Archief voor senaat

Kortrijk toeristisch centrum? (2)

Posted in Het Gouden Kalf, Kortrijkse zendelingen with tags , , , , on 04/12/2009 by Pär Ongeluck

Dankzij het weekblad Knack weten we nu dat het de natte droom van Vincent Van Quickenborne is dat dichte drommen koopzuchtigen op zondag naar Kortrijk komen om te winkelen. De realiteit van Kortrijk als toeristisch centrum komt daarmee weer een stapje dichter. In een vorig stuk gaf ik al aan dat Vincent Van Quickenborne zich in het verleden erg kritisch opstelde tegenover die erkenningen als toeristisch centrum. Op 27 januari 2000 merkte hij hierover in de Senaat nog op: “Blijkbaar hanteert de administratie naast de wettelijke criteria ook economische criteria. Zo is er het voorbeeld van Aarlen en ook van de Meense wijk “De Barakken” waar op zondag de Fransen komen winkelen. De administratie geeft een te ruime interpretatie van het begrip toerisme, waarmee ze haar boekje te buiten gaat.” Hij maakte zich toen ook onsterfelijk belachelijk door – als jurist nota bene! – toenmalig minister van Arbeid, Laurette Onkelinx voor de voeten te gooien “dat bepaalde grootwarenhuizen, die niet in een toeristisch centrum liggen, op zondag open zijn. Ik verwijs onder meer naar supermarkten in Zottegem. Deze gemeente is geen toeristisch centrum. Toch zijn de supermarkten daar op zondagmorgen open en ze trekken behoorlijk wat volk.” Blijkbaar was licenciaat in de rechten,Vincent Van Quickenborne, er niet eens van op de hoogte dat die zondagopeningen van de warenhuizen wel degelijk een wettelijke basis hebben….  Maar nu is Vincent Van Quickenborne dus van ID veranderd (naar Open VLD) en droomt hij ’s nachts van horden koopzuchtigen – zeker ook uit Frankrijk! – die op zondagen door de straten van Kortrijk flaneren en stelt hij zelf de ‘economische criteria’ boven de ‘toeristische’. En ook boven de maatschappelijke bezwaren, trouwens. Het kan verkeren.

Als je de koopzuchtigen op de man af vraagt of ze voor of tegen zondagopeningen zijn dan krijg je een overgrote meerderheid die ‘voor’ is. Vraag aan diezelfde groep mensen of ze bereid zijn om op zondagen te werken dan krijg je bijna zeker een ‘neen’ als antwoord. Dat ‘neen’ wordt nog veel sterker als je er nog eens aan toevoegt dat ze voor hun prestaties op zondag niet bijkomend vergoed worden. Nochthans zijn ‘kopen op zondag’ en ‘werken op zondag’ onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het één kan ook niet zonder het ander. Winkels die op zondag open zijn hebben namelijk personeel nodig. Dat vergeten de voorstanders van zondagwinkelen gemakshalve wel eens. Die hebben er vooral geen bezwaar tegen als anderen moeten werken. Als ze zich zelf flexibel moeten opstellen verliezen ze plots elke interesse.

“Het is goed voor de tewerkstelling”, roepen de voorstanders, die zelf niet op zondag moeten werken. Dat is niet eens zo zeker. Het eerste wat een werkgever in de distributiesector bij zondagopeningen namelijk doet is de tewerkstelling anders spreiden. Niet bijkomend aanwerven. Die voorstanders ‘vergeten’ ook nogal makkelijk dat de consument geen oneindig bedrag te besteden heeft. Wat hij op zondag uitgeeft kan hij niet op maandag besteden, om het heel eenvoudig uit te drukken. En dus neemt de tewerkstelling op zondag wel toe maar daalt de tewerkstelling op maandag. Zondagopeningen kunnen ook enkel voor een grotere omzet in een beperkte regio zorgen als die tot dat beperkt gebied beperkt blijven. En de buren bvb. die zondagopening niet toepassen. Zoals bij de toeritische centra, dus. Stel bijvoorbeeld dat de winkels in Kortrijk wel geopend zijn maar die in Wevelgem niet. Een aantal koopzuchtigen uit Wevelgem en omstreken komt dan op zondag naar Kortrijk en geeft daar zijn geld uit maar de maandag is er dan geen geld meer om in Wevelgem te spenderen. Bijgevolg dienen winkels in Wevelgem dan weer personeel te ontslaan. Zondagopeningen zijn eigenlijk niets anders dan een collectief erg egoïstische reflex. De totale gemeenschap wordt er niet beter van. Enkelingen wel en het is nu overduidelijk dat het Vincent Van Quickenborne uitsluitend om die enkelingen te doen is.

Vincent Van Quickenborne zal misschien opwerpen dat hij voor een veralgemening van winkelzondagen is, voor iedereen. Bij een veralgemening verdwijnt echter het voordeel van de exclusiviteit waardoor een eventueel positief effect weer uitgehold wordt. Wat heeft het dan nog voor zin? Overigens zouden die zo gewenste zondagopeningen wel eens een wig kunnen drijven tussen de partners in de Euregio. Ik kan mij levendig voorstellen dat ze er in Rijsel helemaal niet zo mee opgezet zouden zijn als de winkels in Kortrijk plots ook op zondagen open waren. Ook dat schijnt Vincent Van Quickenborne in zijn droomscenario te vergeten. Maar het is natuurlijk maar een droom van hem. Of niet?

Advertenties