Archief voor april, 2010

Naschrift cyberdudes.

Posted in Vlugschriften on 22/04/2010 by Pär Ongeluck

En net vandaag komt het bericht dat het antivirusprogramma MacAfee duizenden computers heeft beschadigd omdat het een windows bestand verkeerdelijk voor een virus aanzag. Wie echt verstandig is gebruikt dan ook al lang geen Windows meer maar Linux. Daar heb je al die troep niet mee. En het is nog eens stukken goedkoper en stabieler ook. Misschien een ideetje voor Van Quickenborne en De Clerck? Maar die excellenties zitten wellicht met handen en voeten aan Microsoft gebonden.

Advertenties

Onze cyberdudes.

Posted in Kortrijkse zendelingen, Vlugschriften on 21/04/2010 by Pär Ongeluck

Het stond wat verloren tussen de veel belangwekkender human interest berichtgeving in Het Nieuwsblad over de Kortrijkenaren die als gevolg van de vulkaanuitbarsting in IJsland met enkele dagen vertraging thuiskwamen. Titels als ‘de leerlingen vatten het sportief op ‘ (1-0 voor de vulkaan maar de Kortrijkse leerlingen konden vrede nemen met de nederlaag), ‘ze moesten toch eens thuis geraken’ (misschien waren ze wel liever gebleven waar ze waren!) en ‘eerst wil ik mij eens goed wassen’ (intieme bekentenis van een reizigster) zijn inderdaad veel sprekender dan ‘stad krijgt kenniscentrum cybercriminaliteit’ waarover Freddy Vermoere schreef. Vermoere meent te weten dat dit nationaal expertisecentrum een ideetje van Stefaan De Clerck, de minister van justitie is. Hij zou er voor het eerst mee naar buiten gekomen zijn op de nieuwsjaarsreceptie van de CD&V van Waregem. Hoe weet Vermoere dat eigenlijk? Omdat hij er zelf aanwezig was? Het zou mij verwonderen dat de CD&V journalisten uitnodigt op nieuwjaarsrecepties maar het kan. Het kan zeker als die journalist een partijkaart van de CD&V heeft. Zou Vermoere zo’n kaart hebben? Maar wat doet Vermoere in godsnaam op de nieuwjaarsreceptie van de Waregemse CD&V?!? Een andere mogelijkheid is dat Vermoere het van een collega heeft. Misschien was die wel op de receptie? Of – en dit lijkt mij de meest plausibele uitleg – Vermoere heeft het van De Clerck zelf. En die bron is natuurlijk onverdacht: als De Clerck zelf zegt dat hij het idee daar voor het eerst gelanceerd heeft, wie zijn wij om daaraan te twijfelen? Een man die naar de zaligverklaring van Damiaan in Rome gaat liegt niet. Nooit! Alhoewel….tenslotte is hij toch advocaat. En zijn whereabouts, dat was ook al geen zuivere koffie. En wat moeten we denken van de benoeming van een mede-beschuldigde in de zaak Beaulieu (toevallig is daar ook een De Clerck bij betrokken) tot plaatsvervangend rechter bij de rechtbank van koophandel in Brussel waardoor heel die Beaulieu-zaak weer enkele maanden vertraging opliep? Maar nee, een halfzalige De Clerck liegt dus nooit en dus geloven we met zijn allen dat het waar is dat hij voor het eerst met dat idee van een kenniscentrum voor cybercriminaliteit op de nieuwjaarsreceptie van de Waregemse CD&V naar buiten kwam. Een reden te meer trouwens om dergelijke gelegenheden te mijden als de pest. Het zegt ook wel veel over de manier waarop De Clerck aan politiek doet: hij doet het op recepties. Dat verklaart veel.

Vermoere meent ook te weten dat het idee van een kenniscentrum cybercriminaliteit een oude droom van De Clerk was. Een droom waarvan sommigen dachten – aldus Vermoere – dat die misschien wel nooit zou uitkomen. Iets als de hervorming van justitie, dus. Dat was echter buiten de daadkracht van De Clerck gerekend. Als De Clerck iets in zijn hoofd heeft dan maakt hij dat ook waar. Bruggen, gevangenissen, hervormingen,….. je kunt het zo gek niet bedenken of Stefaan maakt het waar. In werkelijkheid heeft de man dat idee van een kenniscentrum voor cybercriminaliteit opgepikt tijdens een bezoek aan Ierland maar hij doet het liever uitschijnen dat hij een origineel idee heeft gehad. Wie de man een beetje volgt weet dat zoiets een heus wonder, straffer nog dan Damiaan, zou zijn. In Nederland bestaat zo’n centrum, net als in Ierland, al sinds 2006. Maar De Clerck wil ons dus wijsmaken dat hij weer eens een schitterend origineel idee heeft.

Wie bij het doopsel van zo’n centrum natuurlijk niet mag ontbreken is onze plaatselijke cyberdude Vincent Van Quickenborne. Als er iets nieuws opduikt in verband met computers dan is hij er altijd als de kippen bij. Het lichtjes verbijsterende daaraan is dat Van Quickenborne zelf een stevig gebruiker is. Van internettoepassingen, welteverstaan. En laten het nu net die internettoepassingen zijn die hij zo frequent gebruikt die het grootste platform aan cybercriminelen bieden en daardoor ook de grootste bedreiging vormen. Sociale netwerksites als Facebook en Twitter zijn namelijk ideale biotopen voor cybercriminelen. Van Quickenborne met zijn talloze ‘vrienden’ vormt dan ook een potentieel doelwit voor malafide personen…..  Wie echt op veilig wil spelen mijdt Van Quickenborne dus beter. Op de blog van it.professional (http://www.itprofessional.be/) heeft Van Quickenborne trouwens zelf een stukje geschreven over dit expertisecentrum. Nogal begrijpelijk rept hij er met geen woord over dat het een initiatief van De Clerck zou zijn. Misschien deed hij dat ook niet omdat het niet zo is en hij de waarheid geen geweld wilde aandoen… Besluiten doet Van Quickenborne met een wel heel verontrustende mededeling die nog niet in Het Nieuwsblad of andere kranten te lezen stond: ‘dat het centrum in Kortrijk zal komen, kan ik uiteraard alleen maar toejuichen. Ik kijk nu al uit naar de nieuwste Vlaamse politieserie: CSI Cyberspace, opgenomen in mijn thuisstad!‘ Ik mag er niet aan denken!

Prematuur?!?

Posted in Persweeën., Vlugschriften on 20/04/2010 by Pär Ongeluck

Het nieuwe ziekenhuis heeft de deuren nog maar geopend of er breekt al een schandaal los. Uit een onderzoek uitgevoerd door de Kortrijkse sterreporter Kris Vanhee blijkt namelijk dat de Kortrijkse ziekenhuizen te vroeg geboren kinderen veel langer dan strikt nodig in de couveuse hielden om zo op slinkse wijze subsidies binnen te rijven. Patrick Holderbeke maakte er zelfs een foto van. Verdere onthullingen volgen nog.

Couveusekindje is eerste patiëntAZ Groeninge

Couveusekindje is eerste patiënt AZ Groeninge

Economisch reveil.

Posted in Het Gouden Kalf, writers blog on 17/04/2010 by Pär Ongeluck

Donderdag 8 april. Wat voorafging.

De dag was verkeerd begonnen voor Kris Vanhee, de onderzoeksjournalist van Het Nieuwsblad. ’s Morgens had hij zich bij het scheren gesneden en nu liep hij rond met een flinke pleister op zijn rechterwang. Tot overmaat van ramp had hij ook nog een vreemd telefoontje van de hoofdredacteur gekregen die hem uitgenodigd had om na de wekelijkse redactievergadering nog even te blijven voor ‘een gesprek van man tot man’. Dat beloofde meestal niet veel goeds en dat was deze keer niet anders.

“Vanhee” had de hoofdredacteur gegromd, “de toestand is ernstig. Heel ernstig. De laatste tijd verliezen wij meer lezers dan door om het even welke economische crisis verklaard kan worden en uit een enquête onder de lezers is gebleken dat dit veel, zo niet alles, te maken heeft met onze regionale berichtgeving. Vooral jij moet het bij de lezers ontgelden, Kris. En, zoals je weet hebben de lezers altijd gelijk. Zij betalen ons namelijk om hen degelijke informatie te geven en daar schort het volgens hen toch wat aan. Ik druk ik mij nog zwak uit. Heel zwak. Maar ik geloof in jou, Kris! En tenslotte hebben we ook niet meteen iemand anders in voorraad om de overlijdensberichten te redigeren en over diefstallen van handtassen, kop-staartbotsingen en mislukte inbraken te berichten. Dus geef ik je nog een kans. Een uitgelezen kans, als je het mij vraagt. Ik wil niet dat je die verknalt.” De hoofdredacteur haalde diep adem en ging verder: “De laatste maanden heb je een paar artikels gepleegd over de economische toestand alhier. Dat was mooi. Een beetje eenzijdig, maar soit. Dat je die artikels gewoon, zonder enige bronvermelding van de website van Voka plukte is al veel minder. Wij zijn op dat vlak natuurlijk wel wat van jou gewoon maar ‘au fond’ druist het regelrecht in tegen de deontologische code van de journalist en van dit huis. Laten we gewoon afspreken dat zoiets niet meer voorvalt en we zwijgen erover. Zand erover, nieuwe lei en zo, begrijp je? Vanaf nu schrijven we al onze artikeltjes netjes zelf en blijven we met onze handen af van websites, folders, affiches of wat dan ook. Alles huisbereid vanaf nu! Kunnen we dat zo afspreken, Kris?”

Vanhee besefte dat hij als een rat in de val zat. Zijn rug was drijfnat van het zweet, de snee in zijn rechterwang klopte vervaarlijk. De hoofdredacteur had de vervelende eigenschap om je met zijn ‘redeneringen’ zo in het nauw te drijven dat je op het einde niet anders meer kon doen dan toegeven. “Zo is die snob waarschijnlijk ook hoofdredacteur geworden” dacht Vanhee nijdig en perste een glimlacht op zijn gezicht. “Natuurlijk!” zei hij, met een stem die trilde van ingehouden woede. Maar de hoofdredacteur deed alsof hij het niet merkte.

“Om nog eens terug te komen op die opdracht”, hernam de hoofdredacteur, “die ligt eigenlijk een beetje in het verlengde van je Voka-werk. Alleen moet je die economische toestand ook eens vanuit een ander standpunt dan het Voka-standpunt toelichten, Kris. Die Voka-barometer is mooi voor één keer maar het spreekt onze lezers niet zo aan, snap je?”

Vanhee, een ervaren jabroer, knikte. Hij kreeg even geen woord uit zijn strot gewrongen.

“Deze keer gooien we het over een andere boeg. Laatst opende dat winkelcentrum in Kortrijk de deuren, toch?  En daar werkt een pak volk, nee?” Zonder op de  instemmende knik van Vanhee te wachten, vervolgde de hoofdredacteur: “Misschien moeten we maar eens een artikel plegen over de toestand op de arbeidsmarkt, Kris. Ik weet dat je daar al eens over geschreven hebt maar daar stonden toen toch echt wel teveel fouten in. Dat moet nu beter. Uit je Voka-artikels weten we bovendien al dat het met de economie de goede richting uitgaat maar voelen onze lezers, Jan Modaal, Joe de Loodgieter en de man in de straat dat ook zo aan? Waarom informeren we, om te beginnen, niet eens bij de RVA, Kris? Je verzamelt wat cijfers, zet ze op een rijtje, denkt er eens goed over na en je schrijft je artikel.”

Bij de gedachte aan werken alleen al begonnen de darmen van Vanhee luid te protesteren. Hij kreeg zo stilaan het schijt van dat ‘we’ van de hoofdredacteur. “Wie zal weer het vuile werk mogen doen?”, dacht hij retorisch. “In ieder geval niet jij, hoofdredacteur van mijn kl….!” Maar hij antwoordde: “Lijkt mij een uitstekend idee, chef!” Nu, om eerlijk te zijn had hij best wel goeie herinneringen aan de RVA. Ontelbare keren had hij met de vroegere baas en zijn medewerkers in de refter van de RVA aan de toog gehangen! Ja, dat waren nog eens tijden geweest! Deze gedachte vrolijkte hem ietwat op en in een ultieme poging om het werk over verschillende personen te verdelen en tegelijkertijd enthousiasme te veinzen probeerde hij nog: “Wanneer beginnen we eraan?”

“Het artikel moet zaterdag van de persen rollen”, zei de hoofdredacteur. “Dat lijkt krap maar het lukt ons wel.”

Vanhee kreeg een beklemmend gevoel in de hartstreek en dacht dat de hemel op zijn hoofd viel. Het was eeuwen geleden dat hij nog eigenhandig een ernstig stuk had geschreven en nu moest hij dat plots op 2 dagen – of misschien nog minder! – zien te klaren! Daar ging zijn vrijdagse biljartafspraak! Geen aperitief met de vrienden ook, morgen! “Komt voor elkaar!” kreunde hij met dichtgeknepen keel en billen, stoof het redactielokaal uit, recht naar de toiletten. Hij voelde zich ineens niet goed worden. Misschien had hij wel teveel bloed verloren bij het scheren.

De volgende dag had hij al een afspraak met Filip Depoorter, de communicatieverantwoordelijke van de RVA, geregeld. Die was maar wat blij geweest toen hij vernam dat hij eindelijk eens een journalist over de vloer zou krijgen. Tenslotte was hij niet voor niets communicatieverantwoordelijke.

Vrijdag 9 april. Een vriendelijke babbel.

Vanhee heeft zich in de relatief nieuwe gebouwen van de RVA aangeboden en wordt door de bevallige, kortgerokte receptioniste naar het kantoor van Filip Depoorter geleid. “Lekkere billen, ferm mokkel!” keurde hij, terwijl hij achter het leuke ding aanschuifelde. “Als ik wegga nog even een praatje met haar slaan en mijn visitekaartje achterlaten. Je weet maar nooit waar dat toe leidt!” vervolledigde hij zijn zoveelste zevensecondengedachte van die ochtend.

“Hier is het” zei het lieve kind en liet hem een ruim en zonovergoten kantoor binnen. ‘Mijnheer Vanhee voor u, Filip.”

“Dank je, Nathalie”, zei Depoorter waarna ze de deur achter zich dichttrok en de beide heren alleen liet. ‘Jammer”, dacht Vanhee, ” ik had dit interview stukken liever met die Nathalie afgehandeld!”

“Aangenaam, mijnheer Vanhee. Ik ben Filip Depoorter, communicatieverantwoordelijke van de RVA.” Hij schudde Vanhee de hand en wees naar de zithoek die in een hoek van zijn kantoor stond opgesteld. “Zullen we daar plaatsnemen? Dat praat makkelijker, vind ik. Kan ik u alvast iets aanbieden? Koffie? Thee? Of had u liever iets sterkers gehad? Of iets fris?”

Iets sterkers had Vanhee eigenlijk wel gewenst maar hij kende Depoorter niet en wilde geen slechte indruk maken. Dus zei hij: “Doe maar koffie, als het niet te veel moeite is, mijnheer Depoorter. Hij hoopte vurig dat het wel teveel moeite zou zijn maar helaas.

“Gaat u toch zitten, mijnheer Vanhee!” Vanhee nam plaats in de zetel tegen de muur.

“Van hieruit heb ik ook een prachtig zicht voor het geval er nog een Nathalie binnenkomt”, bedacht hij.

Terwijl de communicatieverantwoordelijke van de RVA de koffie inschonk haalde Vanhee een blocnote en een balpen uit zijn aktetas.

“Zo”, zei Depoorter, terwijl hij zich in de zetel tegenover Vanhee plofte, “waarmee kan ik u van dienst zijn, mijnheer Vanhee?”

“Wel”, antwoordde Vanhee, die niet graag te veel van zijn kostbare tijd aan werken verbeuzelde, “ik zal maar met de deur in huis vallen: hoe staat het tegenwoordig met de werkloosheid, mijnheer Depoorter? Ik verklaar mij nader. Het zit zo dat wij van Het Nieuwsblad/De Standaard bezig zijn met een artikelenreeks over de economische toestand in het algemeen en meer in het bijzonder de algemene economische toestand in deze regio. In eerdere artikelen, die u ongetwijfeld hebt gelezen, belichtten wij de toestand vanuit het standpunt van de ondernemers maar het spreekt vanzelf dat het plaatje zonder de toestand van de arbeidsmarkt niet volledig is. En daarom wend ik mij tot u.”

“Ja, natuurlijk, mijnheer Vanhee”, loog Depoorter. Hij las De Morgen. “En hoe kan ik u daar concreet bij helpen? – Melk? Suiker? – Ik heb in afwachting van uw komst alvast wat cijfers voor u opgediept. Mag ik even?” Depoorter stond recht en griste enkele bladen vol cijfers van zijn bureau en overhandigde de helft ervan aan Vanhee. “Alstublieft, mijnheer Vanhee. Op het eerste blad vindt u de werkloosheidscijfers van de maand maart 2010.”

“Dank u wel, mijnheer Depoorter.”, antwoordde Vanhee en bekeek het blad vol afgrijzen. Hij haatte cijfers! Altijd al! Van sinds hij een kleine jongen was. Het was een handicap, zeker en vast, maar met de jaren had hij zich technieken eigen gemaakt die hem toelieten om, zonder gezichtsverlies, die klip te omzeilen en dus slijmde hij: “zou u misschien wat meer uitleg bij deze cijfers kunnen verschaffen, mijnheer Depoorter? U begrijpt dat ik maar een leek ben in dit soort dingen en dat de woorden van een specialist zoals u oneindig veel meer gewicht in de weegschaal leggen.”

“Ik begrijp het, mijnheer Vanhee. Maar zegt u toch Filip!” glunderde de communicatieverantwoordelijke, die met de ogen open in de val was getrapt.

“Als u mij dan ook Kris noemt, Filip!” Vanhee voelde aan zijn ellebogen dat het nog weinig scheelde voor zijn artikel klaar was. “Nog enkele uitspraken uit zijn neus peuteren en klaar is Kees!” juichte hij inwendig. Hierop haalde hij een dictafoon uit zijn vestzak en legde hem midden op het tafeltje. Dat was nog een cadeautje geweest van de vorige hoofdredacteur. ‘Iemand die mij wel wist te waarderen.” bedacht hij grimmig. “Heb je er bezwaar tegen dat ik dit gesprek opneem, Filip? Zo kan ik beter volgen wat je vertelt, zie je. Bovendien kan ik achteraf soms zelf niet eens meer lezen wat ik geschreven heb.”

Depoorter lachte. “Nee, nee, natuurlijk niet, Kris! Ik begrijp het volkomen! Ga je gang maar.”

Vanhee drukte op de startknop van zijn dictafoon en de communicatieverantwoordelijke begon aan een uitleg die het petje van Vanhee ver te boven ging. Uit ervaring wist hij echter dat af en toe instemmend knikken, afgewisseld of gecombineerd met een geïnteresseerd ‘mmm’ erg probate middelen zijn om aandacht te veinzen. Beproefde recepten waar ook Depoorter niet tegen bestand was en die Vanhee meesterlijk beheerste.

“Je vraagt mij hoe het met de werkloosheid zit, Kris, maar daar kan ik zo niet op één, twee, drie op antwoorden, hoor. Daarom lijkt het mij best als we er de cijfers bijnemen.” Vanhee staarde hologig naar het blad dat hij in zijn linkerhand hield. “Die cijfers krijgen we iedere maand van de VDAB, Kris. Voor de duidelijkheid heb ik ze alvast een beetje geordend. Helemaal bovenaan staan de werkloosheidscijfers van de regio Kortrijk. Eind maart waren er in de streek 13.075 niet werkende werkzoekenden. Dat is een stijging van 4,2 % ten opzichte maart 2009. Toen waren er 12.552 werklozen. Je zou dus kunnen besluiten dat het slechter gaat maar dat is relatief, Kris. Want – en dat is het relatieve eraan – als je daar de cijfers voor heel Vlaanderen naast legt – die staan op het tweede blad – dan zal je merken dat de werkloosheid in diezelfde periode in Vlaanderen met 7,4 % steeg! In de regio Kortrijk neemt de werkloosheid dus minder snel toe dan in Vlaanderen. Het gaat hier met andere woorden minder slecht. En ‘minder slecht’ is hetzelfde als ‘beter’? De werkloosheidscijfers worden in Kortrijk ten opzichte van Vlaanderen wat afgetopt, begrijp je?

Begrijpen deed Vanhee al lang niet meer – in gedachten zat hij bij de mooie Nathalie – maar zijn aanwezige ik knikte bedachtzaam en onderstreepte dat nog met zijn beruchte ‘ahum’. In zijn blocnote noteerde hij: ‘werkloosheid stijgt minder snel in Kortrijk’. “Niet slecht als voorlopige werktitel”, oordeelde hij.

“Binnen de regio zijn er ook wel verschillen vast te stellen, Kris. De regio Kortrijk bestaat uit de arrondissementen Kortrijk, Roeselare en Tielt. In het arrondissement Kortrijk steeg de werkloosheid van 7.727 in maart 2009 naar 8.149 in maart 2010. Of een stijging van 5,5 %. In Roeselare ging het van 3.174 naar 3.288 of een stijging van 3,6 %. In Tielt, Kris, en dat is toch wel heel erg heuglijk nieuws, in Tielt ging het de omgekeerde richting uit. Daar is de werkloosheid zelfs gedaald! Niet veel, dat is waar, maar een daling is een daling, he. In Tielt waren er in maart 2009 in totaal 1.651 werklozen en een jaar later zijn er dat 13 minder. 1.638, dus.

“Hola! Momentje, Filip!” Het begon Vanhee zowat te duizelen, dat cijfergedoe. “Ik denk dat het wat teveel cijfers worden voor mijn artikel, hoor. De belangrijkste conclusie lijkt mij dat het in de regio minder sterk achteruit gaat dan in de rest van Vlaanderen. Beter, dus. Dàt is de boodschap die de mensen willen horen. Ze krijgen al zoveel slecht nieuws te lezen, de dag van vandaag: mislukte inbraken, honden met brugangst, kop-staartbotsingen, handtasdiefstallen, parkeerretributies, noem maar op. Onze lezers hebben in deze donkere tijden behoefte aan een positieve boodschap, Filip. En voor die boodschap moeten wij, journalisten, zorgen. Nu even iets anders, Filip. Zoals je weet opende in maart het winkelcentrumcentrum. Daar zouden zo’n 800 mensen werken, naar het schijnt. Heeft dat een invloed gehad op de werkloosheid, denk je?”

“Owla! Wat zeg je me daar, Kris? 800 banen? Is dat zo? Dat is een pak! Tja, macro-economisch gezien is het natuurlijk zo dat de komst van een groot bedrijf ongetwijfeld voor een nieuwe economische dynamiek in een bepaalde regio kan zorgen. Tenminste als dat bedrijf de andere spelers niet uit de markt concurreert. Zo’n bedrijf kan zeker voor bijkomende tewerkstelling en dus ook voor minder werkloosheid zorgen. Of dat in dit particuliere geval ook zo is, daar kan ik nog niets met zekerheid over zeggen. Laat ons het er op houden dat het mogelijk is.”

Vanhee vulde de titel die hij eerder in zijn blocnote geschreven had aan met ‘door K’. Dat was tenminste wat hij van de uiteenzetting van Depoorter had begrepen.

“Op het volgende blad staan dan nog wat cijfers over de werkloosheidsgraad in de streek, Kris. Misschien kun je die ook wel in je artikel verwerken. Maar, ik denk dat het stilaan tijd wordt om af te ronden, Kris. Al gezien hoe laat het is? Mijn baas stond erop dat ik je uitnodigde om mij naar de refter te vergezellen waar wij een kleine receptie voorzien hebben.”

Hierop stonden de beide heren recht en Vanhee volgde Depoorter naar de kantine. Na de tweede porto voegde Dirk Opsomer, de directeur van de RVA, zich bij hen. Die stopte hem nog een briefje toe met daarop het aantal uitkeringsaanvragen dat de RVA van Kortrijk in 2008 en 2009 had verwerkt en hoeveel aanvragen voor loopbaanonderbreking en tijdskrediet er in diezelfde periode waren geweest. “Wat hebben die mannen toch met cijfers?” vroeg Vanhee zich vertwijfeld af. “En wat is verdorie het verschil tussen loopbaanonderbreking en tijdskrediet?“ Net toen hij Opsomer die vraag wilde stellen kwam Nathalie er bij staan. Later die dag kon Vanhee haar zelfs zijn visitekaartje geven. En zo werd het dan toch nog een mooie dag.

Vele porto’s en vele uren later schreef Vanhee zijn artikel – hij had om begrijpelijke redenen wat last met het overtikken van die vervloekte getallen en hier en daar sloop er waarschijnlijk wel een foutje in maar wie zou dat merken? – voegde er een snuifje van de gegevens die Opsomer hem had gegeven aan toe, mixte er nog de foutieve data uit een vroeger artikel van hemzelf onder en stuurde het geheel net voor sluitingstijd door naar de redactie. “Opdracht volbracht”, feliciteerde hij zichzelf, trakteerde zichzelf op een laatste porto en kroop, nog altijd licht beneveld, in bed. Vijf minuten later droomde hij gelukzalig van de wulpse Nathalie.

Zaterdag 10 april. Het artikel.

Wie het artikel in de krant heeft gelezen kan dit gedeelte zonder problemen overslaan. De anderen eigenlijk ook want inhoudelijk klopt er toch zo goed als niets van. Dit is wat er op zaterdag 10 april in de krant stond:

Werkloosheid stijgt minder snel in Kortrijk door K

Het aantal werklozen in de regio Kortrijk-Roeselare is minder zwaar gestegen dan elders in het land. Een van de oorzaken is het winkelcentrum K in Kortrijk. ‘Zonder de jobs die K in Kortrijk kon aanbieden, zag de werkloosheid in de regio Kortrijk er nog iets slechter uit.’ Dat zegt communicatieverantwoordelijke Filip Depoorter van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening in Kortrijk.

‘Het staat buiten kijf dat het project K de algemeen negatieve tendensen op het vlak van werkloosheid heeft afgevlakt en de gegevens voor onze streek gunstig heeft beïnvloed. Uit de cijfers die de VDAB ons heeft gegeven, blijkt dat op 31maart 2010 het aantal niet-werkende werkzoekenden in Vlaanderen gestegen is met 7,4 procent ten opzichte van hetzelfde tijdstip in 2009. In Kortrijk-Roeselare steeg de werkloosheid met ‘maar’ 4,2procent. K heeft in dit kader dus ongetwijfeld voor een economische dynamiek gezorgd.’

De nationale uitgaven van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) namen in 2009 hoe dan ook fors toe, ook in het arrondissement Kortrijk. Het totale bedrag aan uitbetaalde werkloosheidsuitkeringen en brugpensioenen bereikte voor het werkloosheidsbureau Kortrijk vorig jaar 205,9miljoen euro. Dat is bijna 25 procent meer dan in 2008. De algemene werkloosheidsgraad steeg van 5,04 in 2008 tot 6,3 procent in 2009. Het aantal volledig werkloze werkzoekenden nam in 2009 in het Kortrijkse toe met 22 procent. De stijging was vooral bij de jongeren merkbaar met meer dan 36 procent. Vooral de kortere periodes van volledige werkloosheid (minder dan één jaar) kwamen veel frequenter voor.

Opsomer: ‘Algemeen gesteld deed in 2009 een kwart van de beroepsbevolking een beroep op één of andere uitkering van de RVA. Het aantal ingediende werkloosheidsdossiers behaalde vorig jaar in het werkloosheidsbureau Kortrijk dan ook een record van 63.097. In 2008 werden 49.942 aanvragen genoteerd, een stijging met meer dan een kwart. Er werden daarentegen ook 10.251 aanvragen voor loopbaanonderbreking en tijdskrediet ontvangen. Ook dat is dertien procent meer dan in 2008.’

Zoek de fouten.

In dit artikel wordt er nogal met cijfers gegoocheld. Op zich is dat geen probleem en als het over werkloosheid gaat kan je daar ook niet onderuit. Het ergerlijke bij de artikels van Vanhee is dat hij er telkens weer in slaagt om verkeerde cijfers te publiceren.

1. De werkloosheidsgraad in de regio. Volgens Vanhee 5,04 % in 2008 en 6,3 in 2009. De juiste cijfers zijn, voor de regio: begin 2008: 4,3 %; eind 2008: 4,69 %; eind 2009: 5,9 %. Maar misschien bedoelde Vanhee de werkloosheidscijfers van het arrondissement Kortrijk? Ook dan kloppen de cijfers die hij in het artikel gebruikt niet. Voor het arrondissement Kortrijk zijn de juiste cijfers over de werkloosheidsgraad: begin 2008: 4,92 %; eind 2008: 5,38 %; eind 2009: 5,9 %. Nog een andere mogelijkheid: Vanhee bedoelde misschien de gemiddelde werkloosheidsgraad? Helaas. In het arrondissement. In 2008: 5,06 %. In 2009: 6,27 %. In de regio. In 2008: 4,69 %. In 2009: 5,9%.

2. De stijging van de volledige werkloosheid bedraagt volgens Vanhee 22 %. Waarschijnlijk heeft hij het daar over de mensen die als werkloze een uitkering genieten. Om precies te zijn steeg die met 22,5 %. Neem je er ook de schoolverlaters, vrij ingeschreven werkzoekenden en anderen bij dan is de stijging 24,8 %.

3. Volgens Vanhee steeg de werkloosheid bij de jongeren met 36 %. Volgens de cijfers van de VDAB waren er eind december 2008 precies 2.556 werklozen van minder dan 25 jaar. Eind 2009 was dat opgelopen tot 3.297. Of een stijging met 29,0 %. Het is mij een raadsel waar Vanhee die 36 % haalt. Dat is misschien nog het ergerlijkste: hij vermeldt zijn bron niet waardoor je zijn gegeven ook niet op juistheid kunt controleren.

Zondag 11 april.

De zevende dag rustte Hij. Zo ook Vanhee. Het was tenslotte een bijzonder zware week geweest.

Maandag 12 april.

Kris Vanhee rustte ’s morgens op de sofa nog wat verder uit, doodmoe van de geleverde arbeid. Tegen de middag surfte hij naar het digitale perscentrum, speurde het internet af op zoek naar nieuwtjes en daarna naar de politie voor de dagelijkse portie kleine criminaliteit. Dan een aperetiefje met de collega’s-scribenten. In de namiddag een afspraak aan het nieuwe ziekenhuis in verband met die verhuis en tot slot nog naar het bejaardenhuis voor een interview met een honderdjarige. “Ik hoop maar dat ze daar iets te eten en drinken geven. Gelukkig moet ik vanavond niet naar de gemeenteraad.”, dacht hij tevreden. “Slechts één domme reactie op mijn artikel van zaterdag ook. Het leven oogt weer mooi.”

Filip Depoorter van zijn kant kreeg een telefoontje van een journalist van de ‘Kortrijkse Kronieken’. “Of hij bereid is om een interview toe te staan?” Filip zwelt van trots maar helaas kan de afspraak diezelfde dag niet meer doorgaan omdat hij de maandag altijd stafvergadering heeft. De journalist doet niet moeilijk en zegt dat dinsdag ook goed is. Depoorter hoopte op een verslaggever van zijn lijfblad, De Morgen, maar besefte dat die meestal wat later zijn met hun berichtgeving. Misschien later in de week nog?

Dinsdag 13 april. Een interview.

Die dinsdagmorgen bood zich een norse, sjofel geklede man met een versleten boekentas aan op de receptie van het plaatselijke RVA-kantoor. Hij had een afspraak met Filip Depoorter, beweerde hij. Voor alle zekerheid belde Nathalie eerst even naar Depoorter en toen die bevestigde dat de man inderdaad een afspraak met hem had begeleidde zij hem naar het kantoor van de comunicatiedeskundige. Toen ze hem daar had afgeleverd en de deur achter zich had dichtgetrokken, stelde de man zich aan Depoorter voor als Pieter Ongenae, onafhankelijk medewerker van de ‘Kortrijkse Kronieken’.

“Gaat u toch zitten, mijnheer Ongenae.”, zei Depoorter en wees naar de zetels in de hoek, waar hij zo genoeglijk met Vanhee gekeuveld had.

“Als u er geen bezwaar tegen hebt dan zit ik liever op een stoel, mijnheer Depoortere. Dat houdt de geest scherper, snapt u?”

“Volkomen.”,antwoordde Depoorter en dacht: “Jezus, wat gooien ze hier nu binnen! Die Vanhee was toch stukken aangenamer! Werkelijk een gedistingeerde heer was dat!” Maar hij zei: “U wilde mij spreken over de werkloosheid in de regio, mijnheer Ongenae? Dat is wel heel toevallig want vorige week vrijdag interviewde uw collega-journalist, mijnheer Vanhee….”

“Ik zou willen dat u ons geen collega’s noemde, mijnheer Depoortere!”, onderbrak Ongenae hem scherp, als door een wesp gestoken en spuwde verachtelijk op de grond. “Dat Vanhee een perskaart heeft betekent geenszins dat hij ook journalist is! Hij schrijft voor een krant en dat is alles. En dat doet hij nog verdomd slecht ook!”

Depoorter schrok zich rot en ging snel verder met: “ik heb hier alvast wat cijfers voor u verzameld die u kunnen helpen bij de redactie van uw artikel.”

“Nergens voor nodig”, gromde de man. “Ik ken de cijfers en ik heb ze zelf ook bij.” Ongenae opende zijn boekentas en haalde er een dikke kartonnen map uit die hij met een klap op het bureau van Depoorter neerlegde. “Hierin, mijnheer Depoortere” en hij sloeg met zijn vlakke hand op de kaft, “hierin heb ik alle cijfers in verband met werkaanbiedingen en werkloosheid van de laatste 10 jaar. Eigenlijk meer. Alle cijfers vanaf 1999, om precies te zijn. Dat zijn dezelfde cijfers als u ook hebt. Ik bereid mijn zaakjes voor, zie je.”

Depoorter rechtte zijn rug en schoof zijn stoel wat dichter bij zijn bureau. Dit had hij niet verwacht. Als hij met buitenstaanders over zijn werk praatte kon hij dat doorgaans doen vanuit de comfortabele positie van iemand die het allemaal wist. Met tegenover hem dan de ander die het niet wist. Met Vanhee was dat niet anders geweest. In feite was het een soort zelfgenoegzame zekerheid geworden waar hij zich, tot nu toe, nooit van bewust was geweest. Een volkomen nieuwe gewaarwording. Nu zat hij iemand tegenover zich die zich blijkbaar wel voorbereid had en dat stemde hem enerzijds gelukkig maar anderzijds maakte het hem ook wel wat ongemakkelijk. Met buitenstaanders was het meestal hij die aan het woord was maar nu….. De communicatiedeskundige voelde zich onzeker worden.

“In het gesprek dat u met Vanhee had vergelijkt u de werkloosheidscijfers van maart 2010 met die van maart 2009, mijnheer Depoortere. Kunt u mij uitleggen wat daar de bedoeling van is? Of, om het iets duidelijker te stellen: wat is de relevantie van maart 2009? Waarom niet maart 2008? Of januari 2008? Of nog een ander tijdstip? Wat maakt maart 2009 zo bijzonder? Gebeurde er iets speciaals in maart 2009 wat u deed besluiten “aha, maart 2009 dat is een mijlpaal, dus gaan we daarmee vergelijken? Of koos u maart 2009 om geen andere reden dat de VDAB met de maandstatistieken altijd die van een jaar daarvoor meegeeft? Een beetje uit gemakzucht, dus.”

Daar had Depoorter niet meteen een pasklaar antwoord op maar hij spartelde nog wat tegen: “Een periode van een jaar lijkt mij een goede periode om een evolutie te kunnen waarnemen, mijnheer Ongenae. Meer hoeft u daar niet achter te zoeken. Maar u heeft gelijk: we hadden net zo goed een ander tijdstip als ijkpunt kunnen nemen.”

“Juist, ja. Omdat u toch zo van tendensen  houdt wil ik u hierbij de evolutie van de werkloosheid sedert 1999 voorleggen. Dat geeft een nog beter beeld.” Ongenae haalde wat papieren uit zijn kaft en gaf die aan Depoorter. “In dit bundeltje heb ik de werkloosheidscijfers van de stad Kortrijk, de arrondissementen Kortrijk, Roeselare en Tielt en die van Vlaanderen verzameld en geordend, mijnheer Depoortere. Beginnen we bij Vlaanderen dan zien we dat er begin 1999 zo’n 206.010 werklozen waren. In maart 2010 waren er dat 205.816. Op die lange termijn bekeken is er voor Vlaanderen dus ongeveer een status quo. Leggen we daar de cijfers voor de regio Kortrijk-Roeselare-Tielt naast – ja, neem het tweede blad maar – dan stellen we vast dat er in januari 1999 in deze streek 11.796 werklozen waren. Vorige maand was dat opgelopen tot 13.075. Dat is een serieuze stijging, dacht ik. 10,84 % zelfs, mijnheer Depoortere.”

“Euh, ja, inderdaad, mijnheer Ongenae. Zo had ik het nog niet bekeken. Maar ten opzichte van een jaar geleden doet deze regio het wel beter dan Vlaanderen, ook dat staat als een paal boven water.”

“Zeker, mijnheer Depoortere, maar om van een tendens te kunnen spreken moet je toch wel op iets langere termijn kijken. Een jaar is in economische termen alsof het gisteren was. Waarom nemen we voor een zinvolle vergelijking niet de cijfers van oktober 2008, toen de financieel-economische crisis overal hard om zich heen begon te slaan? In oktober 2008 waren er in Vlaanderen 169.362 werklozen. Dat is een verschil van 12,15 %. In deze streek waren er in oktober 2008 precies 10.797 werklozen. Ik heb het voor u al uitgerekend, mijnheer Depoortere, dat is 12,10 % meer. De regio Kortrijk doet het dus even goed of even slecht als Vlaanderen. De evolutie van de werkloosheidsgraad vertelt trouwens een identiek verhaal. Als u wilt geef ik u daar ook wel een overzichtje van. ”

“Ik geloof u, ik geloof u”, kreunde Depoorter. Hij had zo langzaamaan zijn buik vol van cijfers en dacht met weemoed terug aan zijn eenvoudige gesprek met Vanhee. Dat was zoveel gemoedelijker geweest.

“Nu even iets anders, mijnheer Depoortere. Uit de vergelijking van de werkloosheid in maart 2010 met die in maart 2009 meent u te mogen distilleren dat het pas geopende winkelcentrum K in Kortrijk, en ik citeer u, ‘dus ongetwijfeld voor een economische dynamiek heeft gezorgd’. Mijn eerste vraag daarbij is of u dat ook werkelijk gezegd hebt en zo ja waar u dat vandaan haalt?”

“Wel, euh, mijnheer Ongenae. Ik heb dat inderdaad gezegd. Het lijkt mij ook nogal evident, he. Er is een nieuw winkelcentrum en daar worden 800 mensen tewerkgesteld. Dat moet toch een serieuze impact hebben op de arbeidsmarkt. Of, laat ik het anders stellen: zonder die 800 banen waren er ook een pak werklozen meer in deze streek.”

“Meent u dat echt mijnheer, Depoortere? Hebt u daar onomstotelijke bewijzen voor? U zegt dus dat die 800 arbeidsplaatsen in het winkelcentrum BIJKOMEND zijn? En daarvoor baseert u zich op de werkloosheidscijfers van maart 2009?!? Waarom niet juni 2008, november 2007 of september 2004, bijvoorbeeld?”

“Wel, euh….”, begon Depoorter, die plots verschrikkelijk veel moeite had om nog woorden te vinden. Maar Ongenae ging onverstoorbaar verder.

“Zoals we daarnet al zagen gaat het in de regio Kortrijk iets minder slecht sedert maart 2009 en u deduceert daaruit dat dit aan het nieuwe winkelcentrum moet toegeschreven worden…. Nee, dat gaat er bij mij niet in. Trouwens, als we oktober 2008 als referentie nemen krijgen we een heel andere evolutie. Maar eigenlijk doet dat allemaal niet ter zake. Het winkelcentrum opende vorige maand de deuren. Om van een impact te kunnen spreken moet je de situatie van vlak voordien bekijken. Februari 2010, dus. Niet een jaar voordien want toen was er nog geen sprake van dit nieuwe feit. Eind maart 2011 mag je die vergelijking wel maken en praten we opnieuw. Is dat duidelijk?”

“Ja, mijnheer”, fluisterde Depoorter. Hij voelde zich als de voetballer die net voor de match tot zijn verbijstering vaststelt dat hij de schoenen van zijn kleine broertje bij heeft.

“De cijfers, mijnheer Depoortere, de cijfers vertellen ons dat de werkloosheid in de regio Kortrijk- Roeselare-Tielt in maart 2010 ten opzichte van februari 2010 afnam met exact 650 eenheden. Dat is 4,7%. In Vlaanderen daalde de werkloosheid met 3,2 %. Deze regio doet het dus 1,5 % beter dan Vlaanderen. Bij een ‘Vlaamse evolutie’ van de werkloosheid zouden er in maart in de regio Kortrijk-Roeselare-Tielt 13.276 in de plaats van 13.075 werklozen zijn. Juist?”

“Als u het zegt, mijnheer Ongenae…”

“Dat zeg ik inderdaad, mijnheer Depoortere. Deze regio deed het in verhouding dus 201 werklozen beter dan Vlaanderen.  Als u beweert dat het nieuwe winkelcentrum voor een economische dynamiek gezorgd heeft dan praat u over die 201. Daar situeert zich volgens u immers het verschil tussen deze streek en de rest van Vlaanderen. Het verschil dat u definieert als ‘een economische dynamiek’. Als ik mij niet vergis – en dat doe ik zelden! Uiterst zelden! Zo herinner ik mij dat ik op 23 februari 1964 om 19u23 – tussen haakjes: waar was u toen? – in café ‘De Lege Doos’ eens een…… maar , nee, ik dwaal af en dat is nu even niet gepermitteerd. Back to business. – als ik mij niet vergis, dus, beloofde het winkelcentrum – of toch de intitiatiefnemers ervan – 800 extra arbeidsplaatsen, is het niet, mijnheer Depoortere? Welaan dan! 201 is geen 800, volgens mij. Het kan nog meer in detail: in het arrondissement Kortrijk daalde de werkloosheid met 4,4 %. In het arrondissement Roeselare was dat 4,5 % en in het arrondissement Ieper zelfs 4,8 %. Moet ik nog verder gaan? Regio Brugge minus 5,0 %! Van 7557 naar 7189 om precies te zijn. Zonder nieuw winkelcentrum! Begint het u al wat te dagen, mijnheer Depoortere?

Het begon Depoorter inderdaad te dagen. Hij voelde zich als de voetballer die vlak voor de match vaststelt dat hij de voetbalschoenen van zijn kleine broertje bij heeft.

“Ik wil er ook nog op wijzen dat die 650 mensen die in maart 2010 uit de regionale werkloosheidsstatistieken verdwenen over een hele waaier, totaal verschillende, beroepen verspreid zitten. De meeste van die beroepen kunt u in de verste verte niet aan het Gouden Kalf linken. Willen we die cijfers eens bekijken, mijnheer Depoortere? In de regio Kortrijk-Roeselare-Tielt zijn de voornaamste dalers in maart te vinden in de bouw (-32), de magazijniers (-38), de handlangers algemeen (-57), de horeca (-35), de paramedici en de verzorgende sector (-45), de leerkrachten basisonderwijs (-28), de technici (-30), de verkopers (-34) en tenslotte vooral de bureaubedienden (-85). Allemaal samen zijn die goed voor 384 banen of ruim meer dan de helft van de daling van de werkloosheid in de streek. Erg veel winkelcentrum steekt daar niet tussen, mijnheer Depoortere! Bij de resterende 266 zelfs nog veel minder. U schijnt gemakshalve ook te vergeten dat de tewerkstelling van die 800 in dat nieuwe winkelcentrum verspreid zitten over bijna 100 werkgevers. De impact daarvan is niet te vergelijken met die van 1 groot bedrijf. En toch hebt u de euvele moed te beweren dat K ‘DUS ONGETWIJFELD voor een economische dynamiek gezorgd heeft’! Wat een relance! En vooral: wat een prietpraat, mijnheer Depoortere! Als er al sprake is van een economische dynamiek dan heeft die zelfs bijzonder weinig met het winkelcentrum te maken. Dat het winkelcentrum zo weinig impact heeft op de tewerkstelling is trouwens erg eenvoudig te verklaren: de meeste mensen die er een job vonden zijn zogenaamde jobhoppers. Zij gaven hun werk bij hun vroegere werkgever op om in het winkelcentrum te komen werken. En werden in hun vroegere job (nog) niet vervangen. Het gaat dus in feite grotendeels over een herlocalisatie en niet over een creatie van arbeid. Dat is trouwens de essentie van een winkelcentrum: een concentratie van detailhandel met de bedoeling kosteneffectiever te werken. Eén van de voornaamste kosten van de detailhandel is arbeid. Door allemaal onder één dak samen te troepen worden de kosten verlaagd en verhoogt de efficiëntie van de arbeid. Eén werknemer in een shoppingcentrum draait een grotere omzet dan een werknemer die ergens in een winkel in de stad werkt, zie je. En dus kan de detailhandel het voor eenzelfde omzet met minder personeel doen. Dat is waar het tenslotte allemaal om draait, mijnheer Depoortere. Uiteindelijk zal zelfs blijken dat het winkelcentrum voor jobverlies zorgt. En gaat uw economische dynamiek helemaal de mist in! Dan heb ik het nog niet eens over de invloed van dat winkelcentrum op de zelfstandige activiteit gehad!”

Ongenae was nu goed op dreef en haalde nog een stapeltje papieren uit zijn kaft dat hij in de richting van Depoorter schoof. “Dit is een gelijkaardig overzicht als daarstraks maar nu van de werkaanbiedingen in de periode van 2005 tot nu, mijnheer Depoorter. Als u wilt geef ik u die ook vanaf 1999 maar ik denk dat 2005 voorlopig ver genoeg teruggaat. Zoals eerder al gezegd beloofden de promotoren van het nieuwe winkelcentrum 800 nieuwe arbeidsplaatsen. Omdat de aanwervingen pas effectief in maart plaatsgrepen is het zinvol om naar de aanbiedingen van het voorbije kwartaal te kijken. Het interessante aan die statistiek is dat je heel goed kunt zien waar de jobs aangeboden worden. In deze context moeten we dus enkel naar de werkaanbiedingen in Kortrijk kijken. In het eerste trimester waren dat er 1.573. Daar zitten die beruchte 800 dus in. Ok, het zijn er niet echt 800 omdat – niemand wil zeggen hoeveel het er dan precies wel zijn- en omdat niet alle aanbiedingen via de VDAB verliepen maar het geeft toch een vrij goed beeld. Vergeleken met dezelfde periode in 2009 zijn er in de eerste drie maanden van dit jaar bijna 100 meer aanbiedingen geweest. Toen waren er 1.479. In procenten uitgedrukt nu dus 6,35 % meer. Trek je de jobaanbiedingen van Kortrijk af van de aanbiedingen die in het hele arrondissement Kortrijk gedaan werden dan krijg je volgend resultaat: op arrondissementsvlak waren er in de eerste drie maanden van dit jaar 3.286 aanbiedingen, waarvan dus, zoals eerder al gezegd 1.573 in Kortrijk zelf. Dat geeft 1.713 aanbiedingen buiten Kortrijk. Doen we datzelfde voor het eerste kwartaal van 2009 komen we uit op 1.307. Of een stijging van maar liefst 20,35 %! De toename van jobaanbiedingen situeert zich dus vooral BUITEN Kortrijk, mijnheer Depoortere en dat winkelcentrum is toch IN Kortrijk? Of kan u dat ook aan de hand van een of andere economische dynamiek verklaren?”

Depoorter schudde schuldbewust het hoofd. Het begon hem inderdaad allemaal heel duidelijk te worden. Maar Ongenae wilde van geen ophouden weten.

“Zal ik u vertellen waar het aan de hand van de jobaanbiedingen duidelijk beter gaat in deze regio, mijnheer Depoortere? Overal, uitgenomen in Kortrijk! In het arrondissement Roeselare waren er in het eerste kwartaal van dit jaar 20,03% meer aanbiedingen dan vorig jaar. In het arrondissement Tielt zelfs 37,71 % meer! Toegegeven, Vlaanderen doet het met een toename van 6,15 % als geheel iets slechter dan Kortrijk maar om nu te spreken van een economische dynamiek die aan dat nieuwe winkelcentrum in Kortrijk zou toe te schrijven zijn….Nee, mijnheer Depoortere, dat is er ver over. Dat winkelcentrum is niets anders dan een fata morgana als het over jobcreatie gaat. Een zeepbel. Een regelrechte leugen. Of denkt u daar anders over?”

“U moet mij excuseren maar ik moet nu dringend naar een vergadering,”, loog Depoorter. “Ik had graag bij een drankje nog wat verder met u over dit onderwerp gepraat maar u begrijpt….”

“Geen probleem, mijnheer Depoortere.”, zei Ongenae. “Ik moest er ook maar eens vandoor.” Hij raapte zijn paperassen samen, stopte ze in zijn boekentas en wandelde het kantoor van Depoorter uit.

Depoorter vervloekte de dag dat hij die job van communicatieverantwoordelijke had aangenomen. Als er ooit nog iemand van De Morgen voor een interview belde zou hij niet thuis geven, dat wist hij nu wel zeker. Toen hij even later met hangende schouders de gebouwen van de RVA verliet zag Nathalie een uitgebluste, gebroken man.

250.000 werkloze hefbomen.

Posted in Het Gouden Kalf, writers blog on 11/04/2010 by Pär Ongeluck
Met 250.000 waren ze volgens de stadskrant, de aanbidders van het Gouden Kalf, tijdens de openingsvierdaagse. Dat is nog een pak meer dan de 40.000 tot 50.000 per dag, die de initiatiefnemers zelf vooropstelden. Het staat geschreven en gedrukt en dus zal het wel waar zijn, zeker?Of niet?

Toen ik het las deed het mij meteen denken aan de commentaar die men op radio en televisie bij betogingen geeft: “volgens de organisatoren waren er 100.000 manifestanten. De Rijkswacht telde er 28.000”. Ik vraag mij dan ook af hoe men die 250.000 geteld heeft want volgens de dirigenten van het shoppingcentrum werkte het, ongetwijfeld heel gesofisticeerde, telsysteem nog niet. Of het ondertussen wel werkt is niet duidelijk. En als het werkt mogen blijkbaar alleen de exploitanten het weten want ze houden hun tellertje angstvallig geheim. Waarom, eigenlijk? Waar hebben ze schrik voor? Zo’n teller op hun website is, samen met een webcam, toch prachtige, tegelijk spotgoedkope en onbetaalbare reclame voor hun winkelcentrum, zou je denken? Projectmanager Desmeytere heeft nog een pak werk aan de promotie zijn winkelcomplex, me dunkt. Maar het waren er dus 250.000, zoveel is zeker want het staat in de stadskrant. En die kunnen het weten.

250.000.

250.000. Dat is ongeveer hetzelfde als wat het tweejaarlijkse Autosalon in Brussel in vier dagen trekt. Met dit verschil dat de parking op de Heyzel meer dan 10.000 plaatsen telt en Kortrijk 5500. En op de Heyzel woont er niemand. 250.000. Daar moet KVK 40 matchen voor spelen. Dat is meer dan twee seizoenen. Op vier dagen! 250.000. Dat is wat er normaal in 25 dagen in het station van Kortrijk passeert. 250.000. Dat zijn 5000 busritten van telkens 50 mensen. (Hoeveel mensen maakten er die dagen trouwens gebruik van het gratis busvervoer?)

Maar hoe weet men  op de redactie van de stadskrant in godsnaam zo zeker dat er in die eerste vier dagen 250.000 bezoekers waren?!? Heeft men ze geturfd? Gewogen? Geteld? Vermenigvuldigd? Gevierendeeld? En wie heeft die telling uitgevoerd? Hoeveel mensen waren daarbij betrokken? Wie betaalde die tellers? Hoe objectief is dat cijfer en wie durft daar garant voor staan? Desmeytere? Decraemer? Lybeer? De Clerck? Maddens? Verlinden? Iserbyt? Zijn die bronnen sowieso wel betrouwbaar en niet al te zeer betrokken partij? Nee, wie bij die ‘250.000’ de wenkbrauwen NIET fronst is op het onnozele af goedgelovig. Of een plaatselijk journalist. Maar het staat in de stadskrant en dus zal het wel waar zijn………

Niemand die zich afvraagt hoe men aan dat cijfer komt. Of het überhaupt zelfs mogelijk is. Even nadenken. Het Gouden Kalf kan maximaal 11.000 bezoekers tegelijk herbergen. In heel die openingsvierdaagse was het winkelcentrum 1 keer volzet en zag men zich genoodzaakt even de deuren te sluiten. Dat gebeurde – zoals in ieder shoppingcentrum op HET spitsuur –  de zaterdagnamiddag tussen drie en vier uur. Dat was het enige moment tijdens heel die vierdaagse! Zoals in ieder winkelcentrum krijg je na vier uur in de namiddag meer uitstroom dan instroom. Op datzelfde ogenblik had Saturn – en dat schijnt de grootste trekpleister van het Gouden Kalf te zijn – die dag 12.000 bezoekers op de teller staan (die van Saturn werkte blijkbaar wel). 12000 bezoekers na 6 uur opening op de enige echt drukke dag van die vierdaagse! Dat is 2.000 bezoekers per uur. Dat is al bijzonder veel. Maar nog niets vergeleken bij wat het Gouden Kalf aan bezoekers over de vloer kreeg. 250.000 bezoekers op 4 dagen, dat is een constante stroom van 5882 bezoekers per uur (het winkelcentrum was in die vier dagen 42,5 uur open) of bijna 100 per minuut. Vier dagen aan een stuk. Zonder ophouden. Ok, een berekening op basis van gemiddelden is niet echt realistisch. Bezoekers aan het Gouden Kalf hebben namelijk meer dan een uur nodig om zich aan al dat moois te vergapen. Dat maakt 250.000 bezoekers zo mogelijk nog veel onwaarschijnlijker. 250.000 aanbidders en maar één keer de deuren moeten sluiten wegens volzet is al helemaal onmogelijk. Hoeveel bezoekers het er in werkelijkheid wel waren zullen we wel nooit te weten komen maar het is zonneklaar dat het er nooit 250.000 kunnen geweest zijn.

Er is trouwens nog een ander gegeven dat schreeuwt dat die 250.000 met een gezonde dosis scepsis moet worden benaderd: het verkeer. Ook daarvoor geldt dat er maar op 1 moment sprake was van verkeersmoeilijkheden: de zaterdagnamiddag rond drie uur. Voor de rest liep het allemaal gesmeerd. Kan dat wel met 250.000 bezoekers? 250.000 bezoekers dat zijn zo’n 20.000 auto’s per dag. Extra! En die zouden dus allemaal parking gevonden hebben?!? Hoe komt het dan dat de politiecommissaris verklaarde dat “de Kortrijkzanen hun randparkings niet kennen”?!? Met 250.000 bezoekers zouden ook die parkings al na een paar uur eivol moeten staan. Maar dat gebeurde dus niet. Verre van zelfs.

250.000. Een getal dat tot de verbeelding spreekt. Vooral verbeelding IS. Een kwart miljoen. Dat staat heel mooi op het CV van het winkelcentrum. 250.000 is voor Forum Invest bijzonder interessant om op het visitekaartje te zetten voor het geval ze ergens anders een gelijkaardig project aan een ander megalomaan en door geld verblind stadsbestuur willen verkwanselen….

Werkloze hefbomen.

Van bij de aanvang van het project werd betoogd dat het Gouden Kalf als een soort hefboom voor de tanende winkelwandelstraten zou werken. Ik heb daar zo mijn twijfels bij maar vind het nog te vroeg om daar nu al uitspraken over te doen. Het effect van het winkelcentrum op de omgeving kan mijns inziens pas na enkele jaren ingeschat worden. Dat zogezegde hefboomeffect werd ook nog nergens en door niemand bewezen. Het is voor alles een hoopvolle gedachte maar het blijft een sprong in het ongewisse. Blijkbaar ben ik tegenwoordig niet de enige die wat sceptisch is. Zo trok Nieuwsbladjournalist Freddy Vermoere de hort op en interviewde enkele winkeliers van het Overbekeplein. Het Overbekeplein ligt op een boogscheut van het Gouden Kalf en vormt daardoor een goede indicator. Het Overbekeplein is, aldus Vermoere, al jaren het zwakke broertje van het winkelwandelgebied. Het zorgenkind, noemt hij het. Net zoals het Gouden Kalf nu werd het Overbekeplein bijna 30 jaar geleden overladen met superlatieven en de verwachtingen waren bijzonder hoog gespannen. Maar nooit ingelost. Nu koestert het stadsbestuur de stille hoop dat het succes van het Gouden Kalf ook op het Overbekeplein zal afstralen. Volgens de geïnterviewden hebben zij daar evenwel nog niet veel van gemerkt. Blijkbaar laten die 250.000 bezoekers van het openingsweekend het Overbekeplein gewoon links liggen.  Om nog maar te zwijgen van de ongetwijfeld vele honderdduizenden die nadien nog langsgekomen zijn. Of, wat het Overbekeplein betreft, niet langsgekomen zijn. ‘Voorlopig is er amper een toename van het aantal passanten’, luidt het aldaar.

Vanuit een diepgewortelde angst om voor subjectief versleten te worden interviewt Vermoere nog een andere betrokken partij in dit treurspel: iemand van het stadsbestuur. Meer in het bijzonder schepen van ruimtelijke ordening, Wout Maddens. Die ontpopt zich als economist en trendwatcher en verkondigt dat ‘het Overbekeplein mogelijk te rustig is om er commerciële activiteiten uit te oefenen.’ ‘En‘, zo gaat  Maddens verder, ‘daarom moeten we durven nadenken over welke functie we dit plein in de toekomst zullen geven. Blijft de klemtoon op winkels liggen? Meer op diensten? Of op wonen? En hoe leggen we best de link met het historische deel van de stad vlak achter het Overbekeplein. Laat ons nu maar eerst eens een half jaar wachten om te zien wat het effect is van K op deze buurt. Al zal dat niet het enige zijn dat speelt. Ook de eigenaars van de panden hier zullen mee bepalen waar het met het plein naar toe gaat.’ Wout Maddens zal dus nadenken! Het zal mij benieuwen. Misschien komt hij wel tot de voor de hand liggende conclusie dat het scheppen van winkelruimte niet eeuwig kan blijven doorgaan. Winkels hebben nu eenmaal klanten nodig om te overleven en het aantal klanten is nu beperkt. Je kan ook niet ongestraft zomaar eventjes 85 winkels in een winkelbuurt neerpoten. Al zeker niet in een winkelbuurt die de laatste (twintig) jaren veel van de vroegere glamour verloren heeft. Zelfs Wout Maddens moet dat inzien. Er zijn grenzen aan de creatie van winkelgelegenheid. Naar mijn mening zijn die grenzen met het Gouden Kalf al ver overschreden en moet dit wel ten koste gaan van anderen in het winkelgebied. Maar, zoals gezegd, het is nog veel te vroeg om daar duidelijke cijfers over te hebben. Wout Maddens ziet de bui echter al hangen en begint alvast over een andere functie voor het Overbekeplein. Misschien diensten? (Welke diensten, Wout?) Bewoning? Wie zal het zeggen? Wout is volgens eigen zeggen in ieder geval bereid om nu al na te denken en geeft ook aan dat er geld voorhanden is om het Overbekeplein te renoveren. 2,8 miljoen euro zou de Vlaamse overheid ter beschikking stellen van een aantal vernieuwingsprojecten in de stad. En Wout Maddens zegt dat hij daarbij aan het Overbekeplein denkt. Een plein dat hoop en al nog geen dertig jaar oud is….. Een plein dat van bij de aanleg een schoolvoorbeeld van sociale verdringing was. Maar dat wilde men toen (en nu) niet geweten hebben.

Dat er op het Overbekeplein weinig of geen passanten méér zijn dan voor de opening van het Gouden Kalf toont voor alles aan dat de bezoekers aan het nieuwe winkelcentrum eigenlijk enkel interesse hebben voor het winkelcentrum en op hun weg daar naartoe niet de minste aandacht hebben voor wat zich verder nog langs die route bevindt. Dat belooft weinig goeds voor de toekomst maar het was eigenlijk ook heel voorspelbaar. Alleen de promotoren van het eerste uur zien dat nog altijd niet in. Is dat domheid of kwade wil? Of beide? Het feit dat de veronderstelde honderdduizenden bezoekers geen onmiddellijk neveneffect hebben op de zaken op het Overbekeplein plaatst ook ernstige vraagtekens bij het zo bejubelde maar nooit bewezen hefboomeffect dat het Gouden Kalf op de rest van het winkelgebied zou hebben.

De mythe van de ‘800’ ontkracht.

Posted in Het Gouden Kalf, writers blog on 06/04/2010 by Pär Ongeluck

Omdat het nog even wachten is op de cijfers van het werkaanbod van maart alvast de werkloosheidscijfers voor Kortrijk en omstreken . Maart 2010 is de maand waarin het Gouden Kalf met veel tromgeroffel de deuren opende. Een voor Kortrijk historische gebeurtenis die volgens de promotoren – en bijgevolg ook de lokale pers – een zegen voor de tewerkstelling in deze streek zou betekenen. Bij de aanvang van de bouw heette het dat dit project voor zelfs voor ‘meer dan 1000 voltijdse equivalenten’ zou zorgen. Tegen het einde van het bouwproject waren het nog ‘800 jobs’ en was er geen sprake meer van voltijdse equivalenten. De maand maart 2010 is voor het Gouden Kalf dus zowat de maand van de waarheid wat de tewerkstelling betreft. Voor het eerst is er ook een evaluatie op basis van cijfers mogelijk. Maakt het Gouden Kalf de magische ‘800’ die door de promotoren vooropgesteld werden ook waar?Of blijkt nu al dat ‘tewerkstelling’ niets meer dan een lokmiddel was om het project aanvaard te krijgen?800 bijkomende arbeidsplaatsen zou in ieder geval merkbaar moeten zijn in de werkloosheidsstatistieken. Die liegen immers niet en zijn een pak betrouwbaarder dan de vluchtige waan uit de monden van De Clerck, Verlinden, Desmeytere en andere Iserbyts. Het effect van de opening van het Gouden Kalf op de tewerkstelling zou logisch gezien ook het best merkbaar  moeten zijn in de stad Kortrijk en naarmate men zich verder van de plaats van tewerkstelling verwijdert langzaam afkalven.

Hieronder de absolute werkloosheidscijfers voor de stad Kortrijk, het arrondissement Kortrijk en de regio Kortrijk. Globaal gezien is er een verdere daling van de werkloosheid. Dat is niet alleen zo voor de regio maar voor de hele provincie en heel Vlaanderen.  De daling is ten opzichte van februari het kleinst in Kortrijk (-3,0 %) en het grootst in de regio Kortrijk (-4,7 %). Na Oostende (8,93 %) en Veurne (6,96 %) heeft het arrondissement Kortrijk met 6,16 % nog altijd de hoogste werkloosheidsgraad van de provincie. Een flink stuk hoger ook dan in de arrondissementen Tielt (3,76 %) en Diksmuide (4,38 %).

ALGEMEEN Stad Kortrijk Arrondissement Kortrijk Regio Kortrijk
06/2007 2155 6743 10729
12/2007 2168 6715 10818
03/2008 2048 6303 10191
12/2008 2355 7119 11469
03/2009 2595 7727 12552
11/2009 2758 8190 13116
12/2009 2969 8886 14315
01/2010 2928 8576 13818
02/2010 2930 8522 13715
03/2010 2843 8149 13075

Eenzelfde tendens bij de bedienden. De daling van de werkloosheid is het grootst in de regio (-7,0 %) en het kleinst in de stad Kortrijk (-3,9 %). Het omgekeerde van wat mocht worden verwacht.

BEDIENDEN Stad Kortrijk Arrondissement Kortrijk Regio Kortrijk
06/2007 861 2699 4361
12/2007 849 2668 4347
03/2008 787 2401 3944
12/2008 898 2632 4221
03/2009 962 2661 4376
11/2009 1098 3124 5020
12/2009 1165 3371 5440
01/2010 1130 3205 5143
02/2010 1125 3162 5145
03/2010 1081 2971 4786

Deze beide tabellen vormen al een ernstige aanwijzing dat het Gouden Kalf de beloften helemaal niet waarmaakt. De werkloosheid daalde nergens spectaculair. In heel de regio zijn er zelfs maar 640 werklozen minder in vergelijking met februari! En die kunnen echt niet allemaal op het conto van het Gouden Kalf geschreven worden. In tegenstelling tot wat men had mogen verwachten is de daling van de werkloosheid zelfs het laagst in de stad Kortrijk en het hoogst in de regio Kortrijk-Roeselare. Zowel in absolute cijfers als in procenten. Voor de werkloosheid in de stad Kortrijk is het Gouden Kalf eigenlijk verwaarloosbaar. Het blijft ook een beetje vreemd dat er nog nergens cijfers te vinden zijn over hoeveel mensen er nu precies in het Gouden Kalf werken (liefst uitgedrukt in voltijdse equivalenten). Het lijkt er op dat dit een goed bewaard geheim moet blijven. Het kunnen er net zo goed 700 als 500 zijn. Of zelfs nog veel minder. De promotoren houden de lippen stijf op elkaar en de lokale pers is gewoon of te lui of te dom om het te onderzoeken. De arbeidsplaatsen die in het Gouden Kalf gerealiseerd werden zijn trouwens lang niet allemaal bijkomende arbeidsplaatsen. Echt bijkomende arbeidsplaatsen zouden zeker merkbaar geweest zijn in de werkloosheidsstatistieken. Dat is niet het geval wat doet vermoeden dat het Gouden Kalf-effect eigenlijk marginaal is. In feite is dat logisch: het Gouden Kalf rekruteerde in de eerste plaats onder die mensen die al een job hadden en niet onder werkzoekenden. De lege plaatsen die de werknemers bij hun vroegere werkgever achterlaten worden niet meteen weer ingenomen. Omdat de werkgevers niet meteen vervangers vinden of omdat zij niet meteen een vervanger willen. Waarschijnlijk kijken die werkgevers nog even de kat uit de boom voor zij tot vervanging over gaan.  En dus werven zij niet aan. Misschien volgende maand wel. Of de maand daarna. Of misschien ook helemaal niet….. Zoals het er nu uitziet kan men niet anders dan besluiten dat met de opening van het Gouden Kalf het zwaartepunt van de tewerkstelling in de sector van de detailhandel een beetje verschoven is richting centrum Kortrijk maar dat er weinig of geen bijkomende arbeidsplaatsen werden gerealiseerd. En er is ook geen enkele indicatie van het tegendeel.

Tot slot nog een overzichtje van de werkloosheid van 2 beroepsgroepen die voor het Gouden Kalf belangrijk zijn: de horeca en de verkoop. Misschien ligt daar wel de sleutel tot die bijkomende 800 arbeidsplaatsen.

HORECA Arrondissement Kortrijk Regio Kortrijk-Roeselare Provincie
01/2010 367 528 2286
02/2010 375 532 2169
03/2010 346 497 2035

Mooi niet dus. Tenzij je die 29 werkloze horecamedewerkers minder in het arrondissement Kortrijk als een fenomenaal resultaat beschouwt. Het is maar zeer de vraag of die 29 zelfs aan het Gouden Kalf kunnen worden toegeschreven.

VERKOOP Arrondissement Kortrijk Regio Kortrijk-Roeselare Provincie
01/2010 612 1011 2914
02/2010 605 1030 2907
03/2010 584 976 2705

In het arrondissement Kortrijk daalde – dankzij het Gouden Kalf? – de werkloosheid onder de verkopers in maart met maar liefst 21 eenheden! Een spectaculair resultaat! Eigenlijk kun je op basis van de cijfers enkel besluiten dat het Gouden Kalf wat betreft de werkgelegenheid één grote zeepbel was. Iedereen met een beetje gezond verstand kon dat vooraf al inschatten. Enkel de promotoren van Forum Invest en hun acolieten binnen de gemeenteraad weiger(d)en dat toe te geven. En het zal niet de laatste leugen over het Gouden Kalf zijn die aan het licht komt. Het uitblijven van een verkeersinfarct en de halflege parkings laten vermoeden dat er van die bezoekersaantallen ook al niet veel klopt. Zou de gesofisticeerde telmachine van het Gouden Kalf ondertussen al in bedrijf zijn? En, zo ja, waarom worden die tellingen dan niet online weergegeven? Bang dat de 5 tot 6 miljoen bezoekers er uiteindelijk maar 2 of hooguit 3 miljoen zijn? Dat zou natuurlijk bijzonder slechte reclame zijn voor de andere projecten van Forum Invest en de markt van de winkelcentra in de binnenstad ernstig hypothekeren. En dus worden de echte cijfers niet weergegeven.

Een zorg minder voor KVK.

Posted in Brood en spelen, De afrekening, Vlugschriften on 04/04/2010 by Pär Ongeluck

Eigenlijk hoeven KVK, Georges Leekens en de CVBA Kortrijk Voetbalt zich geen zorgen te maken. Stad Kortrijk heeft er zich vroeger al toe verbonden om de ‘terreinen en installaties conform te houden met de regelgeving van de voetbalbond’. Vanaf volgend seizoen betekent dat volgens die regelgeving dat elke eersteklasseploeg in België over een verwarmd voetbalveld beschikken. Het kostenplaatje daarvan ligt ergens tussen de 500.000 en 700.000 euro. De voetbalbond is een heel democratische instelling en laat de clubs dan ook volledig vrij in wie dat verwarmde grasveld moet financieren. Omwille van het akkoord tussen KVK en de stad Kortrijk is dat alhier dus de stad Kortrijk. Vreemd genoeg heeft de stad Kortrijk daar op de begroting 2010 niets voor voorzien. Nu, ja, zo vreemd is dat nu ook weer niet in Kortrijk.