het is goed voor de tewerkstelling in Kortrijk”, kraaien burgemeester en socialisten in koor.

“Het schept kansen voor de zelfstandigen van Kortrijk”, jubelen de liberalen. (ze bedoelen dat ze geld ruiken, maar zoiets zeg je niet luidop, natuurlijk)

“Het brengt leven in de brouwerij”, joelen de creatieve feestneuzen.

De enigen die iets minder enthousiast reageren zijn de werknemers. Die krijgen namelijk geen cent meer betaald voor hun zondagprestaties. Maar dat zal de voorstanders wel worst wezen. Want ‘Kortrijk staat weer op de kaart’. En dat is wat telt.

Benieuwd ook hoe Vincent Van Quickenborne tegenover een erkenning als toeristisch centrum staat. In een vorig leven, toen hij nog  sociaalvoelend was, toonde hij zich immers erg kritisch tegenover de erkenningen van toeristische centra. Toen heette het nog dat ‘de administratie een te ruime interpretatie geeft aan het begrip toerisme, waarmee ze haar boekje te buiten gaat’. Zou hij daar nu nog zo over denken?

Preventieve repressie. (2) Update 24/11

Posted in Persweeën., Vlugschriften, writers blog on 22/11/2009 by Pär Ongeluck

Een beetje verscholen in een bericht over bromfietsen schrijft misdaadjournalist Kris Vanhee op de blog van Het Nieuwsblad op 18 november dat de Lijn in samenwerking met de politie opnieuw een controle op de bussen uitvoerde. Dat gebeurde op vrijdag 13 november. Volgens Kris werden toen door 7 politiemensen en 5 controleurs van de Lijn op 41 busen 1094 personen gecontroleerd. Resultaat van deze razzia: 3 processen-verbaal voor reizigers zonder geldig vervoerbewijs. Verder zou er nog een geval van agressie geweest zijn waarbij 2 reizigers betrokken waren en eentje mocht mee naar het politiekantoor omdat hij of zij geen identiteitsbewijs bij had. Ferm! Ferm ook van de Lijncontroleurs die blijkbaar niet mans genoeg zijn om de controle op de hun toegewezen materie zelfstandig uit te voeren.

Heeft er ooit al eens iemand de moeite gedaan te berekenen hoeveel een dergelijke actie de belastingbetaler kost? 12 man werden er hiervoor opgetrommeld. Voor hoe lang? En hoeveel tijd kruipt er dan nog eens extra in briefing, debriefing en afwerking (verslaggeving, opstellen processen-verbaal en dergelijke meer)? Vanuit efficiëntiestandpunt kan je die actie ook al niet echt een succes noemen (nog geen 0,3 procent overtredingen). En dan wil ik het niet eens meer hebben over de morele schade aan de actie ‘de politie, mijn vriend’. Als er met dergelijke acties al iets duidelijk wordt is het wel dat de politie alomtegenwoordig is en zich het liefst onledig houdt met kleine vergrijpen. Allesbehalve je vriend, dus. Gelegaliseerd overheidsterrorisme noemt men het ook wel eens.

Op 15 oktober schreven Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Caron en Jong Groen!-Kortrijk voorzitter Matti Vandemaele op de blog van Het Nieuwsblad nog een stevig manifest waarbij Bart Caron verklaarde dat hij Vlaams voogdijminister van De Lijn, Hilde Crevits, zou interpelleren in verband met gelijkaardige controles die in oktober gebeurden. Die vraag is tot op vandaag echter niet terug te vinden op de website van het Vlaams Parlement…..

De eerlijkheid en de volledigheid gebieden mij om er aan toe te voegen dat Bart Caron mij dinsdagmorgen 24/11/09  om 0u25 nog een mail stuurde waarin hij schrijft dat collega Filip Watteeuw de vraag op 12/11/2009 aan minister Crevits stelde. De vraag en het antwoord zijn echter nog niet gepubliceerd (en dus ook nog niet te consulteren). Bart Caron gaf mij wel inzage in het voorlopig verslag. Waarvoor dank, trouwens. In dat voorlopig verslag staat te lezen dat Minister Crevits in haar antwoord naar een samenwerkingsprotocol tussen De Lijn en de politie verwijst. Dat protocol beoogt het overleg en de samenwerking tussen de politiediensten en De Lijn met betrekking tot de domeinen veiligheid, verkeer en opleidingen. De minister schijnt ook te weten dat dergelijke acties pas na grondige analyse van de situatie gebeuren waarbij een zo accuraat mogelijk beeld is gevormd van een bepaald veiligheids- of onveiligheidsfenomeen. Minister Crevits is er ook van overtuigd dat dergelijke gezamenlijke acties goed zijn voor zowel reizigers als personeel en dat daardoor ook het veiligheidsgevoel is gestegen.

Tot zover minister Crevits. Het mag dus nu voor iedereen duidelijk zijn dat minister Crevits achter deze acties staat. Dat blijkt ook uit de herhaling ervan op 13 november. De minister vergeet echter gemakshalve dat het optreden van mannen in uniform altijd geassocieerd wordt met repressief optreden en NOOIT met preventie. Mannen in uniform wekken in dergelijke situaties zelfs agressie op. Daarnaast ‘vergeet’ minister Crevits dat de eerste actie in Kortrijk opgezet werd als ‘actie tegen drugs en zwartrijden’. De tweede actie (die van 13 november) lijkt zelfs uitsluitend tegen het zwartrijden gericht te zijn. Bij geen van beide acties kwam het veiligheidsaspect aan bod….. De reactie van minister Crevits in het Vlaams Parlement was dan ook volledig naast de kwestie….. En daar is zij zich niet eens van bewust. Pijnlijk, alles welbeschouwd.

Soep met ballen.

Posted in De afrekening, writers blog on 22/11/2009 by Pär Ongeluck

De economische teloorgang van de Lange Munte is al langer een doorn in het oog van het stadsbestuur. In enkele jaren tijd verdwenen in die woonwijk achtereenvolgens de beenhouwer, de Spar-superette en de krantenwinkel. In de plaats kwam er slechts één friethuis. Wat overblijft is een economische en sociale woestenij en dat deed op het stadhuis de alarmbel luiden. Om de crisis te bezweren stampte men een denktank uit de grond met vertegenwoordigers van het OCMW, de vzw Mentor en de vzw Buurt- en Nabijheidsdiensten. Het resultaat van dit hoogwaardig overleg liet niet lang op zich wachten: om het tij alsnog te keren start men vanaf december met een soepkarproject.

De doelstellingen van dit project zijn niet min, luidens het verslag in Het Nieuwsblad van 19 november. Stevige soep met ballen, om in de terminologie van het project te blijven.

1. kwaliteitsvolle soep aan huis brengen in de wijk de Lange Munte.

Uit diepgaand onderzoek is namelijk gebleken dat de huismannen en -vrouwen van de achterstandswijk de Lange Munte ofwel geen soep (kunnen) maken ofwel slechte soep. Het soepkarproject zal daar wel geen verandering in brengen maar vanaf nu zullen de bewoners toch soep kunnen drinken. Gezonde, kwaliteitsvolle soep, zelfs. Geen blikvoer of gedroogde rommel uit zakjes maar soep zoals moeders ze vroeger voor hun man en kinderen zelf maakten. Soep met en zonder ballen, letters of vermicelli. Want daar bestaat bij de plebejers die deze wijk bevolken echt wel nood aan, zo heeft het diepgaand onderzoek uitgewezen. De bewoners kwijlen nu al bij het vooruitzicht van de duizenden liters soep (dixit het verslag in Het Nieuwsblad) die hen aan de deur zullen gebracht worden, zoveel is zeker.

2. ontmoeting.

Is er een betere plaats om elkaar te ontmoeten denkbaar dan rond een soepkar? Ik denk het niet. De soepkar is – als winterse versie van de zomerse ijskreemkar – van oudsher al de plaats bij uitstek waarrond verdwaalde zielen zich verzamelen om er de laatste nieuwtjes uit de buurt te horen. Rond de soepkar ontstaan levenslange vriendschappen tussen buren die elkaar anders nooit zien (maar soms wel horen). Ja, soms is de soepkar zelfs het begin van een tedere romance! Met de komst van dit project wordt in ieder geval een verloren gewaande traditie in ere hersteld. Een schone zaak.

3. een hefboom vormen om de dynamiek van de wijk aan te zwengelen.

Soep als hefboom, dus. Om de dynamiek van de wijk aan te zwengelen. Het klinkt zo sociaal assistenterig en ik begrijp die taal niet, het spijt mij. Waarschijnlijk is in het voormelde onderzoek naar voor gekomen dat de wijk de Lange Munte geen dynamiek heeft. Wat die dynamiek en het gebrek eraan precies inhouden is mij een raadsel maar voor de promotoren van het soepkarproject is het duidelijk dat soep en soepkar er een oplossing voor bieden. En dat is het belangrijkste. Weer een probleem minder, zullen we maar denken.

4. een oplossing bieden voor de winterse terugval aan activiteiten bij de vzw Buurt- en Nabijheidsdiensten, zoals tuinkarweien en klussen in huis.Het project streeft naar een duurzame tewerkstelling van de doelgroepmedewerkers.

Dit lijkt mij de enige echte reden van dit project: in de winter weten ze bij de vzw Buurt- en Nabijheidsdiensten niet meteen wat gedaan wegens gebrek aan interesse voor de normale activiteiten.  De normale activiteitsdomeinen van VZW Buurt- en Nabijheidsdiensten zijn de volgende:

1. Klussen, vervoer en verhuizingen.
2. Jeugd- en tienerwerking: ontmoetingscentrum voor allochtonen en buurtsport.
3. Kinderopvang ‘De Speelhoek’ in Heule en Rollegem.
4. Energiesnoeiers Zuid-West-Vlaanderen.

Van soep geen sprake! Maar een kniesoor die daarover maalt. Bij de vzw Buurt- en Nabijheidsdiensten maakt men blijkbaar ook totaal geen onderscheid tussen ‘duurzame’ en ‘blijvende’ tewerkstelling. Een niet onbelangrijke nuance toch maar daar valt niemand over. Omdat het om mensen gaat, wellicht. Mensen – doelgroepmedewerkers! – zijn immers belangrijk. Want het zijn kiezers en kiezers moet je zoet, te vriend en aan het werk houden. Dat begrijpt Lieven Lybeer als geen ander.

En als er na de soepronde in de Lange Munte nog een bodempje rest kan dat altijd aan de ambtenaren van de stadsdiensten geschonken worden. Dan krijgen die sukkelaars eens iets anders te drinken dan de gratis sloten koffie waarvoor op de begroting €32.400 voorzien is.