Archief voor politicoloog

De drie wijzen.

Posted in writers blog with tags , , , , , , , , , on 18/09/2013 by Pär Ongeluck

Een dag of tien geleden bond professor Carl Devos de kat de bel aan in Knack met zijn mening dat de SP.A best afstand doet van haar naam en een nieuwe progressieve beweging opricht, gebaseerd op duidelijke waarden en normen als solidariteit en gelijkheid (zie: http://www.knack.be/nieuws/belgie/carl-devos-de-sp-a-moet-op-de-schop/article-normal-105045.html). “De oude structuren leiden ertoe dat links versnipperd blijft. Spannend, alleen kan links in Vlaanderen zich dat niet permitteren. Als je een Antwerpse coalitie van centrum-rechts op nationaal niveau wilt vermijden, heb je een sterk links blok nodig. Dan kun je eens echt wegen op de onderhandelingen. Het enige wat links vandaag vaak kan doen, is de schade beperken, door hervormingen af te blokken”, predikt Devos. Zijn goedbedoelde kritiek werd hem door de bonzen van de SP.A niet in dank afgenomen. De SP.A heeft het altijd wat moeilijk met kritiek. In de nasleep van de uitspraken van Devos legden Thomas Decreus en Nicolas Bouteca ook een link met de Kortrijkse situatie.

In De Standaard van maandag 9 september liet de ‘linkse denker’ van Kortrijkse origine, Thomas Decreus, het volgende optekenen:

‘Een progressieve beweging uitrollen dient het groeiende succes van rechts van antwoord’. Thomas Decreus, politiek filosoof en initiatiefnemer van de Shame-betoging, onderschrijft het pleidooi om de linkse krachten te bundelen in Vlaanderen. ‘Maar dat wil zeggen dat de verschillende partijen stoppen met elkaar te bekampen. SP.A mag bijvoorbeeld het succes van de PvdA niet als concurrentie zien, maar eerder als een opportuniteit. Zelfde verhaal voor Groen of de vakbonden, hun natuurlijke partners, ideologisch en politiek. Daarom pleit ik voor meer overleg, voor intenser contact en voor minder polemiek.’ En wat met de eenheidspartij, die de hele beweging onderbrengt? ‘In Vlaanderen is dat praktisch onhaalbaar’, aldus Decreus. ‘Maar niet geheel onmogelijk. In Griekenland smolten alle kleine linkse fracties samen tot één groepering. Het kan dus.’ Het voordeel van een beweging is voor Decreus ook dat SP.A weer aan geloofwaardigheid wint. ‘De socialisten vormen mee rechtse coalities, zie Sint-Niklaas, Aalst en Kortrijk. En dat straalt af op de hele partij en haar gedachtegoed.’

Of dat precies is wat Thomas Decreus vertelde, weet ik niet. Het is wel letterlijk wat er in de krant verscheen. Dat kan – gezien de ‘journalistieke vrijheden’ die sommige persjongens zich permitteren – behoorlijk afwijken van wat er in werkelijkheid werd gezegd, maar goed. Voor de goede orde nemen we aan dat de krantenjongen  van dienst min of meer waarheidsgetrouw noteerde wat Decreus vertelde. Die uitspraken van Decreus schoten trouwens wel in het verkeerde keelgat bij Philippe De Coene (SP.A), schepen van sociale zaken, OCMW, armoedebestrijding en consumenten van Kortrijk. Via Twitter reageerde die als door een horzel gestoken met:

Kom eens kijken naar nieuw beleid Kortrijk, Thomas Decreus, in plaats van te bazelen over rechtse coalitie

Of Thomas Decreus echt die ‘linkse denker’ is, doet nu even niet ter zake. De Coene was in ieder geval ‘not amused’ met de uitspraak van Decreus. Zowel de uitspraak van Decreus als de reactie van De Coene maakt nog maar eens heel duidelijk: communiceren doe je beter niet via de media. Niet via de reguliere media en al zeker niet via Twitter. De reguliere media geven – uit domheid, onkunde of luiheid, dat is niet altijd even duidelijk – nooit correct en volledig weer wat iemand gezegd heeft en Twitter is gewoon te beperkt. Op deze manier communiceren biedt een waterdichte garantie op huizenhoge misverstanden. Iemand met de ervaring van een De Coene zou dan ook beter moeten weten. Maar waarom reageert De Coene eigenlijk zo gepikeerd op de uitlating van Decreus (en niet op Carl Devos), zou je je ook kunnen afvragen? Vertelt Decreus dan klinkklare nonsens? Als we De Coene mogen geloven wel: Decreus bazelt. Terwijl Decreus gewoon zegt dat ‘de socialisten mee rechtse coalities vormen, zie Sint-Niklaas, Aalst en Kortrijk. En dat straalt af op de hele partij en haar gedachtegoed’. Dat is toch de normaalste zaak van de wereld: wie in een coalitie (met rechtse partijen) stapt, zal altijd compromissen moeten sluiten en toegevingen doen. In de steden die Decreus aanhaalt, vormen de rechtse partijen binnen de coalitie trouwens ook nog eens de meerderheid en is de SP.A het kleinste broertje. Misschien refereert Decreus met zijn uitspraak vooral aan de uitbreiding van de GAS, de investeringen in camerabewaking, de besparingen op het vlak van cultuur, de accentverschuiving van cultuurcreatie naar cultuurconsumptie, de repressieve veiligheidsmaatregelen en de afkalving van het personeelsbestand door die rechtse coalities waar ook de SP.A deel van uitmaakt. Tja, als we dat alles van De Coene geen rechts beleid meer mogen noemen, moeten we dringend onze definities van ‘links’ en ‘rechts’ herzien, zoveel is wel duidelijk…. Of zijn er in het beleid van die rechtse (Kortrijkse) (stads)coalities dan zo’n zware ‘linkse’ accenten?

Ook de huispoliticoloog van ‘Kortrijk Scheef Bekeken’, Nicolas Bouteca, liet zijn licht schijnen over de positie van links in Kortrijk (zie: http://kortrijkscheefbekeken.com/2013/09/09/geen-progressief-front-in-kortrijk/). Hij heeft het echter vooral over het (onbestaande) progressieve front tussen SP.A en Groen in Kortrijk. Een beetje een hypothetische kwestie, dus. Volgens Bouteca zit er tussen SP. A en Groen ‘een haar in de boter die tegen 2018 waarschijnlijk niet opgelost raakt’. 2018 is natuurlijk nog erg ver weg en er kan nog van alles gebeuren. Feit is wel dat sommige bestuursleden van de SP.A  als persoon moeilijk door één deur kunnen met sommige leden van Groen. En vice versa. De vraag is echter of zo’n toenadering tussen SP.A en Groen wel nodig en/of wenselijk is. Volgens Bouteca en anderen blijkbaar wel. In een links front om de rechtse partijen af te blokken. Bouteca vraagt zich ook af waarom het water in Kortrijk zo diep is tussen SP.A en Groen. Dat heeft, aldus Bouteca, te maken met ‘de burgemeestersambities van De Coene’. Om zijn gelijk te bewijzen tovert Nicolas Bouteca, politicoloog, een simulatie tevoorschijn van hoe de zetels zouden zijn verdeeld geweest, mochten SP.A en  Groen samen naar de kiezer zijn getrokken. Volgens die simulatie zou SP.A-Groen 9 zetels hebben gehaald. Eén meer dan ze nu gehaald hebben door afzonderlijk op te komen en even veel als de Open VLD van Van Quickenborne. Door allebei afzonderlijk op te komen zag De Coene zijn burgemeestersdroom uiteen spatten, aldus Bouteca. Nicolas Bouteca, politicoloog, ‘vergeet’ wel dat de negen van SP.A-Groen, samen met de 9 van de Open VLD nog altijd geen meerderheid kunnen vormen; en er bijgevolg nog altijd een derde partij nodig is; dan kom je automatisch bij de N-VA terecht. En krijg je dezelfde, voornamelijk rechts-liberale, coalitie die je nu hebt. Misschien met één zetel meer maar, omwille van het liberale karakter van de N-VA, altijd met een ‘blauw’ zwaartepunt en dus Van Quickenborne aan het hoofd. Die bijkomende zetel zou dan misschien wel van de partij SP.A-Groen gekomen zijn, maar die had ook best een zuiver ‘Groene’ zetel kunnen zijn. En geen SP.A-zetel. Of een Open VLD-zetel. Misschien was Stefaan De Clerck er in dat geval zelfs in geslaagd om – tegen een minimale prijs, uiteraard – ‘Groen’ uit de omknelling van ‘Rood’ los te weken om zo een meerderheid te vormen. Onder zijn leiding, welteverstaan. Het is verder ook ondenkbaar dat Van Quickenborne – die, als hij dan toch geen burgemeester mocht worden, net zo goed het oude verbond met De Clerck kon voortzetten – de burgemeesterssjerp aan De Coene zou hebben gelaten (tenzij de SP.A-Groen beduidend groter was dan de Open VLD en de N-VA samen). Bij een coalitie tussen SP.A-Groen en CD&V – volgens de simulatie van Bouteca samen goed voor 24 zetels – zou De Coene uiteraard evenmin in de burgemeestersstoel zijn terechtgekomen. Dat zou de oude De Clerck nooit hebben toegestaan. Samengevat: Bouteca mag simuleren tot hij een ons weegt maar De Coene kon, als men ook maar een klein beetje realistisch is, nooit burgemeester worden (tenzij de tandem SP.A-Groen in één klap een flink pak groter werd dan de CD&V en de Open VLD, en genoeg had aan hoogstens één bijkomende (kleinere) partner). Ik denk dat De Coene zelf ook maar al te goed beseft dat de kans dat al die eventualiteiten samenvallen wel bijzonder klein is. Nu enkel nog Nicolas Bouteca, politicoloog, overtuigen.

Geen van de drie wijzen durft het blijkbaar luidop te zeggen, maar waar het de SP.A werkelijk aan mankeert om een echt alternatief voor het rechts geweld te vormen, is een ontstellend gebrek aan morele integriteit en geloofwaardigheid. De SP.A is al lang geen linkse ‘beweging’ meer maar een tot ‘partij’ verworden instituut, met eigen regels en logica. Bij ‘partijen’ draait het altijd om ‘macht’, bij bewegingen om ‘inhoud’. Uiteindelijk resulteert partijvorming altijd in een verregaande normvervaging die de grondslagen van de beweging corrumpeert en zodoende contraproductief wordt. En dat is precies wat er ook met de SP.A – maar ook met andere partijen – aan de hand is: het zijn op zichzelf staande instituties geworden. Hoe die normvervaging precies in zijn werk gaat illustreert ‘Kortrijk politiek’, een blog van de Kortrijkse SP.A, op treffende wijze. ‘Kortrijk politiek’ staat zogezegd ‘op de eerste rij bij de voorstanders van transparantie in de politiek’ maar als het er echt op aankomt, ho, maar. Cumul vindt ‘Kortrijk Politiek’ niet kunnen. Vooral niet bij ‘de anderen’ dan. Gaat het over postjespakkers binnen de eigen partij dan verstomt het protest, wordt het zelfs goedgepraat. Kritiek wordt niet met argumenten gepareerd maar met ‘negativisme’ en ‘verzuring’. In de laatst verschenen bijdrage, ‘Stefaan moet nu gaan’, druipt de morele verontwaardiging van ‘Kortrijk politiek’ er ook weer van af als hij het heeft over de oprotpremie die Stefaan De Clerck als federaal parlementslid vangt bij zijn benoeming als voorzitter van de raad van bestuur van Belgacom (zie: http://kortrijkpolitiek.wordpress.com/2013/09/05/stefaan-moet-nu-gaan/). Kritiek op de mensen die zoiets mogelijk maakten – o.a. de SP.A, dus – is onbestaande. ‘Kortrijk politiek’ haalt zelfs een voorbeeld aan van hoe het dan wel moet: Jannie Haek. Eerst dacht ik dat ‘Kortrijk politiek’ een grapje maakte. Janni Haek….Jezus! Een veel beter voorbeeld van die door ‘Kortrijk politiek’ zo verguisde vriendjespolitiek kan je toch niet bedenken. Ten behoeve van de lezer even recapituleren: Jannie Haek studeerde in 1988 af aan de universiteit van Gent. Volgde er ‘Politieke en Sociale Wetenschappen’, toen nog een vier jaar durende studie. Haek was drieëntwintig toen hij afstudeerde. Volgens Wikipedia werd hij begin jaren negentig inspecteur-generaal van Financiën op de administratie Begroting. Op twee jaar tijd inspecteur-generaal! Resultaten van een examen – de normale gang van zaken bij aanwerving van ambtenaren – waarvoor Haek eventueel slaagde zijn echter nergens te vinden. Wat wel zeker is: in 1992 werd hij adjunct-kabinetschef bij Louis Tobback, toen minister van Binnenlandse Zaken. De kabinetschef van Tobback heette toen…..Johan Vande Lanotte. Ook al geen onbesproken figuur. Vande Lanotte volgde in 1994 Tobback op als minister. Haek bleef adjunct-kabinetschef en werd een jaar later kabinetschef van Vande Lanotte. In januari 2005 duidde de regering-Verhofstadt II hem aan als gedelegeerd bestuurder van de NMBS-Holding. Vóór zijn aanstelling als NMBS-bestuurder had Haek al wat ervaring opgedaan bij andere overheidsbedrijven. Zo was hij regeringscommissaris bij de NV Astrid, bestuurder bij Sabena, voorzitter en later – toen Luc Van den Bossche er gedelegeerd bestuurder werd – gewoon bestuurder van BIAC en regeringscommissaris bij de Nationale Loterij. Waar hij nu dus naar terugkeert als gedelegeerd bestuurder. Jannie Haek is dan misschien geen politicus in de strikte zin, een politieke poesjenel is hij zeker wel. ‘Kortrijk politiek’ probeert eventuele kritiek op die benoeming van Haek nog wat te ondervangen (en tegelijk de oude De Clerck te bekladden) met de bedenking dat ‘de benoeming door de overheid als meerderheidsaandeelhouder op zich misschien niets verkeerd is, maar het feit dat er wordt gekozen voor politieke figuren die ook door de politiek zelf worden benoemd zou men een vergevorderd stadium van vriendjespolitiek kunnen noemen’. Dat geldt net zo goed voor De Clerck als voor Haek, mijns inziens. De geschiedenis leert trouwens dat de socialistische partij zich niet onbetuigd laat als het om politieke benoemingen gaat. Neem nu Van Massenhove, het nieuwste troetelkind. Ook hij heeft een kabinetscarrière achter de rug. Je mag drie keer raden bij wie. Juist: Vande Lanotte. Als De Clerck straks misschien toch zijn oprotpremie incasseert, verkeert hij overigens niet in slecht gezelschap; toen de Voorzitter van het Vlaams Parlement, Norbert De Batselier, directeur van de Nationale Bank van België werd, verzaakte hij evenmin aan zijn ontslagpremie. De Batselier was een socialist. Enfin, hij was toch lid van die partij, wat duidelijk iets anders is. De peetvader waar alle huidige politieke benoemingen aan zijn, is trouwens ook al een socialist: Luc Van den Bossche. Toen die zijn lucratieve post van gedelegeerd bestuurder bij BIAC ruilde voor Optimus, een specialist in financiële planning, waar hij jaarlijkse bijna 700.000 euro zou gaan verdienen, eiste hij ook een vette oprotpremie. En zo zou ik nog wel een tijdje kunnen doorgaan over allerhande schandalen en kuiperijen waar leden van de socialistische partij bij betrokken zijn: Steve Stevaert, Chokri Mahassine, Patrick Janssens, Hilde en Willy Claes, Johan Vande Lanotte, Luc Van den Bossche, Freya Vandenbossche, Norbert De Batselier, Frank Vandenbroucke,…. De lijst is indrukwekkend. Als de SP.A nu moeite ondervindt om nog een serieuze dam op te werpen tegen ‘rechts’, dan heeft die partij dat in de eerste plaats aan zichzelf te danken: de geloofwaardigheid van veel linkse prominenten is ver onder het nulpunt gezakt. Mensen verwachten van linkse partijen nu eenmaal meer beginselvastheid en meer politiek fatsoen dan van andere machtspartijen. Als de CD&V of de Open VLD hetzelfde doen – en dat doen ze, wees maar gerust –  is de kiezer eerder geneigd om dat te aanvaarden omdat ‘tsjevenstreken’ en ‘vriendjespolitiek’ en gesjoemel ten voordele van zichzelf er binnen die partijen nu eenmaal bij hoort. De impact van eventuele schandalen binnen die partijen op het stemgedrag is voor hen dan ook veel kleiner. Van een socialist echter verwachten de kiezers altijd dat hij recht in zijn schoenen staat, rechtvaardig is ook, doet wat moet gedaan worden. Doet hij dat niet dan wordt de partij daar dubbel en dik op afgerekend. De geschiedenis toont duidelijk aan dat die last te zwaar om dragen is en dat heeft de geloofwaardigheid zwaar aangetast. Neem nu de pensioenen, altijd al een heel erg belangrijk thema voor de SP.A. Al van in de jaren zeventig waarschuwt men dat de vergrijzing in de eenentwintigste eeuw een heel erg groot probleem zou worden. Van 1988 tot 2011 (23 jaar, onafgebroken!) leverden de socialistische partijen de minister van pensioenen (o.a. Bruno Tobback). Al die tijd gebeurde er zo goed als niets. Afgezien dan van de lege toverdoos die het Zilverfonds is. Wie was ook alweer de bedenker van dat Zilverfonds? Nu hebben we een liberale pensioenminister en dat zullen we allemaal geweten hebben.

Zijn er dan werkelijk geen politici meer die te vertrouwen zijn? Jazeker! Alleen hebben die het binnen de partijen niet voor het zeggen. Wie tegen de macht aanschurkt raakt blijkbaar altijd op de één of andere manier besmet. Misschien moet het systeem van de parlementaire particratie – op zijn minst toch gedeeltelijk – maar overboord worden gegooid. Echt goed werken doet het in ieder geval niet.

Advertenties

De Scheve Politicoloog.

Posted in Persweeën., Vlugschriften with tags , , , , , on 28/05/2013 by Pär Ongeluck

Een wel heel verrassende wending in het Kortrijkse medialandschap: de redactie van de kolderblog ‘Kortrijk Scheef Bekeken’ heeft zich ‘versterkt’ met ‘Nicolas Bouteca, politicoloog’. ‘Kortrijk Scheef Bekeken’ wil zich blijkbaar enig sérieux aanmeten en niet uitsluitend meer als een kolderblog aanzien worden. Of ‘Nicolas Bouteca, politicoloog’ zocht en vond in ‘Kortrijk Scheef Bekeken’ een forum om zijn meningen te slijten.

Voor de bespreking van het eigenlijke artikeltje van Nicolas Bouteca, politicoloog, een kleine bedenking: Nicolas Bouteca noemt zichzelf ‘politicoloog’. Waarom gebruikt Nicolas Bouteca dat pretentieuze, plat-demagogische gezagsargument? Heeft hij dan zo weinig zelfvertrouwen dat hij niet zonder zijn aanhangsel ‘politicoloog’ kan? Als hij werkelijk iets te vertellen heeft, blijkt dat uit zijn schrijfsels en zijn argumenten. Niet uit zijn titels of diploma’s. De toevoeging ‘politicoloog’ is, zeker op een kolderblog, volkomen overbodig, ja, soms zelfs contraproductief. Zo iemand kan je toch onmogelijk ernstig nemen?!? Het stemt tot nadenken dat ‘Nicolas Bouteca, politicoloog’ en vooral de redactie van ‘Kortrijk Scheef Bekeken’, die normaal wel oog heeft voor dergelijke details, dat niet beseffen. ‘Nicolas Bouteca, waarzegger’ of ‘Nicolas Bouteca, orakel’ zou hem, binnen het kader van Kortrijk Scheef Bekeken, paradoxaal genoeg, wel enige geloofwaardigheid verlenen. Nicolas Bouteca, politicoloog is ook bekend van de hand en spandiensten bij de verkiezingsstunt K35 die de, voordien totaal onbekende wonderboy van de Open VLD, Arne Vandendriessche, aan een zitje in de gemeenteraad hielp. Een knap staaltje marketing was dat, het dient gezegd. Met dank aan Bouteca Nicolas, politicoloog.

In zijn blogpost op Kortrijk Scheef Bekeken schrijft Nicolas Bouteca, politicoloog dat ‘Kortrijk minstens tot 2025 door Vincent Van Quickenborne zal bestuurd worden. De grootste uitdager CD&V zit immers met een torenhoog probleem: ze beschikken niet langer over een stemmenkanon’ (zie: http://kortrijkscheefbekeken.com/2013/05/25/quickie-ii/). Als politicologen mensen zijn die op kosten van de maatschappij universitaire studies mogen doen om zich vervolgens, weeral op kosten van de gemeenschap, met hun volkomen nutteloze hobby onledig te houden, om tenslotte tegen een royale vergoeding vervroegd op pensioen gestuurd te worden, dan bewijst Nicolas Bouteca, politicoloog met die paar zinnetjes al dat hij uit het goede hout gesneden is. Zelden zo’n ongenuanceerde, oppervlakkige en waardeloze analyse gelezen! Bouteca solliciteert duidelijk naar een postje bij de lokale pers. Nicolas Bouteca, politicoloog degradeert de Kortrijkse gemeenteraadsverkiezingen tot een populariteitspoll tussen de twee boegbeelden van CD&V en Open VLD, de oude De Clerck en Van Quickenborne. Dat is, zeker voor een politicoloog, wel een heel erg simplistische, zelfs verkeerde voorstelling van de zaken. Als hij had geschreven dat het onwaarschijnlijk is dat er in Kortrijk nog één partij een absolute meerderheid haalt, ja, dan had hij waarschijnlijk gelijk. Al de rest is koffiedik kijken. De bepalende factor voor de vorming van een meerderheid (en voor welke partij de burgemeester zal leveren) hangt vooral af van de onderlinge verhoudingen tussen de partijen; Van Quickenborne toonde dat maar al te goed aan met de vorming van zijn stadscoalitie. De oude De Clerck zou bij de volgende verkiezingen wel eens net hetzelfde kunnen doen. Als Van Quickenborne nog burgemeester wil worden, zal hij er bovendien moeten voor zorgen dat zijn huidige coalitie kan blijven voortbestaan. Of toch dat hij met minstens één van zijn coalitiepartners, een meerderheid kan vormen. Dat wordt dansen op een heel slap koord. Enerzijds moet hij proberen om de CD&V volledig uit koers te slaan en zijn eigen partij te versterken, maar anderzijds moet hij er zich ook voor hoeden zijn eigen partij niet ten koste van de coalitiepartners te versterken waardoor zijn stadscoalitie niet eens meer een meerderheid haalt. Tel daarbij dat Van Quickenborne niet meteen een groot strateeg en diplomaat is en je weet dat deze tripartite misschien niet langer dan één legislatuur overleeft. De sterkte van een partij wordt bepaald door het aantal zetels dat die partij haalt, niet door de stemmen die één persoon haalt, zoals Nicolas Bouteca, politicoloog denkt. Dat kan uiteraard door het gebruik van stemmenkanonnen, zoals CD&V met De Clerck, Open VLD met Van Quickenborne en in mindere mate SP.a met De Coene doet. Maar dat kan ook door in sterk verschillende kiesvijvers te vissen, zoals de N-VA bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in Kortrijk bewees. De kans dat de partijen die in Kortrijk een sterke personencultus voeren, bij de volgende verkiezingen opnieuw stemmen verliezen, is ook niet zo denkbeeldig. CD&V kreeg dankzij Stefaan De Clerck de grootste klappen, maar ook de lijsten van Van Quickenborne – Van Quickenborne zelf haalde wel meer voorkeurstemmen maar zijn partij ging er als geheel toch licht op achteruit – en de SP.a van De Coene deelden in de brokken. De N-VA deed het met kandidaten met veel minder kanongehalte in die zin uitstekend. Vreemd – nou, ja, eigenlijk niet zo vreemd – dat Nicolas Bouteca, politicoloog dat allemaal niet opmerkte. Hij zag overigens ook niet dat de CD&V het bij de laatste verkiezingen met enkele enkele vaste waarden als Guy Leleu en Carl Decaluwé minder moest zien te rooien. Ook dat heeft de verkiezingsuitslag van de CD&V toch wel beïnvloed.

Een andere factor die bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen van belang zou kunnen zijn en dus door Nicolas Bouteca, politicoloog over het hoofd werd gezien, is de eventuele opkomst van Zum Qotsen De Clerck. Meer politiek en communicatief talent dan de oude De Clerck – wat niet zo moeilijk is – en daarom des te gevaarlijker. Felix De Clerck heeft nu duidelijk voor de CD&V gekozen (en daarmee ook aan geloofwaardigheid ingeboet, maar dat is voer voor een ander stukje) en hij zou het stemmenverlies dat zijn pa wellicht nog zal lijden ruimschoots kunnen goedmaken. Door stemmen af te snoepen bij alle (jongeren)kandidaten van alle partijen, inclusief die van Van Quickenborne. Misschien heeft de CD&V bij de volgende verkiezingen dan aan één coalitiepartner zelfs genoeg voor een meerderheid. Die ene partner zou best wel eens Groen kunnen zijn, dat nu samen met de CD&V in de oppositie zit. Of de N-VA. Of de SP.a. Hoogstwaarschijnlijk niet de Open VLD. En al zeker niet met Van Quickenborne als burgemeester!

Of Van Quickenborne bij de volgende verkiezingen nog burgemeester wordt, zal niet alleen afhangen van de sterkte of zwakte van de CD&V- en Open VLD-boegbeelden maar vooral van de sterkte of zwakte van de eigen coalitie. Bij de laatste verkiezingen kon Van Quickenborne enkel burgemeester worden dankzij het ronduit schitterende resultaat van de N-VA.. De kans dat die dat huzarenstukje herhalen is heel onzeker. En dan mag Van Quickenborne een tweede ambtstermijn op zijn buik schrijven. De huidige meerderheid is sowieso trouwens erg nipt. Eén verzwakte schakel is voldoende om Van Quickenborne burgemeester-af te maken. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de gevolgen van een mogelijke nieuwe fusiegolf van gemeenten tegen 2018. Nicolas Bouteca, politicoloog overigens al helemaal niet. Maar dat zal niemand nog verwonderen, denk ik.

Een andere reden waarom Van Quickenborne volgens Nicolas Bouteca, politicoloog er nog minstens één legislatuur zal aan toevoegen, ziet de academicus in de bijna totale afwezigheid van de CD&V in de media. In tegenstelling tot de coalitiepartners die de sociale media overheersen. Als bewijs voor zijn stelling haalt Nicolas Bouteca, politicoloog ‘het zeer mediagenieke KVK-incident van afgelopen week’ aan. ‘De Kortrijkzaan kon vrij snel weten wat Vandendriessche, Q (beiden Open Vld), Decoene en Weydts (beiden sp.a) van de fusieplannen vonden. Maar een CD&V-standpunt ter zake bleef eigenlijk uit. Gelukkig was er nog Patrick Jolie, ooit voorzitter van de supportersclubs van KVK, die in de hoedanigheid van fan liet horen dat hij niet echt te vinden was voor een fusie. Maar een echt standpunt van de grootste partij van ’t stad, daar wachten we eigenlijk nog altijd op. Wellicht komt dat in de gemeenteraad van juni, als alles goed doorgesproken is met de rest van de fractie. Maar daar worden geen verkiezingen gewonnen. Vanhoenacker moet dus dringend meer vertrouwen krijgen (van haar fractie of van haarzelf, ik weet het niet) en sneller op de bal spelen. Anders dreigt CD&V compleet weggespeeld te worden en mag Van Quickenborne zich al een tweede burgemeesterssjerp bestellen’. Nicolas Bouteca, politicoloog verwijst hier naar de microblogsite Twitter, die vooral door jongeren wordt bevolkt. Maar die vormen slechts een minderheid van het kiespubliek. Wie de Kortrijkse kwetteraars een beetje volgt, weet dat er ook vaak bijzonder emotioneel wordt gereageerd. Zelden rationeel en diepgaand. Door de beperktheid van het medium (140 karakters) is dat ook niet mogelijk. De kwettergemeenschap en Nicolas Bouteca, politicoloog zien zichzelf maar al te graag – maar volkomen onterecht – als DE spreekbuis van de bevolking. Ter illustratie verwijs ik naar de exitpoll die er ter gelegenheid van de gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar op Twitter werd georganiseerd. Om drie uur in de namiddag hadden 1464 twitteraars als volgt gestemd: Open VLD: 11,78% N-VA 33,06%, Vlaams Belang 2,11%, SP.a 16,25%), Groen 15,84%), CD&V 10,17%, PVDA 3,68% en de lokale lijsten VCD en Onafhankelijke-K samen 6,96%. De uiteindelijke uitslag van de verkiezingen was toch ietsje anders dan wat de twitteraars hadden voorspeld: CD&V 32,96% (een foutje van niet minder dan 22%!), Open VLD 21,31% (de twitteraars gaven de partij iets meer dan de helft: 11,78%), N-VA 16,32% (ongeveer de helft van de exitpoll op Twitter), SP.a 14,29% (het voorspelde cijfer van 16,25% lag dan toch in de buurt), Groen 7,35 % (de helft van wat Twitter dacht), Vlaams Belang 6,08% (drie keer zoveel als de twitterscore), PVDA+ 1,18% (volgens Twitter zouden ze drie keer zoveel stemmen krijgen) en de lokale partijen haalden samen 0,49% (15 keer zo weinig als Twitter voorspeld had!). Ik bedoel maar: Twitter moet je niet zo ernstig nemen. Maar dat lijkt voor Nicolas Bouteca, politicoloog en voor de kwetteraars zelf, bijzonder moeilijk te liggen.

Ik hoop voor de redactie van Kortrijk Scheef Bekeken, dat bekend staat voor een veel meer dan gemiddelde kwaliteit, dat Nicolas Bouteca, politicoloog niet meteen een vast contract heeft gekregen maar op freelance basis werkt. Of dat ze op zijn minst toch een proefperiode in dat contract hebben opgenomen.