Archief voor 17/04/2010

Economisch reveil.

Posted in Het Gouden Kalf, writers blog on 17/04/2010 by Pär Ongeluck

Donderdag 8 april. Wat voorafging.

De dag was verkeerd begonnen voor Kris Vanhee, de onderzoeksjournalist van Het Nieuwsblad. ’s Morgens had hij zich bij het scheren gesneden en nu liep hij rond met een flinke pleister op zijn rechterwang. Tot overmaat van ramp had hij ook nog een vreemd telefoontje van de hoofdredacteur gekregen die hem uitgenodigd had om na de wekelijkse redactievergadering nog even te blijven voor ‘een gesprek van man tot man’. Dat beloofde meestal niet veel goeds en dat was deze keer niet anders.

“Vanhee” had de hoofdredacteur gegromd, “de toestand is ernstig. Heel ernstig. De laatste tijd verliezen wij meer lezers dan door om het even welke economische crisis verklaard kan worden en uit een enquête onder de lezers is gebleken dat dit veel, zo niet alles, te maken heeft met onze regionale berichtgeving. Vooral jij moet het bij de lezers ontgelden, Kris. En, zoals je weet hebben de lezers altijd gelijk. Zij betalen ons namelijk om hen degelijke informatie te geven en daar schort het volgens hen toch wat aan. Ik druk ik mij nog zwak uit. Heel zwak. Maar ik geloof in jou, Kris! En tenslotte hebben we ook niet meteen iemand anders in voorraad om de overlijdensberichten te redigeren en over diefstallen van handtassen, kop-staartbotsingen en mislukte inbraken te berichten. Dus geef ik je nog een kans. Een uitgelezen kans, als je het mij vraagt. Ik wil niet dat je die verknalt.” De hoofdredacteur haalde diep adem en ging verder: “De laatste maanden heb je een paar artikels gepleegd over de economische toestand alhier. Dat was mooi. Een beetje eenzijdig, maar soit. Dat je die artikels gewoon, zonder enige bronvermelding van de website van Voka plukte is al veel minder. Wij zijn op dat vlak natuurlijk wel wat van jou gewoon maar ‘au fond’ druist het regelrecht in tegen de deontologische code van de journalist en van dit huis. Laten we gewoon afspreken dat zoiets niet meer voorvalt en we zwijgen erover. Zand erover, nieuwe lei en zo, begrijp je? Vanaf nu schrijven we al onze artikeltjes netjes zelf en blijven we met onze handen af van websites, folders, affiches of wat dan ook. Alles huisbereid vanaf nu! Kunnen we dat zo afspreken, Kris?”

Vanhee besefte dat hij als een rat in de val zat. Zijn rug was drijfnat van het zweet, de snee in zijn rechterwang klopte vervaarlijk. De hoofdredacteur had de vervelende eigenschap om je met zijn ‘redeneringen’ zo in het nauw te drijven dat je op het einde niet anders meer kon doen dan toegeven. “Zo is die snob waarschijnlijk ook hoofdredacteur geworden” dacht Vanhee nijdig en perste een glimlacht op zijn gezicht. “Natuurlijk!” zei hij, met een stem die trilde van ingehouden woede. Maar de hoofdredacteur deed alsof hij het niet merkte.

“Om nog eens terug te komen op die opdracht”, hernam de hoofdredacteur, “die ligt eigenlijk een beetje in het verlengde van je Voka-werk. Alleen moet je die economische toestand ook eens vanuit een ander standpunt dan het Voka-standpunt toelichten, Kris. Die Voka-barometer is mooi voor één keer maar het spreekt onze lezers niet zo aan, snap je?”

Vanhee, een ervaren jabroer, knikte. Hij kreeg even geen woord uit zijn strot gewrongen.

“Deze keer gooien we het over een andere boeg. Laatst opende dat winkelcentrum in Kortrijk de deuren, toch?  En daar werkt een pak volk, nee?” Zonder op de  instemmende knik van Vanhee te wachten, vervolgde de hoofdredacteur: “Misschien moeten we maar eens een artikel plegen over de toestand op de arbeidsmarkt, Kris. Ik weet dat je daar al eens over geschreven hebt maar daar stonden toen toch echt wel teveel fouten in. Dat moet nu beter. Uit je Voka-artikels weten we bovendien al dat het met de economie de goede richting uitgaat maar voelen onze lezers, Jan Modaal, Joe de Loodgieter en de man in de straat dat ook zo aan? Waarom informeren we, om te beginnen, niet eens bij de RVA, Kris? Je verzamelt wat cijfers, zet ze op een rijtje, denkt er eens goed over na en je schrijft je artikel.”

Bij de gedachte aan werken alleen al begonnen de darmen van Vanhee luid te protesteren. Hij kreeg zo stilaan het schijt van dat ‘we’ van de hoofdredacteur. “Wie zal weer het vuile werk mogen doen?”, dacht hij retorisch. “In ieder geval niet jij, hoofdredacteur van mijn kl….!” Maar hij antwoordde: “Lijkt mij een uitstekend idee, chef!” Nu, om eerlijk te zijn had hij best wel goeie herinneringen aan de RVA. Ontelbare keren had hij met de vroegere baas en zijn medewerkers in de refter van de RVA aan de toog gehangen! Ja, dat waren nog eens tijden geweest! Deze gedachte vrolijkte hem ietwat op en in een ultieme poging om het werk over verschillende personen te verdelen en tegelijkertijd enthousiasme te veinzen probeerde hij nog: “Wanneer beginnen we eraan?”

“Het artikel moet zaterdag van de persen rollen”, zei de hoofdredacteur. “Dat lijkt krap maar het lukt ons wel.”

Vanhee kreeg een beklemmend gevoel in de hartstreek en dacht dat de hemel op zijn hoofd viel. Het was eeuwen geleden dat hij nog eigenhandig een ernstig stuk had geschreven en nu moest hij dat plots op 2 dagen – of misschien nog minder! – zien te klaren! Daar ging zijn vrijdagse biljartafspraak! Geen aperitief met de vrienden ook, morgen! “Komt voor elkaar!” kreunde hij met dichtgeknepen keel en billen, stoof het redactielokaal uit, recht naar de toiletten. Hij voelde zich ineens niet goed worden. Misschien had hij wel teveel bloed verloren bij het scheren.

De volgende dag had hij al een afspraak met Filip Depoorter, de communicatieverantwoordelijke van de RVA, geregeld. Die was maar wat blij geweest toen hij vernam dat hij eindelijk eens een journalist over de vloer zou krijgen. Tenslotte was hij niet voor niets communicatieverantwoordelijke.

Vrijdag 9 april. Een vriendelijke babbel.

Vanhee heeft zich in de relatief nieuwe gebouwen van de RVA aangeboden en wordt door de bevallige, kortgerokte receptioniste naar het kantoor van Filip Depoorter geleid. “Lekkere billen, ferm mokkel!” keurde hij, terwijl hij achter het leuke ding aanschuifelde. “Als ik wegga nog even een praatje met haar slaan en mijn visitekaartje achterlaten. Je weet maar nooit waar dat toe leidt!” vervolledigde hij zijn zoveelste zevensecondengedachte van die ochtend.

“Hier is het” zei het lieve kind en liet hem een ruim en zonovergoten kantoor binnen. ‘Mijnheer Vanhee voor u, Filip.”

“Dank je, Nathalie”, zei Depoorter waarna ze de deur achter zich dichttrok en de beide heren alleen liet. ‘Jammer”, dacht Vanhee, ” ik had dit interview stukken liever met die Nathalie afgehandeld!”

“Aangenaam, mijnheer Vanhee. Ik ben Filip Depoorter, communicatieverantwoordelijke van de RVA.” Hij schudde Vanhee de hand en wees naar de zithoek die in een hoek van zijn kantoor stond opgesteld. “Zullen we daar plaatsnemen? Dat praat makkelijker, vind ik. Kan ik u alvast iets aanbieden? Koffie? Thee? Of had u liever iets sterkers gehad? Of iets fris?”

Iets sterkers had Vanhee eigenlijk wel gewenst maar hij kende Depoorter niet en wilde geen slechte indruk maken. Dus zei hij: “Doe maar koffie, als het niet te veel moeite is, mijnheer Depoorter. Hij hoopte vurig dat het wel teveel moeite zou zijn maar helaas.

“Gaat u toch zitten, mijnheer Vanhee!” Vanhee nam plaats in de zetel tegen de muur.

“Van hieruit heb ik ook een prachtig zicht voor het geval er nog een Nathalie binnenkomt”, bedacht hij.

Terwijl de communicatieverantwoordelijke van de RVA de koffie inschonk haalde Vanhee een blocnote en een balpen uit zijn aktetas.

“Zo”, zei Depoorter, terwijl hij zich in de zetel tegenover Vanhee plofte, “waarmee kan ik u van dienst zijn, mijnheer Vanhee?”

“Wel”, antwoordde Vanhee, die niet graag te veel van zijn kostbare tijd aan werken verbeuzelde, “ik zal maar met de deur in huis vallen: hoe staat het tegenwoordig met de werkloosheid, mijnheer Depoorter? Ik verklaar mij nader. Het zit zo dat wij van Het Nieuwsblad/De Standaard bezig zijn met een artikelenreeks over de economische toestand in het algemeen en meer in het bijzonder de algemene economische toestand in deze regio. In eerdere artikelen, die u ongetwijfeld hebt gelezen, belichtten wij de toestand vanuit het standpunt van de ondernemers maar het spreekt vanzelf dat het plaatje zonder de toestand van de arbeidsmarkt niet volledig is. En daarom wend ik mij tot u.”

“Ja, natuurlijk, mijnheer Vanhee”, loog Depoorter. Hij las De Morgen. “En hoe kan ik u daar concreet bij helpen? – Melk? Suiker? – Ik heb in afwachting van uw komst alvast wat cijfers voor u opgediept. Mag ik even?” Depoorter stond recht en griste enkele bladen vol cijfers van zijn bureau en overhandigde de helft ervan aan Vanhee. “Alstublieft, mijnheer Vanhee. Op het eerste blad vindt u de werkloosheidscijfers van de maand maart 2010.”

“Dank u wel, mijnheer Depoorter.”, antwoordde Vanhee en bekeek het blad vol afgrijzen. Hij haatte cijfers! Altijd al! Van sinds hij een kleine jongen was. Het was een handicap, zeker en vast, maar met de jaren had hij zich technieken eigen gemaakt die hem toelieten om, zonder gezichtsverlies, die klip te omzeilen en dus slijmde hij: “zou u misschien wat meer uitleg bij deze cijfers kunnen verschaffen, mijnheer Depoorter? U begrijpt dat ik maar een leek ben in dit soort dingen en dat de woorden van een specialist zoals u oneindig veel meer gewicht in de weegschaal leggen.”

“Ik begrijp het, mijnheer Vanhee. Maar zegt u toch Filip!” glunderde de communicatieverantwoordelijke, die met de ogen open in de val was getrapt.

“Als u mij dan ook Kris noemt, Filip!” Vanhee voelde aan zijn ellebogen dat het nog weinig scheelde voor zijn artikel klaar was. “Nog enkele uitspraken uit zijn neus peuteren en klaar is Kees!” juichte hij inwendig. Hierop haalde hij een dictafoon uit zijn vestzak en legde hem midden op het tafeltje. Dat was nog een cadeautje geweest van de vorige hoofdredacteur. ‘Iemand die mij wel wist te waarderen.” bedacht hij grimmig. “Heb je er bezwaar tegen dat ik dit gesprek opneem, Filip? Zo kan ik beter volgen wat je vertelt, zie je. Bovendien kan ik achteraf soms zelf niet eens meer lezen wat ik geschreven heb.”

Depoorter lachte. “Nee, nee, natuurlijk niet, Kris! Ik begrijp het volkomen! Ga je gang maar.”

Vanhee drukte op de startknop van zijn dictafoon en de communicatieverantwoordelijke begon aan een uitleg die het petje van Vanhee ver te boven ging. Uit ervaring wist hij echter dat af en toe instemmend knikken, afgewisseld of gecombineerd met een geïnteresseerd ‘mmm’ erg probate middelen zijn om aandacht te veinzen. Beproefde recepten waar ook Depoorter niet tegen bestand was en die Vanhee meesterlijk beheerste.

“Je vraagt mij hoe het met de werkloosheid zit, Kris, maar daar kan ik zo niet op één, twee, drie op antwoorden, hoor. Daarom lijkt het mij best als we er de cijfers bijnemen.” Vanhee staarde hologig naar het blad dat hij in zijn linkerhand hield. “Die cijfers krijgen we iedere maand van de VDAB, Kris. Voor de duidelijkheid heb ik ze alvast een beetje geordend. Helemaal bovenaan staan de werkloosheidscijfers van de regio Kortrijk. Eind maart waren er in de streek 13.075 niet werkende werkzoekenden. Dat is een stijging van 4,2 % ten opzichte maart 2009. Toen waren er 12.552 werklozen. Je zou dus kunnen besluiten dat het slechter gaat maar dat is relatief, Kris. Want – en dat is het relatieve eraan – als je daar de cijfers voor heel Vlaanderen naast legt – die staan op het tweede blad – dan zal je merken dat de werkloosheid in diezelfde periode in Vlaanderen met 7,4 % steeg! In de regio Kortrijk neemt de werkloosheid dus minder snel toe dan in Vlaanderen. Het gaat hier met andere woorden minder slecht. En ‘minder slecht’ is hetzelfde als ‘beter’? De werkloosheidscijfers worden in Kortrijk ten opzichte van Vlaanderen wat afgetopt, begrijp je?

Begrijpen deed Vanhee al lang niet meer – in gedachten zat hij bij de mooie Nathalie – maar zijn aanwezige ik knikte bedachtzaam en onderstreepte dat nog met zijn beruchte ‘ahum’. In zijn blocnote noteerde hij: ‘werkloosheid stijgt minder snel in Kortrijk’. “Niet slecht als voorlopige werktitel”, oordeelde hij.

“Binnen de regio zijn er ook wel verschillen vast te stellen, Kris. De regio Kortrijk bestaat uit de arrondissementen Kortrijk, Roeselare en Tielt. In het arrondissement Kortrijk steeg de werkloosheid van 7.727 in maart 2009 naar 8.149 in maart 2010. Of een stijging van 5,5 %. In Roeselare ging het van 3.174 naar 3.288 of een stijging van 3,6 %. In Tielt, Kris, en dat is toch wel heel erg heuglijk nieuws, in Tielt ging het de omgekeerde richting uit. Daar is de werkloosheid zelfs gedaald! Niet veel, dat is waar, maar een daling is een daling, he. In Tielt waren er in maart 2009 in totaal 1.651 werklozen en een jaar later zijn er dat 13 minder. 1.638, dus.

“Hola! Momentje, Filip!” Het begon Vanhee zowat te duizelen, dat cijfergedoe. “Ik denk dat het wat teveel cijfers worden voor mijn artikel, hoor. De belangrijkste conclusie lijkt mij dat het in de regio minder sterk achteruit gaat dan in de rest van Vlaanderen. Beter, dus. Dàt is de boodschap die de mensen willen horen. Ze krijgen al zoveel slecht nieuws te lezen, de dag van vandaag: mislukte inbraken, honden met brugangst, kop-staartbotsingen, handtasdiefstallen, parkeerretributies, noem maar op. Onze lezers hebben in deze donkere tijden behoefte aan een positieve boodschap, Filip. En voor die boodschap moeten wij, journalisten, zorgen. Nu even iets anders, Filip. Zoals je weet opende in maart het winkelcentrumcentrum. Daar zouden zo’n 800 mensen werken, naar het schijnt. Heeft dat een invloed gehad op de werkloosheid, denk je?”

“Owla! Wat zeg je me daar, Kris? 800 banen? Is dat zo? Dat is een pak! Tja, macro-economisch gezien is het natuurlijk zo dat de komst van een groot bedrijf ongetwijfeld voor een nieuwe economische dynamiek in een bepaalde regio kan zorgen. Tenminste als dat bedrijf de andere spelers niet uit de markt concurreert. Zo’n bedrijf kan zeker voor bijkomende tewerkstelling en dus ook voor minder werkloosheid zorgen. Of dat in dit particuliere geval ook zo is, daar kan ik nog niets met zekerheid over zeggen. Laat ons het er op houden dat het mogelijk is.”

Vanhee vulde de titel die hij eerder in zijn blocnote geschreven had aan met ‘door K’. Dat was tenminste wat hij van de uiteenzetting van Depoorter had begrepen.

“Op het volgende blad staan dan nog wat cijfers over de werkloosheidsgraad in de streek, Kris. Misschien kun je die ook wel in je artikel verwerken. Maar, ik denk dat het stilaan tijd wordt om af te ronden, Kris. Al gezien hoe laat het is? Mijn baas stond erop dat ik je uitnodigde om mij naar de refter te vergezellen waar wij een kleine receptie voorzien hebben.”

Hierop stonden de beide heren recht en Vanhee volgde Depoorter naar de kantine. Na de tweede porto voegde Dirk Opsomer, de directeur van de RVA, zich bij hen. Die stopte hem nog een briefje toe met daarop het aantal uitkeringsaanvragen dat de RVA van Kortrijk in 2008 en 2009 had verwerkt en hoeveel aanvragen voor loopbaanonderbreking en tijdskrediet er in diezelfde periode waren geweest. “Wat hebben die mannen toch met cijfers?” vroeg Vanhee zich vertwijfeld af. “En wat is verdorie het verschil tussen loopbaanonderbreking en tijdskrediet?“ Net toen hij Opsomer die vraag wilde stellen kwam Nathalie er bij staan. Later die dag kon Vanhee haar zelfs zijn visitekaartje geven. En zo werd het dan toch nog een mooie dag.

Vele porto’s en vele uren later schreef Vanhee zijn artikel – hij had om begrijpelijke redenen wat last met het overtikken van die vervloekte getallen en hier en daar sloop er waarschijnlijk wel een foutje in maar wie zou dat merken? – voegde er een snuifje van de gegevens die Opsomer hem had gegeven aan toe, mixte er nog de foutieve data uit een vroeger artikel van hemzelf onder en stuurde het geheel net voor sluitingstijd door naar de redactie. “Opdracht volbracht”, feliciteerde hij zichzelf, trakteerde zichzelf op een laatste porto en kroop, nog altijd licht beneveld, in bed. Vijf minuten later droomde hij gelukzalig van de wulpse Nathalie.

Zaterdag 10 april. Het artikel.

Wie het artikel in de krant heeft gelezen kan dit gedeelte zonder problemen overslaan. De anderen eigenlijk ook want inhoudelijk klopt er toch zo goed als niets van. Dit is wat er op zaterdag 10 april in de krant stond:

Werkloosheid stijgt minder snel in Kortrijk door K

Het aantal werklozen in de regio Kortrijk-Roeselare is minder zwaar gestegen dan elders in het land. Een van de oorzaken is het winkelcentrum K in Kortrijk. ‘Zonder de jobs die K in Kortrijk kon aanbieden, zag de werkloosheid in de regio Kortrijk er nog iets slechter uit.’ Dat zegt communicatieverantwoordelijke Filip Depoorter van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening in Kortrijk.

‘Het staat buiten kijf dat het project K de algemeen negatieve tendensen op het vlak van werkloosheid heeft afgevlakt en de gegevens voor onze streek gunstig heeft beïnvloed. Uit de cijfers die de VDAB ons heeft gegeven, blijkt dat op 31maart 2010 het aantal niet-werkende werkzoekenden in Vlaanderen gestegen is met 7,4 procent ten opzichte van hetzelfde tijdstip in 2009. In Kortrijk-Roeselare steeg de werkloosheid met ‘maar’ 4,2procent. K heeft in dit kader dus ongetwijfeld voor een economische dynamiek gezorgd.’

De nationale uitgaven van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) namen in 2009 hoe dan ook fors toe, ook in het arrondissement Kortrijk. Het totale bedrag aan uitbetaalde werkloosheidsuitkeringen en brugpensioenen bereikte voor het werkloosheidsbureau Kortrijk vorig jaar 205,9miljoen euro. Dat is bijna 25 procent meer dan in 2008. De algemene werkloosheidsgraad steeg van 5,04 in 2008 tot 6,3 procent in 2009. Het aantal volledig werkloze werkzoekenden nam in 2009 in het Kortrijkse toe met 22 procent. De stijging was vooral bij de jongeren merkbaar met meer dan 36 procent. Vooral de kortere periodes van volledige werkloosheid (minder dan één jaar) kwamen veel frequenter voor.

Opsomer: ‘Algemeen gesteld deed in 2009 een kwart van de beroepsbevolking een beroep op één of andere uitkering van de RVA. Het aantal ingediende werkloosheidsdossiers behaalde vorig jaar in het werkloosheidsbureau Kortrijk dan ook een record van 63.097. In 2008 werden 49.942 aanvragen genoteerd, een stijging met meer dan een kwart. Er werden daarentegen ook 10.251 aanvragen voor loopbaanonderbreking en tijdskrediet ontvangen. Ook dat is dertien procent meer dan in 2008.’

Zoek de fouten.

In dit artikel wordt er nogal met cijfers gegoocheld. Op zich is dat geen probleem en als het over werkloosheid gaat kan je daar ook niet onderuit. Het ergerlijke bij de artikels van Vanhee is dat hij er telkens weer in slaagt om verkeerde cijfers te publiceren.

1. De werkloosheidsgraad in de regio. Volgens Vanhee 5,04 % in 2008 en 6,3 in 2009. De juiste cijfers zijn, voor de regio: begin 2008: 4,3 %; eind 2008: 4,69 %; eind 2009: 5,9 %. Maar misschien bedoelde Vanhee de werkloosheidscijfers van het arrondissement Kortrijk? Ook dan kloppen de cijfers die hij in het artikel gebruikt niet. Voor het arrondissement Kortrijk zijn de juiste cijfers over de werkloosheidsgraad: begin 2008: 4,92 %; eind 2008: 5,38 %; eind 2009: 5,9 %. Nog een andere mogelijkheid: Vanhee bedoelde misschien de gemiddelde werkloosheidsgraad? Helaas. In het arrondissement. In 2008: 5,06 %. In 2009: 6,27 %. In de regio. In 2008: 4,69 %. In 2009: 5,9%.

2. De stijging van de volledige werkloosheid bedraagt volgens Vanhee 22 %. Waarschijnlijk heeft hij het daar over de mensen die als werkloze een uitkering genieten. Om precies te zijn steeg die met 22,5 %. Neem je er ook de schoolverlaters, vrij ingeschreven werkzoekenden en anderen bij dan is de stijging 24,8 %.

3. Volgens Vanhee steeg de werkloosheid bij de jongeren met 36 %. Volgens de cijfers van de VDAB waren er eind december 2008 precies 2.556 werklozen van minder dan 25 jaar. Eind 2009 was dat opgelopen tot 3.297. Of een stijging met 29,0 %. Het is mij een raadsel waar Vanhee die 36 % haalt. Dat is misschien nog het ergerlijkste: hij vermeldt zijn bron niet waardoor je zijn gegeven ook niet op juistheid kunt controleren.

Zondag 11 april.

De zevende dag rustte Hij. Zo ook Vanhee. Het was tenslotte een bijzonder zware week geweest.

Maandag 12 april.

Kris Vanhee rustte ’s morgens op de sofa nog wat verder uit, doodmoe van de geleverde arbeid. Tegen de middag surfte hij naar het digitale perscentrum, speurde het internet af op zoek naar nieuwtjes en daarna naar de politie voor de dagelijkse portie kleine criminaliteit. Dan een aperetiefje met de collega’s-scribenten. In de namiddag een afspraak aan het nieuwe ziekenhuis in verband met die verhuis en tot slot nog naar het bejaardenhuis voor een interview met een honderdjarige. “Ik hoop maar dat ze daar iets te eten en drinken geven. Gelukkig moet ik vanavond niet naar de gemeenteraad.”, dacht hij tevreden. “Slechts één domme reactie op mijn artikel van zaterdag ook. Het leven oogt weer mooi.”

Filip Depoorter van zijn kant kreeg een telefoontje van een journalist van de ‘Kortrijkse Kronieken’. “Of hij bereid is om een interview toe te staan?” Filip zwelt van trots maar helaas kan de afspraak diezelfde dag niet meer doorgaan omdat hij de maandag altijd stafvergadering heeft. De journalist doet niet moeilijk en zegt dat dinsdag ook goed is. Depoorter hoopte op een verslaggever van zijn lijfblad, De Morgen, maar besefte dat die meestal wat later zijn met hun berichtgeving. Misschien later in de week nog?

Dinsdag 13 april. Een interview.

Die dinsdagmorgen bood zich een norse, sjofel geklede man met een versleten boekentas aan op de receptie van het plaatselijke RVA-kantoor. Hij had een afspraak met Filip Depoorter, beweerde hij. Voor alle zekerheid belde Nathalie eerst even naar Depoorter en toen die bevestigde dat de man inderdaad een afspraak met hem had begeleidde zij hem naar het kantoor van de comunicatiedeskundige. Toen ze hem daar had afgeleverd en de deur achter zich had dichtgetrokken, stelde de man zich aan Depoorter voor als Pieter Ongenae, onafhankelijk medewerker van de ‘Kortrijkse Kronieken’.

“Gaat u toch zitten, mijnheer Ongenae.”, zei Depoorter en wees naar de zetels in de hoek, waar hij zo genoeglijk met Vanhee gekeuveld had.

“Als u er geen bezwaar tegen hebt dan zit ik liever op een stoel, mijnheer Depoortere. Dat houdt de geest scherper, snapt u?”

“Volkomen.”,antwoordde Depoorter en dacht: “Jezus, wat gooien ze hier nu binnen! Die Vanhee was toch stukken aangenamer! Werkelijk een gedistingeerde heer was dat!” Maar hij zei: “U wilde mij spreken over de werkloosheid in de regio, mijnheer Ongenae? Dat is wel heel toevallig want vorige week vrijdag interviewde uw collega-journalist, mijnheer Vanhee….”

“Ik zou willen dat u ons geen collega’s noemde, mijnheer Depoortere!”, onderbrak Ongenae hem scherp, als door een wesp gestoken en spuwde verachtelijk op de grond. “Dat Vanhee een perskaart heeft betekent geenszins dat hij ook journalist is! Hij schrijft voor een krant en dat is alles. En dat doet hij nog verdomd slecht ook!”

Depoorter schrok zich rot en ging snel verder met: “ik heb hier alvast wat cijfers voor u verzameld die u kunnen helpen bij de redactie van uw artikel.”

“Nergens voor nodig”, gromde de man. “Ik ken de cijfers en ik heb ze zelf ook bij.” Ongenae opende zijn boekentas en haalde er een dikke kartonnen map uit die hij met een klap op het bureau van Depoorter neerlegde. “Hierin, mijnheer Depoortere” en hij sloeg met zijn vlakke hand op de kaft, “hierin heb ik alle cijfers in verband met werkaanbiedingen en werkloosheid van de laatste 10 jaar. Eigenlijk meer. Alle cijfers vanaf 1999, om precies te zijn. Dat zijn dezelfde cijfers als u ook hebt. Ik bereid mijn zaakjes voor, zie je.”

Depoorter rechtte zijn rug en schoof zijn stoel wat dichter bij zijn bureau. Dit had hij niet verwacht. Als hij met buitenstaanders over zijn werk praatte kon hij dat doorgaans doen vanuit de comfortabele positie van iemand die het allemaal wist. Met tegenover hem dan de ander die het niet wist. Met Vanhee was dat niet anders geweest. In feite was het een soort zelfgenoegzame zekerheid geworden waar hij zich, tot nu toe, nooit van bewust was geweest. Een volkomen nieuwe gewaarwording. Nu zat hij iemand tegenover zich die zich blijkbaar wel voorbereid had en dat stemde hem enerzijds gelukkig maar anderzijds maakte het hem ook wel wat ongemakkelijk. Met buitenstaanders was het meestal hij die aan het woord was maar nu….. De communicatiedeskundige voelde zich onzeker worden.

“In het gesprek dat u met Vanhee had vergelijkt u de werkloosheidscijfers van maart 2010 met die van maart 2009, mijnheer Depoortere. Kunt u mij uitleggen wat daar de bedoeling van is? Of, om het iets duidelijker te stellen: wat is de relevantie van maart 2009? Waarom niet maart 2008? Of januari 2008? Of nog een ander tijdstip? Wat maakt maart 2009 zo bijzonder? Gebeurde er iets speciaals in maart 2009 wat u deed besluiten “aha, maart 2009 dat is een mijlpaal, dus gaan we daarmee vergelijken? Of koos u maart 2009 om geen andere reden dat de VDAB met de maandstatistieken altijd die van een jaar daarvoor meegeeft? Een beetje uit gemakzucht, dus.”

Daar had Depoorter niet meteen een pasklaar antwoord op maar hij spartelde nog wat tegen: “Een periode van een jaar lijkt mij een goede periode om een evolutie te kunnen waarnemen, mijnheer Ongenae. Meer hoeft u daar niet achter te zoeken. Maar u heeft gelijk: we hadden net zo goed een ander tijdstip als ijkpunt kunnen nemen.”

“Juist, ja. Omdat u toch zo van tendensen  houdt wil ik u hierbij de evolutie van de werkloosheid sedert 1999 voorleggen. Dat geeft een nog beter beeld.” Ongenae haalde wat papieren uit zijn kaft en gaf die aan Depoorter. “In dit bundeltje heb ik de werkloosheidscijfers van de stad Kortrijk, de arrondissementen Kortrijk, Roeselare en Tielt en die van Vlaanderen verzameld en geordend, mijnheer Depoortere. Beginnen we bij Vlaanderen dan zien we dat er begin 1999 zo’n 206.010 werklozen waren. In maart 2010 waren er dat 205.816. Op die lange termijn bekeken is er voor Vlaanderen dus ongeveer een status quo. Leggen we daar de cijfers voor de regio Kortrijk-Roeselare-Tielt naast – ja, neem het tweede blad maar – dan stellen we vast dat er in januari 1999 in deze streek 11.796 werklozen waren. Vorige maand was dat opgelopen tot 13.075. Dat is een serieuze stijging, dacht ik. 10,84 % zelfs, mijnheer Depoortere.”

“Euh, ja, inderdaad, mijnheer Ongenae. Zo had ik het nog niet bekeken. Maar ten opzichte van een jaar geleden doet deze regio het wel beter dan Vlaanderen, ook dat staat als een paal boven water.”

“Zeker, mijnheer Depoortere, maar om van een tendens te kunnen spreken moet je toch wel op iets langere termijn kijken. Een jaar is in economische termen alsof het gisteren was. Waarom nemen we voor een zinvolle vergelijking niet de cijfers van oktober 2008, toen de financieel-economische crisis overal hard om zich heen begon te slaan? In oktober 2008 waren er in Vlaanderen 169.362 werklozen. Dat is een verschil van 12,15 %. In deze streek waren er in oktober 2008 precies 10.797 werklozen. Ik heb het voor u al uitgerekend, mijnheer Depoortere, dat is 12,10 % meer. De regio Kortrijk doet het dus even goed of even slecht als Vlaanderen. De evolutie van de werkloosheidsgraad vertelt trouwens een identiek verhaal. Als u wilt geef ik u daar ook wel een overzichtje van. ”

“Ik geloof u, ik geloof u”, kreunde Depoorter. Hij had zo langzaamaan zijn buik vol van cijfers en dacht met weemoed terug aan zijn eenvoudige gesprek met Vanhee. Dat was zoveel gemoedelijker geweest.

“Nu even iets anders, mijnheer Depoortere. Uit de vergelijking van de werkloosheid in maart 2010 met die in maart 2009 meent u te mogen distilleren dat het pas geopende winkelcentrum K in Kortrijk, en ik citeer u, ‘dus ongetwijfeld voor een economische dynamiek heeft gezorgd’. Mijn eerste vraag daarbij is of u dat ook werkelijk gezegd hebt en zo ja waar u dat vandaan haalt?”

“Wel, euh, mijnheer Ongenae. Ik heb dat inderdaad gezegd. Het lijkt mij ook nogal evident, he. Er is een nieuw winkelcentrum en daar worden 800 mensen tewerkgesteld. Dat moet toch een serieuze impact hebben op de arbeidsmarkt. Of, laat ik het anders stellen: zonder die 800 banen waren er ook een pak werklozen meer in deze streek.”

“Meent u dat echt mijnheer, Depoortere? Hebt u daar onomstotelijke bewijzen voor? U zegt dus dat die 800 arbeidsplaatsen in het winkelcentrum BIJKOMEND zijn? En daarvoor baseert u zich op de werkloosheidscijfers van maart 2009?!? Waarom niet juni 2008, november 2007 of september 2004, bijvoorbeeld?”

“Wel, euh….”, begon Depoorter, die plots verschrikkelijk veel moeite had om nog woorden te vinden. Maar Ongenae ging onverstoorbaar verder.

“Zoals we daarnet al zagen gaat het in de regio Kortrijk iets minder slecht sedert maart 2009 en u deduceert daaruit dat dit aan het nieuwe winkelcentrum moet toegeschreven worden…. Nee, dat gaat er bij mij niet in. Trouwens, als we oktober 2008 als referentie nemen krijgen we een heel andere evolutie. Maar eigenlijk doet dat allemaal niet ter zake. Het winkelcentrum opende vorige maand de deuren. Om van een impact te kunnen spreken moet je de situatie van vlak voordien bekijken. Februari 2010, dus. Niet een jaar voordien want toen was er nog geen sprake van dit nieuwe feit. Eind maart 2011 mag je die vergelijking wel maken en praten we opnieuw. Is dat duidelijk?”

“Ja, mijnheer”, fluisterde Depoorter. Hij voelde zich als de voetballer die net voor de match tot zijn verbijstering vaststelt dat hij de schoenen van zijn kleine broertje bij heeft.

“De cijfers, mijnheer Depoortere, de cijfers vertellen ons dat de werkloosheid in de regio Kortrijk- Roeselare-Tielt in maart 2010 ten opzichte van februari 2010 afnam met exact 650 eenheden. Dat is 4,7%. In Vlaanderen daalde de werkloosheid met 3,2 %. Deze regio doet het dus 1,5 % beter dan Vlaanderen. Bij een ‘Vlaamse evolutie’ van de werkloosheid zouden er in maart in de regio Kortrijk-Roeselare-Tielt 13.276 in de plaats van 13.075 werklozen zijn. Juist?”

“Als u het zegt, mijnheer Ongenae…”

“Dat zeg ik inderdaad, mijnheer Depoortere. Deze regio deed het in verhouding dus 201 werklozen beter dan Vlaanderen.  Als u beweert dat het nieuwe winkelcentrum voor een economische dynamiek gezorgd heeft dan praat u over die 201. Daar situeert zich volgens u immers het verschil tussen deze streek en de rest van Vlaanderen. Het verschil dat u definieert als ‘een economische dynamiek’. Als ik mij niet vergis – en dat doe ik zelden! Uiterst zelden! Zo herinner ik mij dat ik op 23 februari 1964 om 19u23 – tussen haakjes: waar was u toen? – in café ‘De Lege Doos’ eens een…… maar , nee, ik dwaal af en dat is nu even niet gepermitteerd. Back to business. – als ik mij niet vergis, dus, beloofde het winkelcentrum – of toch de intitiatiefnemers ervan – 800 extra arbeidsplaatsen, is het niet, mijnheer Depoortere? Welaan dan! 201 is geen 800, volgens mij. Het kan nog meer in detail: in het arrondissement Kortrijk daalde de werkloosheid met 4,4 %. In het arrondissement Roeselare was dat 4,5 % en in het arrondissement Ieper zelfs 4,8 %. Moet ik nog verder gaan? Regio Brugge minus 5,0 %! Van 7557 naar 7189 om precies te zijn. Zonder nieuw winkelcentrum! Begint het u al wat te dagen, mijnheer Depoortere?

Het begon Depoorter inderdaad te dagen. Hij voelde zich als de voetballer die vlak voor de match vaststelt dat hij de voetbalschoenen van zijn kleine broertje bij heeft.

“Ik wil er ook nog op wijzen dat die 650 mensen die in maart 2010 uit de regionale werkloosheidsstatistieken verdwenen over een hele waaier, totaal verschillende, beroepen verspreid zitten. De meeste van die beroepen kunt u in de verste verte niet aan het Gouden Kalf linken. Willen we die cijfers eens bekijken, mijnheer Depoortere? In de regio Kortrijk-Roeselare-Tielt zijn de voornaamste dalers in maart te vinden in de bouw (-32), de magazijniers (-38), de handlangers algemeen (-57), de horeca (-35), de paramedici en de verzorgende sector (-45), de leerkrachten basisonderwijs (-28), de technici (-30), de verkopers (-34) en tenslotte vooral de bureaubedienden (-85). Allemaal samen zijn die goed voor 384 banen of ruim meer dan de helft van de daling van de werkloosheid in de streek. Erg veel winkelcentrum steekt daar niet tussen, mijnheer Depoortere! Bij de resterende 266 zelfs nog veel minder. U schijnt gemakshalve ook te vergeten dat de tewerkstelling van die 800 in dat nieuwe winkelcentrum verspreid zitten over bijna 100 werkgevers. De impact daarvan is niet te vergelijken met die van 1 groot bedrijf. En toch hebt u de euvele moed te beweren dat K ‘DUS ONGETWIJFELD voor een economische dynamiek gezorgd heeft’! Wat een relance! En vooral: wat een prietpraat, mijnheer Depoortere! Als er al sprake is van een economische dynamiek dan heeft die zelfs bijzonder weinig met het winkelcentrum te maken. Dat het winkelcentrum zo weinig impact heeft op de tewerkstelling is trouwens erg eenvoudig te verklaren: de meeste mensen die er een job vonden zijn zogenaamde jobhoppers. Zij gaven hun werk bij hun vroegere werkgever op om in het winkelcentrum te komen werken. En werden in hun vroegere job (nog) niet vervangen. Het gaat dus in feite grotendeels over een herlocalisatie en niet over een creatie van arbeid. Dat is trouwens de essentie van een winkelcentrum: een concentratie van detailhandel met de bedoeling kosteneffectiever te werken. Eén van de voornaamste kosten van de detailhandel is arbeid. Door allemaal onder één dak samen te troepen worden de kosten verlaagd en verhoogt de efficiëntie van de arbeid. Eén werknemer in een shoppingcentrum draait een grotere omzet dan een werknemer die ergens in een winkel in de stad werkt, zie je. En dus kan de detailhandel het voor eenzelfde omzet met minder personeel doen. Dat is waar het tenslotte allemaal om draait, mijnheer Depoortere. Uiteindelijk zal zelfs blijken dat het winkelcentrum voor jobverlies zorgt. En gaat uw economische dynamiek helemaal de mist in! Dan heb ik het nog niet eens over de invloed van dat winkelcentrum op de zelfstandige activiteit gehad!”

Ongenae was nu goed op dreef en haalde nog een stapeltje papieren uit zijn kaft dat hij in de richting van Depoorter schoof. “Dit is een gelijkaardig overzicht als daarstraks maar nu van de werkaanbiedingen in de periode van 2005 tot nu, mijnheer Depoorter. Als u wilt geef ik u die ook vanaf 1999 maar ik denk dat 2005 voorlopig ver genoeg teruggaat. Zoals eerder al gezegd beloofden de promotoren van het nieuwe winkelcentrum 800 nieuwe arbeidsplaatsen. Omdat de aanwervingen pas effectief in maart plaatsgrepen is het zinvol om naar de aanbiedingen van het voorbije kwartaal te kijken. Het interessante aan die statistiek is dat je heel goed kunt zien waar de jobs aangeboden worden. In deze context moeten we dus enkel naar de werkaanbiedingen in Kortrijk kijken. In het eerste trimester waren dat er 1.573. Daar zitten die beruchte 800 dus in. Ok, het zijn er niet echt 800 omdat – niemand wil zeggen hoeveel het er dan precies wel zijn- en omdat niet alle aanbiedingen via de VDAB verliepen maar het geeft toch een vrij goed beeld. Vergeleken met dezelfde periode in 2009 zijn er in de eerste drie maanden van dit jaar bijna 100 meer aanbiedingen geweest. Toen waren er 1.479. In procenten uitgedrukt nu dus 6,35 % meer. Trek je de jobaanbiedingen van Kortrijk af van de aanbiedingen die in het hele arrondissement Kortrijk gedaan werden dan krijg je volgend resultaat: op arrondissementsvlak waren er in de eerste drie maanden van dit jaar 3.286 aanbiedingen, waarvan dus, zoals eerder al gezegd 1.573 in Kortrijk zelf. Dat geeft 1.713 aanbiedingen buiten Kortrijk. Doen we datzelfde voor het eerste kwartaal van 2009 komen we uit op 1.307. Of een stijging van maar liefst 20,35 %! De toename van jobaanbiedingen situeert zich dus vooral BUITEN Kortrijk, mijnheer Depoortere en dat winkelcentrum is toch IN Kortrijk? Of kan u dat ook aan de hand van een of andere economische dynamiek verklaren?”

Depoorter schudde schuldbewust het hoofd. Het begon hem inderdaad allemaal heel duidelijk te worden. Maar Ongenae wilde van geen ophouden weten.

“Zal ik u vertellen waar het aan de hand van de jobaanbiedingen duidelijk beter gaat in deze regio, mijnheer Depoortere? Overal, uitgenomen in Kortrijk! In het arrondissement Roeselare waren er in het eerste kwartaal van dit jaar 20,03% meer aanbiedingen dan vorig jaar. In het arrondissement Tielt zelfs 37,71 % meer! Toegegeven, Vlaanderen doet het met een toename van 6,15 % als geheel iets slechter dan Kortrijk maar om nu te spreken van een economische dynamiek die aan dat nieuwe winkelcentrum in Kortrijk zou toe te schrijven zijn….Nee, mijnheer Depoortere, dat is er ver over. Dat winkelcentrum is niets anders dan een fata morgana als het over jobcreatie gaat. Een zeepbel. Een regelrechte leugen. Of denkt u daar anders over?”

“U moet mij excuseren maar ik moet nu dringend naar een vergadering,”, loog Depoorter. “Ik had graag bij een drankje nog wat verder met u over dit onderwerp gepraat maar u begrijpt….”

“Geen probleem, mijnheer Depoortere.”, zei Ongenae. “Ik moest er ook maar eens vandoor.” Hij raapte zijn paperassen samen, stopte ze in zijn boekentas en wandelde het kantoor van Depoorter uit.

Depoorter vervloekte de dag dat hij die job van communicatieverantwoordelijke had aangenomen. Als er ooit nog iemand van De Morgen voor een interview belde zou hij niet thuis geven, dat wist hij nu wel zeker. Toen hij even later met hangende schouders de gebouwen van de RVA verliet zag Nathalie een uitgebluste, gebroken man.

Advertenties