De drie wijzen.

Een dag of tien geleden bond professor Carl Devos de kat de bel aan in Knack met zijn mening dat de SP.A best afstand doet van haar naam en een nieuwe progressieve beweging opricht, gebaseerd op duidelijke waarden en normen als solidariteit en gelijkheid (zie: http://www.knack.be/nieuws/belgie/carl-devos-de-sp-a-moet-op-de-schop/article-normal-105045.html). “De oude structuren leiden ertoe dat links versnipperd blijft. Spannend, alleen kan links in Vlaanderen zich dat niet permitteren. Als je een Antwerpse coalitie van centrum-rechts op nationaal niveau wilt vermijden, heb je een sterk links blok nodig. Dan kun je eens echt wegen op de onderhandelingen. Het enige wat links vandaag vaak kan doen, is de schade beperken, door hervormingen af te blokken”, predikt Devos. Zijn goedbedoelde kritiek werd hem door de bonzen van de SP.A niet in dank afgenomen. De SP.A heeft het altijd wat moeilijk met kritiek. In de nasleep van de uitspraken van Devos legden Thomas Decreus en Nicolas Bouteca ook een link met de Kortrijkse situatie.

In De Standaard van maandag 9 september liet de ‘linkse denker’ van Kortrijkse origine, Thomas Decreus, het volgende optekenen:

‘Een progressieve beweging uitrollen dient het groeiende succes van rechts van antwoord’. Thomas Decreus, politiek filosoof en initiatiefnemer van de Shame-betoging, onderschrijft het pleidooi om de linkse krachten te bundelen in Vlaanderen. ‘Maar dat wil zeggen dat de verschillende partijen stoppen met elkaar te bekampen. SP.A mag bijvoorbeeld het succes van de PvdA niet als concurrentie zien, maar eerder als een opportuniteit. Zelfde verhaal voor Groen of de vakbonden, hun natuurlijke partners, ideologisch en politiek. Daarom pleit ik voor meer overleg, voor intenser contact en voor minder polemiek.’ En wat met de eenheidspartij, die de hele beweging onderbrengt? ‘In Vlaanderen is dat praktisch onhaalbaar’, aldus Decreus. ‘Maar niet geheel onmogelijk. In Griekenland smolten alle kleine linkse fracties samen tot één groepering. Het kan dus.’ Het voordeel van een beweging is voor Decreus ook dat SP.A weer aan geloofwaardigheid wint. ‘De socialisten vormen mee rechtse coalities, zie Sint-Niklaas, Aalst en Kortrijk. En dat straalt af op de hele partij en haar gedachtegoed.’

Of dat precies is wat Thomas Decreus vertelde, weet ik niet. Het is wel letterlijk wat er in de krant verscheen. Dat kan – gezien de ‘journalistieke vrijheden’ die sommige persjongens zich permitteren – behoorlijk afwijken van wat er in werkelijkheid werd gezegd, maar goed. Voor de goede orde nemen we aan dat de krantenjongen  van dienst min of meer waarheidsgetrouw noteerde wat Decreus vertelde. Die uitspraken van Decreus schoten trouwens wel in het verkeerde keelgat bij Philippe De Coene (SP.A), schepen van sociale zaken, OCMW, armoedebestrijding en consumenten van Kortrijk. Via Twitter reageerde die als door een horzel gestoken met:

Kom eens kijken naar nieuw beleid Kortrijk, Thomas Decreus, in plaats van te bazelen over rechtse coalitie

Of Thomas Decreus echt die ‘linkse denker’ is, doet nu even niet ter zake. De Coene was in ieder geval ‘not amused’ met de uitspraak van Decreus. Zowel de uitspraak van Decreus als de reactie van De Coene maakt nog maar eens heel duidelijk: communiceren doe je beter niet via de media. Niet via de reguliere media en al zeker niet via Twitter. De reguliere media geven – uit domheid, onkunde of luiheid, dat is niet altijd even duidelijk – nooit correct en volledig weer wat iemand gezegd heeft en Twitter is gewoon te beperkt. Op deze manier communiceren biedt een waterdichte garantie op huizenhoge misverstanden. Iemand met de ervaring van een De Coene zou dan ook beter moeten weten. Maar waarom reageert De Coene eigenlijk zo gepikeerd op de uitlating van Decreus (en niet op Carl Devos), zou je je ook kunnen afvragen? Vertelt Decreus dan klinkklare nonsens? Als we De Coene mogen geloven wel: Decreus bazelt. Terwijl Decreus gewoon zegt dat ‘de socialisten mee rechtse coalities vormen, zie Sint-Niklaas, Aalst en Kortrijk. En dat straalt af op de hele partij en haar gedachtegoed’. Dat is toch de normaalste zaak van de wereld: wie in een coalitie (met rechtse partijen) stapt, zal altijd compromissen moeten sluiten en toegevingen doen. In de steden die Decreus aanhaalt, vormen de rechtse partijen binnen de coalitie trouwens ook nog eens de meerderheid en is de SP.A het kleinste broertje. Misschien refereert Decreus met zijn uitspraak vooral aan de uitbreiding van de GAS, de investeringen in camerabewaking, de besparingen op het vlak van cultuur, de accentverschuiving van cultuurcreatie naar cultuurconsumptie, de repressieve veiligheidsmaatregelen en de afkalving van het personeelsbestand door die rechtse coalities waar ook de SP.A deel van uitmaakt. Tja, als we dat alles van De Coene geen rechts beleid meer mogen noemen, moeten we dringend onze definities van ‘links’ en ‘rechts’ herzien, zoveel is wel duidelijk…. Of zijn er in het beleid van die rechtse (Kortrijkse) (stads)coalities dan zo’n zware ‘linkse’ accenten?

Ook de huispoliticoloog van ‘Kortrijk Scheef Bekeken’, Nicolas Bouteca, liet zijn licht schijnen over de positie van links in Kortrijk (zie: http://kortrijkscheefbekeken.com/2013/09/09/geen-progressief-front-in-kortrijk/). Hij heeft het echter vooral over het (onbestaande) progressieve front tussen SP.A en Groen in Kortrijk. Een beetje een hypothetische kwestie, dus. Volgens Bouteca zit er tussen SP. A en Groen ‘een haar in de boter die tegen 2018 waarschijnlijk niet opgelost raakt’. 2018 is natuurlijk nog erg ver weg en er kan nog van alles gebeuren. Feit is wel dat sommige bestuursleden van de SP.A  als persoon moeilijk door één deur kunnen met sommige leden van Groen. En vice versa. De vraag is echter of zo’n toenadering tussen SP.A en Groen wel nodig en/of wenselijk is. Volgens Bouteca en anderen blijkbaar wel. In een links front om de rechtse partijen af te blokken. Bouteca vraagt zich ook af waarom het water in Kortrijk zo diep is tussen SP.A en Groen. Dat heeft, aldus Bouteca, te maken met ‘de burgemeestersambities van De Coene’. Om zijn gelijk te bewijzen tovert Nicolas Bouteca, politicoloog, een simulatie tevoorschijn van hoe de zetels zouden zijn verdeeld geweest, mochten SP.A en  Groen samen naar de kiezer zijn getrokken. Volgens die simulatie zou SP.A-Groen 9 zetels hebben gehaald. Eén meer dan ze nu gehaald hebben door afzonderlijk op te komen en even veel als de Open VLD van Van Quickenborne. Door allebei afzonderlijk op te komen zag De Coene zijn burgemeestersdroom uiteen spatten, aldus Bouteca. Nicolas Bouteca, politicoloog, ‘vergeet’ wel dat de negen van SP.A-Groen, samen met de 9 van de Open VLD nog altijd geen meerderheid kunnen vormen; en er bijgevolg nog altijd een derde partij nodig is; dan kom je automatisch bij de N-VA terecht. En krijg je dezelfde, voornamelijk rechts-liberale, coalitie die je nu hebt. Misschien met één zetel meer maar, omwille van het liberale karakter van de N-VA, altijd met een ‘blauw’ zwaartepunt en dus Van Quickenborne aan het hoofd. Die bijkomende zetel zou dan misschien wel van de partij SP.A-Groen gekomen zijn, maar die had ook best een zuiver ‘Groene’ zetel kunnen zijn. En geen SP.A-zetel. Of een Open VLD-zetel. Misschien was Stefaan De Clerck er in dat geval zelfs in geslaagd om – tegen een minimale prijs, uiteraard – ‘Groen’ uit de omknelling van ‘Rood’ los te weken om zo een meerderheid te vormen. Onder zijn leiding, welteverstaan. Het is verder ook ondenkbaar dat Van Quickenborne – die, als hij dan toch geen burgemeester mocht worden, net zo goed het oude verbond met De Clerck kon voortzetten – de burgemeesterssjerp aan De Coene zou hebben gelaten (tenzij de SP.A-Groen beduidend groter was dan de Open VLD en de N-VA samen). Bij een coalitie tussen SP.A-Groen en CD&V – volgens de simulatie van Bouteca samen goed voor 24 zetels – zou De Coene uiteraard evenmin in de burgemeestersstoel zijn terechtgekomen. Dat zou de oude De Clerck nooit hebben toegestaan. Samengevat: Bouteca mag simuleren tot hij een ons weegt maar De Coene kon, als men ook maar een klein beetje realistisch is, nooit burgemeester worden (tenzij de tandem SP.A-Groen in één klap een flink pak groter werd dan de CD&V en de Open VLD, en genoeg had aan hoogstens één bijkomende (kleinere) partner). Ik denk dat De Coene zelf ook maar al te goed beseft dat de kans dat al die eventualiteiten samenvallen wel bijzonder klein is. Nu enkel nog Nicolas Bouteca, politicoloog, overtuigen.

Geen van de drie wijzen durft het blijkbaar luidop te zeggen, maar waar het de SP.A werkelijk aan mankeert om een echt alternatief voor het rechts geweld te vormen, is een ontstellend gebrek aan morele integriteit en geloofwaardigheid. De SP.A is al lang geen linkse ‘beweging’ meer maar een tot ‘partij’ verworden instituut, met eigen regels en logica. Bij ‘partijen’ draait het altijd om ‘macht’, bij bewegingen om ‘inhoud’. Uiteindelijk resulteert partijvorming altijd in een verregaande normvervaging die de grondslagen van de beweging corrumpeert en zodoende contraproductief wordt. En dat is precies wat er ook met de SP.A – maar ook met andere partijen – aan de hand is: het zijn op zichzelf staande instituties geworden. Hoe die normvervaging precies in zijn werk gaat illustreert ‘Kortrijk politiek’, een blog van de Kortrijkse SP.A, op treffende wijze. ‘Kortrijk politiek’ staat zogezegd ‘op de eerste rij bij de voorstanders van transparantie in de politiek’ maar als het er echt op aankomt, ho, maar. Cumul vindt ‘Kortrijk Politiek’ niet kunnen. Vooral niet bij ‘de anderen’ dan. Gaat het over postjespakkers binnen de eigen partij dan verstomt het protest, wordt het zelfs goedgepraat. Kritiek wordt niet met argumenten gepareerd maar met ‘negativisme’ en ‘verzuring’. In de laatst verschenen bijdrage, ‘Stefaan moet nu gaan’, druipt de morele verontwaardiging van ‘Kortrijk politiek’ er ook weer van af als hij het heeft over de oprotpremie die Stefaan De Clerck als federaal parlementslid vangt bij zijn benoeming als voorzitter van de raad van bestuur van Belgacom (zie: http://kortrijkpolitiek.wordpress.com/2013/09/05/stefaan-moet-nu-gaan/). Kritiek op de mensen die zoiets mogelijk maakten – o.a. de SP.A, dus – is onbestaande. ‘Kortrijk politiek’ haalt zelfs een voorbeeld aan van hoe het dan wel moet: Jannie Haek. Eerst dacht ik dat ‘Kortrijk politiek’ een grapje maakte. Janni Haek….Jezus! Een veel beter voorbeeld van die door ‘Kortrijk politiek’ zo verguisde vriendjespolitiek kan je toch niet bedenken. Ten behoeve van de lezer even recapituleren: Jannie Haek studeerde in 1988 af aan de universiteit van Gent. Volgde er ‘Politieke en Sociale Wetenschappen’, toen nog een vier jaar durende studie. Haek was drieëntwintig toen hij afstudeerde. Volgens Wikipedia werd hij begin jaren negentig inspecteur-generaal van Financiën op de administratie Begroting. Op twee jaar tijd inspecteur-generaal! Resultaten van een examen – de normale gang van zaken bij aanwerving van ambtenaren – waarvoor Haek eventueel slaagde zijn echter nergens te vinden. Wat wel zeker is: in 1992 werd hij adjunct-kabinetschef bij Louis Tobback, toen minister van Binnenlandse Zaken. De kabinetschef van Tobback heette toen…..Johan Vande Lanotte. Ook al geen onbesproken figuur. Vande Lanotte volgde in 1994 Tobback op als minister. Haek bleef adjunct-kabinetschef en werd een jaar later kabinetschef van Vande Lanotte. In januari 2005 duidde de regering-Verhofstadt II hem aan als gedelegeerd bestuurder van de NMBS-Holding. Vóór zijn aanstelling als NMBS-bestuurder had Haek al wat ervaring opgedaan bij andere overheidsbedrijven. Zo was hij regeringscommissaris bij de NV Astrid, bestuurder bij Sabena, voorzitter en later – toen Luc Van den Bossche er gedelegeerd bestuurder werd – gewoon bestuurder van BIAC en regeringscommissaris bij de Nationale Loterij. Waar hij nu dus naar terugkeert als gedelegeerd bestuurder. Jannie Haek is dan misschien geen politicus in de strikte zin, een politieke poesjenel is hij zeker wel. ‘Kortrijk politiek’ probeert eventuele kritiek op die benoeming van Haek nog wat te ondervangen (en tegelijk de oude De Clerck te bekladden) met de bedenking dat ‘de benoeming door de overheid als meerderheidsaandeelhouder op zich misschien niets verkeerd is, maar het feit dat er wordt gekozen voor politieke figuren die ook door de politiek zelf worden benoemd zou men een vergevorderd stadium van vriendjespolitiek kunnen noemen’. Dat geldt net zo goed voor De Clerck als voor Haek, mijns inziens. De geschiedenis leert trouwens dat de socialistische partij zich niet onbetuigd laat als het om politieke benoemingen gaat. Neem nu Van Massenhove, het nieuwste troetelkind. Ook hij heeft een kabinetscarrière achter de rug. Je mag drie keer raden bij wie. Juist: Vande Lanotte. Als De Clerck straks misschien toch zijn oprotpremie incasseert, verkeert hij overigens niet in slecht gezelschap; toen de Voorzitter van het Vlaams Parlement, Norbert De Batselier, directeur van de Nationale Bank van België werd, verzaakte hij evenmin aan zijn ontslagpremie. De Batselier was een socialist. Enfin, hij was toch lid van die partij, wat duidelijk iets anders is. De peetvader waar alle huidige politieke benoemingen aan zijn, is trouwens ook al een socialist: Luc Van den Bossche. Toen die zijn lucratieve post van gedelegeerd bestuurder bij BIAC ruilde voor Optimus, een specialist in financiële planning, waar hij jaarlijkse bijna 700.000 euro zou gaan verdienen, eiste hij ook een vette oprotpremie. En zo zou ik nog wel een tijdje kunnen doorgaan over allerhande schandalen en kuiperijen waar leden van de socialistische partij bij betrokken zijn: Steve Stevaert, Chokri Mahassine, Patrick Janssens, Hilde en Willy Claes, Johan Vande Lanotte, Luc Van den Bossche, Freya Vandenbossche, Norbert De Batselier, Frank Vandenbroucke,…. De lijst is indrukwekkend. Als de SP.A nu moeite ondervindt om nog een serieuze dam op te werpen tegen ‘rechts’, dan heeft die partij dat in de eerste plaats aan zichzelf te danken: de geloofwaardigheid van veel linkse prominenten is ver onder het nulpunt gezakt. Mensen verwachten van linkse partijen nu eenmaal meer beginselvastheid en meer politiek fatsoen dan van andere machtspartijen. Als de CD&V of de Open VLD hetzelfde doen – en dat doen ze, wees maar gerust –  is de kiezer eerder geneigd om dat te aanvaarden omdat ‘tsjevenstreken’ en ‘vriendjespolitiek’ en gesjoemel ten voordele van zichzelf er binnen die partijen nu eenmaal bij hoort. De impact van eventuele schandalen binnen die partijen op het stemgedrag is voor hen dan ook veel kleiner. Van een socialist echter verwachten de kiezers altijd dat hij recht in zijn schoenen staat, rechtvaardig is ook, doet wat moet gedaan worden. Doet hij dat niet dan wordt de partij daar dubbel en dik op afgerekend. De geschiedenis toont duidelijk aan dat die last te zwaar om dragen is en dat heeft de geloofwaardigheid zwaar aangetast. Neem nu de pensioenen, altijd al een heel erg belangrijk thema voor de SP.A. Al van in de jaren zeventig waarschuwt men dat de vergrijzing in de eenentwintigste eeuw een heel erg groot probleem zou worden. Van 1988 tot 2011 (23 jaar, onafgebroken!) leverden de socialistische partijen de minister van pensioenen (o.a. Bruno Tobback). Al die tijd gebeurde er zo goed als niets. Afgezien dan van de lege toverdoos die het Zilverfonds is. Wie was ook alweer de bedenker van dat Zilverfonds? Nu hebben we een liberale pensioenminister en dat zullen we allemaal geweten hebben.

Zijn er dan werkelijk geen politici meer die te vertrouwen zijn? Jazeker! Alleen hebben die het binnen de partijen niet voor het zeggen. Wie tegen de macht aanschurkt raakt blijkbaar altijd op de één of andere manier besmet. Misschien moet het systeem van de parlementaire particratie – op zijn minst toch gedeeltelijk – maar overboord worden gegooid. Echt goed werken doet het in ieder geval niet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s