Scherpereel ziet Tongeren als een voorbeeld van hoe het in Kortrijk kan worden. Een denkfout, die geen verwondering mag wekken. Tongeren had namelijk nooit als toeristisch centrum mogen erkend worden. Ook nu nog komt Tongeren niet aan de benodigde 55.000 toeristische overnachtingen, een basisvoorwaarde voor de erkenning. Het zijn er in Tongeren maar een goeie 40.000. Als Tongeren wel als toeristisch centrum erkend is dan heeft dat alles te maken met de machinaties van Patrick Dewael en een gebrek aan ruggengraat vanwege de administratie en vooral de betrokken ministers (Sabine Laruelle (MR) en Monica De Coninck (SP.A). Volgens cijfers van de FOD Economie telde men in 2012 in Kortrijk 208.957 overnachtingen. 137.587 of 65,02% waren overnachtingen voor zakentoerisme. Niet 175.000, dus, zoals men op de website van Focus/WTV schrijft. BS/KB van Focus/WTV hebben het, net als Vanhee, wat moeilijk met cijfers. Wie hen die cijfers influisterde is mij een raadsel. Zoals wel vaker geven onze kladschrijvers van de lokale pers hun bron niet op en moeten we hen op hun woord geloven. Op de webstek van Focus/WTV schrijft men bvb. ook nog dat Brugge zo’n 3.000.000 overnachtingen telt terwijl dat het volgens de cijfers van de FOD Economische Zaken in totaal om 1.770.802 overnachtingen gaat (167.635 of 9,46% zakelijke overnachtingen). De toeristische overnachtingen zijn in Kortrijk – volgens Economische Zaken – beperkt tot 71.370 (of 34,98%). Wat zakelijk toerisme betreft scoort Kortrijk dus wel goed maar wat vrijetijdstoerisme aangaat, is het toch maar een mager beestje. Het Kortrijkse stadsbestuur spant met de aanvraag tot erkenning als toeristisch centrum de kar ook voor het paard en wil toerisme genereren door winkels op zondag open te houden. In echt toeristische gebieden zijn die zondagopeningen juist een gevolg van het toerisme. In echt toeristische centra is de verhouding vrijetijdsovernachtingen/zakelijke overnachtingen ook net omgekeerd van wat die in Kortrijk is. Het zakelijk toerisme situeert zich overigens ook en vooral tijdens de week, terwijl het vrijetijdstoerisme – het kleinste deel, dus – zich meer in het weekend afspeelt. De klunzen van Focus/WTV menen ook nog te weten dat er in West-Vlaanderen vijf toeristische centra erkend zijn. Ook dat is onjuist. Heel de kustrook geniet namelijk van de voordelen van de erkenning als toeristisch centrum. Permanent, zelfs.

Die zondagopeningen van Scherpereel werden niet zo lang geleden al eens – volkomen illegaal – uitgetest in Kortrijk. In november 2011 kondigde toenmalig schepen van Economie, Jean de Bethune, met veel bombarie, 11 bijkomende koopzondagen aan. Die zouden elke tweede zondag van de maand doorgaan. Na één koopzondag was het feest al gedaan (zie: https://perongeluck.wordpress.com/2012/01/13/koopzondagen-uitverkocht/). De zelfstandige kleinhandelaars zelf waren trouwens ook niet onverdeeld gelukkig met die koopzondagen. De kapitaalkrachtige ketens in het Gouden Kalf daarentegen waren in hun nopjes. Van Quickenborne, Scherpereel en de rest van het stadsbestuur trekken dus duidelijk de kaart van de grote ketens en bidden dat de kleine zelfstandigen ook een graantje kunnen meepikken. Wat dus helemaal niet zeker is omdat die bijkomende openingsuren vergen ook extra kosten. Kosten die voor kleine zelfstandigen wel eens te hoog zouden kunnen oplopen.

Verder schrijft Vanhee nog dat ‘er na een korte periode een evaluatie van het systeem komt.’ Unizo is bereid mee te stappen in het verhaal. Zelfs K in Kortrijk en de vele ketens gaan hun beste beentje voorzetten. Scherpereel: ‘Het overleg kan nu helemaal starten, ook met de vzw Feest in Kortrijk, die de randanimatie zal begeleiden.’  De gewone burger mag met andere woorden zijn sociaal leven voor een stuk opofferen, krijgt daar geen enkele vergoeding voor en mag bovendien, via Feest in Kortrijk, nog eens betalen ook. Bedankt Rudolf, Vincent, Philippe et les autres!

Naschriften: tijdens de gemeenteraad maakt Schepen Scherpereel (SS) bekend dat hij niet langer wenst te praten met de vertegenwoordigers van de werknemers omdat ze pamfletten uitgedeeld hebben in de winkelstraten waarbij ze de vraag stelden of men tot 40 zondagen per jaar wil werken. Kortrijk Spreekt! Hij maakt tegelijk ook duidelijk dat hij de cijfers van de overnachtingen in Kortrijk niet kent. Man, man, man!

Schepen Byttebier meent voorts te weten dat de werknemers op een andere dag vrijaf kunnen hebben in plaats van de zondag. Schepen Byttebier weet blijkbaar niet dat de meest voor de hand liggende oplossing wel eens zou kunnen zijn dat de arbeidsduur over zes dagen zal wordt gespreid. De implicaties die werken op zondag voor de rest van het sociaal leven van de werknemers (maar ook zelfstandigen) heeft, ziet hij duidelijk niet in. Of zullen hem worst wezen.

Nog een vaststelling: blijkbaar weet er geen enkel gemeenteraadslid – ook raadslid Deseyn niet – en geen enkele schepen van grootstad Kortrijk dat er in toeristische centra geen enkele toeslag is voorzien voor werken op zondag. Zoveel onbenul per vierkante meter is werkelijk ongezien. Misschien DE toeristische attractie die Kortrijk echt op de kaart zal zetten.